De subjonctif passé in het Frans
Subjonctif Passé
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
De subjonctif passé vormt u met de subjonctif présent van avoir of être plus een voltooid deelwoord: qu'il ait compris, qu'elle soit partie. U gebruikt deze vorm wanneer een voltooide of eerdere handeling staat in een context die de subjonctif verlangt, bijvoorbeeld na een emotie, twijfel, noodzaak of bepaald voegwoord: Je suis ravi que vous soyez venus.
Overzicht
De subjonctif is een wijs: een werkwoordsvorm waarmee de spreker een handeling niet eenvoudig als feit presenteert, maar bijvoorbeeld als gewenst, betwijfeld, beoordeeld of noodzakelijk. De subjonctif passé combineert zo'n niet-neutrale kijk met een handeling die al voltooid is. In Je regrette qu'elle soit partie is haar vertrek voorbij, terwijl je regrette aangeeft hoe de spreker dat vertrek beoordeelt.
Dit onderwerp hoort bij B2 en bouwt voort op de subjonctif présent. De keuze tussen présent en passé gaat vooral over de tijdsverhouding tussen twee handelingen: gebeurt de handeling in de bijzin tegelijk of later, dan staat meestal de présent; is ze eerder of als voltooid voorgesteld, dan staat de passé. Vergelijk Je veux qu'il vienne (ik wil dat hij komt) met Je suis content qu'il soit venu (ik ben blij dat hij gekomen is).
Voor Nederlandstaligen voelt dit ongewoon. Het Nederlands heeft in het dagelijks taalgebruik geen volledig systeem dat met de Franse subjonctif overeenkomt. In een Nederlandse vertaling ziet men daarom vaak gewoon een voltooid tegenwoordige of verleden tijd: Ik betwijfel of hij het begrepen heeft. De Franse vorm kunt u dus niet rechtstreeks uit de Nederlandse werkwoordstijd afleiden. U moet twee vragen apart stellen: vereist de context een subjonctif, en is de handeling in de bijzin al voltooid?
Hoe het werkt
De basisformule
De subjonctif passé is een samengestelde tijd: hij bevat een hulpwerkwoord en een voltooid deelwoord (de vorm zoals parlé, fini, venu of pris).
que + onderwerp + avoir/être in de subjonctif présent + voltooid deelwoord
- Je doute qu'il ait compris. — Ik betwijfel of hij het begrepen heeft.
- Nous sommes heureux qu'elle soit revenue. — We zijn blij dat ze teruggekomen is.
Het hoofdwerkwoord of de vaste uitdrukking bepaalt of de subjonctif nodig is. De voltooiing of het eerdere tijdstip bepaalt vervolgens of u de subjonctif passé kiest in plaats van de subjonctif présent.
De hulpwerkwoorden
| Persoon | avoir | être |
|---|---|---|
| dat ik | que j'aie | que je sois |
| dat jij | que tu aies | que tu sois |
| dat hij/zij/men | qu'il/elle/on ait | qu'il/elle/on soit |
| dat wij | que nous ayons | que nous soyons |
| dat u/jullie | que vous ayez | que vous soyez |
| dat zij | qu'ils/elles aient | qu'ils/elles soient |
De keuze tussen avoir en être is dezelfde als in de passé composé:
- de meeste werkwoorden nemen avoir: qu'elle ait terminé;
- veel bewegings- en veranderingswerkwoorden nemen être: qu'il soit arrivé, qu'elle soit née;
- wederkerende werkwoorden nemen être: qu'ils se soient trompés.
Leer een nieuw werkwoord daarom liefst meteen met zijn hulpwerkwoord en voltooid deelwoord: partir → être parti, comprendre → avoir compris.
Tegenwoordig of verleden?
| Situatie | Subjonctif présent | Subjonctif passé | Betekenis |
|---|---|---|---|
| tegelijk of later | Je veux qu'elle finisse ce soir. | — | Ik wil dat ze het vanavond afmaakt. |
| eerder of voltooid | — | Je suis content qu'elle ait fini. | Ik ben blij dat ze klaar is. |
| toestand nu | Je doute qu'il soit malade. | — | Ik betwijfel of hij ziek is. |
| toestand in het verleden | — | Je doute qu'il ait été malade. | Ik betwijfel of hij ziek is geweest. |
Het tijdstip van de hoofdzin is niet doorslaggevend. Ook na een hoofdwerkwoord in het verleden gebruikt modern Frans gewoon de subjonctif présent voor een gelijktijdige of latere handeling:
- Je voulais qu'il vienne. — Ik wilde dat hij kwam.
- Je regrettais qu'il soit parti. — Ik betreurde dat hij vertrokken was.
In het tweede voorbeeld vond het vertrek eerder plaats dan het betreuren. De subjonctif passé drukt die voortijdigheid uit: de handeling in de bijzin gaat vooraf aan het relevante moment in de hoofdzin.
Wanneer is de subjonctif passé nodig?
Hij komt voor in dezelfde soorten contexten als de subjonctif présent, maar dan voor iets dat al gebeurd of afgerond is.
Emotie of beoordeling: Je suis surpris qu'il ait refusé. — Ik ben verbaasd dat hij geweigerd heeft.
Twijfel, ontkenning of onzekerheid: Nous ne pensons pas qu'elle ait menti. — Wij denken niet dat ze gelogen heeft.
Noodzaak, wens of oordeel over een bereikt resultaat: Il est essentiel que vous ayez terminé avant midi. — Het is essentieel dat u voor twaalf uur klaar bent.
Voegwoorden die de subjonctif verlangen: Bien qu'il ait beaucoup travaillé, il n'a pas réussi. — Hoewel hij hard heeft gewerkt, is hij niet geslaagd.
Een verleden feit alleen is dus niet genoeg. Je sais qu'il est parti staat in de indicatif, de gewone aantonende wijs, omdat savoir het vertrek als een feit presenteert. Je regrette qu'il soit parti staat in de subjonctif omdat regretter que een emotionele beoordeling uitdrukt.
Overeenkomst van het voltooid deelwoord
Met être past het voltooid deelwoord zich doorgaans aan het onderwerp aan in geslacht en getal:
- qu'il soit parti — dat hij vertrokken is;
- qu'elle soit partie — dat zij vertrokken is;
- qu'ils soient partis — dat zij vertrokken zijn;
- qu'elles soient parties — dat zij vertrokken zijn, bij een volledig vrouwelijke groep.
Met avoir blijft het deelwoord normaal onveranderd: qu'elle ait compris, qu'ils aient choisi. Staat een lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat) vóór het werkwoord, dan geldt dezelfde overeenkomstsregel als bij de passé composé: les lettres qu'elle ait écrites. In gewone zelfstandige zinnen komt deze combinatie minder vaak voor, maar bij betrekkelijke bijzinnen is ze belangrijk.
Bij wederkerende werkwoorden kan de overeenkomst afhangen van de functie van het wederkerend voornaamwoord. Vergelijk qu'elles se soient vues (ze hebben elkaar gezien) en qu'elles se soient parlé (ze hebben met elkaar gesproken; parler à quelqu'un heeft geen lijdend voorwerp). Wie deze regels nog niet beheerst, kan eerst de betrouwbare hoofdregel onthouden: met être meestal overeenkomst, met avoir meestal geen overeenkomst.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Je suis content qu'il soit venu. | Ik ben blij dat hij gekomen is. | Emotie over een voltooide handeling. |
| Je regrette qu'elle soit partie si tôt. | Ik betreur dat ze zo vroeg is vertrokken. | Partir neemt être; partie past zich aan elle aan. |
| Bien qu'il ait travaillé dur, il n'a pas réussi. | Hoewel hij hard heeft gewerkt, is hij niet geslaagd. | Bien que verlangt de subjonctif. |
| Avant qu'il ait fini, ne rangez pas les dossiers. | Berg de dossiers niet op voordat hij klaar is. | De voltooiing vormt het grenspunt. |
| Nous doutons qu'ils aient reçu le message. | We betwijfelen of ze het bericht hebben ontvangen. | Twijfel over een eerdere gebeurtenis. |
| Elle est ravie que vous ayez accepté son invitation. | Ze is heel blij dat u haar uitnodiging hebt aangenomen. | Vous ayez kan enkelvoudig beleefd of meervoudig zijn. |
| Il est dommage que tu aies perdu tes clés. | Het is jammer dat je je sleutels bent kwijtgeraakt. | Een beoordeling van wat gebeurd is. |
| Je ne crois pas qu'on se soit déjà rencontrés. | Ik geloof niet dat we elkaar al ontmoet hebben. | On verwijst hier informeel naar ‘wij’. |
| Le professeur exige que nous ayons terminé avant vendredi. | De docent eist dat we vóór vrijdag klaar zijn. | Voltooiing vóór een toekomstige uiterste termijn. |
| Ils étaient surpris qu'elle ait su répondre. | Ze waren verbaasd dat zij had weten te antwoorden. | Ait su is eerder dan étaient surpris. |
| Quoiqu'elles soient arrivées en retard, on les a laissées entrer. | Hoewel ze te laat waren aangekomen, liet men hen binnen. | Quoique verlangt de subjonctif; vrouwelijke meervoudsvorm. |
| C'est le meilleur repas que j'aie jamais goûté. | Dit is de beste maaltijd die ik ooit heb geproefd. | Na een overtreffende trap kan de subjonctif de subjectieve beoordeling benadrukken. |
| Pourvu qu'il n'ait rien oublié ! | Hopelijk is hij niets vergeten! | Wens of bezorgdheid over iets dat al gebeurd kan zijn. |
| Je cherche quelqu'un qui ait déjà travaillé au Québec. | Ik zoek iemand die al in Québec heeft gewerkt. | De gezochte persoon is nog niet als bestaande kandidaat vastgesteld. |
Veelgemaakte fouten
1. De indicatif gebruiken omdat de Nederlandse vertaling gewoon klinkt
- Fout: Je suis heureux qu'il est venu.
- Goed: Je suis heureux qu'il soit venu.
- Waarom: het Nederlands zegt zonder speciale wijs ‘ik ben blij dat hij gekomen is’. In het Frans verlangt être heureux que de subjonctif.
2. De subjonctif présent gebruiken voor een duidelijk voltooide handeling
- Fout: Je regrette qu'elle parte hier.
- Goed: Je regrette qu'elle soit partie hier.
- Waarom: hier plaatst het vertrek in het verleden en stelt het als voltooid voor. Daarom zijn soit en partie samen nodig.
3. Het hulpwerkwoord in de indicatif zetten
- Fout: Je doute qu'il a compris.
- Goed: Je doute qu'il ait compris.
- Waarom: niet alleen het hoofdwerkwoord maar juist het hulpwerkwoord draagt hier de subjonctifvorm. Vergelijk il a compris met qu'il ait compris.
4. Altijd avoir kiezen
- Fout: Je suis ravie qu'elle ait arrivée.
- Goed: Je suis ravie qu'elle soit arrivée.
- Waarom: arriver vormt zijn samengestelde tijden met être. Daardoor is ook overeenkomst nodig: arrivée bij elle.
5. De overeenkomst na être vergeten
- Fout: Bien qu'elles soient parti tôt...
- Goed: Bien qu'elles soient parties tôt...
- Waarom: bij être volgt het voltooid deelwoord hier het vrouwelijke meervoudige onderwerp elles.
6. Na elk voegwoord met een verleden betekenis de subjonctif gebruiken
- Fout volgens de verzorgde standaardtaal: Après qu'il soit parti, j'ai fermé la porte.
- Goed: Après qu'il est parti, j'ai fermé la porte.
- Waarom: après que introduceert normaal een vaststaand feit en neemt de indicatif. Avant que neemt daarentegen de subjonctif: avant qu'il parte of avant qu'il soit parti.
Gebruiksnotities
Het Nederlandse ‘of’ verandert de Franse constructie niet
Na twijfel vertaalt het Nederlands que vaak met of: Je doute qu'il ait compris wordt ‘Ik betwijfel of hij het begrepen heeft’. Dat betekent niet dat er in het Frans si moet staan. Na douter que volgt que plus de subjonctif.
Avant que met présent of passé
Beide tijden zijn mogelijk, met een ander perspectief:
- Pars avant qu'il arrive — vertrek voordat hij aankomt; de aankomst wordt als gebeurtenis gezien.
- Ne décide rien avant qu'il ait répondu — beslis niets voordat hij geantwoord heeft; het voltooide antwoord is de noodzakelijke grens.
In verzorgde of formele taal kan na avant que een ne explétif staan: avant qu'il n'ait répondu. Dit ne is geen ontkenning en verandert de betekenis niet. In alledaagse taal wordt het vaak weggelaten.
Gesproken en geschreven Frans
De subjonctif passé is niet uitsluitend formeel. Vormen als Je suis désolé que tu aies attendu en C'est dommage qu'elle soit partie zijn heel gewoon in gesprekken. In snelle spreektaal zijn de uitgangen van sommige vormen nauwelijks hoorbaar; ait parlé en aie parlé klinken bijvoorbeeld gelijk. De spelling blijft echter verschillend.
Na après que hoort volgens de traditionele standaard de indicatif, hoewel veel Franstaligen in de praktijk ook de subjonctif gebruiken. Voor examens en verzorgde schrijftaal is de indicatif de veiligste keuze.
Zelfde onderwerp: vaak een infinitief
Hebben hoofdzin en bijzin hetzelfde onderwerp, dan kiest het Frans vaak een voltooide infinitief in plaats van que plus subjonctif:
- Je suis heureux d'avoir réussi — Ik ben blij dat ik geslaagd ben.
- Elle regrette d'être partie — Ze heeft er spijt van dat ze vertrokken is.
Bij verschillende onderwerpen blijft een bijzin nodig: Je suis heureux que tu aies réussi. Deze keuze voorkomt omslachtige zinnen en klinkt meestal natuurlijker.
Verder dan de basis: gevorderd gebruik
Voortijdigheid is belangrijker dan absolute verleden tijd
De naam ‘verleden subjonctif’ kan misleiden. De vorm kan ook vanuit een toekomstig moment terugkijken naar iets dat dan voltooid moet zijn:
Il faudra que vous ayez envoyé le formulaire avant lundi. — U zult het formulier vóór maandag verstuurd moeten hebben.
Het versturen ligt mogelijk nog in de toekomst ten opzichte van nu, maar moet voltooid zijn vóór maandag. Daarom staat ayez envoyé in de subjonctif passé. Denk dus niet alleen ‘is het verleden?’, maar vooral ‘moet deze handeling al afgerond zijn vóór het relevante moment?’
Na superlatieven en een niet-vaststaande antecedent
In betrekkelijke bijzinnen kan de subjonctif verschijnen wanneer de hoofdzin een subjectieve uiterste beoordeling geeft of wanneer de bedoelde persoon of zaak nog niet als werkelijk bestaand wordt voorgesteld:
- C'est le film le plus émouvant que j'aie vu cette année. — Het is de ontroerendste film die ik dit jaar heb gezien.
- Nous cherchons un candidat qui ait dirigé une équipe internationale. — We zoeken een kandidaat die een internationaal team heeft geleid.
De indicatif is mogelijk wanneer de spreker een concreet, vastgesteld feit benadrukt. De keuze gaat dan niet alleen over tijd, maar ook over de houding van de spreker tegenover de informatie.
De literaire tegenhanger
In ouder of zeer literair Frans kan na een hoofdzin in het verleden de subjonctif plus-que-parfait voorkomen: Je regrettais qu'il fût parti. In modern Frans, ook in normale verzorgde schrijftaal, zegt men vrijwel altijd Je regrettais qu'il soit parti. U hoeft de literaire vorm op B2 niet actief te gebruiken, maar in klassieke romans kunt u vormen als eût fait en fût venu tegenkomen.
Ontkenning en plaats van voornaamwoorden
Ontkenningswoorden en voornaamwoorden staan rond of vóór het vervoegde hulpwerkwoord, net als in andere samengestelde tijden:
- Je crains qu'il n'ait pas compris. — Ik vrees dat hij het niet begrepen heeft.
- Je suis contente qu'elle me l'ait expliqué. — Ik ben blij dat ze het mij heeft uitgelegd.
- Je doute qu'ils s'en soient souvenus. — Ik betwijfel of ze het zich herinnerd hebben.
Let bij het eerste voorbeeld op: ne ... pas is een echte ontkenning. Dat is iets anders dan het betekenisloze ne explétif in bijvoorbeeld avant qu'il n'ait fini.
Oefentips
- Oefen steeds in paren. Maak van één aanleiding twee zinnen: Je suis content qu'il vienne tegenover Je suis content qu'il soit venu. Zo traint u het verschil tussen nog niet voltooid en al voltooid.
- Markeer drie onderdelen. Onderstreep in elke zin de aanleiding voor de subjonctif, omcirkel het hulpwerkwoord en markeer het voltooid deelwoord. Bij Je doute / qu'elles / soient parties ziet u dan zowel de wijs als de overeenkomst.
- Vertaal niet woord voor woord uit het Nederlands. Stel eerst de twee controlevragen: ‘Is er een reden voor de subjonctif?’ en ‘Is de handeling eerder of voltooid?’ Kies pas daarna aie/ait/ayons... of sois/soit/soyons....
Gerelateerde concepten
- Vereiste voorkennis: De tegenwoordige subjonctif — de hulpwerkwoorden van de subjonctif passé staan in deze wijs.
Vereiste kennis
De subjonctif présent in het FransB1Meer B2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Subjonctif Passé in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen