Perfectum met sein in het Duits
Perfekt mit sein
Overzicht
Terwijl de meeste werkwoorden het perfectum vormen met haben, gebruikt een belangrijke groep het hulpwerkwoord sein. Dit zijn hoofdzakelijk werkwoorden die een beweging of verandering van toestand uitdrukken, plus een klein aantal veelgebruikte werkwoorden als sein en bleiben zelf.
Herkennen welke werkwoorden sein vereisen is een van de moeilijkere onderdelen van het Duits voor beginners. Gelukkig zijn de meest voorkomende snel te leren.
Hoe het werkt
Structuur: Onderwerp + sein (vervoegd) + ... + Partizip II (einde)
Ich bin nach Berlin gefahren. — Ik ben naar Berlijn gereden.
Werkwoorden met sein (selectie)
| Infinitief | Partizip II | Betekenis |
|---|---|---|
| gehen | gegangen | gegaan |
| kommen | gekommen | gekomen |
| fahren | gefahren | gereden/gereisd |
| fliegen | geflogen | gevlogen |
| laufen | gelaufen | gelopen |
| fallen | gefallen | gevallen |
| aufstehen | aufgestanden | opgestaan |
| ankommen | angekommen | aangekomen |
| sein | gewesen | geweest |
| bleiben | geblieben | gebleven |
| werden | geworden | geworden |
Ezelsbruggetje: werkwoorden die een beweging (van A naar B) of een verandering (van toestand) uitdrukken, gebruiken meestal sein.
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Ich bin nach Hause gegangen. | Ik ben naar huis gegaan. | Beweging |
| Er ist nach Berlin gefahren. | Hij is naar Berlijn gereden. | Beweging |
| Sie ist früh aufgestanden. | Zij is vroeg opgestaan. | Scheidbaar werkwoord |
| Wir sind in Berlin gewesen. | Wij zijn in Berlijn geweest. | sein → gewesen |
| Bist du schon angekommen? | Ben jij al aangekomen? | Vraagvorm |
| Das Kind ist gefallen. | Het kind is gevallen. | Verandering |
| Er ist Arzt geworden. | Hij is arts geworden. | werden → geworden |
| Wir sind zu Hause geblieben. | Wij zijn thuis gebleven. | bleiben |
| Seid ihr geflogen? | Zijn jullie gevlogen? | Vraag meervoud |
| Ich bin nicht mitgekommen. | Ik ben niet meegekomen. | Ontkenning |
Veelgemaakte fouten
"Haben" gebruiken bij bewegingswerkwoorden
- Fout: Ich habe nach Berlin gefahren.
- Correct: Ich bin nach Berlin gefahren.
- Waarom: Fahren is een bewegingswerkwoord en vereist sein als hulpwerkwoord.
Congruentie vergeten (sein vervoegen)
- Fout: Er bin gegangen.
- Correct: Er ist gegangen.
- Waarom: Het hulpwerkwoord sein moet worden vervoegd naar het onderwerp.
Oefentips
- Leer de tien meest gebruikte sein-werkwoorden als lijst met hun deelwoorden.
- Maak zinnen over reizen en verplaatsingen: "Ich bin... gegangen/gefahren/geflogen."
- Maak het ezelsbruggetje bewust: beweging of verandering → sein.
Verwante concepten
- Vereiste: Werkwoord 'sein' (tegenwoordige tijd) — het hulpwerkwoord
- Vereiste: Perfectum met haben — de andere groep
- Volgende stappen: Voltooid deelwoord — alle Partizip II-regels
Vereiste kennis
Perfectum met haben in het DuitsA2Meer A2-concepten
Wil je Perfectum met sein in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen