A1

Getallen 1–100 in het Roemeens

Numeralele 1-100

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Roemeens op Settemila Lingue.

In het kort

De Roemeense getallen zijn regelmatig zodra je drie bouwstenen kent: 11–19 eindigen op -sprezece, de tientallen eindigen op -zeci, en 21, 22 enzovoort krijgen și tussen het tiental en de eenheid. Let vooral op het geslacht: ‘één’ is un/o en ‘twee’ is doi/două. Vanaf 20 staat er bij een getelde zaak meestal de: douăzeci de cărți (‘twintig boeken’).

Overzicht

Getallen heb je meteen nodig: om een prijs te begrijpen, je leeftijd te noemen, een adres door te geven of een tijdstip af te spreken. Daarom horen de hoofdtelwoorden — woorden die een hoeveelheid aangeven, zoals ‘drie’ en ‘veertig’ — bij niveau A1. De reeks is overzichtelijk, maar werkt niet helemaal zoals in het Nederlands.

Het opvallendste verschil is dat het Roemeens bij één en twee rekening houdt met het grammaticale geslacht van het zelfstandig naamwoord (het woord voor een persoon, dier, zaak of begrip). Je zegt dus un băiat maar o fată, en doi băieți maar două fete. Ook onzijdige woorden vragen aandacht: die gedragen zich in het enkelvoud als mannelijk en in het meervoud als vrouwelijk. Daarom is het un scaun maar două scaune.

Verder draait de Nederlandse volgorde bij samengestelde getallen om. Nederlands zegt letterlijk ‘een-en-twintig’; Roemeens bouwt van groot naar klein: douăzeci și unu, letterlijk ‘twintig en één’. Dat patroon blijft hetzelfde tot 99.

Hoe het werkt

De basisgetallen van 1 tot 10

Getal Roemeens Opmerking
1 unu losse telvorm; vóór een naamwoord meestal un of o
2 doi / două doi bij mannelijk; două bij vrouwelijk en onzijdig meervoud
3 trei één vorm
4 patru één vorm
5 cinci één vorm
6 șase één vorm
7 șapte één vorm
8 opt één vorm
9 nouă niet verwarren met nou (‘nieuw’)
10 zece één vorm

Als je alleen telt, hoor je unu, doi, trei.... Vóór een naamwoord wordt unu echter een korte vorm. Bij een mannelijk of onzijdig enkelvoud gebruik je un; bij een vrouwelijk enkelvoud o:

  • un student — één student
  • o studentă — één studente
  • un hotel — één hotel

Dezelfde woorden un en o kunnen ook ‘een’ betekenen als onbepaald lidwoord. De context maakt meestal duidelijk of de hoeveelheid nadruk krijgt. In Am o soră kan o eenvoudig ‘een’ betekenen; in Am o singură soră (‘ik heb maar één zus’) is de telwaarde nadrukkelijk.

Doi en două: twee vormen voor ‘twee’

Doi staat bij mannelijke meervouden. Două staat bij vrouwelijke meervouden én bij onzijdige meervouden. Dit heet congruentie: de vorm van het telwoord past zich aan het geslacht van het naamwoord aan.

Soort naamwoord Enkelvoud met 1 Meervoud met 2 Betekenis
mannelijk un băiat doi băieți één jongen, twee jongens
vrouwelijk o fată două fete één meisje, twee meisjes
onzijdig un scaun două scaune één stoel, twee stoelen

Voor een Nederlandstalige is dit nieuw: het Nederlandse twee verandert nooit. Leer daarom een nieuw naamwoord liefst meteen met un/o én met zijn meervoud na doi/două. Zo onthoud je niet alleen het woord, maar ook het geslachtspatroon.

De getallen 11 tot en met 19

Van 11 tot en met 19 vormt het Roemeens meestal één geschreven woord met -sprezece. Je kunt die uitgang herkennen als een vast onderdeel van de tienergetallen; probeer hem niet telkens woord voor woord naar het Nederlands te vertalen.

Getal Roemeens
11 unsprezece
12 doisprezece / douăsprezece
13 treisprezece
14 paisprezece
15 cincisprezece
16 șaisprezece
17 șaptesprezece
18 optsprezece
19 nouăsprezece

Een paar vormen zijn korter dan je op grond van patru en șase misschien verwacht: 14 is paisprezece en 16 is șaisprezece. Schrijf dus niet zomaar de volledige basisvorm plus sprezece.

Bij 12 blijft het onderscheid van ‘twee’ zichtbaar:

  • doisprezece băieți — twaalf jongens
  • douăsprezece fete — twaalf meisjes
  • douăsprezece scaune — twaalf stoelen

Bij 11 en 13–19 is er in het hedendaagse standaardgebruik geen aparte mannelijke en vrouwelijke vorm: unsprezece băieți en unsprezece fete.

De tientallen

Getal Roemeens Handige bouwsteen
10 zece
20 douăzeci două + zeci
30 treizeci trei + zeci
40 patruzeci patru + zeci
50 cincizeci cinci + zeci
60 șaizeci verkorte stam van șase
70 șaptezeci șapte + zeci
80 optzeci opt + zeci
90 nouăzeci nouă + zeci
100 o sută letterlijk ‘één honderd’

De tientallen worden aaneengeschreven. Let vooral op șaizeci: niet șasezeci. Ook alle Roemeense diakritische tekens horen bij de spelling: ș en ă zijn geen versiering en mogen in verzorgd schrift niet worden weggelaten.

Samengestelde getallen: tiental + și + eenheid

Voor 21–29, 31–39 enzovoort zet je eerst het tiental, dan și (‘en’) en daarna de eenheid:

  • 21: douăzeci și unu
  • 34: treizeci și patru
  • 58: cincizeci și opt
  • 76: șaptezeci și șase
  • 99: nouăzeci și nouă

Hier is de volgorde dus precies andersom dan in het Nederlands. Schrijf de drie delen los: treizeci și unu, niet als één lang woord. Bij ronde tientallen staat geen și: patruzeci, niet patruzeci și.

Samengestelde getallen die op 1 of 2 eindigen, kunnen opnieuw een geslachtsverschil tonen. Als 1 los aan het einde staat, zijn de vormen unu en una; bij 2 blijven het doi en două:

Hoeveelheid Mannelijk Vrouwelijk of onzijdig meervoud
21 douăzeci și unu de băieți douăzeci și una de fete
22 douăzeci și doi de băieți douăzeci și două de fete/scaune

Dit verschil lijkt op un/o en doi/două, maar door de staat het telwoord niet rechtstreeks vóór het naamwoord. Daarom krijg je bij 21 unu/una, niet un/o.

Wanneer komt de erbij?

Bij de getallen 1–19 volgt het naamwoord rechtstreeks:

  • trei cărți — drie boeken
  • zece lei — tien lei
  • nouăsprezece persoane — negentien personen

Vanaf 20 verbindt de het getal met het getelde naamwoord:

  • douăzeci de cărți — twintig boeken
  • treizeci și cinci de euro — vijfendertig euro
  • nouăzeci de minute — negentig minuten
  • o sută de oameni — honderd mensen

Het Nederlandse voorzetselgevoel helpt hier niet: in ‘twintig boeken’ staat immers geen ‘van’. Beschouw de daarom als een vaste Roemeense aansluiting na hoeveelheden van 20 en hoger. Ook na een samengesteld getal blijft het staan: douăzeci și unu de ani (‘eenentwintig jaar’).

Voorbeelden in context

Roemeens Nederlands Opmerking
Am un frate și o soră. Ik heb één broer en één zus. un/o past zich aan het naamwoord aan.
În curte sunt doi băieți și două fete. Op de binnenplaats zijn twee jongens en twee meisjes. doi mannelijk, două vrouwelijk.
Avem două scaune libere. We hebben twee vrije stoelen. scaun is onzijdig; het meervoud krijgt două.
Clasa are unsprezece elevi. De klas heeft elf leerlingen. Onder 20 staat geen de.
Hotelul are douăsprezece camere. Het hotel heeft twaalf kamers. De vrouwelijke vorm van 12.
Biletul costă cincisprezece lei. Het kaartje kost vijftien lei. Rechtstreekse aansluiting onder 20.
Sunt douăzeci de persoane în sală. Er zijn twintig mensen in de zaal. Vanaf 20 staat de.
Am douăzeci și unu de ani. Ik ben eenentwintig jaar oud. Roemeens gebruikt letterlijk ‘ik heb 21 jaar’.
În grup sunt douăzeci și două de studente. In de groep zitten tweeëntwintig studentes. Het laatste deel is vrouwelijk: două.
Trenul pleacă la ora trei și treizeci și cinci. De trein vertrekt om 3.35 uur. Bij een kloktijd worden zowel uur als minuten met getallen uitgedrukt.
Autobuzul treizeci și doi merge în centru. Bus tweeëndertig rijdt naar het centrum. Bij een lijnnummer benoem je een label, geen hoeveelheid.
Cartea are șaizeci și patru de pagini. Het boek heeft vierenzestig bladzijden. Tiental + și + eenheid, daarna de.
Costă nouăzeci și nouă de lei. Het kost negenennegentig lei. Ook samengestelde getallen boven 20 krijgen de.
În sală sunt o sută de locuri. In de zaal zijn honderd plaatsen. 100 is o sută.

Veelgemaakte fouten

De Nederlandse volgorde overnemen

  • Fout: unu și douăzeci
  • Goed: douăzeci și unu
  • Waarom: Roemeens noemt eerst het tiental en daarna de eenheid: letterlijk ‘twintig en één’.

Altijd doi gebruiken

  • Fout: doi fete / doi scaune
  • Goed: două fete / două scaune
  • Waarom: Doi hoort bij mannelijke meervouden. Vrouwelijke en onzijdige meervouden krijgen două.

De vergeten vanaf 20

  • Fout: treizeci cărți
  • Goed: treizeci de cărți
  • Waarom: Bij een hoeveelheid van 20 of meer staat normaal de tussen het telwoord en het naamwoord.

De gebruiken bij een getal onder 20

  • Fout: cincisprezece de minute
  • Goed: cincisprezece minute
  • Waarom: Van 1 tot en met 19 sluit het naamwoord rechtstreeks aan.

Tienergetallen en tientallen verkeerd opbouwen

  • Fout: patrusprezece, șasezeci
  • Goed: paisprezece, șaizeci
  • Waarom: 14 en 60 hebben verkorte stammen. Leer deze twee vormen als geheel.

Diakritische tekens als optioneel behandelen

  • Fout: saptezeci si sase
  • Goed: șaptezeci și șase
  • Waarom: ș, ț, ă, â en î zijn volwaardige Roemeense letters. Zonder deze tekens is de uitspraak minder duidelijk en is de spelling niet standaard.

Gebruiksnotities

Bij rekenen of hardop tellen gebruik je doorgaans de zelfstandige vormen: unu, doi, trei. Staat ‘één’ direct vóór een naamwoord, dan hoor je un of o. In telefoonnummers, codes, kamernummers en buslijnen worden cijfers vaak één voor één of als label gelezen. Dan gelden de regels voor een hoeveelheid met de niet automatisch: autobuzul treizeci și doi is ‘bus 32’, niet ‘tweeëndertig bussen’.

Voor leeftijden gebruikt het Roemeens a avea (‘hebben’), net als het Frans en anders dan het Nederlands: Am douăzeci de ani betekent letterlijk ‘ik heb twintig jaar’. Bij kloktijden komt het getal na ora: ora două (‘twee uur’). Zulke toepassingen worden verder behandeld bij tijd, dagen en maanden.

In vlotte spraak kunnen lange getallen compact klinken, maar de geschreven vormen blijven gelijk. Oefen de standaardvormen dus eerst nauwkeurig; uitspraakverkorting is geen reden om și of de spaties in een samengesteld getal weg te laten.

Verder dan de basis

De volgende details hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze verklaren vormen die je later tegenkomt.

Unu/una kan zelfstandig staan. Wanneer er geen naamwoord volgt, kan het geslacht toch uit de context blijken: Am ales una betekent ‘ik heb er één gekozen’, waarbij naar iets vrouwelijks wordt verwezen. In een samengesteld getal zie je hetzelfde contrast in douăzeci și unu tegenover douăzeci și una.

Getallen kunnen als naamwoord worden gebruikt. Un zece kan bijvoorbeeld ‘een tien’ betekenen als cijfer of beoordeling. In zo’n gebruik krijgt het getal zelf een lidwoord en gaat het niet simpelweg om het tellen van zaken.

Hoeveelheden beïnvloeden meer dan alleen het telwoord. Bij woorden zoals sută (‘honderd’ als een honderdtal) krijg je boven 100 meervoudsvormen, bijvoorbeeld două sute. Dat valt buiten 1–100, maar het laat zien dat sută zich als een telbaar naamwoord gedraagt. Ook rangtelwoorden zoals ‘eerste’ en ‘tweede’ vormen een apart systeem; unu en doi kun je daarvoor niet zonder meer hergebruiken.

Câte verdeelt een hoeveelheid. In câte două betekent het geheel ‘telkens twee’ of ‘twee per groep’. Dat is geen nieuw basisgetal, maar een manier om een getal distributief te gebruiken — dus verdeeld over personen of groepen.

Oefentips

  1. Leer in bouwblokken. Zeg eerst de tientallen op: douăzeci, treizeci, patruzeci... Kies daarna willekeurige eenheden en voeg ze toe met și: patruzeci și șapte, optzeci și trei.
  2. Koppel 1 en 2 aan echte naamwoorden. Maak vier korte kaartjes: un băiat, o fată, doi băieți, două fete. Voeg daarna een onzijdig woord toe, bijvoorbeeld un scaun, două scaune.
  3. Oefen de grens tussen 19 en 20. Maak mondeling paren zoals nouăsprezece cărți tegenover douăzeci de cărți. Zo wordt de vanaf 20 een automatisme in plaats van een vertaalregel.

Verwante onderwerpen

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Numeralele 1-100 in Roemeens met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Roemeens · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen