De subjonctif présent in het Frans
Subjonctif Présent
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
De subjonctif présent is een werkwoordsvorm waarmee het Frans vaak geen neutraal feit weergeeft, maar bijvoorbeeld een wens, noodzaak, emotie of twijfel: Il faut que tu viennes (Je moet komen). Hij staat meestal in een bijzin na que. Voor de meeste werkwoorden neem je de stam van de ils-vorm in de tegenwoordige tijd en voeg je -e, -es, -e, -ions, -iez, -ent toe.
Overzicht
De subjonctif is een wijs: een vorm van het werkwoord die laat zien hoe de spreker de inhoud van een zin voorstelt. De gewone aantonende wijs, de indicatif, presenteert iets doorgaans als een feit: Je sais qu'il vient (Ik weet dat hij komt). De subjonctif plaatst dezelfde handeling onder een wens, beoordeling, emotie, onzekerheid of noodzaak: Je veux qu'il vienne (Ik wil dat hij komt).
Dit onderwerp hoort bij niveau B1. Je komt de vorm veel tegen na constructies als il faut que, je veux que, je suis content que, bien que en pour que. Het woord que alleen veroorzaakt de subjonctif niet: het is de betekenis van de hoofdzin of de voegwoordelijke uitdrukking die de keuze bepaalt.
Voor Nederlandstaligen voelt dit aanvankelijk ongewoon. Het Nederlands heeft in alledaagse taal nauwelijks nog een herkenbare aanvoegende wijs. Waar het Frans Il faut que tu partes zegt, gebruiken wij gewoon „Je moet vertrekken”. Vertaal daarom niet woord voor woord. Leer liever de Franse constructie én de bijbehorende werkwoordsvorm als één geheel.
Zo werkt het
De basisstructuur
Een typische zin bestaat uit twee zinsdelen met elk een eigen onderwerp:
hoofdzin + que + onderwerp + subjonctif
- Je veux que tu viennes — Ik wil dat je komt.
- Nous sommes ravis qu'elle soit là — We zijn blij dat ze er is.
- Il faut que vous finissiez — Jullie moeten het afmaken.
Het onderwerp is degene die iets doet of in een bepaalde toestand verkeert. Zijn de onderwerpen in beide zinsdelen gelijk, dan gebruikt het Frans na veel uitdrukkingen liever een infinitief (de onverbogen vorm, zoals venir of partir):
- Je veux partir. — Ik wil vertrekken.
- Je veux que tu partes. — Ik wil dat jij vertrekt.
- Elle préfère rester. — Ze blijft liever.
- Elle préfère que nous restions. — Ze heeft liever dat wij blijven.
Regelmatige vorming
Zoek eerst de ils/elles-vorm van de indicatif présent, haal -ent weg en voeg de uitgangen van de subjonctif toe.
| Persoon | Uitgang | parler | finir | attendre |
|---|---|---|---|---|
| que je | -e | parle | finisse | attende |
| que tu | -es | parles | finisses | attendes |
| qu'il/elle/on | -e | parle | finisse | attende |
| que nous | -ions | parlions | finissions | attendions |
| que vous | -iez | parliez | finissiez | attendiez |
| qu'ils/elles | -ent | parlent | finissent | attendent |
Let op twee dingen:
- De uitgangen -e, -es en -ent zijn meestal niet hoorbaar. Parle, parles en parlent klinken dus hetzelfde.
- Bij nous en vous hoor je de uitgang wel: parlions, parliez. Deze vormen lijken vaak op de imparfait, maar de omringende constructie maakt duidelijk welke vorm bedoeld is.
Werkwoorden met twee stammen
De eenvoudige regel met de ils-stam werkt voor je, tu, il/elle/on en ils/elles. Bij werkwoorden waarvan de stam in de gewone tegenwoordige tijd verandert, gebruiken nous en vous echter de stam van de gewone nous-vorm.
| Indicatif présent | Subjonctif présent |
|---|---|
| ils viennent → vienn- | que je vienne, qu'ils viennent |
| nous venons → ven- | que nous venions, que vous veniez |
| ils boivent → boiv- | que tu boives, qu'elles boivent |
| nous buvons → buv- | que nous buvions, que vous buviez |
| ils doivent → doiv- | qu'il doive, qu'ils doivent |
| nous devons → dev- | que nous devions, que vous deviez |
Dit is geen willekeurige extra regel: je hoort hetzelfde stamverschil al in de indicatif présent. Gebruik daarom bij twijfel steeds het duo nous ... / ils ... als vertrekpunt.
Belangrijke onregelmatige werkwoorden
Deze zes zeer frequente werkwoorden moet je als volledig patroon leren.
| Persoon | être | avoir | aller | faire | pouvoir | savoir |
|---|---|---|---|---|---|---|
| que je | sois | aie | aille | fasse | puisse | sache |
| que tu | sois | aies | ailles | fasses | puisses | saches |
| qu'il/elle/on | soit | ait | aille | fasse | puisse | sache |
| que nous | soyons | ayons | allions | fassions | puissions | sachions |
| que vous | soyez | ayez | alliez | fassiez | puissiez | sachiez |
| qu'ils/elles | soient | aient | aillent | fassent | puissent | sachent |
Ook vouloir komt vaak voor: que je veuille, que tu veuilles, qu'il veuille, que nous voulions, que vous vouliez, qu'ils veuillent. Vooral sois/soit/soient, aie/ait/aient en aille/aillent verdienen extra oefening, omdat hun vorm niet vanzelf uit de infinitief volgt.
Wanneer gebruik je hem?
De precieze keuze van uitlokkende woorden is een onderwerp op zich, maar deze hoofdcategorieën geven een bruikbaar uitgangspunt.
| Betekenis | Veelvoorkomende constructie | Voorbeeld |
|---|---|---|
| noodzaak | il faut que, il est nécessaire que | Il faut que nous partions. |
| wens of voorkeur | vouloir que, préférer que, souhaiter que | Je veux que tu sois prudent. |
| emotie of oordeel | être content que, regretter que, il est dommage que | Elle regrette qu'il parte. |
| twijfel of mogelijkheid | douter que, il est possible que | Je doute qu'il ait raison. |
| doel | pour que, afin que | Parle lentement pour que je comprenne. |
| toegeving | bien que, quoique | Bien qu'il fasse froid, nous sortons. |
Daartegenover staat de indicatif na uitspraken van zekerheid of vaststelling: Je sais qu'il est là en Il est certain qu'elle viendra. Denk dus niet „na que altijd subjonctif”, maar vraag wat de hoofdzin met de informatie doet.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Il faut que tu viennes. | Je moet komen. | Noodzaak; venir heeft de stam vienn-. |
| Je veux que tu sois heureux. | Ik wil dat je gelukkig bent. | Wens; onregelmatig être. |
| Je suis contente qu'il aille mieux. | Ik ben blij dat het beter met hem gaat. | Emotie; onregelmatig aller. |
| Bien qu'il fasse froid, nous déjeunons dehors. | Hoewel het koud is, lunchen we buiten. | Bien que krijgt de subjonctif. |
| Nous préférons que vous arriviez avant huit heures. | We hebben liever dat u vóór acht uur aankomt. | Voorkeur; vous-vorm op -iez. |
| Il est possible qu'elles aient déjà la réponse. | Het is mogelijk dat ze het antwoord al hebben. | Mogelijkheid; onregelmatig avoir. |
| Je doute que ce train parte à l'heure. | Ik betwijfel of deze trein op tijd vertrekt. | Twijfel wordt in het Nederlands vaak met „of” vertaald. |
| Ferme la fenêtre pour que le bébé puisse dormir. | Doe het raam dicht zodat de baby kan slapen. | Doel; onregelmatig pouvoir. |
| Le professeur parle lentement afin que tout le monde comprenne. | De docent spreekt langzaam zodat iedereen het begrijpt. | Doel met afin que. |
| Il est dommage que vous ne restiez pas plus longtemps. | Het is jammer dat u niet langer blijft. | Persoonlijk oordeel. |
| Je ne crois pas qu'il sache où nous sommes. | Ik denk niet dat hij weet waar we zijn. | Ontkende overtuiging; onregelmatig savoir. |
| Attends ici jusqu'à ce que je revienne. | Wacht hier totdat ik terugkom. | Jusqu'à ce que krijgt de subjonctif. |
| Nous cherchons quelqu'un qui puisse réparer ce vélo. | We zoeken iemand die deze fiets kan repareren. | De gezochte persoon is nog niet geïdentificeerd. |
| Je suis surpris que vous buviez du café si tard. | Het verbaast me dat u zo laat koffie drinkt. | Emotie; nous/vous-stam buv-. |
| J'attends que tu me répondes demain. | Ik wacht erop dat je me morgen antwoordt. | De vorm is présent, maar verwijst hier naar de toekomst. |
Veelgemaakte fouten
Na elk voorkomen van que een subjonctif zetten
- Fout: Je sais qu'il soit à Paris.
- Goed: Je sais qu'il est à Paris.
- Waarom: Savoir presenteert de informatie als zeker. Que verbindt alleen de zinsdelen; het veroorzaakt niet zelf de subjonctif.
De gewone tegenwoordige tijd laten staan
- Fout: Il faut que tu viens.
- Goed: Il faut que tu viennes.
- Waarom: Na il faut que is de subjonctif vereist. De Nederlandse vertaling laat dat vormverschil niet zien, waardoor Nederlandstaligen het gemakkelijk vergeten.
Altijd de infinitief gebruiken na que
- Fout: Je veux que tu venir.
- Goed: Je veux que tu viennes.
- Waarom: Na que heeft het bijzinonderwerp een vervoegd werkwoord nodig. Alleen bij hetzelfde onderwerp gebruik je doorgaans de infinitief: Je veux venir.
Voor alle personen één stam nemen
- Fout: Il faut que nous viennions tôt.
- Goed: Il faut que nous venions tôt.
- Waarom: Venir heeft twee stammen: vienn- voor onder meer je en ils, maar ven- voor nous en vous.
Een regelmatige vorm maken van een onregelmatig werkwoord
- Fout: Je veux que tu êtes prudent.
- Goed: Je veux que tu sois prudent.
- Waarom: Être heeft in de subjonctif eigen vormen. Leer sois, soit, soyons, soyez, soient als een rij.
Nederlandse woordvolgorde overnemen
- Fout: Je veux que demain tu viennes. als neutrale basiszin
- Beter: Je veux que tu viennes demain.
- Waarom: Een Nederlandse bijzin zet het werkwoord vaak achteraan: „dat je morgen komt”. In het Frans staat het vervoegde werkwoord normaal direct na het onderwerp en eventuele voornaamwoorden: que tu viennes demain.
Gebruiksnotities
De spelling verschilt vaker dan de uitspraak
Bij veel werkwoorden klinken vier vormen gelijk: que je parle, que tu parles, qu'il parle, qu'ils parlent. In gesproken Frans moet je de subjonctif daarom vaak herkennen aan de inleidende constructie. Bij nous en vous zijn -ions en -iez wel duidelijk hoorbaar.
Ontkenning en vragen kunnen de betekenis verschuiven
Bevestigend Je crois qu'il viendra (Ik denk dat hij zal komen) gebruikt normaal de indicatif. Bij Je ne crois pas qu'il vienne (Ik denk niet dat hij komt) is de bewering onzeker en is de subjonctif gebruikelijk. Ook een vraag als Crois-tu qu'il vienne ? kan de subjonctif krijgen wanneer de spreker werkelijk twijfelt. In een vraag die vooral om bevestiging vraagt, is de indicatif ook mogelijk. De keuze drukt dus een standpunt uit, niet alleen een mechanische regel.
Espérer que en après que
Twee constructies leiden vaak tot fouten:
- Espérer que krijgt in een bevestigende zin normaal de indicatif: J'espère qu'il viendra (Ik hoop dat hij zal komen), niet standaard qu'il vienne.
- Après que krijgt volgens de verzorgde standaardtaal de indicatif, omdat de handeling als werkelijk wordt voorgesteld: Après qu'il est parti... of, afhankelijk van de tijdsrelatie, Après qu'il sera parti... In spontaan Frans hoor je na après que ook geregeld een subjonctif, waarschijnlijk onder invloed van avant que. Voor verzorgd eigen taalgebruik is de indicatif de veilige keuze.
Vormnaam en tijdsbetekenis zijn niet hetzelfde
De subjonctif présent kan gelijktijdigheid, een gewoonte of een latere handeling uitdrukken. In Je veux que tu viennes demain ligt het komen in de toekomst, hoewel de vorm viennes „présent” heet. Het Frans gebruikt na een uitlokkende constructie dus geen aparte toekomstige subjonctif.
Verder dan de basis
Onzeker of nog niet bestaand antecedent
De subjonctif kan in een betrekkelijke bijzin staan wanneer de bedoelde persoon of zaak onzeker, gewenst of mogelijk niet bestaand is. Het antecedent is het woord waarnaar qui of que terugverwijst.
- Je cherche un appartement qui ait un balcon. — Ik zoek een appartement dat een balkon heeft; het is nog niet duidelijk of zo'n woning beschikbaar is.
- Je connais un appartement qui a un balcon. — Ik ken een appartement dat een balkon heeft; die woning bestaat en is geïdentificeerd.
Bij superlatieven en sterke beoordelingen komt hetzelfde perspectief voor: C'est le meilleur film que j'aie vu cette année (Dat is de beste film die ik dit jaar heb gezien). De subjonctif onderstreept hier de persoonlijke of begrenzende beoordeling.
Ne zonder ontkenning
Na onder andere avant que, à moins que en werkwoorden van vrees kan in formeel Frans een ne explétif staan: een ne dat niet „niet” betekent.
- Partons avant qu'il ne pleuve. — Laten we vertrekken voordat het gaat regenen.
- Je crains qu'elle ne soit en retard. — Ik vrees dat ze te laat is.
Zonder pas is dit dus geen ontkenning. In gewone spreektaal wordt dit ne vaak weggelaten: avant qu'il pleuve. Om werkelijk te ontkennen heb je extra ontkenningswoorden nodig, bijvoorbeeld Je crains qu'elle ne vienne pas (Ik vrees dat ze niet komt).
Subjonctif présent tegenover subjonctif passé
De subjonctif présent zegt meestal dat de handeling gelijktijdig met of later dan die van de hoofdzin plaatsvindt: Je suis content que tu sois là. Is de handeling al voltooid, dan gebruikt het Frans de subjonctif passé: Je suis content que tu sois venu (Ik ben blij dat je gekomen bent). Dat is een volgende stap; de keuze voor de subjonctif wordt nog steeds door dezelfde soort betekenis of constructie bepaald.
In oudere literaire teksten kun je na een hoofdzin in het verleden de subjonctif imparfait aantreffen. In hedendaags gesproken en normaal geschreven Frans gebruikt men daar vrijwel altijd de subjonctif présent: Je voulais qu'il vienne. Je hoeft dus niet automatisch een verleden subjonctif te zoeken omdat voulais in het verleden staat.
Oefentips
- Leer constructie en vorm samen. Maak kaartjes met een volledig begin, zoals Il faut que je..., Je veux que tu... en Bien qu'ils.... Zo oefen je tegelijk het signaal en de juiste persoon.
- Werk met stamparen. Noteer voor veranderlijke werkwoorden de gewone vormen nous venons / ils viennent en leid daaruit que nous venions / qu'ils viennent af. Doe hetzelfde met boire, devoir, prendre en recevoir.
- Zeg minimale contrasten hardop. Vergelijk Je sais qu'il vient met Je doute qu'il vienne en Je veux partir met Je veux que tu partes. Zulke paren maken zowel het betekenisverschil als de Franse woordvolgorde hoorbaar.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Regelmatige werkwoorden op -ER — helpt om stammen, personen en uitgangen te herkennen.
- Verdieping: Signalen voor de subjonctif — behandelt uitgebreider welke werkwoorden, emoties en voegwoorden de subjonctif oproepen.
- Volgende stap: Subjonctif passé — voor een handeling die vóór die van de hoofdzin is voltooid.
- Literair vervolg: Subjonctif imparfait — vooral om oudere en literaire Franse teksten te begrijpen.
Vereiste kennis
Regelmatige -ER-werkwoorden in het FransA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer B1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Subjonctif Présent in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · B1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen