De infinitif passé in het Frans
Infinitif Passé
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
In het kort
De infinitif passé drukt uit dat een handeling al voltooid is: avoir of être + participe passé (voltooid deelwoord), bijvoorbeeld avoir mangé en être venu. Je gebruikt deze vorm onder meer na après, na bepaalde werkwoorden en in bedank- of excuusformules: Après avoir mangé..., Je regrette d’avoir dit cela, Merci d’être venu.
Overzicht
De infinitif passé is de Franse voltooide infinitief. Een infinitief is de onverbogen vorm van een werkwoord, zoals manger of venir; bij een voltooide infinitief kijk je terug op een handeling die al afgerond is. De vorm wordt op B2-niveau belangrijk, omdat hij Franse zinnen compact maakt zonder een volledige bijzin met een vervoegd werkwoord.
De constructie bouwt voort op de passé composé. Vergelijk elle a fini met avoir fini en elle est partie met être partie. Het hulpwerkwoord staat nu zelf in de infinitief, maar de keuze tussen avoir en être, de vorm van het voltooid deelwoord en eventuele overeenkomst blijven grotendeels dezelfde.
Voor Nederlandstaligen is vooral de vertaling misleidend. Soms lijkt de Franse vorm op het Nederlandse “gedaan hebben”: Il affirme avoir payé — “Hij beweert betaald te hebben.” Vaak klinkt in het Nederlands echter een bijzin natuurlijker: Après avoir payé, il est parti — “Nadat hij had betaald, vertrok hij.” Probeer de Franse constructie daarom als één geheel te leren en niet ieder woord afzonderlijk om te zetten.
Zo werkt het
De basisformule
| Werkwoordsoort | Opbouw | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|---|
| de meeste werkwoorden | avoir + participe passé | avoir compris | begrepen hebben |
| werkwoorden die être nemen | être + participe passé | être arrivé | aangekomen zijn |
| wederkerende werkwoorden | wederkerend voornaamwoord + être + participe passé | s’être levé | opgestaan zijn |
Het participe passé is het Franse voltooid deelwoord: mangé van manger, fini van finir, dit van dire en pris van prendre. De infinitif passé wordt niet naar persoon vervoegd. Vormen als j’avoir mangé en nous être partis zijn dus geen zelfstandige persoonsvormen.
| Gewone infinitief | Passé composé | Infinitif passé |
|---|---|---|
| manger | j’ai mangé | avoir mangé |
| partir | elle est partie | être partie |
| se tromper | nous nous sommes trompés | s’être trompé(s) |
De gewone infinitief noemt een handeling zonder die als voltooid voor te stellen. De infinitif passé plaatst die handeling vóór het tijdspunt van de hoofdzin:
- Il espère réussir. — Hij hoopt te slagen.
- Il pense avoir réussi. — Hij denkt dat hij geslaagd is.
Het hulpwerkwoord kiezen
Gebruik avoir bij verreweg de meeste werkwoorden: avoir travaillé, avoir vu, avoir répondu. Gebruik être bij dezelfde werkwoorden die in de passé composé être krijgen, waaronder aller, venir, arriver, partir, naître en mourir. Ook alle wederkerende werkwoorden nemen être: s’être réveillé, s’être souvenu.
Sommige werkwoorden wisselen van hulpwerkwoord wanneer hun gebruik verandert. Sortir betekent met être dat iemand naar buiten is gegaan: être sorti. Met een lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat) krijgt het avoir: avoir sorti les poubelles — de vuilnisbakken buitengezet hebben. Neem dus niet alleen het werkwoord, maar ook de betekenis en de zinsbouw over uit de passé composé.
Na après
Voor een voltooide handeling is après + infinitif passé het kernpatroon:
- après avoir terminé — nadat je/hij/zij klaar was
- après être rentré — na thuisgekomen te zijn
- après s’être habillé — na zich aangekleed te hebben
Het niet-uitgesproken onderwerp van de infinitief moet normaal dezelfde persoon of zaak zijn als het onderwerp van de hoofdzin. In Après avoir fermé la boutique, Léa est rentrée heeft Léa zowel de winkel gesloten als de terugreis gemaakt.
Zijn de onderwerpen verschillend, dan is een bijzin met après que duidelijker:
- Après que Léa a fermé la boutique, Marc est rentré. — Nadat Léa de winkel had gesloten, ging Marc naar huis.
Dit lijkt op het Nederlandse probleem met een “los” beknopte bijzin. “Na de winkel gesloten te hebben, ging Marc naar huis” doet immers ook vermoeden dat Marc de winkel sloot. In het Frans is het veiliger die koppeling streng te bewaken. Na après que gebruikt verzorgd Frans de indicatif (de gewone aantonende wijs), niet automatisch de subjonctif.
Na werkwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en vaste formules
De infinitif passé komt ook na een werkwoord of uitdrukking die terugkijkt op een eerdere daad:
- regretter d’avoir... — er spijt van hebben dat men ... heeft
- reconnaître avoir... — toegeven dat men ... heeft
- nier avoir... — ontkennen dat men ... heeft
- prétendre avoir... — beweren dat men ... heeft
- être heureux d’avoir... — blij zijn dat men ... heeft
- merci d’avoir... — bedankt dat je/u ... hebt
Ook hier zijn de onderwerpen doorgaans gelijk. In Paul nie avoir menti is Paul degene die ontkent én degene die volgens de inhoud niet heeft gelogen. Bij Je suis heureuse d’avoir accepté horen blij zijn en accepteren allebei bij je.
Overeenkomst van het voltooid deelwoord
Met être komt het voltooid deelwoord overeen met de persoon op wie de infinitief betrekking heeft. Overeenkomst betekent hier dat er voor vrouwelijk en/of meervoud meestal een uitgang bijkomt.
| Persoon of groep | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| één man | venu | Merci d’être venu. |
| één vrouw | venue | Merci d’être venue. |
| meerdere mannen of een gemengde groep | venus | Merci d’être venus. |
| meerdere vrouwen | venues | Merci d’être venues. |
Met avoir is er geen overeenkomst met het onderwerp: een man en een vrouw zeggen allebei Je regrette d’avoir parlé. Er kan wel overeenkomst zijn met een voorafgaand lijdend voorwerp. Dat voorwerp staat dan vóór het voltooid deelwoord:
- Merci de nous avoir invités. — tegen mannen of een gemengde groep
- Merci de nous avoir invitées. — tegen een groep vrouwen
- Je regrette de l’avoir oubliée. — als l’ naar een vrouwelijk woord of een vrouw verwijst
Bij wederkerende werkwoorden is de regel verfijnder. Vaak is er overeenkomst met het onderwerp: Après s’être levées, elles sont parties. Maar niet als het wederkerend voornaamwoord geen lijdend voorwerp is: Elles regrettent de s’être parlé (“met elkaar gesproken”) blijft zonder -es. Ook in Après s’être lavé les mains... staat het lijdend voorwerp les mains ná het werkwoord, zodat lavé onveranderd blijft.
Ontkenning, bijwoorden en voornaamwoorden
Bij een negatieve infinitif passé staan ne pas gewoonlijk vóór de hele werkwoordsgroep:
- ne pas avoir compris
- ne jamais être allé à Lyon
- ne pas s’être excusé
Een onbeklemtoond voorwerpsvoornaamwoord staat direct vóór het hulpwerkwoord: m’avoir aidé, l’avoir vu, lui avoir répondu, y être allé. Bij ontkenning komt het binnen ne ... pas: ne pas lui avoir répondu.
Let ook op de samentrekking van de en avoir of être: d’avoir, d’être. Je schrijft dus Je regrette d’avoir oublié, niet de avoir oublié.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Après avoir mangé, je suis sorti. | Nadat ik had gegeten, ben ik naar buiten gegaan. | Dezelfde persoon verricht beide handelingen. |
| Après être arrivé, il a appelé. | Nadat hij was aangekomen, belde hij. | Arriver neemt être. |
| Après s’être reposée, Nora a repris le travail. | Nadat Nora had gerust, ging ze weer aan het werk. | Vrouwelijk enkelvoud: reposée. |
| Je regrette d’avoir dit cela. | Ik heb er spijt van dat ik dat heb gezegd. | Regretter de kijkt terug op een daad. |
| Merci d’être venu. | Bedankt dat je bent gekomen. | Gericht tot één man. |
| Merci de m’avoir envoyé les documents. | Bedankt dat u mij de documenten hebt gestuurd. | me wordt vóór avoir geplaatst. |
| Elle affirme avoir tout vérifié. | Ze zegt dat ze alles heeft gecontroleerd. | Beknopte vorm met hetzelfde onderwerp. |
| Nous sommes désolés de ne pas avoir répondu plus tôt. | Het spijt ons dat we niet eerder hebben geantwoord. | ne pas staat vóór avoir. |
| Il est parti sans avoir payé l’addition. | Hij vertrok zonder de rekening te hebben betaald. | Een ontbrekende eerdere handeling na sans. |
| Ils pensent s’être trompés d’adresse. | Ze denken dat ze zich in het adres hebben vergist. | Wederkerend werkwoord met être. |
| Je suis ravie d’avoir pu vous aider. | Ik ben blij dat ik u heb kunnen helpen. | Avoir pu wordt gevolgd door een infinitief. |
| Vous signerez après avoir lu toutes les conditions. | U ondertekent nadat u alle voorwaarden hebt gelezen. | Voltooid ten opzichte van een toekomstig moment. |
| Elle nie l’avoir rencontré auparavant. | Ze ontkent hem eerder te hebben ontmoet. | l’ staat vóór avoir. |
| Merci de nous avoir invitées. | Bedankt dat u ons hebt uitgenodigd. | De sprekers zijn vrouwen; overeenkomst met nous. |
Veelgemaakte fouten
Na après alleen de gewone infinitief zetten
- Onjuist: Après manger, nous sommes partis.
- Juist: Après avoir mangé, nous sommes partis.
- Waarom: In standaardfrans vraagt een al voltooide werkwoordelijke handeling na après om de infinitif passé. Het Nederlandse “na het eten” is geen woord-voor-woordmodel voor de Franse zinsbouw.
Het hulpwerkwoord uit het Nederlands afleiden
- Onjuist: Après avoir arrivé, elle a téléphoné.
- Juist: Après être arrivée, elle a téléphoné.
- Waarom: De keuze volgt de Franse passé composé: elle est arrivée. Bovendien krijgt arrivée hier een -e.
Twee verschillende uitvoerders verbergen
- Onjuist als Emma kookte: Après avoir cuisiné, Luc a fait la vaisselle.
- Juist: Après qu’Emma a cuisiné, Luc a fait la vaisselle.
- Waarom: In de eerste zin begrijpt een lezer dat Luc heeft gekookt. Noem bij verschillende onderwerpen beide personen in een volledige bijzin.
Het voornaamwoord op de Nederlandse plek zetten
- Onjuist: Merci d’avoir me prévenu.
- Juist: Merci de m’avoir prévenu.
- Waarom: Korte voorwerpsvoornaamwoorden staan vóór avoir of être, niet tussen het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord.
De overeenkomst bij être vergeten
- Onjuist: Après être arrivé, Sophie a pris un taxi.
- Juist: Après être arrivée, Sophie a pris un taxi.
- Waarom: Het voltooid deelwoord met être volgt hier Sophie: vrouwelijk enkelvoud.
Iedere Nederlandse “nadat”-zin met een infinitief vertalen
- Onjuist: Après avoir fini la réunion, le directeur nous a appelés, als wij de vergadering beëindigden.
- Juist: Après que nous avons terminé la réunion, le directeur nous a appelés.
- Waarom: De infinitief is alleen compact als zijn verzwegen onderwerp ondubbelzinnig aan het onderwerp van de hoofdzin gekoppeld kan worden.
Gebruiksnotities
De infinitif passé is niet uitsluitend formeel. Formules als Merci d’être venu, Désolé d’avoir oublié en Je regrette de ne pas pouvoir venir zijn heel gewoon in gesprekken en berichten. Constructies met affirmer, nier of reconnaître komen relatief vaak voor in journalistieke, zakelijke en verzorgde geschreven taal, omdat ze herhaling van een onderwerp voorkomen.
De Nederlandse vertaling hangt af van de context. Merci de m’avoir aidé wordt natuurlijk “Bedankt voor je hulp” of “Bedankt dat je me hebt geholpen”; “bedankt mij geholpen te hebben” klinkt onnatuurlijk. Andersom hoeft “na het ontbijt” niet per se een infinitief te worden: après le petit-déjeuner is prima. Kies après avoir déjeuné wanneer de handeling en de uitvoerder van belang zijn.
Verwar après + infinitif passé niet met avant de + infinitif présent. Na avant de moet de handeling nog plaatsvinden ten opzichte van de hoofdhandeling: Avant de partir, ferme les fenêtres. Na après is ze al afgerond: Après avoir fermé les fenêtres, il est parti. Een infinitif passé na avant de is mogelijk in bijzondere tijdsverhoudingen, maar is niet het gewone spiegelbeeld van après avoir fait.
Verder dan de basis
De tijd is relatief
“Passé” betekent hier niet noodzakelijk dat de hele zin over het verleden gaat. De infinitif passé drukt voortijdigheid uit: de handeling is voltooid vóór het tijdspunt van de hoofdzin.
- Elle semble avoir oublié notre rendez-vous. — Het vergeten ligt vóór het huidige “lijken”.
- Vous recevrez un reçu après avoir payé. — Het betalen en ontvangen liggen in de toekomst, maar betalen gebeurt eerst.
- Il regrettait d’avoir refusé. — Zowel weigeren als betreuren ligt in het verleden; weigeren gebeurde eerder.
Dat relatieve karakter is een belangrijk verschil met een gewone verleden tijd. Kijk dus niet alleen naar “vroeger dan nu”, maar vooral naar “eerder dan de andere handeling”.
Met modale werkwoorden
Na pouvoir, devoir en vouloir kan nog een infinitief volgen. Alleen het eerste werkwoord krijgt de voltooide vorm:
- Je regrette de ne pas avoir pu venir. — Ik betreur dat ik niet heb kunnen komen.
- Elle reconnaît avoir dû improviser. — Ze geeft toe dat ze heeft moeten improviseren.
- Merci d’avoir bien voulu patienter. — Dank u dat u zo vriendelijk was te wachten.
De volgorde verschilt zichtbaar van het Nederlands. Leer daarom de Franse keten als avoir + pu/dû/voulu + infinitief.
Na sans en in zelfstandige uitroepen
Met sans + infinitif passé benadruk je dat een noodzakelijke of verwachte eerdere handeling niet heeft plaatsgevonden: Il a répondu sans avoir lu la question. Dat is preciezer dan sans lire wanneer juist het niet-voltooien vóór de reactie centraal staat.
De vorm kan ook zelfstandig in een uitroep voorkomen: Avoir fait tout ce chemin pour rien ! — “Helemaal voor niets zo ver gekomen!” De spreker reageert dan emotioneel op een voltooide gebeurtenis. Dit gebruik is expressief en hoeft niet als neutrale basisconstructie te worden nagebootst, maar het komt in literatuur en gesproken commentaar voor.
Overeenkomst blijft betekenis dragen
In gesproken Frans hoor je uitgangen als -e en -s vaak niet. Toch blijven ze in geschreven Frans verplicht waar de overeenkomst dat vraagt. Soms is het verschil wel hoorbaar, bijvoorbeeld Merci de nous avoir invités tegenover Merci de nous avoir invitées niet, maar Je regrette de l’avoir prise tegenover pris kan door de slotmedeklinker hoorbaar zijn. Controleer bij revisie daarom niet alleen het hulpwerkwoord, maar ook waar een voorafgaand lijdend voorwerp naar verwijst.
Bij wederkerende werkwoorden is blind “altijd overeenkomst met het onderwerp” onbetrouwbaar. Bepaal eerst de rol van se: elles se sont vues (elkaar gezien: lijdend voorwerp), maar elles se sont parlé (met elkaar gesproken: meewerkend voorwerp). Dezelfde analyse geldt binnen de infinitif passé: après s’être vues tegenover après s’être parlé.
Oefentips
- Bouw voort op de passé composé. Schrijf vijf bekende vormen om: j’ai compris → avoir compris, elle est sortie → être sortie, ils se sont levés → s’être levés. Controleer hulpwerkwoord en overeenkomst.
- Maak tijdlijnen met twee handelingen. Noteer bijvoorbeeld “rapport afmaken → versturen” en vorm daarna Après avoir terminé le rapport, je l’ai envoyé. Controleer telkens of dezelfde persoon beide handelingen verricht.
- Leer complete taalbrokken. Oefen met merci de m’avoir..., je regrette d’avoir..., sans avoir... en après être.... Zulke vaste beginstukken helpen meer dan een losse vertaling van “hebben”.
Verwante begrippen
- Voorwaarde: Passé composé — hier leer je de keuze tussen avoir en être, de voltooide deelwoorden en de basisregels voor overeenkomst.