B1

Verleden tijd: onregelmatige werkwoorden in het Duits

Präteritum: unregelmäßige Verben

Overzicht

Onregelmatige werkwoorden (starke Verben) vormen de Präteritum door een stamklinkerverandering, niet door het toevoegen van -te. Ze eindigen in de ich- en er/sie/es-vormen op géén uitgang, wat ze herkenbaar maakt.

De onregelmatige Präteritum-vormen moeten worden geleerd als woordenschat. Gelukkig zijn er patronen die helpen (bijv. werkwoorden op -ei- → ie: bleiben → blieb, schreiben → schrieb).

Hoe het werkt

Patroon: stam (gewijzigd) + persoonsvorm

  • ich: geen uitgang
  • du: -st
  • er/sie/es: geen uitgang
  • wir: -en
  • ihr: -t
  • sie/Sie: -en
Infinitief Präteritum (ich) Vertaling
kommen kam ik kwam
gehen ging ik ging
schreiben schrieb ik schreef
bleiben blieb ik bleef
sehen sah ik zag
lesen las ik las
fahren fuhr ik reed
stehen stand ik stond
finden fand ik vond
geben gab ik gaf
nehmen nahm ik nam
sprechen sprach ik sprak
trinken trank ik dronk
essen ik at
schlafen schlief ik sliep

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Er kam gestern. Hij kwam gisteren. kommen
Ich ging nach Hause. Ik ging naar huis. gehen
Sie schrieb einen Brief. Zij schreef een brief. schreiben
Wir blieben zu Hause. Wij bleven thuis. bleiben
Er sah mich nicht. Hij zag mij niet. sehen
Ich las das Buch. Ik las het boek. lesen
Sie fuhr nach München. Zij reed naar München. fahren
Er stand vor der Tür. Hij stond voor de deur. stehen
Ich fand das interessant. Ik vond dat interessant. finden
Wir tranken Kaffee. Wij dronken koffie. trinken

Veelgemaakte fouten

Regelmatig Präteritum gebruiken

  • Fout: er kamte / ich gehingte
  • Correct: er kam / ich ging
  • Waarom: Sterke werkwoorden veranderen hun stam en hebben geen -te uitgang.

Präteritum en Partizip II verwarren

  • Fout: ich habe gekam of ich kam gegangen
  • Correct: ich bin gegangen (Partizip II) of ich ging (Präteritum)
  • Waarom: Het Partizip II en de Präteritum zijn twee aparte vormen die je apart moet leren.

Oefentips

  1. Leer de meest voorkomende onregelmatige Präteritum-vormen als woordenschat: kam, ging, sah, las, fuhr.
  2. Let op patronen: -ei- → ie (schreiben → schrieb), -ie- → ie (bleiben → blieb).
  3. Schrijf korte verhalen in de verleden tijd en gebruik zo veel mogelijk onregelmatige werkwoorden.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Verleden tijd: regelmatige werkwoorden in het DuitsB1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Wil je Verleden tijd: onregelmatige werkwoorden in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen