A2

Rangtelwoorden in het Duits

Ordinalzahlen

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.

In het kort

Duitse rangtelwoorden geven een plaats in een reeks aan: erste, zweite, dritte. Van 1 tot en met 19 krijgen ze meestal -t-, vanaf 20 -st-; daarna komt doorgaans nog een adjectiefuitgang: der zweite Tag, am zweiten Tag, mein erstes Auto. Juist die laatste uitgang maakt het Duits anders dan het Nederlands.

Overzicht

Rangtelwoorden — woorden als eerste, tweede en derde — heten in het Duits Ordinalzahlen. Je gebruikt ze om een volgorde, rang, verdieping, hoofdstuk of datum aan te geven. Ze beantwoorden vaak de vraag der/die/das Wievielte?: de hoeveelste? Zo betekent der zweite Versuch ‘de tweede poging’ en das fünfte Kapitel ‘het vijfde hoofdstuk’.

De basis hoort bij A2. De vorming is vrij regelmatig, maar een Duits rangtelwoord gedraagt zich meestal als een bijvoeglijk naamwoord. Het krijgt dus een uitgang die past bij het zelfstandig naamwoord, het lidwoord en de naamval. Een naamval is een vorm die de functie van een woordgroep laat zien, bijvoorbeeld het onderwerp of het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling direct ondergaat). Daarom zie je naast zweite ook zweiten, zweites en zweiter.

Voor Nederlandstaligen is de betekenis zelden moeilijk. De Nederlandse vorm blijft echter meestal gelijk: ‘de tweede dag’, ‘op de tweede dag’, ‘mijn tweede poging’. In het Duits veranderen de omliggende woorden en de uitgang: der zweite Tag, am zweiten Tag, mein zweiter Versuch. Leer een vorm daarom liefst meteen in een korte woordgroep.

Hoe het werkt

De rangtelwoordstam vormen

Voor de getallen 1 tot en met 19 gebruik je in beginsel het hoofdtelwoord plus -t-. Vanaf 20 gebruik je -st-. Achter deze stam komt vervolgens een adjectiefuitgang.

Getal Hoofdtelwoord Rangtelwoordstam Voorbeeld met uitgang
1 eins erst- der erste Tag
2 zwei zweit- die zweite Frage
3 drei dritt- das dritte Mal
4 vier viert- der vierte Platz
5 fünf fünft- die fünfte Seite
6 sechs sechst- der sechste Monat
7 sieben siebt- die siebte Woche
8 acht acht- das achte Haus
9 neun neunt- der neunte Versuch
10 zehn zehnt- die zehnte Lektion
11 elf elft- das elfte Kapitel
12 zwölf zwölft- der zwölfte Teilnehmer
19 neunzehn neunzehnt- das neunzehnte Jahrhundert
20 zwanzig zwanzigst- der zwanzigste Tag
21 einundzwanzig einundzwanzigst- der einundzwanzigste Mai
30 dreißig dreißigst- mein dreißigster Geburtstag
100 hundert hundertst- der hundertste Besucher

De belangrijkste onregelmatige vormen zijn erst- en dritt-. Let daarnaast op sechst- en siebt-: niet sechsst- en niet siebent-. Bij acht- wordt geen extra t geschreven: achte, niet achtte.

Bij samengestelde getallen verandert alleen het einde in de rangtelwoordstam: einundvierzig → einundvierzigst-. Het hele woord wordt aaneengeschreven: der einundvierzigste Teilnehmer.

De uitgang kiezen

De beginnersregel is eenvoudig: na een bepaald lidwoord zoals der, die of das zie je in de nominatief (de naamval van het onderwerp) meestal -e. In veel andere veelvoorkomende combinaties, vooral na dem, den en in de datief, staat -en.

Omgeving Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig Meervoud
bepaald lidwoord, nominatief der zweite Tag die zweite Woche das zweite Jahr die zweiten Tage
bepaald lidwoord, accusatief den zweiten Tag die zweite Woche das zweite Jahr die zweiten Tage
bepaald lidwoord, datief dem zweiten Tag der zweiten Woche dem zweiten Jahr den zweiten Tagen
bezittelijk woord, nominatief mein zweiter Tag meine zweite Woche mein zweites Jahr meine zweiten Tage

De accusatief is de naamval van onder meer het lijdend voorwerp. De datief komt onder andere na voorzetsels als mit, nach en bei. Je hoeft niet alle uitgangen los voor rangtelwoorden te leren: het is hetzelfde patroon als bij gewone bijvoeglijke naamwoorden.

Zonder lidwoord draagt het rangtelwoord zelf meer grammaticale informatie: erster Versuch, erste Hilfe, erstes Kapitel. Zulke combinaties komen vaak voor in opschriften en vaste verbindingen. Met ein, mein en vergelijkbare woorden krijg je bijvoorbeeld mein erster Versuch, meine erste Reise, mein erstes Auto.

Datums zeggen en schrijven

In een volledige datum wordt de dag als rangtelwoord gelezen. In geschreven datums staat na het cijfer een punt:

  • der 2. Mai wordt gelezen als der zweite Mai;
  • am 2. Mai wordt gelezen als am zweiten Mai;
  • vom 2. bis zum 5. Mai wordt gelezen als vom zweiten bis zum fünften Mai.

De vorm hangt dus niet alleen van het cijfer af. Heute ist der zweite Mai heeft de nominatief, maar na an + dem = am volgt de datief: Wir treffen uns am zweiten Mai. Een jaartal wordt normaal als hoofdtelwoord uitgesproken, niet als rangtelwoord: 2026 is zweitausendsechsundzwanzig.

Zelfstandig gebruikte rangtelwoorden

Soms staat er geen zelfstandig naamwoord achter. Het rangtelwoord neemt dan diens plaats in en krijgt in het Duits een hoofdletter: Er kam als Dritter an (‘Hij kwam als derde aan’). De uitgang blijft belangrijk:

  • Sie war die Erste. — Zij was de eerste.
  • Er wurde Zweiter. — Hij werd tweede.
  • Wir wohnen im Dritten. — Wij wonen op de derde verdieping; dit is contextgebonden spreektaal.

Na als staat geen lidwoord. Daardoor zie je sterke uitgangen als als Erster, als Erste en als Erstes.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Toelichting
Das ist mein erstes Auto. Dat is mijn eerste auto. Onzijdig na mein.
Heute ist der zweite Mai. Vandaag is het 2 mei. Datum als onderwerp.
Er kam als Dritter an. Hij kwam als derde aan. Zelfstandig gebruikt, dus hoofdletter.
Am dritten Tag ging es mir besser. Op de derde dag voelde ik me beter. Datief na am.
Sie liest das vierte Kapitel. Ze leest het vierde hoofdstuk. Onzijdig lijdend voorwerp.
Wir machen gerade unseren fünften Versuch. We doen nu onze vijfde poging. Mannelijke accusatief.
Der Aufzug fährt bis in den sechsten Stock. De lift gaat tot de zesde verdieping. Accusatief na bis in bij richting.
In der siebten Woche begann der Kurs. In de zevende week begon de cursus. Datief na in bij plaats of tijdvak.
Das achte Haus auf der linken Seite ist unseres. Het achtste huis aan de linkerkant is van ons. achte, zonder dubbele t.
Morgen feiert sie ihren achtzehnten Geburtstag. Morgen viert ze haar achttiende verjaardag. Rangtelwoord onder 20.
Der einundzwanzigste Juni ist der längste Tag des Jahres. 21 juni is de langste dag van het jaar. Samengesteld rangtelwoord vanaf 20.
Bitte öffnen Sie die dreißigste Seite. Sla alstublieft bladzijde dertig open. Duits gebruikt hier een rangtelwoord.
Zum hundertsten Mal: Mach bitte die Tür zu! Voor de honderdste keer: doe alsjeblieft de deur dicht! Datief na zum.
Anna wurde Erste, und Leo wurde Zweiter. Anna werd eerste en Leo werd tweede. Rang of uitslag zonder zelfstandig naamwoord.

Veelgemaakte fouten

Alleen de Nederlandse onveranderlijke vorm volgen

  • Fout: Das ist mein erste Auto.
  • Goed: Das ist mein erstes Auto.
  • Waarom: Auto is onzijdig. Na mein moet het rangtelwoord hier de uitgang -es krijgen. Het Nederlandse ‘eerste’ helpt niet bij het kiezen van de Duitse uitgang.

Altijd -te gebruiken

  • Fout: der zwanzigte Geburtstag
  • Goed: der zwanzigste Geburtstag
  • Waarom: Tot en met 19 gebruik je meestal -t-; vanaf 20 gebruik je -st-.

De onregelmatige eerste en derde vorm letterlijk opbouwen

  • Fout: der einte Platz / der dreite Platz
  • Goed: der erste Platz / der dritte Platz
  • Waarom: erst- en dritt- moet je als onregelmatige stammen onthouden.

De naamval in een datum vergeten

  • Fout: Wir kommen am zweite Mai.
  • Goed: Wir kommen am zweiten Mai.
  • Waarom: am is de samentrekking van an dem en vraagt hier om de datief. Na het bepaalde lidwoord krijgt het rangtelwoord dan -en.

Rangtelwoorden los schrijven

  • Fout: der einundzwanzig ste Teilnehmer
  • Goed: der einundzwanzigste Teilnehmer
  • Waarom: Duitse samengestelde getallen en hun rangtelwoorden worden als één woord geschreven.

Een zelfstandig rangtelwoord met kleine letter schrijven

  • Fout: Sie war die erste.
  • Goed: Sie war die Erste.
  • Waarom: Het woord vervangt hier een zelfstandig naamwoord en wordt daarom met een hoofdletter geschreven. In die erste Teilnehmerin blijft het klein.

Gebruiksnotities

Bij verdiepingen kan Nederlandse intuïtie verwarrend zijn. In Duitsland is das Erdgeschoss de begane grond; der erste Stock ligt daarboven. ‘De eerste verdieping’ en der erste Stock wijzen daardoor doorgaans naar hetzelfde niveau, maar let bij internationale gebouwen altijd op de plaatselijke nummering.

Bij pagina’s zijn zowel Seite dreißig als die dreißigste Seite mogelijk. De eerste vorm behandelt het nummer als een label en is heel gebruikelijk; de tweede benadrukt de plaats in de reeks. Hetzelfde verschil zie je tussen Zimmer 12 (kamernummer twaalf) en das zwölfte Zimmer (de twaalfde kamer in een volgorde).

In datums is de punt na het cijfer betekenisvol: 3. Mai staat voor dritter Mai. Zonder punt is 3 Mai in standaard lopende tekst geen verzorgde datumnotatie. In volledig numerieke notatie zie je bijvoorbeeld 03.05.2026.

Verder dan de basis

De volgende toepassingen hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.

Vorsten, pausen en historische namen

Na een naam staat een rangtelwoord met een bepaald lidwoord: Karl der Fünfte, Elisabeth die Zweite, Friedrich der Erste. Romeinse cijfers worden in zulke namen dus als verbogen rangtelwoorden uitgesproken. De naamval kan de vorm veranderen: unter Karl dem Fünften (‘onder Karel V’).

Opsommingen met erstens

Om argumenten te ordenen gebruikt het Duits erstens, zweitens, drittens: ‘ten eerste’, ‘ten tweede’, ‘ten derde’. Dit zijn bijwoorden; ze krijgen geen verdere adjectiefuitgang.

  • Erstens ist es zu teuer, und zweitens brauchen wir es nicht.
  • Ten eerste is het te duur en ten tweede hebben we het niet nodig.

Verwar erstens niet met erst. Erst kan onder meer ‘pas’, ‘eerst’ of ‘nog maar’ betekenen: Ich komme erst morgen (‘Ik kom pas morgen’).

der Letzte en der Nächste

‘Laatste’ en ‘volgende’ functioneren vaak als rangachtige woorden, maar zijn geen uit getallen gevormde rangtelwoorden. Ze volgen wel dezelfde adjectiefverbuiging: der letzte Zug, mit dem nächsten Zug, als Letzter. Ook vorig- wordt in het Duits meestal weergegeven met letzt-: letzte Woche is ‘vorige week’.

Breuken zijn een verwant, maar apart patroon

Vormen als ein Drittel en drei Viertel zijn breuken. Ze zijn historisch en vormelijk verwant aan rangtelwoorden, maar gedragen zich niet simpelweg als een verbogen rangtelwoord. Leer ze als afzonderlijke vormen wanneer je breuken nodig hebt.

Oefentips

  1. Werk in woordgroepen. Schrijf niet alleen dritt-, maar oefen der dritte Tag, am dritten Tag en mein dritter Tag. Zo verbind je de rangtelwoordstam meteen met de juiste uitgang.
  2. Lees echte datums hardop. Neem vijf afspraken uit je agenda en zeg bijvoorbeeld am zwölften Juli of am einundzwanzigsten August. Wissel af met Heute ist der ..., zodat je nominatief en datief leert onderscheiden.
  3. Maak twee reeksen. Oefen eerst 1–19 met -t- en daarna 20, 21, 30 en 100 met -st-. Markeer erste, dritte, sechste, siebte en achte als vormen die extra aandacht verdienen.

Verwante onderwerpen

  • Voorkennis: Getallen en tijd — voor de Duitse hoofdtelwoorden waarop de meeste rangtelwoorden zijn gebouwd.

Vereiste kennis

Getallen en tijd in het DuitsA1

Meer A2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Ordinalzahlen in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen