A1

Rangtelwoorden in het Spaans

Números Ordinales

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.

In het kort

Spaanse rangtelwoorden geven een plaats in een volgorde aan: primero (eerste), segundo (tweede), tercero (derde) enzovoort. Ze gedragen zich meestal als bijvoeglijke naamwoorden en passen zich daarom aan het geslacht en getal van het zelfstandig naamwoord aan: el segundo día, la segunda semana, los segundos días. Vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord worden primero en tercero verkort tot primer en tercer: el primer día, el tercer piso.

Overzicht

Een rangtelwoord vertelt niet hoeveel personen of zaken er zijn, maar welke plaats iemand of iets in een reeks inneemt. Vergelijk tres libros (drie boeken) met el tercer libro (het derde boek). Voor aantallen heb je dus hoofdtelwoorden nodig; voor volgorde gebruik je rangtelwoorden.

De eerste tien Spaanse rangtelwoorden horen bij de basisstof van niveau A1. Je komt ze tegen bij verdiepingen, hoofdstukken, wedstrijden, pogingen, jubilea en vaste uitdrukkingen zoals la primera vez (de eerste keer). Anders dan Nederlandse woorden als eerste en tweede hebben Spaanse rangtelwoorden verschillende uitgangen. Dat komt doordat ze overeenkomen met het zelfstandig naamwoord (het woord voor een persoon, dier, ding of begrip) in geslacht en getal.

Voor een beginner zijn drie regels het belangrijkst: leer de vormen van één tot en met tien, pas de uitgang aan, en gebruik primer en tercer vóór een mannelijk woord in het enkelvoud. De verdere bijzonderheden staan apart onder Verder dan de basis.

Hoe het werkt

De rangtelwoorden van één tot en met tien

Positie Mannelijk enkelvoud Vrouwelijk enkelvoud Nederlandse betekenis
1 primero / primer primera eerste
2 segundo segunda tweede
3 tercero / tercer tercera derde
4 cuarto cuarta vierde
5 quinto quinta vijfde
6 sexto sexta zesde
7 séptimo séptima zevende
8 octavo octava achtste
9 noveno novena negende
10 décimo décima tiende

Let op de accenten in séptimo en décimo. De schrijfwijze zonder accent is niet correct. Ook cuarto verdient aandacht: het betekent hier vierde, terwijl cuatro vier betekent.

Overeenkomst in geslacht en getal

Een Spaans rangtelwoord werkt doorgaans als een bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap of nadere bepaling aan een zelfstandig naamwoord toevoegt). De uitgang volgt het woord waarbij het hoort:

Patroon Voorbeeld Betekenis
mannelijk enkelvoud el segundo capítulo het tweede hoofdstuk
vrouwelijk enkelvoud la segunda parte het tweede deel
mannelijk meervoud los segundos capítulos de tweede hoofdstukken
vrouwelijk meervoud las segundas partes de tweede delen

De basisuitgang -o wordt dus -a bij een vrouwelijk woord. In het meervoud komt daar -s bij: primeros, primeras, segundos, segundas. Het lidwoord past eveneens bij het zelfstandig naamwoord: el, la, los of las.

Deze verbuiging voelt voor Nederlandstaligen vaak minder vanzelfsprekend. In het Nederlands blijft tweede immers gelijk in de tweede dag, de tweede week en de tweede weken. Kijk in het Spaans daarom niet naar de persoon die spreekt, maar naar het geslacht en getal van het woord dat wordt gerangschikt.

Primer en tercer: de verkorte vormen

Primero en tercero verliezen hun laatste -o wanneer ze direct vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud staan. Dit heet apocope (het wegvallen van een klank of lettergreep aan het einde van een woord).

  • el primer día — de eerste dag
  • mi primer trabajo — mijn eerste baan
  • el tercer intento — de derde poging
  • nuestro tercer viaje — onze derde reis

Gebruik de volledige vorm wanneer het rangtelwoord niet vóór zo'n zelfstandig naamwoord staat:

  • el día primero — de eerste dag
  • Juan es el primero. — Juan is de eerste.
  • el piso tercero — de derde verdieping
  • Ella llegó tercera. — Zij kwam als derde aan.

Bij vrouwelijke woorden verdwijnt niets: la primera vez, la tercera puerta. Ook in het meervoud blijven de volledige vormen staan: los primeros días, los terceros capítulos.

Een lidwoord is niet de oorzaak van de verkorting. Ook na een bezittelijk woord krijg je mi primer coche. Beslissend is dat primero of tercero vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord staat.

Plaats vóór of na het zelfstandig naamwoord

Een rangtelwoord staat meestal vóór het zelfstandig naamwoord:

  • la cuarta pregunta — de vierde vraag
  • el sexto mes — de zesde maand

Na het zelfstandig naamwoord is het ook mogelijk, vooral in formele benamingen, opsommingen of wanneer de rangpositie extra nadruk krijgt: capítulo quinto (hoofdstuk vijf/het vijfde hoofdstuk), la planta tercera (de derde verdieping). Voor dagelijks A1-gebruik is de positie vóór het zelfstandig naamwoord de veiligste keuze.

Zelfstandig gebruik

Als uit de context al duidelijk is om welke persoon of zaak het gaat, kan het zelfstandig naamwoord worden weggelaten. Het rangtelwoord houdt dan de passende vorm:

  • Quiero la segunda. — Ik wil de tweede.
  • Somos los primeros. — Wij zijn de eersten.
  • Ana llegó tercera. — Ana kwam als derde aan.

Het Nederlandse als in als eerste of als derde heeft in zulke Spaanse zinnen meestal geen apart woord nodig: Llegó primero betekent letterlijk en natuurlijk „Hij kwam als eerste aan”.

Voorbeelden in context

Spaans Nederlands Toelichting
Es la primera vez que visito Madrid. Het is de eerste keer dat ik Madrid bezoek. Vez is vrouwelijk.
Hoy es mi primer día de trabajo. Vandaag is mijn eerste werkdag. Primero wordt primer vóór día.
Vivimos en el segundo piso. We wonen op de tweede verdieping. Piso is mannelijk.
La segunda puerta está abierta. De tweede deur staat open. Vrouwelijke vorm bij puerta.
El tercer día fuimos a la playa. Op de derde dag gingen we naar het strand. Verkorte vorm tercer.
Esta es nuestra tercera reunión. Dit is onze derde vergadering. Geen verkorting bij een vrouwelijk woord.
Lee el cuarto capítulo para mañana. Lees voor morgen het vierde hoofdstuk. Rangtelwoord vóór capítulo.
Marta terminó quinta en la carrera. Marta eindigde als vijfde in de wedstrijd. De vorm past bij Marta.
Junio es el sexto mes del año. Juni is de zesde maand van het jaar. Zelfstandig naamwoord met mannelijk lidwoord.
Nos sentamos en la séptima fila. We gingen op de zevende rij zitten. Let op het accent in séptima.
Es la octava pregunta del examen. Het is de achtste vraag van het examen. Vrouwelijk enkelvoud.
Celebran su décimo aniversario. Ze vieren hun tiende jubileum. Aniversario is mannelijk.
Los primeros días fueron difíciles. De eerste dagen waren moeilijk. Mannelijk meervoud: primeros.
Las terceras opciones no siempre son peores. De derde opties zijn niet altijd slechter. Vrouwelijk meervoud: terceras.
Yo fui el primero en llegar. Ik was de eerste die aankwam. Zelfstandig gebruikt; de spreker is mannelijk.

Veelgemaakte fouten

Primero gebruiken vóór een mannelijk woord

  • Onjuist: el primero día
  • Juist: el primer día
  • Waarom: Vóór een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud verliest primero zijn -o. Staat het woord zelfstandig of erna, dan is primero wel correct: el primero, el día primero.

Tercero niet verkorten

  • Onjuist: el tercero capítulo
  • Juist: el tercer capítulo
  • Waarom: Voor tercero geldt dezelfde verkorting als voor primero: tercer vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord.

De vrouwelijke uitgang vergeten

  • Onjuist: la segundo semana
  • Juist: la segunda semana
  • Waarom: Semana is vrouwelijk, dus het rangtelwoord eindigt op -a. De onveranderlijke Nederlandse vorm tweede kan hier een verkeerde gewoonte veroorzaken.

Enkelvoud bij een meervoudig woord gebruiken

  • Onjuist: los primer días
  • Juist: los primeros días
  • Waarom: Bij een meervoudig zelfstandig naamwoord krijgt het rangtelwoord ook een meervoudsuitgang. De verkorte vorm primer wordt alleen voor mannelijk enkelvoud gebruikt.

Hoofd- en rangtelwoorden verwisselen

  • Onjuist: el tres día voor „de derde dag”
  • Juist: el tercer día
  • Waarom: Tres geeft een aantal aan; tercer een plaats in een reeks. Vergelijk tres días (drie dagen) en el tercer día (de derde dag).

Accenten weglaten

  • Onjuist: septimo, decimo
  • Juist: séptimo, décimo
  • Waarom: Het geschreven accent geeft de juiste klemtoon aan en hoort bij de standaardspelling.

Gebruiksnotities

Verdiepingen zijn niet overal hetzelfde genummerd

El segundo piso betekent grammaticaal gewoon „de tweede verdieping”, maar de praktische verdieping kan per land en gebouw verschillen. In veel Spaanstalige gebieden heet de laag op straatniveau la planta baja en ligt el primer piso daarboven. Elders kan primer piso juist de straatverdieping zijn. Dit is geen grammaticaverschil maar een verschil in telgewoonte. Vraag bij twijfel naar la planta of let op de liftknoppen.

Rangtelwoorden boven tien zijn minder alledaags

Tot en met décimo zijn rangtelwoorden heel gebruikelijk. Bij hogere posities kiest de spreektaal vaak voor een hoofdtelwoord na het zelfstandig naamwoord: el capítulo veinte (hoofdstuk twintig) klinkt vaak gewoner dan el vigésimo capítulo. In officiële, plechtige of nauwkeurige teksten komen hogere rangtelwoorden vaker voor.

Afkortingen

In geschreven Spaans zie je een cijfer met een verhoogde uitgang: 1.º voor mannelijk „eerste”, 1.ª voor vrouwelijk „eerste”, 3.º en 3.ª voor „derde”. In gewone platte tekst worden die soms als 1o en 1a weergegeven, maar de verzorgde notatie gebruikt het teken º of ª met een punt ervoor. Een rangtelwoord is niet hetzelfde als een graadteken zonder punt.

Verder dan de basis

De volgende bijzonderheden hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Hogere rangtelwoorden

De tientallen hebben eigen vormen, zoals undécimo of decimoprimero (elfde), duodécimo of decimosegundo (twaalfde), vigésimo (twintigste), trigésimo (dertigste) en centésimo (honderdste). Samengestelde vormen kunnen aaneen of als losse woorden worden geschreven, afhankelijk van de vorm en stijl: vigésimo primero is „eenentwintigste”. De delen stemmen met het zelfstandig naamwoord overeen: la vigésima primera edición.

Ook in zo'n samengestelde vorm kan het laatste primero of tercero vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord worden verkort: el vigésimo primer aniversario. In de praktijk vermijden veel sprekers zulke lange vormen en zeggen ze bijvoorbeeld la edición veintiuno.

Datums

Voor de eerste dag van een maand is primero gebruikelijk: el primero de mayo (1 mei). Voor andere dagen gebruikt het Spaans normaal hoofdtelwoorden: el dos de mayo, el diez de junio. De Nederlandse gewoonte om in plechtige stijl „de vijfde mei” te zeggen, mag je dus niet automatisch omzetten in el quinto de mayo.

Vorsten, pausen en eeuwen

Bij namen van vorsten en pausen staat het rangtelwoord na de naam: Carlos III wordt uitgesproken als Carlos tercero. Tot tien gebruikt men gewoonlijk rangtelwoorden; bij hogere nummers zijn hoofdtelwoorden gangbaar: Luis XIV wordt doorgaans Luis catorce.

Een vergelijkbaar patroon bestaat bij eeuwen. El siglo V is el siglo quinto, maar bij hogere eeuwen hoor je een hoofdtelwoord: el siglo XXI, el siglo veintiuno. Romeinse cijfers veranderen dus niet de grammaticale keuze; de gebruikelijke uitspraak hangt mede van het nummer af.

Rangtelwoord of breuk?

Sommige vormen lijken op woorden voor breuken. Cuarto kan „vierde” betekenen in el cuarto capítulo, maar un cuarto betekent ook „een kwart”. De context en het lidwoord maken het verschil. Voor rangorde staat er meestal een duidelijk zelfstandig naamwoord of een eerder genoemde reeks.

Positie en stijl

De gewone positie vóór het zelfstandig naamwoord presenteert de rangorde als een natuurlijke bepaling: la primera pregunta. De positie erna kan formeler, classificerend of nadrukkelijk klinken: artículo primero in juridische tekst. Leer eerst de vooropplaatsing; herken de andere volgorde wanneer je officiële documenten, wedstrijdlijsten of oudere teksten leest.

Oefentips

  1. Leer in viertallen. Maak bij elk rangtelwoord vier combinaties: segundo libro, segunda página, segundos libros, segundas páginas. Zo oefen je de betekenis en de overeenkomst tegelijk.
  2. Zet één en drie apart. Schrijf paren als el primer día — el día primero en el tercer capítulo — el capítulo tercero. Spreek ze hardop uit, zodat de verkorting vanzelf gaat aanvoelen.
  3. Beschrijf echte reeksen. Benoem de eerste tien hoofdstukken van een boek, haltes van een route of plaatsen in een uitslag. Wissel mannelijke en vrouwelijke woorden af en controleer telkens lidwoord, uitgang en accent.

Verwante onderwerpen

  • Voorafgaande kennis: Hoofdtelwoorden — hiermee geef je aantallen aan en ze worden ook gebruikt voor veel datums en hogere nummers.

Vereiste kennis

Hoofdtelwoorden in het SpaansA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Números Ordinales in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen