A1

Getallen 1-100 in het Mandarijn

数字

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Chinees op Settemila Lingue.

In het kort

De Mandarijnse getallen volgen een vast tientallig patroon: 11 is 十一 (tien-één), 20 is 二十 (twee-tien) en 35 is 三十五 (drie-tien-vijf). Voor het losse getal twee gebruik je meestal , maar vóór een maatwoord staat doorgaans , zoals in 两个人 (twee mensen).

Overzicht

De getallen van 1 tot 100 behoren tot de prettigste onderdelen van het Mandarijn op A1-niveau. Je hoeft na tien nauwelijks nieuwe vormen uit het hoofd te leren. Anders dan bij Nederlandse woorden als elf, twaalf en twintig laat de Chinese vorm telkens direct zien hoe het getal is opgebouwd.

Dat verschil is vooral handig bij getallen boven twintig. Het Nederlands zet in eenentwintig eerst de eenheid en daarna het tiental. Het Mandarijn doet precies het omgekeerde en volgt de geschreven cijfers: 二十一 is letterlijk ‘twee-tien-één’. Er komt geen woord voor en tussen.

Je gebruikt getallen voortdurend: voor leeftijden, prijzen, tijden, adressen, aantallen en data. Daarbij is alleen het cijfer kennen niet altijd genoeg. Vóór een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip) staat in het Mandarijn meestal ook een maatwoord: 三个人 betekent ‘drie mensen’. Bij twee bepaalt die omgeving bovendien of je (èr) of (liǎng) kiest.

Zo werkt het

De bouwstenen van 1 tot 10

Cijfer Chinees Pinyin Uitspraaksteun
1 hoge, vlakke toon
2 èr scherp dalende toon
3 sān hoge, vlakke toon
4 scherp dalende toon
5 lage, dalend-stijgende toon
6 liù scherp dalende toon
7 hoge, vlakke toon
8 hoge, vlakke toon
9 jiǔ lage, dalend-stijgende toon
10 shí stijgende toon

De toon is onderdeel van het woord. Leer een cijfer daarom niet alleen als karakter, maar meteen met de uitspraak en toon. () en (shí) lijken voor Nederlandse oren in het begin bijvoorbeeld meer op elkaar dan ze voor een moedertaalspreker klinken.

Van 11 tot 19: tien plus eenheid

Na tien zet je de eenheid eenvoudig achter .

Getal Opbouw Chinees Pinyin
11 10 + 1 十一 shíyī
12 10 + 2 十二 shí'èr
13 10 + 3 十三 shísān
16 10 + 6 十六 shíliù
19 10 + 9 十九 shíjiǔ

Voor 11 zeg je dus niet iets dat overeenkomt met het onregelmatige Nederlandse elf. Je noemt gewoon tien en één. Let ook op 12: binnen een gewoon getal blijft twee , dus 十二, niet 十两.

De tientallen: aantal tienen plus 十

Voor 20, 30, 40 enzovoort zet je het aantal tientallen vóór .

Getal Opbouw Chinees Pinyin
20 2 × 10 二十 èrshí
30 3 × 10 三十 sānshí
40 4 × 10 四十 sìshí
50 5 × 10 五十 wǔshí
60 6 × 10 六十 liùshí
70 7 × 10 七十 qīshí
80 8 × 10 八十 bāshí
90 9 × 10 九十 jiǔshí
100 1 × 100 一百 yìbǎi

(bǎi) betekent ‘honderd’. Voor precies 100 staat er normaal voor: 一百.

Getallen tussen de tientallen

Combineer het tiental met de eenheid. De volgorde blijft tientallen → eenheden:

[aantal tientallen] + 十 + [eenheid]

Getal Letterlijke opbouw Chinees Pinyin
21 twee-tien-één 二十一 èrshíyī
24 twee-tien-vier 二十四 èrshísì
35 drie-tien-vijf 三十五 sānshíwǔ
48 vier-tien-acht 四十八 sìshíbā
72 zeven-tien-twee 七十二 qīshí'èr
99 negen-tien-negen 九十九 jiǔshíjiǔ

Voor een Nederlandstalige is vooral 21 een nuttige geheugensteun. Nederlands zegt een-en-twintig, maar Mandarijn zegt als het ware ‘twee-tien-één’: 二十一. Lees de cijfers dus van links naar rechts en voeg geen Chinees equivalent van en toe.

二 of 两 voor ‘twee’?

Beide vormen betekenen twee, maar ze hebben verschillende functies. De eenvoudige beginnersregel is:

  • Gebruik wanneer je telt, een getal opbouwt of een volgnummer noemt.
  • Gebruik vóór een maatwoord of een eenheid wanneer je een hoeveelheid van twee bedoelt.

Een maatwoord is een telwoord dat tussen een getal en een zelfstandig naamwoord staat. (ge) is een veelgebruikt algemeen maatwoord. Daarom is ‘twee mensen’ 两个人: + + .

Omgeving Gebruik Voorbeeld Betekenis
los tellen 一、二、三 één, twee, drie
in 12, 20, 22 十二、二十、二十二 12, 20, 22
volgnummer met 第 第二 tweede
vóór een maatwoord 两个人 twee mensen
vóór een tijdseenheid 两天 twee dagen
kloktijd 两点 twee uur
maand of datum 二月、二号 februari, de tweede

Denk bij niet aan een ander cijfer. Het is een vorm van ‘twee’ die als hoeveelheid vóór een tel-eenheid staat. In samengestelde getallen onder 100 gebruik je altijd : 二十二, nooit 两十两.

Getallen in een zin

Een getal verandert niet door persoon, geslacht of meervoud. Er is dus geen verbuiging zoals soms bij Nederlandse woorden. Wel staat vóór veel zelfstandige naamwoorden een maatwoord:

getal + maatwoord + zelfstandig naamwoord

  • 一个人 — één persoon
  • 两个人 — twee personen
  • 三个人 — drie personen

Bij leeftijden staat (suì, levensjaar) rechtstreeks na het getal: 我三十五岁。 betekent ‘Ik ben 35 jaar.’ Voor geld kan (kuài) in alledaagse taal als eenheid voor yuan dienen: 十二块 is ‘twaalf yuan’.

Voorbeelden in context

Mandarijn Pinyin Nederlands Opmerking
一、二、三、四、五。 Yī, èr, sān, sì, wǔ. Eén, twee, drie, vier, vijf. Los tellen gebruikt 二.
十一加一等于十二。 Shíyī jiā yī děngyú shí'èr. Elf plus één is twaalf. 十 staat vooraan bij 11–19.
现在是两点。 Xiànzài shì liǎng diǎn. Het is nu twee uur. Vóór 点 gebruik je 两.
我二十岁。 Wǒ èrshí suì. Ik ben twintig jaar. 20 is altijd 二十.
她三十五岁。 Tā sānshíwǔ suì. Zij is 35 jaar. Tiental vóór eenheid.
我们有两个人。 Wǒmen yǒu liǎng ge rén. We zijn met twee personen. 两 staat vóór maatwoord 个.
桌上有三本书。 Zhuō shàng yǒu sān běn shū. Er liggen drie boeken op tafel. 本 is het maatwoord voor boeken.
我要十二个。 Wǒ yào shí'èr ge. Ik wil er twaalf. Het zelfstandig naamwoord kan uit de context worden weggelaten.
这个二十四块。 Zhège èrshísì kuài. Dit kost 24 yuan. 块 is een alledaagse geldeenheid.
今天是二月二号。 Jīntiān shì èryuè èr hào. Vandaag is het 2 februari. Maand en dag gebruiken 二.
他住在二楼。 Tā zhù zài èr lóu. Hij woont op de tweede verdieping. Bij verdiepingen is 二楼 de gewone vorm.
九十九加一是一百。 Jiǔshíjiǔ jiā yī shì yìbǎi. Negenennegentig plus één is honderd. 100 is 一百.

Veelgemaakte fouten

De Nederlandse volgorde gebruiken

  • Onjuist: 一二十 voor 21
  • Juist: 二十一
  • Waarom: Mandarijn noemt eerst het aantal tientallen en daarna de eenheid. 二十一 is twee tienen plus één.

两 gebruiken binnen een gewoon getal

  • Onjuist: 两十 of 二十两 voor 20 of 22
  • Juist: 二十 en 二十二
  • Waarom: Bij tellen en in getallen tot 100 hoort . is geen vervanging voor elk voorkomen van het cijfer 2.

二 vóór een maatwoord zetten

  • Onjuist voor neutraal dagelijks taalgebruik: 二个人
  • Juist: 两个人
  • Waarom: Vóór een maatwoord zoals gebruik je gewoonlijk . Dit voelt anders dan het Nederlands, waar twee mensen geen extra telwoord nodig heeft.

Het maatwoord vergeten

  • Onjuist als beginnerszin: 三书
  • Juist: 三本书
  • Waarom: Tussen een getal en veel zelfstandige naamwoorden is een maatwoord nodig. Voor boeken is dat .

Een woord voor ‘en’ invoegen

  • Onjuist: een extra verbindingswoord in 三十五 zetten
  • Juist: 三十五
  • Waarom: Waar het Nederlands in vijfendertig een verbindend en heeft, plakt het Mandarijn de onderdelen zonder zo'n woord aan elkaar.

De tonen als bijkomstig behandelen

  • Onjuist: en met dezelfde klank en toon uitspreken
  • Juist: is en is shí
  • Waarom: De toon en de medeklinker maken deel uit van het woord. Oefen zulke paren langzaam voordat je sneller gaat tellen.

Gebruiksnotities

In Chinese teksten staan zowel Arabische cijfers als Chinese cijfertekens. Op een prijskaartje of in een adres zie je vaak 24; in lopende tekst, vaste uitdrukkingen en formele namen kunnen 二十四 of andere Chinese vormen staan. De uitspraak volgt in beide gevallen dezelfde opbouw.

Bij hoeveelheden van twee is in de spreektaal zeer gewoon: 两杯茶 (twee koppen thee), 两天 (twee dagen) en 两点 (twee uur). Toch gebruik je bij een kalendermaand, datum, verdieping of volgnummer meestal : 二月, 二号, 二楼, 第二. Leer zulke combinaties als een geheel; alleen de algemene regel ‘vóór een eenheid staat 两’ is daarvoor te grof.

Voor 200 hoor je zowel 两百 als 二百. 两百 is in gewone gesprekken vaak de natuurlijke keuze wanneer het om een hoeveelheid gaat; 二百 komt ook voor, onder meer in nauwkeurige of cijfermatige contexten. Onder 100 verandert dit niets aan de basisregel: 20 blijft 二十.

De uitspraak van kan zich aanpassen aan de toon van het volgende woord. De woordenboekvorm is , maar in 一百 hoor je doorgaans yìbǎi en vóór een vierde toon vaak een stijgende vorm, bijvoorbeeld yí ge in 一个. Dit heet toonverandering: de toon past zich in vloeiende spraak aan. Als beginner is het vooral belangrijk dat je herkent; de natuurlijke veranderingen kun je stap voor stap met audio inoefenen.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Nul in langere getallen

Nul is (líng). Binnen grotere getallen markeert het een ontbrekende positie. Zo is 101 一百零一: één honderd, nul tientallen, één. Bij jaartallen worden de cijfers meestal afzonderlijk gelezen; 2026 kan worden geschreven als 二〇二六年 en uitgesproken als èr líng èr liù nián.

Telefoonnummers en codes

Telefoonnummers, kamernummers en codes lees je meestal cijfer voor cijfer, niet als één hoeveelheid. Om via de telefoon duidelijk van te onderscheiden, wordt 1 vaak uitgesproken als (yāo). Dat is een praktisch gebruik in cijferreeksen, niet de gewone manier om ‘één boek’ of het getal 11 te zeggen.

Verkorte hoeveelheden in spreektaal

Bij ronde getallen kan de spreektaal soms een eenheid weglaten wanneer de context die vanzelf aanvult. Zo kan 一百五 informeel 150 betekenen, terwijl de volledige vorm 一百五十 is. Voor een beginner is de volledige vorm veiliger: die voorkomt verwarring en maakt de plaatswaarde zichtbaar.

Formele cijfers voor geld

Op financiële documenten bestaan speciale, moeilijker te veranderen cijfertekens, zoals 壹、贰、叁 voor 1, 2 en 3. Ze worden gebruikt om fraude met bedragen te bemoeilijken. Voor dagelijks tellen gebruik je gewoon 一、二、三; de formele reeks is vooral iets om later te leren herkennen.

Oefentips

  1. Bouw getallen in twee richtingen. Kies tien willekeurige cijfers tussen 11 en 99. Zeg bij 47 eerst ‘vier tienen en zeven’ en vorm daarna 四十七. Doe vervolgens het omgekeerde: hoor of lees 六十三 en schrijf 63.
  2. Oefen 二 en 两 in vaste paren. Zeg naast elkaar: 二十 maar 两个人, 十二 maar 两天, 第二 maar 两点. Zo leer je de omgeving van beide vormen in plaats van een losse, te algemene regel.
  3. Neem je stem op. Tel langzaam van 1 tot 20 en daarna met sprongen van tien tot 100. Vergelijk vooral /, /shí, /liù en /jiǔ met audio van een moedertaalspreker.

Verwante onderwerpen

  • Vervolg: Maatwoorden — leer waarom je 两个人, 三本书 en 四杯茶 zegt.
  • Vervolg: Tijduitdrukkingen — gebruik getallen voor kloktijden, dagen en data.
  • Vervolg: Geld en winkelen — oefen prijzen, hoeveelheden en geldeenheden in alledaagse situaties.

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen 数字 in Chinees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Chinees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen