Voornaamwoorden in de Duitse datief
Dativpronomen
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.
In het kort
Duitse persoonlijke voornaamwoorden krijgen in de datief een aparte vorm: mir, dir, ihm, ihr, ihm, uns, euch, ihnen, Ihnen. Je gebruikt die vormen onder meer voor de ontvanger van iets, na werkwoorden als helfen en gefallen, en na voorzetsels als mit en von. Waar het Nederlands vaak gewoon mij, jou of hem gebruikt, moet je in het Duits bewust kiezen: Er sieht mich, maar Er hilft mir.
Overzicht
Een persoonlijk voornaamwoord vervangt een naam of zelfstandig naamwoord: Anna wordt bijvoorbeeld zij en der Nachbar kan er worden. In het Duits verandert zo'n voornaamwoord naar gelang zijn functie in de zin. Zo'n vorm heet een naamval (een vorm die de rol van een woord in de zin aangeeft). De datief wijst vaak de ontvanger, belanghebbende of betrokken persoon aan.
Dit onderwerp hoort bij A2 en bouwt voort op de datief bij lidwoorden, zoals mit dem Mann en bei einer Freundin. Zodra het zelfstandig naamwoord al duidelijk is, kun je het door een voornaamwoord vervangen: mit dem Mann → mit ihm, bei einer Freundin → bei ihr. Dat maakt de datiefvoornaamwoorden onmisbaar in gewone gesprekken.
Voor Nederlandstaligen zit de moeilijkheid niet meestal in de betekenis, maar in de vormkeuze. Het Nederlands maakt in Ik zie hem en Ik help hem geen zichtbaar verschil. Het Duits doet dat wel: Ich sehe ihn staat in de accusatief, terwijl Ich helfe ihm in de datief staat. Leer daarom niet alleen een vertaling, maar ook welk patroon een Duits werkwoord of voorzetsel verlangt.
Hoe het werkt
Alle vormen op een rij
De nominatief is de vorm van het onderwerp (wie iets doet). De accusatief wordt vaak gebruikt voor het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat). De datief markeert onder andere het meewerkend voorwerp (aan of voor wie iets gebeurt).
| Persoon | Nominatief | Accusatief | Datief | Gebruikelijke Nederlandse weergave |
|---|---|---|---|---|
| ik | ich | mich | mir | mij, aan/voor mij |
| jij | du | dich | dir | jou, aan/voor jou |
| hij | er | ihn | ihm | hem, aan/voor hem |
| zij | sie | sie | ihr | haar, aan/voor haar |
| het | es | es | ihm | het, daaraan/daarvoor |
| wij | wir | uns | uns | ons, aan/voor ons |
| jullie | ihr | euch | euch | jullie, aan/voor jullie |
| zij | sie | sie | ihnen | hen/hun, aan/voor hen |
| u | Sie | Sie | Ihnen | u, aan/voor u |
Uns en euch zijn in de accusatief en datief gelijk. Bij die vormen kun je de naamval dus niet aan het woord zelf zien; het werkwoord of voorzetsel geeft de doorslag. Let ook op de hoofdletter: Ihnen betekent beleefd u, terwijl ihnen naar meerdere personen verwijst.
Een ontvanger of belanghebbende
Bij werkwoorden als geben (geven), zeigen (laten zien), schicken (sturen) en erklären (uitleggen) kan een zin twee objecten hebben. De zaak die wordt gegeven, getoond of uitgelegd staat meestal in de accusatief; de persoon die deze ontvangt staat in de datief.
- Ich gebe dir den Schlüssel. — Ik geef jou de sleutel.
- Sie zeigt ihm die Wohnung. — Zij laat hem de woning zien.
- Können Sie mir den Weg erklären? — Kunt u mij de weg uitleggen?
Een handige beginnersvraag is: wat wordt er gegeven of getoond? Dat is vaak het accusatiefobject. Aan wie? Dat is vaak het datiefobject. Gebruik dit alleen als hulpmiddel, niet als universele vertaalregel: sommige Duitse werkwoorden eisen de datief zonder dat je in het Nederlands aan kunt toevoegen.
Werkwoorden die een datiefobject verlangen
Bij helfen (helpen), danken (bedanken), gefallen (bevallen/leuk vinden), gehören (toebehoren), schmecken (smaken) en passen (passen) staat de betrokken persoon in de datief.
| Duits patroon | Letterlijke gedachte | Natuurlijke Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| jemandem helfen | iemand hulp bieden | iemand helpen |
| jemandem danken | iemand dank betuigen | iemand bedanken |
| jemandem gefallen | iemand bevallen | iemand vindt iets leuk/mooi |
| jemandem gehören | iemand toebehoren | van iemand zijn |
| jemandem schmecken | iemand goed smaken | iemand vindt het lekker |
| jemandem passen | iemand passen | bij iemand passen/de juiste maat zijn |
Vooral gefallen keert de Nederlandse gedachte om. In Das gefällt mir is das het onderwerp en mir de persoon die iets mooi of leuk vindt. Maak dus niet automatisch een Duitse zin naar het model van ik vind dat leuk.
Na voorzetsels met de datief
Een voorzetsel is een woord als met, bij of van dat een relatie aangeeft. De Duitse voorzetsels aus, außer, bei, gegenüber, mit, nach, seit, von en zu worden door een datiefvorm gevolgd:
- mit mir — met mij
- bei dir — bij jou
- von ihm — van hem
- zu ihr — naar haar/naar haar toe
- nach Ihnen — na u
- gegenüber uns — tegenover ons
Hier hoef je niet naar een ontvanger te zoeken: het voorzetsel bepaalt de naamval. Ook bepaalde voorzetsels die zowel accusatief als datief kunnen krijgen, gebruiken de datief wanneer ze een plaats of toestand uitdrukken: Das Kind sitzt neben mir (het kind zit naast mij). De volledige keuze bij zulke voorzetsels is een apart onderwerp.
Woordvolgorde met twee objecten
De naamval hangt niet af van de plaats in de zin. Toch zijn er neutrale voorkeuren:
- Twee zelfstandige naamwoorden: meestal datief vóór accusatief: Ich gebe dem Mann das Buch.
- Een voornaamwoord en een zelfstandig naamwoord: het voornaamwoord staat meestal eerst: Ich gebe ihm das Buch. / Ich gebe es dem Mann.
- Twee persoonlijke voornaamwoorden: meestal accusatief vóór datief: Ich gebe es ihm.
Voor A2 is vooral Ich gebe dir das Buch een veilig basispatroon. De andere volgordes worden belangrijker wanneer je langere, natuurlijkere zinnen maakt.
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Kannst du mir helfen? | Kun je me helpen? | helfen verlangt de datief. |
| Ich gebe dir das Geld. | Ik geef jou het geld. | dir is de ontvanger. |
| Das gefällt ihm nicht. | Dat vindt hij niet leuk. | Letterlijk: dat bevalt hem niet. |
| Die Suppe schmeckt ihr sehr gut. | Zij vindt de soep erg lekker. | De proever staat in de datief. |
| Der rote Mantel gehört ihm. | De rode jas is van hem. | gehören krijgt een datiefobject. |
| Wir schicken euch morgen die Fotos. | We sturen jullie morgen de foto's. | euch is de ontvanger. |
| Die Lehrerin erklärt uns die Regel. | De lerares legt ons de regel uit. | Datief persoon, accusatief zaak. |
| Ich fahre mit ihnen zum Bahnhof. | Ik ga met hen naar het station. | mit wordt gevolgd door de datief. |
| Wohnen Sie bei ihr? | Woont u bij haar? | bei bepaalt de datief. |
| Passt Ihnen dieser Termin? | Komt dit tijdstip u uit? | Beleefd Ihnen met hoofdletter. |
| Das Kind sitzt zwischen mir und dir. | Het kind zit tussen mij en jou. | Plaats na zwischen: datief. |
| Kannst du es ihm heute geben? | Kun je het hem vandaag geven? | Bij twee voornaamwoorden staat es meestal voor ihm. |
| Mir ist heute kalt. | Ik heb het vandaag koud. | mir geeft aan wie de kou ervaart. |
Veelgemaakte fouten
Accusatief gebruiken na helfen
- Fout: Kannst du mich helfen?
- Goed: Kannst du mir helfen?
- Waarom: Het Nederlandse mij helpen verraadt de Duitse naamval niet. Helfen verlangt altijd een datiefobject: mir, dir, ihm enzovoort.
Ihn en ihm verwisselen
- Fout: Ich danke ihn.
- Goed: Ich danke ihm.
- Waarom: ihn is accusatief; ihm is datief. Vergelijk Ich sehe ihn met Ich danke ihm.
De Nederlandse zinsbouw op gefallen plakken
- Fout: Ich gefalle das Lied.
- Goed: Das Lied gefällt mir.
- Waarom: In het Duits is het lied het onderwerp; de persoon aan wie het bevalt staat in de datief. Ich gefalle ihm betekent juist: hij vindt míj aantrekkelijk of aardig.
Ihnen zonder hoofdletter schrijven
- Fout: Kann ich ihnen helfen? wanneer je één klant beleefd aanspreekt.
- Goed: Kann ich Ihnen helfen?
- Waarom: De beleefde aanspreekvorm Sie/Ihnen krijgt altijd een hoofdletter. ihnen met kleine letter betekent hen/aan hen.
Na mit een accusatiefvorm kiezen
- Fout: Kommst du mit mich?
- Goed: Kommst du mit mir?
- Waarom: Mit wordt altijd gevolgd door de datief, ongeacht de Nederlandse vertaling.
Denken dat aan altijd letterlijk moet worden vertaald
- Onnatuurlijk: Ich gebe das Buch zu dir.
- Goed: Ich gebe dir das Buch.
- Waarom: De uitgang van dir drukt de ontvanger al uit. Bij geben is geen extra voorzetsel nodig.
Gebruiksnotities
In onbeklemtoonde, neutrale zinnen worden voornaamwoorden doorgaans vroeg geplaatst: Ich habe ihm gestern geschrieben. Wil je een tegenstelling benadrukken, dan kun je een vorm beklemtonen of later zetten: Das habe ich nicht ihm gesagt, sondern ihr. De naamval blijft hetzelfde.
Het Nederlands gebruikt zowel hen als hun, al wisselt het dagelijkse gebruik. Het Duits heeft voor de derde persoon meervoud één datiefvorm: ihnen. Laat de keuze tussen Nederlands hen en hun je Duitse vorm dus niet bepalen. Kijk alleen naar de Duitse constructie.
Ihr kan zonder context meerdere functies hebben. In Ich helfe ihr is het datief enkelvoud en betekent het haar. In Ihr helft mir is ihr het onderwerp en betekent het jullie. De persoonsvorm (helfe tegenover helft) en de zinsbouw maken het verschil duidelijk.
Bij dingen gebruikt het Duits na een voorzetsel vaak liever een voornaamwoordelijk bijwoord als damit, davon of dazu dan een persoonlijk voornaamwoord: Ich schreibe mit dem Stift → Ich schreibe damit. Mit ihm verwijst normaal naar een man of een mannelijk zelfstandig naamwoord dat als concrete zaak wordt opgevat. Dit onderscheid hoef je op A2 nog niet volledig te beheersen, maar het voorkomt onnatuurlijke zinnen.
Verder dan de basis
De volgende patronen hoef je nog niet allemaal actief te gebruiken, maar je zult ze geregeld tegenkomen.
Datief van de ervaarder
In uitdrukkingen als Mir ist kalt, Mir ist langweilig en Wie geht es dir? staat de persoon die een toestand ervaart in de datief. Het Nederlands maakt daar vaak een onderwerp van: ik heb het koud, ik verveel me, hoe gaat het met jou? Het Duitse mir is dus geen willekeurige vervanging van ich; de hele constructie is anders opgebouwd.
Wederkerende datiefvoornaamwoorden
Wanneer iemand iets met een eigen lichaamsdeel of eigen bezit doet, kan het wederkerend voornaamwoord (een vorm die naar het onderwerp terugwijst) in de datief staan:
- Ich wasche mir die Hände. — Ik was mijn handen.
- Du putzt dir die Zähne. — Jij poetst je tanden.
- Er zieht sich die Jacke an. — Hij trekt zijn jas aan.
Mir/dir/sich is hier de belanghebbende; die Hände, die Zähne, die Jacke is het accusatiefobject. Bij de derde persoon is de wederkerende vorm zowel in accusatief als datief sich, zodat alleen de rest van de zin de functie laat zien.
Bezit en betrokkenheid in spreektaal
De datief kan ook sterke persoonlijke betrokkenheid uitdrukken, vooral in gesproken Duits: Das ist mir zu teuer (dat is mij te duur) of Mach mir keinen Unsinn! (haal me geen gekke dingen uit). Zulke vormen zijn grammaticaal, maar hun gevoelswaarde laat zich niet altijd woord voor woord in het Nederlands weergeven.
Datief vóór of na andere zinsdelen
Duitse woordvolgorde is flexibel omdat naamvallen de functies zichtbaar maken. Toch klinkt niet elke volgorde even neutraal. Ich habe es ihm gegeben is de gewone volgorde bij twee onbeklemtoonde voornaamwoorden. Ich habe ihm es gegeben is in standaardtaal meestal minder natuurlijk. Afwijkingen zijn mogelijk voor nadruk en contrast, maar leer eerst de neutrale patronen.
Oefentips
- Leer vormen in paren. Zeg telkens een accusatiefzin en een datiefzin: Er sieht mich — Er hilft mir, Ich besuche ihn — Ich danke ihm. Zo koppel je de vorm aan de functie.
- Maak vaste combinaties. Oefen niet alleen mir, maar mit mir, bei mir, von mir; niet alleen dir, maar dir helfen, dir danken, dir etwas geben.
- Draai één zin door alle personen. Begin met Das gefällt mir en vervang alleen het voornaamwoord: dir, ihm, ihr, uns, euch, ihnen, Ihnen. Spreek de reeks hardop uit en let extra op ihm/ihr en ihnen/Ihnen.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Datief bij lidwoorden — laat zien hoe de datief bij zelfstandige naamwoorden werkt.
- Volgende stap: Werkwoorden met de datief — breidt het aantal werkwoorden en vaste patronen met een datiefobject uit.
Vereiste kennis
Datiefartikelen in het DuitsA2Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Oefen Dativpronomen in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen