Werkwoorden met datief in het Duits
Verben mit Dativ
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.
In het kort
Sommige Duitse werkwoorden eisen een datiefobject: Ich helfe dir, Der Mantel gehört ihr. Leer deze werkwoorden daarom meteen met jemandem (“aan/voor iemand”): jemandem helfen, jemandem danken, jemandem gefallen. Vooral bij gefallen, schmecken en passen is de persoon niet het onderwerp, maar het datiefobject.
Overzicht
De datief is een naamval: een vorm die laat zien welke functie een woordgroep in de zin heeft. Een object is een persoon of zaak die bij het werkwoord betrokken is zonder zelf de handeling uit te voeren. Bij de werkwoorden in dit artikel staat dat object in de datief. Dat zie je duidelijk aan vormen als mir, dir, ihm en ihr, maar ook aan lidwoorden als dem en der.
Dit onderwerp wordt meestal op A2 geïntroduceerd, nadat je de datiefvoornaamwoorden hebt geleerd. De kern is eenvoudig: niet de Nederlandse vertaling, maar het Duitse werkwoord bepaalt de naamval. Vergelijk Ich sehe dich (“ik zie jou”, accusatief) met Ich helfe dir (“ik help jou”, datief). In het Nederlands hebben jou en mij hier geen aparte naamvalsvorm; daardoor is de Duitse keuze niet vanzelf te horen.
Zes veelgebruikte werkwoorden staan centraal: helfen (helpen), danken (bedanken), gefallen (bevallen/leuk vinden), gehören (toebehoren), schmecken (smaken) en passen (passen/uitkomen). De laatste vier vragen extra aandacht, omdat Duits de situatie vaak anders opbouwt dan Nederlands.
Zo werkt het
Het werkwoord kiest de naamval
Leer een datiefwerkwoord met het onbepaalde voornaamwoord jemandem. Dat betekent “iemand” in de datief en maakt het vereiste patroon zichtbaar.
| Patroon | Gewone Nederlandse weergave | Kernidee |
|---|---|---|
| jemandem helfen | iemand helpen | De geholpen persoon staat in de datief. |
| jemandem danken | iemand bedanken | De persoon die de dank ontvangt staat in de datief. |
| jemandem gefallen | iemand bevallen; iemand vindt iets leuk | De persoon die iets leuk vindt staat in de datief. |
| jemandem gehören | van iemand zijn; iemand toebehoren | De eigenaar staat in de datief. |
| jemandem schmecken | iemand smaken; iemand vindt iets lekker | De proever staat in de datief. |
| jemandem passen | iemand passen; iemand goed uitkomen | De drager of betrokken persoon staat in de datief. |
Welke vormen heb je nodig?
Een persoonlijk voornaamwoord vervangt een naam of zelfstandig naamwoord, zoals Nederlands ik, jou of haar. In de Duitse datief hebben die voornaamwoorden eigen vormen.
| Persoon | Datief | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ik | mir | Das gefällt mir. |
| jij | dir | Ich helfe dir. |
| hij | ihm | Der Anzug passt ihm. |
| zij | ihr | Das Buch gehört ihr. |
| het | ihm | Das schadet ihm. |
| wij | uns | Die Suppe schmeckt uns. |
| jullie | euch | Passt der Termin euch? |
| zij | ihnen | Wir danken ihnen. |
| u | Ihnen | Ich danke Ihnen. |
Let op de hoofdletter in Ihnen wanneer het “u” betekent. ihnen met een kleine letter verwijst naar “hen”. Aan het begin van een zin staat natuurlijk in beide gevallen een hoofdletter; de context geeft dan de betekenis.
Bij zelfstandige naamwoorden verandert meestal vooral het lidwoord:
| Geslacht/getal | Bepaald lidwoord | Onbepaald lidwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| mannelijk | dem | einem | dem Mann helfen |
| vrouwelijk | der | einer | der Frau danken |
| onzijdig | dem | einem | dem Kind gefallen |
| meervoud | den | — | den Gästen schmecken |
In het meervoud krijgt het zelfstandig naamwoord meestal ook -n als die uitgang er nog niet staat: den Kindern, den Freunden. Woorden die al op -n of -s eindigen, krijgen doorgaans geen extra uitgang: den Frauen, den Autos.
Twee soorten zinsbouw
Bij helfen en danken lijkt de zinsbouw sterk op het Nederlands:
- Ich helfe meiner Nachbarin. — Ik help mijn buurvrouw.
- Wir danken dem Fahrer. — Wij bedanken de chauffeur.
Het onderwerp (ich, wir) handelt; de andere persoon is het datiefobject.
Bij gefallen, gehören, schmecken en vaak passen is de blikrichting anders. De zaak is grammaticaal het onderwerp (wie of wat de persoonsvorm bepaalt), terwijl de ervaarder, eigenaar of drager in de datief staat:
- Das Lied gefällt mir. — Ik vind het lied mooi/leuk.
- Die Schlüssel gehören ihr. — De sleutels zijn van haar.
- Die Nudeln schmecken den Kindern. — De kinderen vinden de pasta lekker.
- Die Schuhe passen ihm. — De schoenen passen hem.
Kijk naar de persoonsvorm: Das Lied gefällt is enkelvoud, maar Die Lieder gefallen is meervoud. Het getal van het datiefobject verandert de persoonsvorm niet: Das Lied gefällt mir en Das Lied gefällt meinen Freunden.
Vragen en ontkenning
Naar een persoon in de datief vraag je met wem? (“aan/voor wie?”):
- Wem gehört das Fahrrad? — Van wie is de fiets?
- Wem schmeckt die Suppe? — Wie vindt de soep lekker?
- Wem hilfst du? — Wie help je?
Voor ontkenning staat nicht meestal bij het deel dat ontkend wordt: Das gefällt mir nicht en Der Termin passt mir nicht. Een datiefobject wordt niet met kein ontkend; kein hoort bij een zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord, bijvoorbeeld Ich helfe keinem Kollegen.
Aanvullingen bij het werkwoord
Het datiefobject kan naast andere zinsdelen staan. Die aanvullingen veranderen de naamval van de persoon niet:
- jemandem bei etwas helfen: Sie hilft mir bei der Arbeit.
- jemandem für etwas danken: Ich danke Ihnen für Ihre Geduld.
- jemandem gut/nicht gefallen: Die Wohnung gefällt uns gut.
- jemandem sehr/nicht schmecken: Der Kuchen schmeckt den Gästen sehr.
In für Ihre Geduld veroorzaakt für zelf de accusatief. Dat staat los van Ihnen, het datiefobject van danken.
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Kannst du mir mit dem Koffer helfen? | Kun je mij met de koffer helpen? | helfen met een voornaamwoord in de datief |
| Die Ärztin hilft dem Patienten. | De arts helpt de patiënt. | mannelijk: dem |
| Ich danke Ihnen für Ihre Nachricht. | Ik bedank u voor uw bericht. | formeel “u” |
| Wir danken unseren Freunden für die Einladung. | We bedanken onze vrienden voor de uitnodiging. | meervoud met -n |
| Das Essen schmeckt mir. | Ik vind het eten lekker. | het eten is onderwerp |
| Die scharfe Soße schmeckt den Kindern nicht. | De kinderen vinden de pittige saus niet lekker. | schmecken met ontkenning |
| Gefällt dir die neue Wohnung? | Vind je de nieuwe woning mooi? | in de vraag blijft die Wohnung onderwerp |
| Die alten Fotos gefallen meiner Mutter besonders gut. | Mijn moeder vindt de oude foto's bijzonder mooi. | meervoudig onderwerp: gefallen |
| Der Mantel gehört ihr. | De mantel is van haar. | de eigenaar staat in de datief |
| Wem gehört dieser Regenschirm? | Van wie is deze paraplu? | vraagwoord wem |
| Das blaue Hemd passt ihm perfekt. | Het blauwe overhemd past hem perfect. | kleding en maat |
| Passt euch Freitagabend? | Komt vrijdagavond jullie uit? | passen voor een afspraak |
| Die neue Aufgabe passt mir gut. | De nieuwe taak past goed bij mij. | geschikt zijn voor iemand |
| Diese Farbe gefällt uns, aber sie passt dem Sofa nicht. | We vinden deze kleur mooi, maar hij past niet bij de bank. | twee datiefrelaties, met verschillende betekenissen |
Veelgemaakte fouten
1. Een accusatief gebruiken naar Nederlands gevoel
- Fout: Ich helfe dich.
- Goed: Ich helfe dir.
- Waarom: Nederlands “ik help jou” geeft geen bruikbare aanwijzing voor de Duitse naamval. helfen eist een datiefobject.
2. De persoon tot onderwerp van gefallen maken
- Fout: Ich gefalle das Lied.
- Goed: Das Lied gefällt mir.
- Waarom: Duits bouwt dit op als “het lied bevalt mij”. Das Lied is onderwerp; mir is datief. Ich gefalle ... betekent dat ík iemand beval, bijvoorbeeld Ich gefalle ihm (“hij vindt mij aantrekkelijk/leuk”).
3. De persoonsvorm laten aansluiten bij de persoon in de datief
- Fout: Die Schuhe passt mir.
- Goed: Die Schuhe passen mir.
- Waarom: Die Schuhe is een meervoudig onderwerp en bepaalt dus passen. Mir heeft geen invloed op de persoonsvorm.
4. Bezit met een Nederlandse constructie nabouwen
- Fout: Der Mantel gehört von ihr.
- Goed: Der Mantel gehört ihr.
- Waarom: Voor de eigenaar gebruikt gehören rechtstreeks de datief, zonder von. Nederlands “de mantel is van haar” kan je hier op het verkeerde spoor zetten.
5. für gebruiken voor de persoon na danken
- Fout: Ich danke für Ihnen.
- Goed: Ich danke Ihnen für die Hilfe.
- Waarom: De persoon staat direct in de datief. für + accusatief noemt datgene waarvoor je bedankt: für die Hilfe.
6. schmecken verwarren met zelf proeven
- Fout voor de bedoelde betekenis: Ich schmecke die Suppe, als je wilt zeggen dat je de soep lekker vindt.
- Goed: Die Suppe schmeckt mir.
- Waarom: Die Suppe schmeckt mir beoordeelt de smaak. Ich schmecke die Suppe betekent eerder “ik proef de soep” of “ik kan de soep proeven”.
Gebruiksnotities
gefallen drukt meestal een positieve indruk, smaak of waardering uit: Der Film gefällt mir. Voor alledaags “ik vind het leuk” hoor je ook Ich mag es, maar de constructie is anders: bij mögen is de persoon onderwerp en het geliefde ding accusatief. Vergelijk Ich mag den Film met Der Film gefällt mir.
schmecken gaat hoofdzakelijk over smaak. Das schmeckt mir betekent dat iets je lekker smaakt. In een restaurant is Hat es Ihnen geschmeckt? een gebruikelijke beleefde vraag: “Heeft het u gesmaakt?”
passen heeft meerdere veelvoorkomende toepassingen. Kleding kan qua maat passen (Die Jacke passt mir), een kleur of stijl kan ergens bij passen (Die Schuhe passen zum Kleid), en een tijdstip kan iemand uitkomen (Passt dir morgen?). Bij zu komt bovendien een datief door het voorzetsel: zum Kleid is zu dem Kleid.
danken klinkt vaak iets formeler dan Nederlands “bedanken”, vooral in volledige zinnen. Danke! en Vielen Dank! zijn gewone korte uitingen; zodra de ontvanger genoemd wordt, krijg je bijvoorbeeld Ich danke dir of Wir danken Ihnen.
Verder dan de basis
De volgende punten hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.
Er bestaan meer werkwoorden met een datiefobject, waaronder antworten (antwoorden), folgen (volgen), fehlen (ontbreken/missen), vertrauen (vertrouwen), zuhören (luisteren naar), widersprechen (tegenspreken) en zustimmen (instemmen met). Ook daar kan Nederlands misleiden: Ich folge ihm is “ik volg hem”, en Bitte hör mir zu is “luister alsjeblieft naar mij”. Leer elk nieuw werkwoord met zijn naamval in plaats van te raden via de vertaling.
Sommige datiefwerkwoorden kunnen daarnaast een ander object of een voorzetselgroep krijgen. In Die Arbeit gefällt mir is alleen mir datief. In Ich vertraue ihm die Schlüssel an hoort ihm bij de persoon, terwijl die Schlüssel accusatief is. Zulke combinaties vragen later ook kennis van de volgorde van objecten.
De plaats van het datiefobject is niet volkomen vast. Een onbeklemtoond voornaamwoord staat vaak vroeg: Das gefällt mir sehr; Ich habe ihm gestern geholfen. Door een zinsdeel vooraan te zetten kun je het onderwerp benadrukken of aansluiten bij de vorige zin: Meiner Schwester gefällt der Film, mir aber nicht. De naamval blijft daarbij gelijk, ook als de woordvolgorde verandert.
Ten slotte heeft gehören ook de constructie zu + datief wanneer iets deel uitmaakt van een groep of categorie: Österreich gehört zur Europäischen Union. Dat is iets anders dan bezit in Das Fahrrad gehört meiner Schwester. In het eerste voorbeeld komt de datief van zu; in het tweede voorbeeld eist gehören zelf de datief voor de eigenaar.
Oefentips
- Leer steeds een compleet patroon. Schrijf niet alleen helfen = helpen, maar jemandem helfen: Ich helfe dir; wir helfen dem Kind. Zo sla je de naamval tegelijk met het werkwoord op.
- Draai Nederlandse zinnen bewust om. Maak van “ik vind het boek mooi” eerst “het boek bevalt mij” en vertaal dan: Das Buch gefällt mir. Doe hetzelfde met eten, kleding en afspraken.
- Controleer onderwerp en persoonsvorm. Onderstreep in Die Schuhe passen mir eerst die Schuhe. Zet de zin daarna in het enkelvoud: Der Schuh passt mir. Zo oefen je dat niet mir, maar het onderwerp de werkwoordsvorm bepaalt.
Verwante onderwerpen
- Vooraf: Datiefvoornaamwoorden — de vormen mir, dir, ihm, ihr, uns, euch, ihnen en Ihnen die deze werkwoorden nodig hebben.
Vereiste kennis
Voornaamwoorden in de Duitse datiefA2Meer A2-concepten
Oefen Verben mit Dativ in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen