B1

Verleden tijd: sein, haben in het Duits

Präteritum: sein, haben

Overzicht

Hoewel in de spreektaal het perfectum de voorkeur heeft voor de meeste werkwoorden, worden sein en haben in de verleden tijd (Präteritum) ook in de spreektaal veel gebruikt. Dit geldt ook voor de modale werkwoorden. Voor diese werkwoorden is de Präteritum-vorm eigenlijk even gewoon als het perfectum.

De Präteritum van sein en haben moet je uit het hoofd leren — ze zijn onregelmatig.

Hoe het werkt

sein (waren)

Persoon Präteritum
ich war
du warst
er/sie/es war
wir waren
ihr wart
sie/Sie waren

haben (hadden)

Persoon Präteritum
ich hatte
du hattest
er/sie/es hatte
wir hatten
ihr hattet
sie/Sie hatten

Gebruik: In de spreektaal gebruik je war en hatte net zo natuurlijk als bin gewesen en habe gehabt — en vaak zelfs méér. In geschreven taal en bij verhalen gebruik je ook altijd de Präteritum.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Ich war gestern krank. Ik was gisteren ziek. sein verleden
Wo warst du? Waar was jij? sein, vraag
Er war in Berlin. Hij was in Berlijn. sein, locatie
Wir waren sehr müde. Wij waren heel moe. sein, meervoud
Sie hatten keine Zeit. Zij hadden geen tijd. haben, meervoud
Ich hatte Hunger. Ik had honger. haben, enkelvoud
Hattest du Angst? Had jij angst? haben, vraag
Das war toll! Dat was geweldig! sein, uitroep
War das dein Auto? Was dat jouw auto? sein, vraag
Ich hatte keine Ahnung. Ik had geen idee. hebben, ontkenning

Veelgemaakte fouten

Perfectum gebruiken van sein en haben in de spreektaal

  • Noot: Ich war is even correct als Ich bin gewesen in de spreektaal — maar war is korter en vaker gehoord.
  • Waarom: Leer war/hatte gewoon als standaard voor de Präteritum van sein/haben.

"Waren" verwarren met "wären" (Konjunktiv II)

  • Noot: Waren = indicatief verleden (ze waren), wären = Konjunktiv II (ze zouden zijn).
  • Waarom: Let op de umlaut.

Oefentips

  1. Oefen de zes vormen van war en hatte uit het hoofd.
  2. Beschrijf je gisteren: "Gestern war ich..., Ich hatte..."
  3. Vergelijk: ich war vs. ich bin gewesen — ze zijn beide correct.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Perfectum met haben in het DuitsA2

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B1-concepten

Wil je Verleden tijd: sein, haben in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen