B1

Passief (tegenwoordige tijd) in het Duits

Passiv im Präsens

Overzicht

In het passief (Vorgangspassiv of werden-Passiv) is niet de handelende persoon het onderwerp, maar het object dat de handeling ondergaat. Het Duits vormt het passief met werden als hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord (Partizip II) aan het einde.

Het passief is in het Duits zeer frequent, vooral in formele en technische teksten. In de tegenwoordige tijd gebruik je de vervoegde vorm van werden.

Hoe het werkt

Structuur: Onderwerp + werden (vervoegd) + ... + Partizip II (einde)

Das Buch wird gelesen. — Het boek wordt gelezen.

Van actief naar passief:

  • Actief: Der Lehrer erklärt die Aufgabe. — De leraar legt de opdracht uit.
  • Passief: Die Aufgabe wird (von dem Lehrer) erklärt. — De opdracht wordt (door de leraar) uitgelegd.

Von + datief voor de handelende persoon (optioneel): Das Haus wird von den Arbeitern gebaut. — Het huis wordt door de arbeiders gebouwd.

Modale werkwoorden + passief

Das muss gemacht werden. — Dat moet worden gedaan. Das kann geändert werden. — Dat kan worden veranderd.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Das Buch wird gelesen. Het boek wordt gelezen. Enkelvoud
Die Häuser werden gebaut. De huizen worden gebouwd. Meervoud
Das Essen wird gekocht. Het eten wordt gekookt. Enkelvoud onzijdig
Die Aufgabe wird erklärt. De opdracht wordt uitgelegd. Formeel
Das Auto wird repariert. De auto wordt gerepareerd. reparieren (-iert)
Hier wird Deutsch gesprochen. Hier wordt Duits gesproken. Onpersoonlijk passief
Das muss erledigt werden. Dat moet worden afgehandeld. Modaal + passief
Die Tür wird geöffnet. De deur wordt geopend. Onzijdig deelwoord
Das Paket wird heute geliefert. Het pakket wordt vandaag bezorgd. Tijdsbepaling
Es wird viel diskutiert. Er wordt veel gediscussieerd. Onpersoonlijk

Veelgemaakte fouten

Worden-passief verwarren met worden-toekomst

  • Fout: Das Buch wird lesen (als passief)
  • Correct: Das Buch wird gelesen (Partizip II, niet infinitief)
  • Waarom: Passief = werden + Partizip II. Futur I = werden + infinitief.

"Sein" gebruiken voor vorgangspassief

  • Noot: Das Fenster ist geöffnet = toestandspassief (sein-Passiv), iets anders dan het vorgangspassief.
  • Waarom: Worden-passief = actieve handeling/proces; zijn-passief = resulterende toestand.

Oefentips

  1. Zet actieve zinnen om naar passieve: "Der Lehrer erklärt..." → "Die Aufgabe wird erklärt..."
  2. Lees technische of wetenschappelijke teksten in het Duits en markeer passieve zinnen.
  3. Oefen onpersoonlijk passief: "Hier wird Deutsch gesprochen / viel gearbeitet."

Verwante concepten

Vereiste kennis

Voltooid deelwoord (Partizip II) in het DuitsA2

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Wil je Passief (tegenwoordige tijd) in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen