A2

Werkwoorden met datief in het Duits

Verben mit Dativ

Overzicht

Een groep werkwoorden in het Duits regeert altijd de datief, niet de accusatief. Dit is een van de valkuilen voor Nederlandstaligen, want vergelijkbare werkwoorden in het Nederlands hebben vaak het lijdend voorwerp in de 'normale' vorm.

Deze werkwoorden moet je als vaste lijst leren — er is geen logische regel voor welke werkwoorden de datief vereisen. Het meest comfortabele hulpmiddel is de vraag 'aan wie? voor wie?' — als je die kunt stellen, is het datief.

Hoe het werkt

Veelgebruikte datief-werkwoorden

Werkwoord Betekenis Voorbeeld
helfen helpen Ich helfe dir.
gefallen bevallen Das gefällt mir.
gehören toebehoren Das gehört ihm.
danken danken Ich danke Ihnen.
passen passen Das passt mir nicht.
fehlen ontbreken / missen Du fehlst mir.
folgen volgen Folgen Sie mir.
glauben geloven Ich glaube dir.
vertrauen vertrouwen Ich vertraue dir.
ähneln lijken op Er ähnelt seinem Vater.
antworten antwoorden Sie antwortet dem Lehrer.
zustimmen instemmen Ich stimme dir zu.

Werkwoorden met twee objecten

Werkwoorden als geben, zeigen, erklären, schreiben, schicken hebben twee objecten:

  • Datief: de persoon (indirect object)
  • Accusatief: de zaak (direct object)

Ich gebe dem Mann (datief) ein Buch (acc.).

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Das Kleid gefällt mir sehr. De jurk bevalt mij erg. gefallen + datief
Kannst du mir helfen? Kun jij mij helpen? helfen + datief
Das Buch gehört meinem Bruder. Het boek behoort mijn broer toe. gehören + datief
Ich danke Ihnen herzlich. Ik dank u hartelijk. danken + datief
Die Hose passt mir nicht. De broek past mij niet. passen + datief
Du fehlst mir. Ik mis jou. (jij ontbreekt mij) fehlen + datief
Ich glaube dir. Ik geloof jou. glauben + datief
Er antwortet der Lehrerin. Hij antwoordt de lerares. antworten + datief
Wir vertrauen unseren Eltern. Wij vertrouwen onze ouders. vertrauen + datief
Zeig mir den Weg! Wijs mij de weg! zeigen: datief + acc.

Veelgemaakte fouten

Accusatief gebruiken na datief-werkwoord

  • Fout: Ich helfe den Mann.
  • Correct: Ich helfe dem Mann.
  • Waarom: Helfen vereist altijd de datief, ook al verwacht je het lijdend voorwerp.

"Gefallen" verwarren met "mögen"

  • Fout: Ich gefalle das Buch.
  • Correct: Das Buch gefällt mir.
  • Waarom: Gefallen werkt omgekeerd: de zaak is onderwerp, de persoon staat in de datief.

"Du fehlst mir" verkeerd vertalen

  • Noot: Letterlijk 'jij ontbreekt mij', maar de betekenis is 'ik mis jou'.
  • Waarom: Fehlen werkt net als gefallen — de structuur is omgekeerd aan het Nederlands.

Oefentips

  1. Leer de tien meest gebruikte datief-werkwoorden als vaste lijst.
  2. Maak zinnen met elk werkwoord in alle personen.
  3. Let op gefallen en fehlen — de omgekeerde structuur vergt bewust oefenen.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Datief voornaamwoorden in het DuitsA2

Meer A2-concepten

Wil je Werkwoorden met datief in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen