A1

Getallen en tellen in het Kantonees

數字

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Kantonees op Settemila Lingue.

In het kort

Kantonese getallen zijn regelmatig opgebouwd: 11 is 十一 (sap6 jat1, tien-één), 20 is 二十 (ji6 sap6, twee-tien) en 53 is 五十三 (ng5 sap6 saam1, vijf-tien-drie). Gebruik (ji6) voor het cijfer twee en binnen getallen, maar vóór een maatwoord staat in gewone hoeveelheden meestal (loeng5): 兩個人 (loeng5 go3 jan4), twee mensen.

Overzicht

Getallen heb je vanaf A1 overal nodig: om een prijs te verstaan, je leeftijd te noemen, een telefoonnummer door te geven, een verdieping te vinden of te zeggen hoeveel personen er komen. In deze les leer je de hoofdtelwoorden van 0 tot en met 100. Een hoofdtelwoord geeft een hoeveelheid aan, zoals “drie” of “drieënvijftig”, in tegenstelling tot een rangtelwoord als “derde”.

Het Kantonese systeem is eenvoudiger opgebouwd dan het Nederlandse. Voor 23 zegt het Nederlands eerst de eenheid en dan het tiental: “drie-en-twintig”. Het Kantonees volgt juist de geschreven cijferorde: 二十三 is letterlijk “twee-tien-drie”. Er is geen apart woord nodig dat overeenkomt met het Nederlandse “en”.

De cijfers worden met Chinese tekens geschreven, maar in alledaagse teksten zie je ook vaak 23, 58 of 100. Jyutping geeft de uitspraak weer. Het cijfer achter elke Jyutping-lettergreep is geen deel van het getal dat je leert: het is het toonnummer. Zo eindigt jat1 op toon 1 en ji6 op toon 6. De juiste toon hoort bij het woord en moet dus vanaf het begin worden meegeleerd.

Zo werkt het

De cijfers van 0 tot en met 10

Getal Kantonees Jyutping Geheugensteun
0 ling4 nul
1 jat1 één
2 ji6 twee als cijfer of los getal
3 saam1 drie
4 sei3 vier
5 ng5 vijf
6 luk6 zes
7 cat1 zeven
8 baat3 acht
9 gau2 negen
10 sap6 tien

Let bij (ng5) op de uitspraak: deze lettergreep begint met de klank ng, zonder klinker ervoor. Ook aan het einde van (ling4) hoor je een ng-klank. Bij staat de c in Jyutping voor een aangeblazen klank die ongeveer tussen Nederlandse ts en tjs in ligt. Luister en herhaal liever een opname dan dat je de spelling alleen op Nederlandse leesregels baseert.

Van 11 tot en met 19: tien komt eerst

Voor de getallen 11–19 zet je vóór de eenheid:

十 + eenheid

Getal Kantonees Jyutping
11 十一 sap6 jat1
12 十二 sap6 ji6
13 十三 sap6 saam1
14 十四 sap6 sei3
15 十五 sap6 ng5
16 十六 sap6 luk6
17 十七 sap6 cat1
18 十八 sap6 baat3
19 十九 sap6 gau2

Anders dan bij 100 staat er vóór geen in het getal 10 of in 11–19. Je zegt dus 十一, niet 一十一. Zie hier als één tiental dat niet afzonderlijk met “één” hoeft te worden genoemd.

De tientallen en de getallen ertussen

Vanaf 20 staat het aantal tientallen vóór :

cijfer + 十 + eventueel een cijfer

Getal Kantonees Jyutping Opbouw
20 二十 ji6 sap6 twee tientallen
21 二十一 ji6 sap6 jat1 twee-tien-één
28 二十八 ji6 sap6 baat3 twee-tien-acht
30 三十 saam1 sap6 drie tientallen
46 四十六 sei3 sap6 luk6 vier-tien-zes
53 五十三 ng5 sap6 saam1 vijf-tien-drie
70 七十 cat1 sap6 zeven tientallen
99 九十九 gau2 sap6 gau2 negen-tien-negen
100 一百 jat1 baak3 één honderd

Deze ene formule levert bijna alle getallen van 20 tot en met 99 op. Is de laatste eenheid nul, dan stop je na : 50 is 五十 (ng5 sap6), niet 五十零. Voor 100 gebruik je 一百 (jat1 baak3). (baak3) betekent “honderd”; hier wordt wel uitgesproken.

Het verschil met het Nederlands is vooral de volgorde. Begin bij 47 niet met het Nederlandse “zeven”. Denk aan de cijfers van links naar rechts: 4 → , 10 → , 7 → . Zo krijg je 四十七 (sei3 sap6 cat1).

Wanneer gebruik je en wanneer ?

Beide woorden kunnen met “twee” worden vertaald, maar ze hebben niet dezelfde functie.

Functie Kantonees Jyutping Betekenis
Het losse cijfer 2 ji6 twee
Binnen een getal 二十二 ji6 sap6 ji6 tweeëntwintig
Een nummer of rangnummer 第二 dai6 ji6 tweede
Vóór een maatwoord 兩個人 loeng5 go3 jan4 twee mensen
Vóór een maatwoord 兩本書 loeng5 bun2 syu1 twee boeken

Een maatwoord is een woord dat tussen een getal en een telbaar zelfstandig naamwoord staat. Een zelfstandig naamwoord is eenvoudig gezegd een woord voor een persoon, dier, ding of begrip. In 兩個人 is (go3) het algemene maatwoord en betekent (jan4) “mens”. In 兩本書 is (bun2) het maatwoord voor boeken.

De veilige beginnersregel is daarom:

  • gebruik wanneer je telt, rekent of een getal, cijfer, nummer of positie noemt;
  • gebruik vóór een maatwoord wanneer je een hoeveelheid van twee noemt.

Het Nederlands maakt dit onderscheid niet: “twee” blijft hetzelfde in “twee, drie, vier”, “tweeëntwintig” en “twee boeken”. Juist daardoor is het verleidelijk om altijd te kiezen. Leer de hele combinatie 兩 + maatwoord als een vast patroon.

Tellen en dingen tellen zijn niet hetzelfde

Een losse telreeks bestaat alleen uit getallen:

一、二、三、四、五jat1, ji6, saam1, sei3, ng5

Zodra je zelfstandige naamwoorden telt, komt er normaal een maatwoord tussen:

  • 一個人jat1 go3 jan4 — één persoon
  • 兩個人loeng5 go3 jan4 — twee personen
  • 三個人saam1 go3 jan4 — drie personen
  • 五本書ng5 bun2 syu1 — vijf boeken

Je kunt dus niet simpelweg het Nederlandse patroon “vijf + boeken” overnemen. 五書 mist in gewone spreektaal het maatwoord . De getallen blijven hetzelfde, maar de volledige telconstructie vraagt extra grammatica.

Getallen als hoeveelheden en als cijferreeksen

Een hoeveelheid zoals 53 wordt als één opgebouwd getal gelezen: 五十三 (ng5 sap6 saam1). Een telefoonnummer, toegangscode of kamernummer wordt daarentegen vaak cijfer voor cijfer uitgesproken. De reeks 503 is dan 五零三 (ng5 ling4 saam1), niet automatisch “vijfhonderddrie”. De situatie maakt duidelijk of je een hoeveelheid of een nummercode bedoelt.

Dat onderscheid bestaat ook in het Nederlands: 112 noemen we bij een alarmnummer vaak cijfer voor cijfer, terwijl 112 euro als “honderdtwaalf euro” wordt gelezen. Let in het Kantonees extra op en in zulke reeksen; gebruik je niet als naam van het cijfer 2.

Voorbeelden in context

Kantonees Jyutping Vertaling Opmerking
一、二、三、四、五。 jat1, ji6, saam1, sei3, ng5 Eén, twee, drie, vier, vijf. Los tellen met .
六、七、八、九、十。 luk6, cat1, baat3, gau2, sap6 Zes, zeven, acht, negen, tien. De tweede helft van de basisreeks.
我今年十八歲。 ngo5 gam1 nin4 sap6 baat3 seoi3 Ik ben dit jaar achttien. 18 is tien + acht.
佢今年二十歲。 keoi5 gam1 nin4 ji6 sap6 seoi3 Hij/zij is dit jaar twintig. Een rond tiental.
我住喺二十三樓。 ngo5 zyu6 hai2 ji6 sap6 saam1 lau2 Ik woon op de drieëntwintigste verdieping. De cijferorde blijft 2–10–3.
呢本書五十三蚊。 ni1 bun2 syu1 ng5 sap6 saam1 man1 Dit boek kost drieënvijftig dollar. Een alledaagse prijs in Hongkong.
嗰個九十九蚊。 go2 go3 gau2 sap6 gau2 man1 Dat kost negenennegentig dollar. 99 is 9–10–9.
一百蚊,唔該。 jat1 baak3 man1, m4 goi1 Honderd dollar, alstublieft. wordt vóór uitgesproken.
我哋有兩個人。 ngo5 dei6 jau5 loeng5 go3 jan4 We zijn met twee personen. Hoeveelheid: 兩 + 個.
佢有兩本書。 keoi5 jau5 loeng5 bun2 syu1 Hij/zij heeft twee boeken. is het maatwoord voor boeken.
枱面有十二本書。 toi2 min6 jau5 sap6 ji6 bun2 syu1 Er liggen twaalf boeken op tafel. Binnen 12 blijft twee .
呢度有三十個學生。 ni1 dou6 jau5 saam1 sap6 go3 hok6 saang1 Hier zijn dertig studenten. Getal + maatwoord + zelfstandig naamwoord.
巴士係二十號。 baa1 si2 hai6 ji6 sap6 hou6 Het is bus nummer twintig. Een lijnnummer gebruikt het gewone getal.
號碼係五零三。 hou6 maa5 hai6 ng5 ling4 saam1 Het nummer is vijf-nul-drie. Een code lees je cijfer voor cijfer.

Veelgemaakte fouten

De Nederlandse volgorde in een samengesteld getal gebruiken

  • Fout: 三十二 (saam1 sap6 ji6) als je 23 bedoelt
  • Goed: 二十三 (ji6 sap6 saam1)
  • Waarom: 三十二 betekent 32. Het Kantonees volgt de cijferorde: eerst twee tientallen, dan drie eenheden.

vóór 11–19 toevoegen

  • Fout: 一十二 voor 12
  • Goed: 十二 (sap6 ji6)
  • Waarom: Bij 10 en 11–19 wordt het ene tiental niet met aangekondigd. Bij 100 is wel nodig: 一百.

overal voor het cijfer twee gebruiken

  • Fout: 十兩 voor 12 of 兩十 voor 20
  • Goed: 十二 (sap6 ji6) en 二十 (ji6 sap6)
  • Waarom: Binnen gewone getallen is twee . hoort in de basisregel bij een hoeveelheid vóór een maatwoord.

vóór elk maatwoord zetten

  • Minder natuurlijk als gewone hoeveelheid: 二個人 (ji6 go3 jan4)
  • Goed: 兩個人 (loeng5 go3 jan4)
  • Waarom: In alledaags Kantonees staat vóór een maatwoord doorgaans voor “twee”. Dit onderscheid is in de Nederlandse vertaling niet zichtbaar.

Het maatwoord weglaten

  • Fout: 三書 (saam1 syu1)
  • Goed: 三本書 (saam1 bun2 syu1)
  • Waarom: Bij het tellen van telbare zaken staat normaal een maatwoord tussen het getal en het zelfstandig naamwoord.

Toonnummers als versiering behandelen

  • Fout: Alleen saam sap ng onthouden zonder de tonen.
  • Goed: 三十五saam1 sap6 ng5.
  • Waarom: De tonen onderscheiden woorden in het Kantonees. De cijfers 1, 6 en 5 in Jyutping geven de toon van elke lettergreep aan; ze worden niet hardop als extra cijfers uitgesproken.

Gebruiksnotities

In Kantonese tekst staan Chinese getaltekens en Arabische cijfers vaak naast elkaar. Een winkelprijs kan als $53 verschijnen, een bus als 20號 en een datum grotendeels in cijfers. Dat verandert de Kantonese uitspraak niet. Wie alleen de Chinese tekens oefent, herkent de structuur goed; wie ook echte prijskaartjes en dienstregelingen bekijkt, leert sneller schakelen tussen schrijfwijze en uitspraak.

Bij geld is (man1) in Hongkongse spreektaal een gewoon woord voor een dollar. 五十三蚊 betekent dus “53 dollar”. Het getal zelf verandert niet door de eenheid. Bij leeftijden volgt (seoi3), bij verdiepingen (lau2) en bij genummerde lijnen of datums vaak (hou6). Sommige van deze woorden functioneren grammaticaal als maatwoord of eenheid; leer voorlopig vooral de volledige combinaties.

Jyutping is een hulpmiddel voor uitspraak, geen normale tweede schrijfregel in de meeste Kantonese berichten. Probeer daarom in fasen te oefenen: eerst teken + Jyutping + betekenis, daarna teken + betekenis, en ten slotte alleen luisteren. Houd de toon bij elke lettergreep vast, ook wanneer getallen snel achter elkaar worden gezegd.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze in echte gesprekken en bij grotere getallen tegenkomen.

bij grotere ronde eenheden

Vóór (“honderd”) kun je voor 200 zowel vormen met als met tegenkomen. In alledaagse hoeveelheden is 兩百 (loeng5 baak3) heel gebruikelijk; 二百 (ji6 baak3) komt eveneens voor, afhankelijk van context en stijl. Dit laat zien dat de eenvoudige regel “ alleen vóór een maatwoord” vooral een betrouwbare beginnersregel is, geen volledige beschrijving van alle grotere getallen.

Bij cijferreeksen en exacte nummering blijft duidelijk het cijfer twee: in een telefoonnummer, jaartal of code vervang je het niet zomaar door . Vraag jezelf dus af of je een cijfer opleest of een hoeveelheid vormt.

De spreektaalvorm 廿 voor twintig

In gesproken Kantonees, vooral bij leeftijden, datums en prijzen, hoor je geregeld 廿 (jaa6) voor twintig. 廿五 (jaa6 ng5) betekent dan 25 en staat naast de volledig opgebouwde vorm 二十五 (ji6 sap6 ng5). Voor beginners is 二十 + eenheid het doorzichtige patroon om zelf te gebruiken. Leer 廿 alvast herkennen, zodat een alledaagse datum of prijs niet als een volledig nieuw getal klinkt.

Nullen binnen grotere hoeveelheden

Boven 100 markeert een overgeslagen positie. Zo wordt 101 一百零一 (jat1 baak3 ling4 jat1): één honderd, nul tientallen, één eenheid. Dit valt buiten de kern van 0–100, maar verklaart waarom niet alleen in codes voorkomt. Vergelijk dit met 100 zelf: 一百 eindigt niet op , omdat er na het honderdtal niets meer hoeft te worden toegevoegd.

Rangtelwoorden

Voor “eerste”, “tweede” en “derde” zet je (dai6) vóór het getal: 第一 (dai6 jat1), 第二 (dai6 ji6), 第三 (dai6 saam1). Hierbij blijft “tweede” 第二, niet 第兩. Dit is een andere grammaticale functie dan een hoeveelheid van twee en bevestigt waarom belangrijk blijft.

Oefentips

  1. Bouw getallen van links naar rechts. Trek twee kaartjes van 2–9: het eerste is het aantal tientallen, het tweede de eenheid. Maak van 5 en 3 hardop 五十三 (ng5 sap6 saam1). Voeg ook ronde tientallen toe, zodat je leert op tijd te stoppen na .
  2. Oefen vaste paren met twee. Zeg achter elkaar 二、十二、二十、二十二, maar daarna 兩個人、兩本書、兩隻貓. Zo koppel je aan cijfers en aan telconstructies zonder telkens een Nederlandse regel te vertalen.
  3. Gebruik getallen uit je eigen dag. Lees een busnummer, prijs, verdieping en korte code hardop. Noteer eerst de Chinese tekens en daarna de Jyutping met tonen. Controleer vooral de volgorde bij getallen als 27 en 74.

Verwante onderwerpen

  • Logisch vervolg: Basismaatwoorden — leer waarom je 兩個人, 三本書 en 四架車 zegt.
  • Praktische toepassing: Tijdsaanduidingen — gebruik getallen voor kloktijden en tijdsduur.
  • Praktische toepassing: Geld en winkelen — oefen prijzen, bedragen en vragen met 幾錢.
  • Praktische toepassing: Dagen, maanden en datums — combineer getallen met weekdagen, maanden, jaartallen en datums.

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen 數字 in Kantonees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Kantonees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen