Het Duitse voltooid deelwoord vormen
Partizip II Bildung
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.
In het kort
Het Duitse Partizip II (voltooid deelwoord) volgt meestal een van twee patronen: ge- + stam + -t bij regelmatige werkwoorden (machen → gemacht) en ge- + vaak veranderde stam + -en bij sterke werkwoorden (schreiben → geschrieben). Werkwoorden met een onscheidbaar voorvoegsel en werkwoorden op -ieren krijgen geen ge- (verstehen → verstanden, studieren → studiert); bij een scheidbaar werkwoord komt -ge- tussen het voorvoegsel en de stam (anrufen → angerufen).
Overzicht
Het Partizip II is de Duitse vorm die meestal overeenkomt met het Nederlandse voltooid deelwoord. Je hebt hem vanaf A2 voortdurend nodig voor het Perfekt, een veelgebruikte verleden tijd in gesprekken: Ich habe gekocht (ik heb gekookt) en Sie ist gegangen (zij is gegaan). De vorm staat ook in het passief en kan later als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt.
Voor Nederlandstaligen is veel herkenbaar. Machen – gemacht lijkt op maken – gemaakt en schreiben – geschrieben op schrijven – geschreven. Juist die overeenkomst kan echter tot fouten leiden. De Duitse uitgang van een regelmatig deelwoord is -t, nooit de Nederlandse keuze tussen -d en -t. Bovendien zijn de Duitse regels voor ge- gekoppeld aan het soort voorvoegsel: bezahlen → bezahlt, maar einzahlen → eingezahlt.
De kern is dus niet één lange lijst uit het hoofd leren. Bepaal eerst het type werkwoord: regelmatig, sterk of gemengd; kijk daarna of het een scheidbaar of onscheidbaar voorvoegsel heeft. Bij sterke en gemengde werkwoorden moet je de vorm wel samen met het hele werkwoord leren.
Zo werkt het
Stap 1: herken de infinitief en de stam
De infinitief is de onverbogen woordenboekvorm, zoals machen of arbeiten. De stam is grofweg wat overblijft zonder -en: mach-, arbeit-. Bij werkwoorden op alleen -n, zoals wandern, verdwijnt alleen die -n: wander-.
Regelmatige of zwakke werkwoorden: ge- + stam + -t
Bij regelmatige, ook wel zwakke, werkwoorden verandert de stam niet.
| Infinitief | Stam | Opbouw | Partizip II |
|---|---|---|---|
| machen | mach- | ge-mach-t | gemacht |
| lernen | lern- | ge-lern-t | gelernt |
| kaufen | kauf- | ge-kauf-t | gekauft |
| spielen | spiel- | ge-spiel-t | gespielt |
Eindigt de stam op -t of -d, dan komt er voor de uitspraak meestal een extra e: ge- + stam + -et.
| Infinitief | Partizip II | Niet |
|---|---|---|
| arbeiten | gearbeitet | gearbeitt |
| warten | gewartet | gewartt |
| reden | geredet | geredt |
Die -et komt ook vaak voor bij een moeilijk uitspreekbare stam op -m of -n na een andere medeklinker: atmen → geatmet, rechnen → gerechnet, öffnen → geöffnet. Na l of r is die extra e doorgaans niet nodig: lernen → gelernt, filmen → gefilmt.
Sterke werkwoorden: vaak ge- + veranderde stam + -en
Een sterk werkwoord verandert zijn klinker vaak en eindigt in het Partizip II doorgaans op -en. Je kunt de klinkerverandering niet altijd betrouwbaar voorspellen.
| Infinitief | Partizip II | Nederlands |
|---|---|---|
| schreiben | geschrieben | geschreven |
| finden | gefunden | gevonden |
| sprechen | gesprochen | gesproken |
| nehmen | genommen | genomen |
| essen | gegessen | gegeten |
| fahren | gefahren | gereden/gevaren |
Sommige sterke werkwoorden houden dezelfde stamklinker: kommen → gekommen, schlafen → geschlafen, lesen → gelesen. De uitgang -en blijft daarom het nuttigste herkenningspunt, maar leer altijd de volledige vorm.
Gemengde werkwoorden: stamverandering én -t
Gemengde werkwoorden combineren eigenschappen van beide groepen: hun stam verandert, maar de uitgang is -t. Dit is een kleine, veelgebruikte groep.
| Infinitief | Partizip II | Nederlands |
|---|---|---|
| bringen | gebracht | gebracht |
| denken | gedacht | gedacht |
| kennen | gekannt | gekend |
| nennen | genannt | genoemd |
| wissen | gewusst | geweten |
Scheidbare werkwoorden: ge- komt in het midden
Een scheidbaar werkwoord heeft een voorvoegsel dat in een gewone hoofdzin los van de werkwoordstam kan staan: Ich rufe dich an. In het Partizip II blijft alles één woord, maar ge- komt tussen het voorvoegsel en de stam.
| Infinitief | Opbouw | Partizip II |
|---|---|---|
| aufmachen | auf-ge-mach-t | aufgemacht |
| einkaufen | ein-ge-kauf-t | eingekauft |
| anrufen | an-ge-ruf-en | angerufen |
| aufstehen | auf-ge-stand-en | aufgestanden |
| mitbringen | mit-ge-brach-t | mitgebracht |
Het basiswerkwoord bepaalt de uitgang en een eventuele stamverandering: machen → gemacht, dus zumachen → zugemacht; nehmen → genommen, dus mitnehmen → mitgenommen.
Onscheidbare voorvoegsels: geen ge-
Bij onscheidbare werkwoorden blijft het voorvoegsel altijd aan de stam vast. De belangrijkste onscheidbare voorvoegsels zijn be-, emp-, ent-, er-, ge-, miss-, ver- en zer-. Het Partizip II krijgt dan geen extra ge-.
| Voorvoegsel | Infinitief | Partizip II |
|---|---|---|
| be- | bezahlen | bezahlt |
| emp- | empfehlen | empfohlen |
| ent- | entdecken | entdeckt |
| er- | erzählen | erzählt |
| ver- | verstehen | verstanden |
| zer- | zerbrechen | zerbrochen |
De uitgang blijft afhangen van het basiswerkwoord: het regelmatige erzählen krijgt -t, terwijl de sterke werkwoorden verstehen en zerbrechen op -en eindigen.
Werkwoorden op -ieren: geen ge- en altijd -t
Werkwoorden waarvan de infinitief op -ieren eindigt, vormen het deelwoord zonder ge- en met -t.
| Infinitief | Partizip II |
|---|---|
| studieren | studiert |
| telefonieren | telefoniert |
| reparieren | repariert |
| organisieren | organisiert |
Vergelijk: Ich habe in Berlin studiert, niet gestudiert. Niet elk internationaal klinkend werkwoord valt onder deze regel; de concrete uitgang -ieren is beslissend.
Een praktisch beslisschema
- Eindigt het werkwoord op -ieren? Gebruik dan geen ge- en eindig op -t.
- Heeft het een onscheidbaar voorvoegsel zoals be- of ver-? Gebruik geen ge-.
- Is het voorvoegsel scheidbaar? Zet -ge- na dat voorvoegsel.
- Is het werkwoord zwak? Gebruik -t (soms -et).
- Is het sterk? Gebruik meestal -en en controleer de stam.
- Is het gemengd? Leer de veranderde stam met -t als vaste vorm.
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Ich habe das Abendessen gemacht. | Ik heb het avondeten gemaakt. | Regelmatig: machen → gemacht |
| Wir haben lange gearbeitet. | We hebben lang gewerkt. | Extra e voor de uitgang |
| Sie hat mir eine Nachricht geschickt. | Ze heeft me een bericht gestuurd. | Regelmatig deelwoord |
| Er hat den Brief geschrieben. | Hij heeft de brief geschreven. | Sterk met veranderde stam en -en |
| Hast du schon gegessen? | Heb je al gegeten? | Sterk: essen → gegessen |
| Ich habe die Frage verstanden. | Ik heb de vraag begrepen. | Onscheidbaar ver-, dus geen ge- |
| Die Kinder sind früh aufgestanden. | De kinderen zijn vroeg opgestaan. | Scheidbaar en sterk |
| Meine Schwester hat mich angerufen. | Mijn zus heeft me gebeld. | ge staat na an- |
| Wir haben am Samstag eingekauft. | We hebben zaterdag boodschappen gedaan. | Scheidbaar en regelmatig |
| Er hat Brot mitgebracht. | Hij heeft brood meegenomen. | Gemengde basisvorm gebracht |
| Sie hat in Köln studiert. | Ze heeft in Keulen gestudeerd. | Op -ieren, dus zonder ge- |
| Der Techniker hat den Drucker repariert. | De monteur heeft de printer gerepareerd. | Op -ieren en met -t |
| Ich habe deinen Namen vergessen. | Ik ben je naam vergeten. | Onscheidbaar ver- en sterke uitgang |
| Das Fenster wird geöffnet. | Het raam wordt geopend. | Partizip II in het passief |
In een hoofdzin met het Perfekt staat het vervoegde hulpwerkwoord meestal op positie twee en het Partizip II aan het einde: Wir haben gestern lange gearbeitet. Of het hulpwerkwoord haben of sein is, verandert de vorm van het deelwoord niet: fahren → gefahren in zowel Ich bin gefahren als Ich habe das Auto gefahren.
Veelgemaakte fouten
De Nederlandse uitgang -d overnemen
- Fout: Ich habe Deutsch gelerned.
- Goed: Ich habe Deutsch gelernt.
- Waarom: Duitse regelmatige deelwoorden eindigen op -t of -et. De Nederlandse regel voor -d of -t is hier niet bruikbaar.
Aan elk deelwoord ge- toevoegen
- Fout: Wir haben das Hotel gebezahlt.
- Goed: Wir haben das Hotel bezahlt.
- Waarom: Het onscheidbare voorvoegsel be- blokkeert ge-. Dat geldt ook voor onder meer ver-, er- en ent-.
Ge- vóór een scheidbaar voorvoegsel zetten
- Fout: Sie hat mich geanrufen.
- Goed: Sie hat mich angerufen.
- Waarom: Bij een scheidbaar werkwoord komt ge- tussen het voorvoegsel en de stam: an-ge-rufen.
Bij sterke werkwoorden alleen de uitgang veranderen
- Fout: Er hat den Text geschreiben.
- Goed: Er hat den Text geschrieben.
- Waarom: De stam van een sterk werkwoord kan veranderen. Leer schreiben – geschrieben als woordpaar.
Werkwoorden op -ieren toch ge- geven
- Fout: Ich habe in Utrecht gestudiert.
- Goed: Ich habe in Utrecht studiert.
- Waarom: Een werkwoord op -ieren krijgt geen ge- en eindigt op -t.
De vorm van het Nederlands afleiden
- Fout: Ich habe ihn gebellt voor ‘ik heb hem gebeld’.
- Goed: Ich habe ihn angerufen.
- Waarom: Gelijkende woorden en vormen lopen niet altijd parallel. Leer het Duitse werkwoord met zijn betekenis én deelwoord: anrufen – angerufen.
Gebruiksnotities
Het Partizip II zelf zegt niet welk hulpwerkwoord je nodig hebt. De meeste werkwoorden vormen het Perfekt met haben. Veel werkwoorden van verplaatsing of verandering gebruiken sein, bijvoorbeeld gehen → ist gegangen en einschlafen → ist eingeschlafen. Bleiben gebruikt eveneens sein: ist geblieben. Leer daarom bij een nieuw werkwoord liefst drie onderdelen samen: gehen – ist gegangen, machen – hat gemacht.
In gesproken Duits is het Perfekt zeer gebruikelijk om over het verleden te vertellen. In geschreven verhalen en nieuwsberichten verschijnt vaker het Präteritum (onvoltooid verleden tijd), maar het Partizip II blijft nodig voor andere constructies. Bij sein, haben en modale werkwoorden hoor je bovendien vaak al in gesprekken de korte verleden vormen war, hatte, konnte.
De klemtoon helpt soms om scheidbare en onscheidbare voorvoegsels te herkennen. Een scheidbaar voorvoegsel is doorgaans beklemtoond: UMfahren → umgefahren in de betekenis ‘omverrijden’. Een onscheidbaar voorvoegsel is onbeklemtoond: umFAHren → umfahren in de betekenis ‘omheen rijden’. Bij twijfel geeft een goed woordenboek aan of een werkwoord scheidbaar is.
Verder dan de basis
De volgende toepassingen hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult dezelfde vorm later vaak terugzien.
Dezelfde vorm in het passief
Het handelingspassief wordt gevormd met werden + Partizip II: Die Tür wird geöffnet (de deur wordt geopend). Het toestandspassief gebruikt sein voor het resultaat: Die Tür ist geöffnet (de deur is open/geopend). De vorm geöffnet blijft hetzelfde; alleen het hulpwerkwoord en de betekenis veranderen.
Partizip II als bijvoeglijk naamwoord
Een deelwoord kan direct voor een zelfstandig naamwoord staan en krijgt dan een bijvoeglijke uitgang: die geschlossene Tür (de gesloten deur), ein gut geschriebener Text (een goed geschreven tekst). Een zelfstandig naamwoord is simpel gezegd een woord voor een persoon, zaak of begrip. Welke uitgang het deelwoord krijgt, hangt later af van lidwoord, geslacht en naamval.
Voorvoegsels die twee kanten op kunnen
Voorvoegsels zoals durch-, über-, um-, unter-, wieder- en wider- zijn niet in elk werkwoord automatisch scheidbaar of onscheidbaar. Soms veranderen klemtoon, deelwoord en betekenis samen:
| Werkwoord en betekenis | Partizip II | Voorbeeldbetekenis |
|---|---|---|
| ÜBERsetzen (naar de overkant brengen) | übergesetzt | overgezet |
| überSETZen (vertalen) | übersetzt | vertaald |
| UMfahren (omverrijden) | umgefahren | omvergereden |
| umFAHren (om iets heen rijden) | umfahren | omheen gereden |
Hier is uitspraak dus onderdeel van de grammatica. Leer zulke werkwoorden met klemtoon, betekenis en voorbeeldzin.
De vervangende infinitief
Bij modale werkwoorden staat in sommige voltooide constructies geen gewoon Partizip II, maar een vervangende infinitief: Ich habe nicht kommen können (ik heb niet kunnen komen), niet standaard ich habe nicht kommen gekonnt. Dit is een gevorderd patroon en geen reden om de gewone deelwoorden gekonnt, gemusst enzovoort te vermijden wanneer het modale werkwoord zelfstandig wordt gebruikt: Das habe ich nicht gekonnt.
Oefentips
- Leer werkwoorden in drietallen. Noteer niet alleen schreiben, maar schreiben – schrieb – geschrieben; voeg voor het Perfekt ook het hulpwerkwoord toe: hat geschrieben. Bij A2 kun je eerst infinitief, hulpwerkwoord en Partizip II leren.
- Sorteer nieuwe woorden op patroon. Maak aparte lijsten voor zwakke, sterke, gemengde, scheidbare, onscheidbare en -ieren-werkwoorden. Formuleer daarna met elk woord één korte Perfekt-zin.
- Markeer de bouwstenen hardop. Zeg bijvoorbeeld an – ge – rufen en ver – standen. Zo oefen je tegelijk de plaats van ge- en de klemtoon, in plaats van alleen het geschreven woordbeeld.
Verwante onderwerpen
- Vereiste voorkennis: Perfekt met haben — laat zien hoe je het Partizip II met een vervoegde vorm van haben in een volledige verleden zin gebruikt.
- Volgende stap: Passief in de tegenwoordige tijd — gebruikt werden + Partizip II om de handeling centraal te stellen.
Vereiste kennis
Het Perfekt met *haben* in het DuitsA2Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Oefen Partizip II Bildung in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen