B1

Indirecte rede in het Frans

Discours Indirect

Overzicht

De indirecte rede (discours indirect) gebruik je wanneer je weergeeft wat iemand gezegd heeft, zonder de oorspronkelijke woorden letterlijk te citeren. In het Frans treden er dan tijdsveranderingen op — vergelijkbaar met het Nederlands maar met strikte regels.

Het basisprincipe: wanneer het introductiewerkwoord in het verleden staat (bv. il a dit que), passen de tijden van de geciteerde zin zich aan: présent → imparfait, futur → conditionnel, passé composé → plus-que-parfait.

Hoe het werkt

Tijdsveranderingen bij verleden introductiewerkwoord:

Directe rede Indirecte rede (na verleden)
présent imparfait
futur simple conditionnel présent
passé composé plus-que-parfait
impératif de + infinitief

Aanwijzende woorden veranderen ook:

Directe rede Indirecte rede
ici
maintenant alors / à ce moment-là
aujourd'hui ce jour-là
hier la veille
demain le lendemain
ce/cette ce/cette... là

Voorbeelden in context

Directe rede Indirecte rede Opmerking
"Je viens." Il a dit qu'il venait. présent → imparfait
"Je viendrai." Il a dit qu'il viendrait. futur → conditionnel
"J'ai mangé." Il a dit qu'il avait mangé. passé composé → plus-que-parfait
"Viens !" Il m'a dit de venir. impératif → de + inf.
"Je suis ici." Il a dit qu'il était là. ici → là
"Où est-il ?" Elle a demandé où il était. vraag in indirecte rede
"Est-ce qu'il vient ?" Il a demandé s'il venait. ja/nee-vraag → si
"Qu'est-ce que tu veux ?" Il a demandé ce que je voulais. wat-vraag

Veelgemaakte fouten

Tijdsverandering vergeten

  • Fout: Il a dit qu'il vient.
  • Correct: Il a dit qu'il venait.
  • Waarom: Na een verleden introductiewerkwoord verandert de présent naar imparfait.

Vraagstructuur bij indirecte vragen

  • Fout: Il a demandé est-ce qu'il vient.
  • Correct: Il a demandé s'il venait. (ja/nee) / Il a demandé où il était. (vraagwoord)
  • Waarom: In indirecte vragen gebruik je si (bij ja/nee-vragen) of het vraagwoord direct, zonder inversie.

Gebruiksnotities

Als het introductiewerkwoord in de tegenwoordige tijd staat (il dit que), veranderen de tijden niet. Tijdsverandering is alleen verplicht bij een verleden introductiewerkwoord.

Oefentips

  1. Neem een dialoog en zet hem om in indirecte rede.
  2. Oefen specifiek de tijdsveranderingen: présent → imparfait, futur → conditionnel.
  3. Let op de verandering van aanwijzende woorden: ici → là, maintenant → alors.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Imperfectum in het FransA2

Meer B1-concepten

Wil je Indirecte rede in het Frans en meer Frans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen