Veelvoorkomende onregelmatige werkwoorden in het Catalaans
Verbs Irregulars Comuns
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Catalaans op Settemila Lingue.
In het kort
De werkwoorden anar (gaan), fer (doen of maken), dir (zeggen), poder (kunnen), voler (willen), saber (weten of iets kunnen) en venir (komen) hebben in de tegenwoordige tijd vormen die je niet volledig uit de gewone regels kunt afleiden. Leer vooral de hele reeks én de combinaties waarin deze werkwoorden vaak voorkomen: vaig a la feina, faig el sopar, puc venir en vull un cafè. Het onderwerp staat er in het Catalaans meestal niet bij, omdat de werkwoordsvorm al laat zien wie bedoeld wordt.
Overzicht
Deze zeven werkwoorden behoren tot de meest gebruikte woorden van het Catalaans. Je hebt ze nodig om te vertellen waar je heen gaat, wat je doet, wat iemand zegt, of iets mogelijk is, wat je wilt, wat je weet en waar iemand vandaan komt. Daarom kom je ze al op A1-niveau tegen, ook al gedragen ze zich niet allemaal volgens één herkenbaar patroon.
Een infinitief (de onbepaalde vorm van een werkwoord, zoals Nederlands gaan of komen) eindigt in het Catalaans meestal op -ar, -er, -re of -ir. Bij regelmatige werkwoorden kun je de uitgangen aan zo'n vorm koppelen. Bij deze zeven werkwoorden verandert ook de stam, vooral in het enkelvoud. Zo wordt anar bij jo niet iets als ano, maar vaig.
Voor Nederlandstaligen zijn twee gewoonten extra belangrijk. Ten eerste laat het Catalaans het onderwerp (degene die iets doet) vaak weg: Puc venir is letterlijk opgebouwd zonder jo, maar betekent gewoon ‘Ik kan komen’. Ten tweede valt een Nederlandse vertaling niet altijd precies samen met één Catalaans werkwoord. Nederlands kunnen wordt bijvoorbeeld poder bij mogelijkheid, maar saber bij een aangeleerde vaardigheid.
Zo werkt het
Personen en weggelaten onderwerpen
De onderstaande tabellen gebruiken de zes basispersonen. Vostè is het beleefde enkelvoud ‘u’ en krijgt dezelfde vorm als ell/ella. Vostès is het beleefde meervoud en krijgt dezelfde vorm als ells/elles. In een gewone zin worden deze voornaamwoorden vaak weggelaten:
- Vaig a casa. — Ik ga naar huis.
- Voleu pa? — Willen jullie brood?
- Saben la resposta. — Zij weten het antwoord, of: u weet het antwoord (meervoud/beleefd).
Zonder context kan een vorm soms meer dan één onderwerp hebben. Meestal maakt het gesprek duidelijk wie bedoeld wordt. Voeg het voornaamwoord toe als je iemand tegenover een ander zet: Jo vinc, però ella no ve — Ik kom, maar zij niet.
Anar: gaan
| Persoon | Vorm | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| jo | vaig | ik ga |
| tu | vas | jij gaat |
| ell/ella/vostè | va | hij/zij gaat, u gaat |
| nosaltres | anem | wij gaan |
| vosaltres | aneu | jullie gaan |
| ells/elles/vostès | van | zij gaan, u gaat |
De vormen in het enkelvoud en de derde persoon meervoud beginnen met v-, terwijl anem en aneu herkenbaar bij anar blijven. Een bestemming krijgt gewoonlijk a: Vaig a Girona. Voor ‘naar huis’ staat meestal geen lidwoord: Anem a casa.
Fer: doen en maken
| Persoon | Vorm | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| jo | faig | ik doe/maak |
| tu | fas | jij doet/maakt |
| ell/ella/vostè | fa | hij/zij doet/maakt, u doet/maakt |
| nosaltres | fem | wij doen/maken |
| vosaltres | feu | jullie doen/maken |
| ells/elles/vostès | fan | zij doen/maken, u doet/maakt |
Waar het Nederlands meestal kiest tussen doen en maken, gebruikt het Catalaans heel vaak één werkwoord: fer. Denk aan fer el sopar (het avondeten maken), fer esport (sporten), fer una pregunta (een vraag stellen) en fer una foto (een foto maken). Ook bij het weer is fer onmisbaar: Fa fred betekent ‘Het is koud’.
Dir: zeggen
| Persoon | Vorm | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| jo | dic | ik zeg |
| tu | dius | jij zegt |
| ell/ella/vostè | diu | hij/zij zegt, u zegt |
| nosaltres | diem | wij zeggen |
| vosaltres | dieu | jullie zeggen |
| ells/elles/vostès | diuen | zij zeggen, u zegt |
Dir wordt vaak gevolgd door wat er gezegd wordt: Diu que no té temps — Zij zegt dat ze geen tijd heeft. Staat er ook een ontvanger bij, dan zie je bijvoorbeeld em (tegen mij) of li (tegen hem, haar of u): Em diu la veritat — Hij vertelt mij de waarheid. De wederkerende combinatie dir-se gebruik je om te zeggen hoe iemand heet: Em dic Noor — Ik heet Noor.
Poder: kunnen, mogelijk zijn
| Persoon | Vorm | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| jo | puc | ik kan |
| tu | pots | jij kunt |
| ell/ella/vostè | pot | hij/zij kan, u kunt |
| nosaltres | podem | wij kunnen |
| vosaltres | podeu | jullie kunnen |
| ells/elles/vostès | poden | zij kunnen, u kunt |
Na poder komt rechtstreeks een infinitief, dus zonder een woord dat overeenkomt met Nederlands te: Puc entrar? — Kan ik binnenkomen? No podem venir — Wij kunnen niet komen. Poder gaat om mogelijkheid, toestemming of omstandigheden, niet in de eerste plaats om een vaardigheid die je hebt geleerd.
Voler: willen
| Persoon | Vorm | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| jo | vull | ik wil |
| tu | vols | jij wilt |
| ell/ella/vostè | vol | hij/zij wil, u wilt |
| nosaltres | volem | wij willen |
| vosaltres | voleu | jullie willen |
| ells/elles/vostès | volen | zij willen, u wilt |
Voler kan voor een zelfstandig naamwoord staan, dus voor een woord waarmee je een persoon, zaak of begrip benoemt: Vull aigua — Ik wil water. Het kan ook rechtstreeks een infinitief krijgen: Volem descansar — Wij willen uitrusten. Ook hier komt geen voorzetsel tussen beide werkwoorden.
Saber: weten en weten hoe iets moet
| Persoon | Vorm | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| jo | sé | ik weet/kan |
| tu | saps | jij weet/kunt |
| ell/ella/vostè | sap | hij/zij weet/kan, u weet/kunt |
| nosaltres | sabem | wij weten/kunnen |
| vosaltres | sabeu | jullie weten/kunnen |
| ells/elles/vostès | saben | zij weten/kunnen, u weet/kunt |
Gebruik saber voor kennis: Sé la resposta — Ik weet het antwoord. Met een infinitief betekent het dat iemand weet hoe iets moet en dus de vaardigheid beheerst: Sap nedar — Hij kan zwemmen. Dat verschilt van Pot nedar, dat bijvoorbeeld betekent dat zwemmen op dat moment mogelijk of toegestaan is.
Voor het kennen van een persoon, plaats of onderwerp door ervaring gebruikt het Catalaans vaak conèixer, niet saber: Conec Barcelona — Ik ken Barcelona.
Venir: komen
| Persoon | Vorm | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| jo | vinc | ik kom |
| tu | vens | jij komt |
| ell/ella/vostè | ve | hij/zij komt, u komt |
| nosaltres | venim | wij komen |
| vosaltres | veniu | jullie komen |
| ells/elles/vostès | venen | zij komen, u komt |
Venir beschrijft een beweging naar de plaats van de spreker, gesprekspartner of het gekozen gezichtspunt: Vens a casa meva? — Kom je naar mijn huis? Voor de herkomst gebruik je de: Vinc de Brussel·les — Ik kom uit Brussel. Het contrast met anar lijkt meestal op dat tussen Nederlands komen en gaan, maar het gekozen gezichtspunt kan per situatie verschillen.
De belangrijkste patronen naast elkaar
Het is niet nodig om één verborgen regel voor alle vormen te zoeken; die bestaat niet. Wel helpen deze groepen bij het onthouden:
- Alleen de vormen voor nosaltres en vosaltres zijn vaak vrij herkenbaar: anem/aneu, fem/feu, podem/podeu, volem/voleu, sabem/sabeu, venim/veniu.
- De jo-vormen moet je bewust leren: vaig, faig, dic, puc, vull, sé, vinc.
- Poder, voler en saber kunnen direct voor een tweede infinitief staan.
- Fer en dir leer je het best samen met vaste woordcombinaties, niet als los vertaalwoord.
Voorbeelden in context
| Catalaans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Vaig a la feina amb bicicleta. | Ik ga met de fiets naar mijn werk. | anar a + bestemming |
| On aneu aquest vespre? | Waar gaan jullie vanavond heen? | aneu bij vosaltres |
| Què fas ara? | Wat doe je nu? | In context ook: waar ben je mee bezig? |
| Avui fa molta calor. | Vandaag is het erg warm. | vaste weeruitdrukking met fer |
| Et dic una cosa. | Ik vertel je iets. | et geeft de ontvanger aan |
| La meva germana diu que sí. | Mijn zus zegt ja. | dir que + mededeling |
| No puc venir demà. | Ik kan morgen niet komen. | mogelijkheid met poder |
| Podem seure aquí? | Kunnen we hier zitten? | vraag om toestemming |
| Vols un cafè? | Wil je koffie? | voler + zelfstandig naamwoord |
| Volem aprendre català. | We willen Catalaans leren. | voler + infinitief |
| No sé on és l'estació. | Ik weet niet waar het station is. | kennis met saber |
| Saps conduir? | Kun je autorijden? | aangeleerde vaardigheid |
| Vinc de la biblioteca. | Ik kom uit de bibliotheek. | herkomst met de |
| Els meus amics venen a sopar. | Mijn vrienden komen eten. | venen bij meervoud |
| Jo faig el dinar i tu fas les postres. | Ik maak de lunch en jij maakt het nagerecht. | voornaamwoorden markeren het contrast |
Veelgemaakte fouten
Een regelmatige vorm verzinnen
- Onjuist: Jo ano a casa.
- Juist: Vaig a casa.
- Waarom: De eerste persoon enkelvoud van anar is vaig. De vorm is niet af te leiden door simpelweg een gewone uitgang aan an- te zetten.
Het onderwerp altijd noemen
- Minder natuurlijk zonder nadruk: Jo puc venir i jo vull ajudar.
- Gewoonlijk natuurlijker: Puc venir i vull ajudar.
- Waarom: In het Nederlands is ik verplicht, maar het Catalaans laat jo meestal weg. Gebruik jo wel bij tegenstelling of nadruk: Jo puc venir, però ell no.
Poder en saber allebei als Nederlands ‘kunnen’ behandelen
- Onjuist voor een vaardigheid: No puc nedar als je bedoelt dat je nooit hebt leren zwemmen.
- Juist: No sé nedar.
- Waarom: Saber + infinitief drukt een aangeleerde vaardigheid uit. No puc nedar betekent eerder dat zwemmen nu niet mogelijk of toegestaan is, bijvoorbeeld door een blessure.
Een voorzetsel vóór de tweede infinitief zetten
- Onjuist: Vull de descansar.
- Juist: Vull descansar.
- Waarom: Na voler, poder en saber volgt de infinitief rechtstreeks: vull sortir, podem parlar, sap cuinar.
Saber gebruiken voor vertrouwd zijn met iemand of een plaats
- Onjuist: Sé aquesta ciutat.
- Juist: Conec aquesta ciutat.
- Waarom: Saber gaat om feiten, informatie en weten hoe iets moet. Conèixer betekent dat je een persoon, plaats of onderwerp kent doordat je ermee vertrouwd bent.
Nederlands ‘gaan’ automatisch met een toekomstige handeling kopiëren
- Onhandig als gewone toekomst: Demà vaig a estudiar wanneer je alleen ‘Morgen ga ik studeren’ als toekomstplan bedoelt.
- Duidelijk: Demà estudiaré of, in een passende context, Demà estudio.
- Waarom: Nederlands gebruikt gaan + infinitief heel ruim voor de nabije toekomst. In het Catalaans kan anar a + infinitief echte beweging of een op handen zijnde handeling benadrukken, maar het is niet in elke toekomstzin de vanzelfsprekende keuze.
Gebruik
Fer komt in veel vaste combinaties voor. Vertaal die als geheel: fer cas is ‘luisteren/gehoor geven’, fer falta is ‘nodig zijn’ en fer tard is ‘laat worden’. Voor beginners zijn fer esport, fer una pregunta, fer una foto en de weeruitdrukkingen het nuttigst.
Met voler kun je in een café rechtstreeks iets bestellen: Vull un cafè, si us plau. Dat is grammaticaal goed, maar intonatie en si us plau maken het vriendelijker. In beleefdere of formelere situaties hoor je later ook voldria (‘ik zou graag willen’) en podria (‘zou u/ik kunnen’).
Bij venir en anar hangt de keuze af van het gezichtspunt. Iemand die al op het feest is, kan vragen Vens a la festa?; je beschrijft de beweging dan richting die persoon. Praat je alleen over een bestemming elders, dan ligt anar meer voor de hand: Vaig a la festa a les nou.
De spelling sé heeft een accent in de vorm ‘ik weet’. De hedendaagse spelling schrijft de tegenwoordige vormen vens en ve van venir zonder accent. In oudere teksten en lesmaterialen kun je nog véns en vé aantreffen.
Verder dan de basis
De volgende punten hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar ze verklaren vormen die je al snel zult tegenkomen.
Ten eerste werkt anar ook als hulpwerkwoord in de veelgebruikte verleden tijd die de passat perifràstic heet. Een hulpwerkwoord ondersteunt daar een tweede werkwoord; de tijdsbetekenis zit in de hele combinatie. Vaig parlar amb ella betekent ‘Ik sprak/heb met haar gesproken’, niet ‘Ik ga met haar praten’. Let op het verschil:
- Vaig a parlar amb ella. — Ik ga naar haar toe om te praten / ik sta op het punt met haar te praten.
- Vaig parlar amb ella. — Ik heb met haar gesproken.
Het kleine woord a verandert de structuur dus volledig. De andere verleden vormen in deze constructie zijn onder meer vas parlar, va parlar, vam parlar, vau parlar, van parlar.
Ten tweede hebben sommige werkwoorden opvallende bevelsvormen. Een gebiedende wijs is de vorm waarmee je een opdracht of verzoek geeft. Veelvoorkomende voorbeelden zijn ves! (ga!), fes! (doe/maak!), digues! (zeg!), vine! (kom!) en sapigueu! in formelere of meervoudige contexten. Leer zulke vormen pas wanneer je opdrachten gaat oefenen; ze volgen niet simpelweg uit de tabellen hierboven.
Ten derde verschijnen dezelfde stammen in andere tijden en wijzen niet altijd op dezelfde manier. Je krijgt bijvoorbeeld podria (zou kunnen), voldria (zou willen), sabria (zou weten) en vormen als faci en vingui in de aanvoegende wijs (een werkwoordsvorm die onder meer na wens, twijfel of noodzaak voorkomt). De tegenwoordige tijd uit dit artikel blijft daarbij de basis, maar probeer latere vormen niet zelf te voorspellen vanuit alleen puc of vinc.
Oefentips
- Leer horizontaal per persoon. Zeg eerst alle jo-vormen achter elkaar: vaig, faig, dic, puc, vull, sé, vinc. Doe daarna hetzelfde met tu en nosaltres. Zo oefen je precies waar de stammen wisselen.
- Maak vaste tweetallen. Koppel elk werkwoord aan een bruikbare aanvulling: anar a casa, fer esport, dir la veritat, poder entrar, voler descansar, saber cuinar, venir de la feina. Een combinatie blijft beter hangen dan een los woord.
- Vergelijk Nederlandse zinnen bewust. Neem zinnen met kunnen, doen/maken en gaan en bepaal eerst de betekenis. Is kunnen een vaardigheid of een mogelijkheid? Is gaan echte beweging of alleen toekomst? Kies pas daarna het Catalaanse werkwoord.
Verwante onderwerpen
- Eerst handig: Onderwerpsvoornaamwoorden — laat zien welke persoon bij elke werkwoordsvorm hoort en waarom het onderwerp vaak wegvalt.
- Volgende stap: Modale werkwoorden: poder, voler en saber — behandelt mogelijkheid, wens en vaardigheid uitgebreider.
- Later: Werkwoordelijke omschrijvingen — gaat verder met combinaties van een vervoegd werkwoord en een infinitief of andere werkwoordsvorm.
Vereiste kennis
Onderwerpsvoornaamwoorden in het CatalaansA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Verbs Irregulars Comuns in Catalaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Catalaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen