Conditionnel présent in het Frans
Conditionnel Présent
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
Kort samengevat
Het Franse conditionnel présent komt vaak overeen met zou/zouden + infinitief: je voyagerais betekent ‘ik zou reizen’. Je vormt het met de stam van de futur simple en de uitgangen van de imparfait: -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient. De vorm dient onder meer voor beleefde verzoeken, advies, hypothetische gevolgen en toekomst gezien vanuit een moment in het verleden.
Overzicht
Het conditionnel présent is de tegenwoordige voorwaardelijke wijs. Een wijs is een werkwoordsvorm waarmee de spreker aangeeft hoe een handeling wordt voorgesteld: als feit, wens, mogelijkheid of voorwaarde. ‘Tegenwoordig’ betekent hier niet dat alles op dit moment gebeurt. De vorm kan ook verwijzen naar later, zolang het niet gaat om een handeling die vóór een ander denkbeeldig moment voltooid zou zijn.
Op B1-niveau leer je twee zaken tegelijk: hoe je de vorm maakt en waarom Franstaligen hem kiezen. Je gebruikt hem bijvoorbeeld in Je voudrais réserver une table (‘Ik zou graag een tafel reserveren’), in À ta place, je partirais (‘In jouw plaats zou ik vertrekken’) en in Elle a dit qu'elle reviendrait (‘Ze zei dat ze terug zou komen’).
Voor Nederlandstaligen voelt zou/zouden vertrouwd, maar de overeenkomst is niet volledig. Het Frans gebruikt één vervoegde werkwoordsvorm waar het Nederlands meestal zou plus een infinitief gebruikt. Bovendien bepaalt de Franse si-zin precies welke tijd er in elk zinsdeel staat: in een gewone hypothetische zin komt na si een imparfait, niet een conditionnel.
Hoe het werkt
De basisformule
Neem de stam van de futur simple en voeg de uitgangen van de imparfait toe:
toekomststam + -ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient
De stam is het vaste deel vóór de uitgang. Omdat het conditionnel présent dezelfde stam gebruikt als de futur simple, is die toekomende tijd de natuurlijke voorbereiding op dit onderwerp.
| Persoon | Uitgang | parler | finir | vendre |
|---|---|---|---|---|
| je | -ais | parlerais | finirais | vendrais |
| tu | -ais | parlerais | finirais | vendrais |
| il / elle / on | -ait | parlerait | finirait | vendrait |
| nous | -ions | parlerions | finirions | vendrions |
| vous | -iez | parleriez | finiriez | vendriez |
| ils / elles | -aient | parleraient | finiraient | vendraient |
Bij werkwoorden op -er en -ir gebruik je normaal de hele infinitief (de onbepaalde vorm, zoals parler of finir) als stam. Bij werkwoorden op -re valt de laatste e weg: vendre → vendr-, attendre → attendr-.
De uitgangen veranderen niet bij onregelmatige werkwoorden. Alleen de stam is anders. Dat maakt het systeem overzichtelijker dan een lijst losse vervoegingen: wie een onregelmatige toekomststam kent, kent hem meteen voor twee tijden.
Veelvoorkomende onregelmatige stammen
| Infinitief | Stam | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|---|
| être | ser- | je serais | ik zou zijn |
| avoir | aur- | tu aurais | jij zou hebben |
| aller | ir- | nous irions | wij zouden gaan |
| faire | fer- | vous feriez | u/jullie zou(den) doen |
| venir | viendr- | elle viendrait | zij zou komen |
| tenir | tiendr- | ils tiendraient | zij zouden houden |
| pouvoir | pourr- | je pourrais | ik zou kunnen |
| vouloir | voudr- | je voudrais | ik zou willen |
| devoir | devr- | tu devrais | jij zou moeten |
| savoir | saur- | on saurait | men zou weten |
| voir | verr- | vous verriez | u/jullie zou(den) zien |
| recevoir | recevr- | elle recevrait | zij zou ontvangen |
| envoyer | enverr- | j'enverrais | ik zou sturen |
| falloir | faudr- | il faudrait | het zou nodig zijn / men zou moeten |
| pleuvoir | pleuvr- | il pleuvrait | het zou regenen |
Falloir en pleuvoir zijn onpersoonlijke werkwoorden: je gebruikt ze gewoonlijk alleen met il. Let ook op het verschil tussen nous irions (‘wij zouden gaan’) en een niet-bestaande vorm als nous allerions.
Ontkenning, voornaamwoorden en vragen
De normale Franse zinsbouw blijft gelden. Bij een ontkenning staat ne ... pas om het vervoegde werkwoord:
- Je ne viendrais pas seul. — Ik zou niet alleen komen.
- Nous ne le ferions jamais. — Wij zouden dat nooit doen.
Een voornaamwoord dat het voorwerp vervangt, staat vóór de werkwoordsvorm: Je vous aiderais (‘Ik zou u helpen’), Elle le prendrait (‘Ze zou het nemen’). Een voorwerp is de persoon of zaak waarop de handeling gericht is.
Voor een beleefde vraag zijn meerdere vraagconstructies mogelijk:
- Vous pourriez fermer la fenêtre ? — Zou u het raam kunnen sluiten?
- Est-ce que vous pourriez fermer la fenêtre ? — Zou u het raam kunnen sluiten?
- Pourriez-vous fermer la fenêtre ? — Zou u het raam kunnen sluiten?
De laatste vorm gebruikt inversie (werkwoord en onderwerp wisselen van plaats) en klinkt verzorgd of formeel. In een café of winkel is Je voudrais... vaak natuurlijker dan een letterlijke vraag.
De belangrijkste functies
Beleefde wensen en verzoeken
Met vouloir en pouvoir maakt het conditionnel een verzoek minder direct:
- Je voudrais un renseignement. — Ik zou graag wat informatie willen.
- Pourriez-vous répéter ? — Zou u dat kunnen herhalen?
Het Nederlandse ‘ik wil graag’ wordt vaak met je voudrais weergegeven. Je veux is grammaticaal goed, maar kan in een verzoek veel stelliger klinken: eerder ‘ik wil’ dan ‘ik zou graag willen’.
Advies en voorzichtige aanbevelingen
Voor advies zijn vooral devoir, pouvoir en falloir nuttig:
- Tu devrais te reposer. — Je zou moeten rusten.
- On pourrait prendre le train. — We zouden de trein kunnen nemen.
- Il faudrait réserver. — We zouden moeten reserveren / reserveren zou nodig zijn.
Il faut réserver stelt de noodzaak direct vast. Il faudrait réserver klinkt voorzichtiger en laat meer ruimte aan de gesprekspartner.
Hypothetische situaties
Voor een denkbeeldige of onwaarschijnlijke situatie in het heden of de toekomst gebruik je vaak dit patroon:
si + imparfait, conditionnel présent
- Si j'avais plus de temps, je lirais davantage. — Als ik meer tijd had, zou ik meer lezen.
- Si nous habitions près de la mer, nous nagerions chaque jour. — Als we bij zee woonden, zouden we elke dag zwemmen.
De imparfait is hier een verleden tijdsvorm die de voorwaarde als niet-werkelijk of onzeker voorstelt; de Nederlandse vertaling hoeft daarom niet over het verleden te gaan. De volgorde mag omgekeerd worden: Je lirais davantage si j'avais plus de temps.
Toekomst vanuit het verleden
Na een werkwoord in het verleden kan het conditionnel présent aangeven dat iets toen nog in de toekomst lag:
- Elle dit qu'elle viendra. — Ze zegt dat ze zal komen.
- Elle a dit qu'elle viendrait. — Ze zei dat ze zou komen.
Dit heet toekomst vanuit het verleden. Het gaat niet noodzakelijk om twijfel: misschien is ze werkelijk gekomen. De vorm plaatst haar komst alleen later dan het moment waarop ze sprak. Hier sluit het Franse systeem nauw aan bij Nederlands zou komen.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Je voudrais un café, s'il vous plaît. | Ik zou graag een koffie willen, alstublieft. | Beleefde bestelling |
| Tu pourrais m'aider ? | Zou je me kunnen helpen? | Informeel verzoek |
| Pourriez-vous parler moins vite ? | Zou u langzamer kunnen spreken? | Beleefd en verzorgd |
| À ta place, je demanderais un délai. | In jouw plaats zou ik om uitstel vragen. | Advies |
| Vous devriez consulter un médecin. | U zou een arts moeten raadplegen. | Voorzichtige aanbeveling |
| Il faudrait partir avant huit heures. | We zouden vóór acht uur moeten vertrekken. | Onpersoonlijk advies |
| Si j'avais le temps, je voyagerais davantage. | Als ik tijd had, zou ik meer reizen. | Denkbeeldige situatie |
| Si elle connaissait la réponse, elle nous la donnerait. | Als ze het antwoord wist, zou ze het ons geven. | Si + imparfait |
| Sans ton aide, nous n'y arriverions pas. | Zonder jouw hulp zouden we er niet in slagen. | Voorwaarde zonder si |
| Il a dit qu'il viendrait après le travail. | Hij zei dat hij na het werk zou komen. | Toekomst vanuit het verleden |
| Je pensais que vous seriez déjà là. | Ik dacht dat u er al zou zijn. | Verwachting in het verleden |
| On pourrait se retrouver devant la gare. | We zouden voor het station kunnen afspreken. | Voorstel |
| Ce serait une bonne solution. | Dat zou een goede oplossing zijn. | Voorzichtige beoordeling |
| D'après la presse, le ministre démissionnerait demain. | Volgens de pers zou de minister morgen aftreden. | Niet-bevestigd bericht |
Veelgemaakte fouten
Het conditionnel na si zetten
- Onjuist: Si j'aurais le temps, je voyagerais.
- Juist: Si j'avais le temps, je voyagerais.
- Waarom: In een hypothetische voorwaarde staat na si de imparfait; het gevolg krijgt het conditionnel présent. Onthoud: geen -rais direct na de voorwaardelijke si.
Deze geheugenregel geldt voor si met de betekenis ‘als’. In een indirecte vraag betekent si ‘of’ en geldt de regel niet: Je me demandais s'il viendrait (‘Ik vroeg me af of hij zou komen’) is correct.
De infinitief gebruiken zonder de juiste toekomststam
- Onjuist: Nous allerions au musée.
- Juist: Nous irions au musée.
- Waarom: Aller heeft de onregelmatige stam ir-. Gebruik dezelfde stam als in nous irons.
Toekomstuitgangen en voorwaardelijke uitgangen verwisselen
- Onjuist voor ‘ik zou spreken’: Je parlerai.
- Juist: Je parlerais.
- Waarom: Je parlerai is futur simple en betekent ‘ik zal spreken’. Je parlerais heeft de uitgang -ais en betekent ‘ik zou spreken’.
Een te directe vorm kiezen bij een verzoek
- Minder passend in een beleefde bestelling: Je veux un café.
- Natuurlijker: Je voudrais un café, s'il vous plaît.
- Waarom: Je veux is ‘ik wil’. Het is niet per definitie onbeleefd, maar in dienstverlening klinkt je voudrais doorgaans zachter.
Een Nederlandse vorm woord voor woord kopiëren
- Onjuist: Je voudrais aider pourrais.
- Juist: Je voudrais aider of Je pourrais aider.
- Waarom: Nederlands gebruikt een vervoegde vorm van zullen plus een infinitief. In het Frans draagt voudrais of pourrais zelf al de voorwaardelijke uitgang; je voegt geen tweede equivalent van ‘zou’ toe.
-ions verkeerd horen of schrijven
- Onjuist: Nous parlerons si nous avions le temps.
- Juist: Nous parlerions si nous avions le temps.
- Waarom: Parlerons (‘wij zullen spreken’) is toekomst. Parlerions (‘wij zouden spreken’) bevat -ions. Bij nous en vous is dat verschil ook hoorbaar.
Gebruiksnotities
Het conditionnel présent is niet alleen een grammaticale voorwaarde. In dagelijkse gesprekken komt het zeer vaak voor als beleefdheidsmiddel. Je voudrais, j'aimerais, pourriez-vous en il faudrait zijn daarom nuttige woordgroepen om als geheel te leren. J'aimerais kan zowel ‘ik zou graag willen’ als, afhankelijk van de context, ‘ik zou leuk vinden’ betekenen.
Beleefdheid hangt ook af van toon, aanspreekvorm en situatie. Tu pourrais fermer la porte ? kan vriendelijk zijn onder bekenden, maar ook geïrriteerd klinken als de intonatie scherp is. Tegen een onbekende is Vous pourriez... ? of Pourriez-vous... ? meestal veiliger. In informele spreektaal laat men ne vaak weg (Je pourrais pas venir), maar in verzorgd schrift blijft Je ne pourrais pas venir de norm.
Let bij uitspraak en spelling extra op -ais, -ait en -aient. In de standaarduitspraak klinken die uitgangen doorgaans hetzelfde, ongeveer als /ɛ/. Je hoort bij je parlerais, il parlerait en ils parleraient dus vooral aan het onderwerp wie bedoeld wordt. De uitgangen -ions en -iez zijn wel duidelijker te onderscheiden.
Het Nederlandse zou heeft meer functies dan het Franse conditionnel. In ‘Vroeger zou hij elke zondag langskomen’ kan zou een gewoonte in het verleden beschrijven. In het Frans gebruik je daarvoor meestal de imparfait: Autrefois, il venait tous les dimanches. Kies het conditionnel alleen wanneer er werkelijk een toekomstperspectief vanuit een verleden moment, een hypothese of een andere passende nuance is.
Verder dan de basis
Voorzichtige beweringen en niet-bevestigd nieuws
In journalistieke taal kan het conditionnel aangeven dat informatie nog niet door de schrijver wordt bevestigd:
- Le suspect serait à l'étranger. — De verdachte zou in het buitenland zijn.
- Le gouvernement préparerait une nouvelle mesure. — De regering zou een nieuwe maatregel voorbereiden.
De Nederlandse journalistieke vorm met zou lijkt hier sterk op. Dit gebruik betekent niet simpelweg ‘misschien’; het wijst vaak op informatie uit een bron waarvoor de spreker of schrijver geen volledige verantwoordelijkheid neemt. In alledaagse taal kun je beter een duidelijke bron noemen: D'après Léa, il serait malade (‘Volgens Léa zou hij ziek zijn’).
Afzwakking en persoonlijke terughoudendheid
Het conditionnel kan een mening minder stellig maken:
- Je dirais que c'est trop cher. — Ik zou zeggen dat het te duur is.
- Ce serait plutôt un problème d'organisation. — Het zou eerder een organisatorisch probleem zijn.
Ook wensen krijgen er afstand of voorzichtigheid door: J'aimerais vous poser une question. Dit is geen echte si-constructie; de denkbeeldige voorwaarde blijft impliciet, bijvoorbeeld ‘als dat mogelijk is’.
Een voorwaarde zonder si
De voorwaarde hoeft niet altijd als bijzin met si te verschijnen:
- Avec un peu plus de temps, nous finirions aujourd'hui. — Met wat meer tijd zouden we vandaag klaar zijn.
- Sans toi, je ne saurais pas quoi faire. — Zonder jou zou ik niet weten wat ik moest doen.
- À votre place, j'attendrais. — In uw plaats zou ik wachten.
Woorden als avec, sans en à votre place maken de denkbeeldige situatie al duidelijk.
Verschil met het conditionnel passé
Het conditionnel présent beschrijft wat zou gebeuren, zijn of gelden: Je viendrais si je pouvais (‘Ik zou komen als ik kon’). Voor iets dat in een denkbeeldig verleden zou zijn gebeurd, heb je het conditionnel passé nodig: Je serais venu si j'avais pu (‘Ik zou gekomen zijn als ik had gekund’). Die samengestelde vorm bestaat uit aurais/serais plus een voltooid deelwoord (de vorm zoals fait, venu of parti).
Verwar ook advies over nu of later niet met verwijt achteraf:
- Tu devrais l'appeler. — Je zou hem/haar moeten bellen.
- Tu aurais dû l'appeler. — Je had hem/haar moeten bellen.
De tweede zin valt buiten de kern van dit onderwerp, maar het contrast is belangrijk zodra je over gemiste kansen en spijt wilt spreken.
Oefentips
- Koppel elke toekomstsvorm aan een voorwaardelijke vorm. Schrijf bijvoorbeeld je serai → je serais, nous irons → nous irions en elle viendra → elle viendrait. Zo leer je de gedeelde stam én het verschil in uitgang.
- Maak tweedelige oefenzinnen. Kies vijf onwerkelijke voorwaarden, zoals Si j'avais une semaine libre..., en voltooi ze met een logisch gevolg in het conditionnel. Controleer steeds dat na si geen vorm op -rais staat.
- Oefen vaste beleefde patronen hardop. Wissel het laatste deel van Je voudrais..., Pourriez-vous... ? en Il faudrait... telkens om. Let bij luisteren ook op de context, want -ais, -ait en -aient klinken vaak gelijk.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Futur simple — gebruikt dezelfde regelmatige en onregelmatige stammen.
- Volgende stap: Voorwaardelijke zinnen met si — werkt de verschillende combinaties van voorwaarde en gevolg verder uit.
- Verdieping: Conditionnel passé — voor denkbeeldige, niet-gebeurde of betreurde situaties in het verleden.
Vereiste kennis
Futur simple in het FransB1Concepten die hierop voortbouwen
Meer B1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Conditionnel Présent in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen