Getallen in het Māori
Tau
languages.seo.contextNote
In het kort
De basisreeks is tahi, rua, toru, whā, rima, ono, whitu, waru, iwa, tekau. Samengestelde getallen worden van groot naar klein opgebouwd: tekau mā tahi is elf en rua tekau mā tahi is eenentwintig. In een zin staat vaak e vóór een aantal vanaf twee: E rua ngā kurī betekent ‘Er zijn twee honden’; voor één is Kotahi te kurī het gewone basispatroon.
Overzicht
Getallen heten in het Māori tau. Je hebt ze al op A1-niveau nodig om aantallen te noemen, je leeftijd te zeggen, prijzen te begrijpen en over tijd of datums te praten. De eerste tien woorden vormen de basis van het moderne tientallige stelsel. Als die goed zitten, kun je veel grotere getallen volgens een regelmatig patroon maken.
Voor een Nederlandstalige leerling is vooral de volgorde prettig voorspelbaar. Het Nederlands zegt eenentwintig: eerst de eenheden en daarna de tientallen. Het Māori gaat juist van groot naar klein: rua tekau mā tahi, letterlijk opgebouwd als ‘twee tienen plus één’. Elf en twaalf hebben bovendien geen volledig afwijkende vormen zoals in het Nederlands.
Het grootste verschil zit niet in het rekenen, maar in de zinsbouw. Een Māori zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip) krijgt doorgaans geen meervoudsuitgang. Kurī blijft dus hetzelfde in ‘hond’ en ‘honden’. Woorden als te ‘de/het, enkelvoud’, ngā ‘de, meervoud’ en het getal laten zien om hoeveel het gaat.
Hoe het werkt
De getallen van één tot en met tien
| Getal | Māori | Praktische aanwijzing |
|---|---|---|
| 1 | tahi, vaak kotahi als hoeveelheid | tel met tahi; gebruik vaak kotahi voor ‘één exemplaar’ |
| 2 | rua | in een aantalspatroon vaak e rua |
| 3 | toru | in een aantalspatroon vaak e toru |
| 4 | whā | schrijf de lange ā met een macron |
| 5 | rima | — |
| 6 | ono | — |
| 7 | whitu | — |
| 8 | waru | zonder h na de w |
| 9 | iwa | — |
| 10 | tekau | bouwsteen voor tientallen |
Als je los telt, zeg je:
Tahi, rua, toru, whā, rima, ono, whitu, waru, iwa, tekau.
De macron in whā is geen versiering. Zo’n streepje heet in het Māori een tohutō en geeft een lange klinker aan. Klinkerlengte kan het verschil tussen woorden bepalen, dus neem de spelling meteen mee in je uitspraak.
Tahi en kotahi: twee vormen rond ‘één’
Gebruik op beginnersniveau deze werkregel:
- tahi hoort bij de telreeks en komt ook in samengestelde getallen voor: tekau mā tahi ‘elf’;
- kotahi benadrukt één als hoeveelheid of één enkel exemplaar: Kotahi te pukapuka ‘Er is één boek’.
Bij kotahi staat het zelfstandig naamwoord vaak met te, omdat het om één bepaald ding gaat. Vanaf twee staat bij een bepaalde groep meestal ngā:
| Aantalspatroon | Betekenis |
|---|---|
| Kotahi te kurī. | Er is één hond. |
| E rua ngā kurī. | Er zijn twee honden. |
Dit is niet woord voor woord hetzelfde opgebouwd als het Nederlands. Leer daarom de hele combinatie kotahi te ... naast e rua ngā ..., in plaats van alleen losse getalwoorden te onthouden.
Het aantalspatroon met e
Voor een hoeveelheid vanaf twee komt vaak het deeltje e vóór het getal. Een deeltje is een kort grammaticaal woord dat de functie van de woorden eromheen aangeeft. In E rua ngā kurī markeert e rua de hoeveelheid.
Het nuttigste beginnerspatroon is:
E + getal + ngā + zelfstandig naamwoord
- E toru ngā pukapuka. — Er zijn drie boeken.
- E whā ngā rā. — Het zijn vier dagen.
- E rua tekau ngā ākonga. — Er zijn twintig leerlingen.
Schrijf geen Nederlandse meervoudsuitgang achter het Māori woord. Kurī wordt dus niet kurīs en pukapuka verandert niet wanneer het aantal groter wordt.
Het getal kan ook ná een naamwoordgroep staan wanneer je een bekende groep nader bepaalt:
- ngā pukapuka e rua — de twee boeken
- ngā rā e whā — de vier dagen
Let op het verschil in functie. E rua ngā pukapuka is een volledige mededeling over het aantal; ngā pukapuka e rua is een naamwoordgroep waarmee je ‘de twee boeken’ bedoelt.
Elf tot en met negentien
Na tekau voeg je mā en de eenheden toe. In deze getallen is mā een verbindingswoord met de waarde ‘plus’ of ‘en’.
| Getal | Māori | Opbouw |
|---|---|---|
| 11 | tekau mā tahi | tien plus één |
| 12 | tekau mā rua | tien plus twee |
| 13 | tekau mā toru | tien plus drie |
| 14 | tekau mā whā | tien plus vier |
| 15 | tekau mā rima | tien plus vijf |
| 16 | tekau mā ono | tien plus zes |
| 17 | tekau mā whitu | tien plus zeven |
| 18 | tekau mā waru | tien plus acht |
| 19 | tekau mā iwa | tien plus negen |
Vergeet de macron in mā niet. Gebruik mā hier als vast onderdeel van het getal; het is niet simpelweg het gewone Māori woord voor ‘en’ in elke andere zin.
Tientallen en getallen tot 99
Voor twintig, dertig enzovoort zet je het aantal tientallen vóór tekau:
| Getal | Māori |
|---|---|
| 20 | rua tekau |
| 30 | toru tekau |
| 40 | whā tekau |
| 50 | rima tekau |
| 60 | ono tekau |
| 70 | whitu tekau |
| 80 | waru tekau |
| 90 | iwa tekau |
Voeg voor een niet-rond getal weer mā plus de eenheden toe:
- rua tekau mā tahi — eenentwintig
- toru tekau mā whā — vierendertig
- iwa tekau mā iwa — negenennegentig
Als zo’n getal een hoeveelheid in een zin vormt, verschijnt het patroon met e: E rua tekau mā tahi ngā ākonga ‘Er zijn eenentwintig leerlingen’. Het Nederlands nodigt uit om eerst ‘één’ te zeggen bij eenentwintig; doe dat in het Māori niet. Werk steeds van de grootste eenheid naar de kleinste.
Honderd, duizend en nul
Ook boven 99 blijft de opbouw regelmatig. De belangrijkste woorden zijn:
| Getal | Māori | Voorbeeld |
|---|---|---|
| 0 | kore | kore — nul, geen |
| 100 | rau | kotahi rau — honderd |
| 1.000 | mano | kotahi mano — duizend |
Meerdere honderden en duizenden krijgen het aantal ervoor:
- e rua rau — tweehonderd
- e toru mano — drieduizend
- kotahi rau mā rima — honderdvijf
- e rua rau, e toru tekau mā whā — tweehonderdvierendertig
Bij grotere getallen kun je in zorgvuldig spreken korte grenzen tussen de eenheden laten horen. Voor een A1-leerling is het belangrijker om eerst 1–99 vlot te beheersen dan om meteen lange getallen uit het hoofd te produceren.
Voorbeelden in context
| Māori | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Tahi, rua, toru, whā, rima. | Eén, twee, drie, vier, vijf. | Losse telreeks. |
| Kotahi te ngeru. | Er is één kat. | Eén exemplaar met kotahi te. |
| E rua ngā kurī. | Er zijn twee honden. | Basismodel met e en ngā. |
| E toru ngā pukapuka kei runga i te tēpu. | Er liggen drie boeken op de tafel. | Het aantal staat voor de groep. |
| Kei hea ngā pukapuka e rua? | Waar zijn de twee boeken? | Het getal bepaalt een al bekende groep nader. |
| Tekau mā tahi ngā tau o te tamaiti. | Het kind is elf jaar oud. | Letterlijk gaat het om elf levensjaren. |
| E rua tekau ngā ākonga. | Er zijn twintig leerlingen. | Een tiental in een hoeveelheidszin. |
| E rua tekau mā tahi ōku tau. | Ik ben eenentwintig jaar oud. | Letterlijk: mijn jaren zijn eenentwintig. |
| E whā ngā rā o te hui. | De bijeenkomst duurt vier dagen. | Een tijdsduur als aantal dagen. |
| E rima tāra te utu. | De prijs is vijf dollar. | Een geldbedrag. |
| E rua rau ngā tāngata i reira. | Er waren daar tweehonderd mensen. | Een groter aantal. |
| Ko te nama kore tēnei. | Dit is het getal nul. | Kore als getalnaam. |
Veelgemaakte fouten
E gebruiken bij één
- Niet als basispatroon: E tahi te kurī.
- Wel: Kotahi te kurī.
- Waarom: Voor één als hoeveelheid is kotahi het veilige gewone patroon. Tahi blijft wel staan in de telreeks en aan het einde van tekau mā tahi.
Te en ngā verwisselen
- Onjuist: E rua te pukapuka.
- Juist: E rua ngā pukapuka.
- Waarom: Te markeert een enkelvoudige bepaalde naamwoordgroep; ngā een meervoudige. Twee boeken vormen dus een meervoudige groep.
Een Nederlands meervoud maken
- Onjuist: E toru ngā pukapukas.
- Juist: E toru ngā pukapuka.
- Waarom: Māori zelfstandige naamwoorden krijgen niet de Nederlandse uitgang -s of -en. Het getal en ngā maken het aantal al duidelijk.
De Nederlandse volgorde volgen
- Onjuist voor 21: tahi mā rua tekau
- Juist: rua tekau mā tahi
- Waarom: Māori gaat van tientallen naar eenheden. Denk ‘twee tienen plus één’, niet ‘één-en-twintig’.
Mā of whā zonder macron schrijven
- Onzorgvuldig: tekau ma wha
- Juist: tekau mā whā
- Waarom: De macron geeft een lange klinker aan. Bij correct geschreven Māori horen mā en whā dus een macron te hebben.
E en toko- tegelijk stapelen bij personen
- Onjuist: e tokorua ngā tāngata
- Juist: Tokorua ngā tāngata.
- Waarom: Toko- is zelf het speciale telpatroon voor een aantal personen. Zet er niet nog eens automatisch e voor.
Gebruiksnotities
Bij het opzeggen van een reeks staan de getalwoorden los: tahi, rua, toru... In volledige zinnen kunnen er woorden als e, kotahi, te en ngā bijkomen. Dat verklaart waarom een woordenlijst soms rua geeft, terwijl je in een gesprek e rua hoort. Beide horen bij hetzelfde getal, maar de grammaticale omgeving verschilt.
Telefoonnummers, codes en andere cijferreeksen worden doorgaans cijfer voor cijfer gelezen. Een reeks met 2–0–4 bevat dus de losse namen rua, kore, whā en wordt niet vanzelf het getal 204. Bij een echt aantal gebruik je juist de opbouw met honderden en tientallen.
Getallen komen ook vaak voor in antwoorden zonder dat de hele zin wordt herhaald. Op een vraag naar een aantal kan E rua op zichzelf voldoende zijn. Bij zorgvuldig leren is het toch nuttig om geregeld een volledige zin te oefenen, omdat je dan meteen het verschil tussen te en ngā automatiseert.
Verder dan de basis
De volgende punten hoef je op A1-niveau nog niet volledig te beheersen, maar je zult ze al vroeg tegenkomen.
Personen tellen met toko-
Voor kleine aantallen mensen gebruikt het Māori speciale vormen met toko-. Daarmee wordt meteen duidelijk dat je personen telt:
| Aantal personen | Māori |
|---|---|
| 1 | tokotahi |
| 2 | tokorua |
| 3 | tokotoru |
| 4 | tokowhā |
| 5 | tokorima |
Zo betekent Tokorua ngā tāngata ‘Er zijn twee personen’. Voor dingen of dieren gebruik je dit patroon niet: zeg E rua ngā kurī, niet tokorua ngā kurī. Vragen naar aantallen personen gebruiken tokohia?, terwijl de algemene vraag e hia? luidt. Dit onderscheid wordt uitgebreider behandeld bij het onderwerp over ‘hoeveel’.
Getallen als nadere bepaling
Het verschil tussen E rua ngā pukapuka en ngā pukapuka e rua wordt later nuttig in langere zinnen. De eerste vorm doet een uitspraak over het aantal: ‘Er zijn twee boeken.’ De tweede noemt een bepaalde set: ‘de twee boeken’. Vergelijk:
- E rua ngā pukapuka kei runga i te tēpu. — Er liggen twee boeken op tafel.
- Kei runga i te tēpu ngā pukapuka e rua. — De twee boeken liggen op tafel.
Het Nederlandse lidwoord verandert in beide vertalingen mee met wat natuurlijk klinkt. Daardoor is een woordelijke vertaling misleidend; let liever op de functie van de hele Māori woordgroep.
Hoofdtelwoorden en rangtelwoorden
De vormen in dit artikel zijn hoofdtelwoorden: woorden die een hoeveelheid aangeven, zoals één, twee en drie. Voor een plaats in een reeks gebruikt het Māori rangtelwoorden, meestal met tua-: tuatahi ‘eerste’, tuarua ‘tweede’ en tuatoru ‘derde’. Te rā tuarua betekent dus ‘de tweede dag’, niet ‘twee dagen’.
Oefentips
- Leer in korte blokken. Tel eerst dagelijks van één tot tien en terug. Voeg daarna 11–19 toe en maak pas vervolgens willekeurige getallen tot 99.
- Oefen hele paren. Leg één en daarna twee voorwerpen neer en zeg afwisselend Kotahi te pukapuka en E rua ngā pukapuka. Zo leer je getal, te/ngā en zinsbouw tegelijk.
- Dicteer getallen aan jezelf. Schrijf vijf willekeurige getallen op, zeg ze hardop in het Māori en controleer vooral de volgorde en de macrons in mā en whā. Neem ook je leeftijd, een prijs en een telefoonnummer op, want die vereisen niet allemaal hetzelfde leespatroon.
Verwante onderwerpen
- Vervolg: Tijdsuitdrukkingen — gebruik getallen voor kloktijden, dagen en andere tijdsaanduidingen.
- Vervolg: Rangtelwoorden en volgorde — leer vormen als tuatahi, tuarua en tuatoru.
- Vervolg: Hoeveel en hoeveel mensen — stel vragen met e hia? en tokohia? en antwoord met gewone of persoonsgebonden telvormen.
languages.concept.buildsOn
languages.concept.related
languages.concept.otherLanguages
languages.concept.compareLanguages
languages.cta.conceptText
languages.cta.practiceConceptButton