Hoofdtelwoorden in het Spaans
Números Cardinales
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.
In het kort
Spaanse hoofdtelwoorden geven een hoeveelheid aan: uno, dos, tres en zo verder. Van 16 tot en met 29 schrijf je het getal als één woord; vanaf 31 verbind je tientallen en eenheden met y: veintidós, maar treinta y dos. Let vooral op uno → un vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord en op cien voor precies honderd tegenover ciento in samengestelde getallen.
Overzicht
Hoofdtelwoorden zijn getallen waarmee je telt of een hoeveelheid noemt. Je gebruikt ze onder meer voor prijzen, leeftijden, telefoonnummers, adressen en aantallen: dos cafés (twee koffie), veinte años (twintig jaar) en cien euros (honderd euro). Dit is basisstof op A1-niveau, maar een goede beheersing ervan is in vrijwel elk gesprek nuttig.
Voor Nederlandstaligen is het systeem grotendeels overzichtelijk, maar de woordvolgorde vraagt aandacht. Het Nederlands zegt bijvoorbeeld tweeëndertig, met eerst de eenheid en dan het tiental. Het Spaans bouwt hetzelfde getal juist van groot naar klein op: treinta y dos, letterlijk ‘dertig en twee’. Bij 16–29 zijn de onderdelen bovendien samengesmolten tot één geschreven woord.
Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, dier, zaak of begrip, zoals libro (boek) of personas (mensen). De meeste Spaanse telwoorden veranderen niet bij zo’n woord. Alleen vormen die op uno eindigen, passen zich in bepaalde gevallen aan het geslacht van het zelfstandig naamwoord aan.
Hoe het werkt
Van 0 tot en met 15
Deze vormen leer je het best als losse woorden. Let bij seis op de uitspraak: het is één lettergreep.
| Getal | Spaans | Getal | Spaans |
|---|---|---|---|
| 0 | cero | 8 | ocho |
| 1 | uno | 9 | nueve |
| 2 | dos | 10 | diez |
| 3 | tres | 11 | once |
| 4 | cuatro | 12 | doce |
| 5 | cinco | 13 | trece |
| 6 | seis | 14 | catorce |
| 7 | siete | 15 | quince |
Cero komt ook vóór een meervoud te staan: cero euros, cero problemas. Bij precies één gebruik je daarentegen een enkelvoud: un euro, una persona.
Van 16 tot en met 29: één woord
De getallen 16–19 zijn ontstaan uit diez y ..., en 21–29 uit veinte y .... In de moderne spelling schrijf je ze aaneen. Sommige krijgen daarbij een accentteken om de klemtoon op de juiste klinker te houden.
| Getal | Spaans | Getal | Spaans |
|---|---|---|---|
| 16 | dieciséis | 23 | veintitrés |
| 17 | diecisiete | 24 | veinticuatro |
| 18 | dieciocho | 25 | veinticinco |
| 19 | diecinueve | 26 | veintiséis |
| 20 | veinte | 27 | veintisiete |
| 21 | veintiuno | 28 | veintiocho |
| 22 | veintidós | 29 | veintinueve |
Onthoud vooral de drie accenten in veintidós, veintitrés en veintiséis. Ook dieciséis heeft een accent. Andere vormen in deze reeks krijgen er geen.
Van 30 tot en met 99: tiental + y + eenheid
De ronde tientallen zijn:
| Getal | Spaans | Getal | Spaans |
|---|---|---|---|
| 30 | treinta | 70 | setenta |
| 40 | cuarenta | 80 | ochenta |
| 50 | cincuenta | 90 | noventa |
| 60 | sesenta | 100 | cien |
Wil je een eenheid toevoegen, dan gebruik je vanaf 31 de structuur tiental + y + eenheid:
- 31: treinta y uno
- 42: cuarenta y dos
- 58: cincuenta y ocho
- 67: sesenta y siete
- 99: noventa y nueve
De y betekent ‘en’, maar komt alleen tussen het tiental en de eenheid. Je zegt dus cuarenta y cinco, niet cuarenta cinco. Bij een rond tiental staat geen y: sesenta, niet sesenta y.
Het verschil met het Nederlands is precies de volgorde. Zet bij 47 niet eerst de zeven om. Begin bij het tiental: 40 + 7 wordt cuarenta y siete.
Uno, un en una
Als je alleen telt, gebruik je uno: cero, uno, dos. Vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord wordt uno ingekort tot un. Dit verschijnsel heet apocope (het wegvallen van het woordeinde).
| Situatie | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| losstaand | uno | Solo quiero uno. — Ik wil er maar één. |
| vóór een mannelijk woord | un | un libro — één boek |
| vóór een vrouwelijk woord | una | una mesa — één tafel |
Dezelfde aanpassing geldt voor samengestelde getallen die op één eindigen:
- veintiún libros — eenentwintig boeken
- veintiuna páginas — eenentwintig bladzijden
- treinta y un días — eenendertig dagen
- treinta y una personas — eenendertig personen
Let op het accent in veintiún. De losstaande vorm veintiuno heeft geen accent, maar de ingekorte vorm vóór een mannelijk woord wel. Bij treinta y un verandert de spelling niet verder.
Bij een vrouwelijk woord gebruik je una, ook binnen een groter getal. De overige getallen veranderen niet: dos libros en dos mesas, cuarenta alumnos en cuarenta alumnas.
Cien of ciento?
Gebruik cien voor precies 100, zowel losstaand als direct vóór een zelfstandig naamwoord:
- Hay cien. — Er zijn er honderd.
- cien euros — honderd euro
- cien personas — honderd personen
Gebruik ciento zodra er binnen 101–199 nog een getal volgt:
- 101: ciento uno
- 105: ciento cinco
- 116: ciento dieciséis
- 132: ciento treinta y dos
Er komt geen y direct na ciento. De gewone regel voor tientallen blijft wel gelden: 142 is ciento cuarenta y dos. Vóór een zelfstandig naamwoord past een laatste uno zich opnieuw aan: ciento un libros en ciento una páginas.
Voorbeelden in context
| Spaans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Tengo dos hermanas. | Ik heb twee zussen. | Dos verandert niet bij een vrouwelijk woord. |
| La entrada cuesta dieciséis euros. | De toegang kost zestien euro. | Dieciséis is één woord en heeft een accent. |
| Mi hijo tiene veintidós años. | Mijn zoon is tweeëntwintig jaar. | In het Spaans ‘heb’ je een leeftijd met tener. |
| Necesitamos veintitrés sillas. | We hebben drieëntwintig stoelen nodig. | Samengeschreven, met accent op -trés. |
| Hay veintiséis estudiantes en clase. | Er zijn zesentwintig studenten in de klas. | Veintiséis krijgt een accent. |
| Compró veintiún libros. | Hij/zij kocht eenentwintig boeken. | Veintiuno wordt veintiún vóór libros. |
| La revista tiene veintiuna páginas. | Het tijdschrift heeft eenentwintig bladzijden. | De uitgang wordt vrouwelijk bij páginas. |
| Vivo en el número treinta y dos. | Ik woon op nummer tweeëndertig. | Vanaf 31 staat y tussen tiental en eenheid. |
| Somos cuarenta personas. | We zijn met veertig personen. | Een rond tiental heeft geen y. |
| El billete cuesta cincuenta y nueve euros. | Het kaartje kost negenenvijftig euro. | Spaanse volgorde: vijftig en negen. |
| La oficina tiene noventa y una mesas. | Het kantoor heeft eenennegentig tafels. | Una stemt overeen met het vrouwelijke mesas. |
| Cero grados es una temperatura baja. | Nul graden is een lage temperatuur. | Na cero staat het zelfstandig naamwoord in het meervoud. |
| Hay cien habitaciones en el hotel. | Er zijn honderd kamers in het hotel. | Precies 100 is cien. |
| El edificio tiene ciento cinco años. | Het gebouw is honderdvijf jaar oud. | Boven 100 gebruik je ciento. |
Veelgemaakte fouten
De Nederlandse volgorde volgen
- Onjuist: dos y treinta voor 32
- Juist: treinta y dos
- Waarom: Het Spaans noemt eerst het tiental en daarna de eenheid. Denk in 30 + 2, niet in ‘twee-en-dertig’.
Getallen van 16 tot en met 29 los schrijven
- Onjuist: veinte y dos
- Juist: veintidós
- Waarom: De standaardspelling van 16–29 is één woord. Vanaf 31 worden de delen wel los geschreven: treinta y dos.
Accenten weglaten
- Onjuist: dieciseis, veintidos, veintitres, veintiseis
- Juist: dieciséis, veintidós, veintitrés, veintiséis
- Waarom: Deze accenttekens horen bij de spelling en geven de beklemtoonde lettergreep aan.
Uno onveranderd vóór een zelfstandig naamwoord zetten
- Onjuist: uno libro, veintiuno coches
- Juist: un libro, veintiún coches
- Waarom: Vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord wordt uno ingekort tot un, ook aan het einde van een samengesteld getal.
Un gebruiken bij een vrouwelijk woord
- Onjuist: veintiún casas
- Juist: veintiuna casas
- Waarom: Bij vormen die op één eindigen, volgt het telwoord het grammaticale geslacht: un bij mannelijk en una bij vrouwelijk.
Cien en ciento verwisselen
- Onjuist: ciento euros voor precies 100; cien cinco voor 105
- Juist: cien euros; ciento cinco
- Waarom: Cien staat voor exact honderd. Zodra een volgend getal wordt toegevoegd, gebruik je ciento.
Gebruiksnotities
Bij telefoonnummers, codes en kamernummers worden cijfers vaak afzonderlijk uitgesproken. 205 kan in een code dus dos, cero, cinco zijn. Bij een gewone hoeveelheid is hetzelfde getal één getalsgroep; de regels daarvoor vallen grotendeels buiten het bereik 0–100 van deze les.
In prijzen gebruikt het Spaans een zelfstandig naamwoord meestal in het meervoud na nul en na getallen groter dan één: cero euros, dos euros, veinte euros. Na één staat het enkelvoud: un euro. Het valutawoord kan in informele context soms worden weggelaten als al duidelijk is waarover het gaat: Cuesta veinte (Het kost twintig).
Voor decimalen gebruikt men in geschreven Spaans doorgaans een komma, net als in het Nederlands: 2,5. Je kunt dat lezen als dos coma cinco. De precieze uitspraak van lange decimalen en telefoonnummers kan per land en situatie verschillen, maar de basisgetallen blijven dezelfde.
Verder dan de basis
De volgende punten hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar ze helpen wanneer je grotere getallen tegenkomt.
Na 100 loopt het patroon door met ciento: ciento uno, ciento veinte, ciento noventa y nueve. Vanaf 200 hebben de honderdtallen eigen vormen. Ze stemmen in geslacht overeen met een volgend zelfstandig naamwoord: doscientos libros maar doscientas páginas. Cien en ciento zelf veranderen niet naar ciena.
Mil betekent duizend en krijgt geen un voor zich wanneer het gewoon 1.000 betekent: mil euros. Voor exact 100.000 staat weer cien: cien mil. Dit laat zien dat de keuze tussen cien en ciento niet simpelweg betekent ‘vóór een zelfstandig naamwoord’ tegenover ‘zonder zelfstandig naamwoord’: het gaat vooral om exact honderd of honderd gevolgd door een kleiner getal binnen dezelfde getalsgroep.
Getallen die op uno eindigen hebben ook bij grotere hoeveelheden de vormen un en una vóór een zelfstandig naamwoord. In zorgvuldig taalgebruik geldt dus hetzelfde patroon als bij 21 en 31. In de spreektaal kan de vrouwelijke aanpassing regionaal of minder consequent klinken, maar als leerder zit je met veintiuna personas en treinta y una casas altijd goed.
Een telwoord geeft een hoeveelheid aan; een rangtelwoord geeft een plaats in een volgorde aan. Vergelijk tres libros (drie boeken) met el tercer libro (het derde boek). Die twee systemen lijken op elkaar in betekenis, maar hebben andere vormen en regels.
Oefentips
- Leer in blokken. Oefen eerst 0–15, daarna 16–29 en vervolgens de ronde tientallen. Maak pas daarna willekeurige combinaties zoals 34, 57 en 91.
- Keer Nederlandse getallen bewust om. Zie 48 als 40 + 8 en zeg cuarenta y ocho. Schrijf dagelijks tien willekeurige getallen op en lees ze hardop.
- Oefen met zelfstandige naamwoorden. Wissel mannelijk en vrouwelijk af: veintiún días, veintiuna noches, treinta y un libros, treinta y una páginas. Zo leer je uno/un/una als onderdeel van het getalspatroon.
Verwante onderwerpen
- Volgende stap: Rangtelwoorden — leer hoe je een volgorde aangeeft met vormen als primero, segundo en tercero.
- Volgende stap: Tijd en datum — gebruik getallen om kloktijden, dagen en datums uit te drukken.