A1

Getallen en tijd in het Duits

Zahlen und Uhrzeit

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.

In het kort

Duitse getallen worden meestal als één woord geschreven: 21 = einundzwanzig, letterlijk ‘een-en-twintig’. Bij kloktijden is halb drei 2.30 uur, net als Nederlands ‘half drie’; voor afspraken gebruik je um, voor dagen am en voor maanden of jaren im. Een datum krijgt een rangtelwoord: Heute ist der dritte Mai, maar na am wordt dat am dritten Mai.

Overzicht

Getallen en tijdsaanduidingen heb je voortdurend nodig: om een prijs te begrijpen, een telefoonnummer door te geven, een afspraak te maken of een vertrekdatum te noemen. Daarom hoort dit onderwerp bij A1. De kern bestaat uit hoofdtelwoorden (woorden waarmee je aantallen noemt), kloktijden, weekdagen, maanden en eenvoudige datums.

Voor Nederlandstaligen voelt veel vertrouwd. Zowel Nederlands als Duits zet bij 21 eerst de eenheid en daarna het tiental: eenentwintig en einundzwanzig. Ook halb drei komt overeen met ‘half drie’. Juist die gelijkenis kan echter tot slordigheden leiden: Duitse getallen hebben hun eigen spelling, eins verandert soms in ein, zelfstandige naamwoorden als Montag en Mai krijgen een hoofdletter, en een datum heeft een grammaticale uitgang.

De eenvoudige regels staan hieronder voorop. Uitspraakvarianten, jaartallen en bijzondere datumvormen komen pas later, zodat je eerst een bruikbare basis kunt opbouwen.

Hoe het werkt

De getallen van 0 tot en met 20

Deze vormen kun je het best uit het hoofd leren. Vooral 11 en 12 zijn onregelmatig, en bij 16 en 17 valt een deel van sechs of sieben weg.

Cijfer Duits Cijfer Duits
0 null 10 zehn
1 eins 11 elf
2 zwei 12 zwölf
3 drei 13 dreizehn
4 vier 14 vierzehn
5 fünf 15 fünfzehn
6 sechs 16 sechzehn
7 sieben 17 siebzehn
8 acht 18 achtzehn
9 neun 19 neunzehn
20 zwanzig

Gebruik eins wanneer het getal zelfstandig staat: Wie viel kostet das? – Eins. Voor een zelfstandig naamwoord gedraagt ‘één’ zich vaak als het lidwoord ein: ein Euro, eine Stunde, ein Kind. Dat verschil zie je ook bij de klok: Es ist ein Uhr, niet eins Uhr. Bij rekenen en tellen blijft het doorgaans eins: eins plus zwei ist drei.

Tientallen en samengestelde getallen

De tientallen zijn:

Getal Duits Getal Duits
20 zwanzig 60 sechzig
30 dreißig 70 siebzig
40 vierzig 80 achtzig
50 fünfzig 90 neunzig

Let op drie vormen: dreißig heeft -ßig, sechzig verliest de s van sechs en siebzig verliest -en van sieben.

Van 21 tot en met 99 is de bouwregel:

eenheid + und + tiental

Zo krijg je einundzwanzig (21), fünfundvierzig (45) en achtundneunzig (98). Het hele getal wordt aaneengeschreven. Dit lijkt sterk op Nederlands, maar und is verplicht: 24 is vierundzwanzig, niet vierzwanzig. Bij 21, 31 enzovoort staat ein, niet eins: einunddreißig.

Honderden, duizenden en grotere aantallen

Voor de basis gebruik je de volgende bouwstenen:

Getal Duits Opmerking
100 hundert / einhundert beide zijn mogelijk
101 hunderteins / einhunderteins zonder und na hundert
125 hundertfünfundzwanzig als één woord
1.000 tausend / eintausend beide zijn mogelijk
2.000 zweitausend als één woord
1.000.000 eine Million Million is een zelfstandig naamwoord

In hundertfünfundzwanzig staat dus geen extra und tussen honderd en vijfentwintig. Dat verschilt van sommige andere talen, maar sluit goed aan bij Nederlands ‘honderdvijfentwintig’. Million en Milliarde worden met een hoofdletter geschreven en hebben een meervoud: zwei Millionen.

In Duitse getallen is de punt gewoonlijk het scheidingsteken voor duizendtallen en de komma het decimaalteken: 1.500 Euro en 2,5 Kilometer. Dat is hetzelfde systeem als in Nederland en België, al kun je in internationale digitale omgevingen andere notaties tegenkomen.

Kloktijden vragen en zeggen

Je kunt naar de tijd vragen met Wie spät ist es? of Wie viel Uhr ist es? Het antwoord begint vaak met Es ist ....

Tijd Neutrale of officiële vorm Gewone spreektaal
1.00 ein Uhr ein Uhr
2.05 zwei Uhr fünf fünf nach zwei
2.15 zwei Uhr fünfzehn Viertel nach zwei
2.30 zwei Uhr dreißig halb drei
2.45 zwei Uhr fünfundvierzig Viertel vor drei
2.55 zwei Uhr fünfundfünfzig fünf vor drei
14.30 vierzehn Uhr dreißig halb drei (’s middags)

De 24-uursklok wordt veel gebruikt in dienstregelingen, aankondigingen en formele afspraken: Der Zug fährt um siebzehn Uhr zwölf ab. In een gewoon gesprek gebruikt men vaak een 12-uursvorm. Als het moment niet duidelijk is, voeg je iets toe: um acht Uhr morgens, um drei Uhr nachmittags of um elf Uhr abends.

nach betekent ‘over’ en vor betekent ‘voor’: zehn nach sechs is 6.10 uur; fünf vor neun is 8.55 uur. Net als in het Nederlands kijkt halb drei vooruit naar drie uur en betekent het 2.30 uur.

Gebruik um voor een exact tijdstip:

  • Der Kurs beginnt um neun Uhr. — De cursus begint om negen uur.
  • Wir treffen uns um halb acht. — We spreken om half acht af.

Zonder um zeg je hoe laat het nu is: Es ist neun Uhr. Een tijdsduur krijgt geen um: Der Film dauert zwei Stunden.

Weekdagen, maanden en terugkerende momenten

Weekdag Nederlands Maand Nederlands
Montag maandag Januar januari
Dienstag dinsdag Februar februari
Mittwoch woensdag März maart
Donnerstag donderdag April april
Freitag vrijdag Mai mei
Samstag / Sonnabend zaterdag Juni juni
Sonntag zondag Juli juli
August augustus
September september
Oktober oktober
November november
Dezember december

Weekdagen en maanden zijn zelfstandige naamwoorden en beginnen daarom met een hoofdletter. Voor één bepaalde dag gebruik je am: am Montag. Voor maanden, jaargetijden en jaren gebruik je meestal im: im Mai, im Winter, im Jahr 2026. Bij heute, morgen en gestern komt geen voorzetsel: Heute arbeite ich; morgen bin ich frei.

Een terugkerende handeling kun je met een bijwoord op -s aangeven: montags betekent ‘op maandagen’ of ‘elke maandag’. Vergelijk:

  • Am Montag arbeite ich zu Hause. — Deze of de bedoelde maandag werk ik thuis.
  • Montags arbeite ich zu Hause. — Op maandagen werk ik thuis.

Datums vormen

In datums gebruikt het Duits rangtelwoorden (woorden die een plaats in een reeks aangeven, zoals ‘eerste’ en ‘derde’). Voor 1 tot en met 19 komt meestal -te achter het getal; vanaf 20 meestal -ste. Belangrijke uitzonderingen zijn erste, dritte, siebte en achte.

Datumgetal Basisvorm In een datum met am
1. der erste am ersten
2. der zweite am zweiten
3. der dritte am dritten
7. der siebte am siebten
8. der achte am achten
19. der neunzehnte am neunzehnten
20. der zwanzigste am zwanzigsten
31. der einunddreißigste am einunddreißigsten

De punt na een cijfer maakt er in geschreven Duits een rangtelwoord van: 3. Mai lees je als dritte Mai of, binnen am 3. Mai, als dritten Mai. De uitgang verandert doordat het rangtelwoord zich als een bijvoeglijk naamwoord gedraagt. Je hoeft daarvoor op A1 nog niet het hele naamvallensysteem te beheersen; onthoud voorlopig de twee vaste patronen:

  • Heute ist der dritte Mai. — Vandaag is het 3 mei.
  • Am dritten Mai habe ich Urlaub. — Op 3 mei heb ik vakantie.

Bij een volledige numerieke datum is de gebruikelijke volgorde dag-maand-jaar: 03.05.2026. Om misverstanden te voorkomen is 3. Mai 2026 in lopende tekst vaak duidelijker.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Toelichting
Ich habe zwanzig Euro. Ik heb twintig euro. hoeveelheid
Das kostet einunddreißig Euro fünfzig. Dat kost eenendertig euro vijftig. prijs in spreektaal
Meine Telefonnummer ist null eins sieben sechs … Mijn telefoonnummer is nul één zeven zes … cijfers worden afzonderlijk gezegd
Es ist halb drei. Het is half drie. 2.30 uur
Der Bus kommt um Viertel nach sieben. De bus komt om kwart over zeven. nach = over
Der Termin ist um sechzehn Uhr dreißig. De afspraak is om 16.30 uur. officiële 24-uursvorm
Heute ist Montag. Vandaag is het maandag. geen voorzetsel na heute
Am Mittwoch habe ich Deutschkurs. Op woensdag heb ik Duitse les. één bedoelde woensdag
Sonntags sind die Geschäfte geschlossen. Op zondag zijn de winkels gesloten. gewoonte of algemene regel
Wir fahren im August nach Berlin. We gaan in augustus naar Berlijn. im bij een maand
Heute ist der dritte Mai. Vandaag is het 3 mei. datum na ist
Die Prüfung ist am dritten Mai. Het examen is op 3 mei. am + vorm op -en
Mein Geburtstag ist am einundzwanzigsten Oktober. Mijn verjaardag is op 21 oktober. vanaf 20 meestal -sten na am
Der Zug fährt in zehn Minuten ab. De trein vertrekt over tien minuten. tijd vanaf nu
Wir warten seit einer Stunde. We wachten al een uur. begonnen in het verleden en duurt voort

Veelgemaakte fouten

Eins Uhr zeggen

  • Onjuist: Es ist eins Uhr.
  • Juist: Es ist ein Uhr.
  • Waarom: Voor het losse getal gebruik je eins, maar direct voor Uhr staat ein. Zonder Uhr kan wel: Es ist eins.

De Nederlandse of verkeerde getalspelling volgen

  • Onjuist: drei und zwanzig; dreizig; sechszehn
  • Juist: dreiundzwanzig; dreißig; sechzehn
  • Waarom: Samengestelde getallen worden aaneengeschreven. Enkele veelgebruikte tientallen en tienergetallen hebben een verkorte of onregelmatige vorm.

Halb drei als 3.30 uur begrijpen

  • Onjuist: halb drei = 3.30 uur
  • Juist: halb drei = 2.30 uur
  • Waarom: Het halve uur wordt genoemd naar het komende hele uur. Hier helpt je Nederlandse taalgevoel juist: Duits en Nederlands werken hetzelfde.

Het verkeerde voorzetsel kiezen

  • Onjuist: in Montag, am Mai, um drei Stunden
  • Juist: am Montag, im Mai, drei Stunden
  • Waarom: Gebruik am voor weekdagen en datums, im voor maanden en um alleen voor een exact tijdstip, niet voor een duur.

De datumuitgang vergeten

  • Onjuist: Heute ist der drei Mai. / am dritte Mai
  • Juist: Heute ist der dritte Mai. / am dritten Mai
  • Waarom: Een datum wordt als rangtelwoord uitgesproken. Na am krijgt die vorm in de basisregel een extra -n: dritten.

Hoofdletters weglaten

  • Onjuist: montag, januar, uhr
  • Juist: Montag, Januar, Uhr
  • Waarom: Dit zijn Duitse zelfstandige naamwoorden en die krijgen altijd een hoofdletter.

Gebruiksnotities

In dienstregelingen en zakelijke context is de 24-uursvorm het duidelijkst. Een Duitstalige leest 18:45 Uhr doorgaans als achtzehn Uhr fünfundvierzig. In informele gesprekken klinkt Viertel vor sieben meestal natuurlijker. Het woord Uhr gebruik je in de officiële vorm, maar niet na halb, vor of nach: halb sieben, niet halb sieben Uhr.

Voor zaterdag is Samstag overal begrijpelijk. Sonnabend komt vooral in Noord- en Oost-Duitsland voor. Ook kloktijden verschillen regionaal. Viertel nach zwei (2.15) en Viertel vor drei (2.45) zijn breed begrijpelijk. In delen van Oost- en Zuid-Duitsland hoor je daarnaast Viertel drei voor 2.15 en dreiviertel drei voor 2.45. Gebruik als beginner de vormen met nach en vor; daarmee voorkom je verwarring.

Telefoonnummers worden meestal cijfer voor cijfer of in kleine groepjes uitgesproken. Een nul is null. Controleer belangrijke nummers door ze terug te lezen; de omgekeerde volgorde in vierundsechzig (64) blijft ook voor Nederlandstaligen een bron van vergissingen.

Verder dan de basis

De punten in deze paragraaf hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze wel tegenkomen.

Jaartallen

Jaren van 1100 tot 1999 worden vaak in honderdtallen gelezen: 1998 is neunzehnhundertachtundneunzig. Jaren vanaf 2000 worden gewoonlijk met tausend gezegd: 2026 is zweitausendsechsundzwanzig. In een datum kan het jaar zonder voorzetsel volgen: am dritten Mai zweitausendsechsundzwanzig. Je kunt ook zeggen im Jahr 2026.

Ein krijgt uitgangen

Voor ‘één’ zie je niet alleen ein, maar ook vormen als eine, einen en einem: eine Minute, einen Euro, seit einem Jahr. Dat komt doordat ein zich aanpast aan het geslacht en de naamval. Een naamval is de vorm die laat zien welke functie een woordgroep in de zin heeft. Voor dit onderwerp is het genoeg om veelvoorkomende combinaties als geheel te leren.

Rangtelwoorden buiten datums

Rangtelwoorden worden ook gebruikt voor volgorde: der erste Zug (de eerste trein), mein zweiter Versuch (mijn tweede poging). Dan hangen de uitgangen af van lidwoord, geslacht en naamval. Dat bredere systeem hoort bij het vervolgartikel over rangtelwoorden; de vaste datumvormen der dritte Mai en am dritten Mai kun je nu al zelfstandig gebruiken.

Nauwkeuriger over perioden spreken

Duits maakt duidelijk onderscheid tussen een tijdstip, een duur en een beginpunt:

  • um acht Uhr — om acht uur, exact tijdstip
  • zwei Stunden lang — twee uur lang, duur
  • in zwei Stunden — over twee uur, gerekend vanaf nu
  • seit zwei Stunden — al twee uur, begonnen in het verleden en nog gaande
  • vor zwei Stunden — twee uur geleden

Het Nederlandse ‘over twee uur’ lijkt op in zwei Stunden. Vertaal over echter niet automatisch met één Duits woord: ‘de trein van over acht’ wordt der Zug um acht, terwijl ‘kwart over acht’ Viertel nach acht is.

Oefentips

  1. Bouw getallen hardop. Kies dagelijks tien willekeurige cijfers tussen 20 en 999. Zeg eerst eenheid en tiental afzonderlijk en voeg ze dan samen: 58 → acht + und + fünfzigachtundfünfzig.
  2. Maak een persoonlijke weekkalender. Schrijf vijf echte zinnen met am, im en um, bijvoorbeeld Am Dienstag arbeite ich bis fünf Uhr. Lees elke afspraak daarna hardop.
  3. Oefen één datum in twee vormen. Zeg bij elke datum zowel Heute ist der ... als am ...: der siebte Juniam siebten Juni. Zo leer je de uitgang niet als losse theorie, maar als een vast paar.

Verwante onderwerpen

  • Volgende stap: Rangtelwoorden — behandelt erste, zweite, dritte en hun uitgangen uitgebreider, ook buiten datums.

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Zahlen und Uhrzeit in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen