A1

Getallen 1-100 in het Hongaars

Számok 1-100

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Hongaars op Settemila Lingue.

In het kort

De Hongaarse getallen van 1 tot 100 volgen na enkele basisvormen een duidelijk patroon: 21 is huszonegy, 35 is harmincöt en 99 is kilencvenkilenc. Het belangrijkste verschil met het Nederlands is dat een zelfstandig naamwoord (een woord voor een mens, dier, ding of begrip) na een telwoord in het enkelvoud staat: öt ház betekent ‘vijf huizen’, niet öt házak.

Overzicht

Getallen heb je al op A1-niveau voortdurend nodig: om prijzen te begrijpen, een leeftijd te noemen, een adres of telefoonnummer door te geven en aantallen te vragen. Het Hongaarse systeem is overzichtelijk zodra je de getallen tot en met tien en de vormen voor de tientallen kent. Samengestelde getallen worden bovendien in een andere volgorde opgebouwd dan Nederlandse woorden als vijfentwintig: in het Hongaars komt eerst het tiental en daarna de eenheid, dus letterlijk ‘twintig-vijf’.

Twee vormen verdienen meteen extra aandacht. Het getal 2 is meestal kettő wanneer het zelfstandig wordt genoemd, maar vóór een zelfstandig naamwoord gebruik je két: kettő ‘twee’, maar két könyv ‘twee boeken’. Ook veranderen tíz en húsz in samengestelde getallen in tizen- en huszon-: tizenegy ‘elf’ en huszonegy ‘eenentwintig’.

De spelling helpt bij het leren: alle samengestelde getallen binnen het bereik 1-100 worden als één woord geschreven. Je hoeft dus geen spaties of koppeltekens toe te voegen. Let wel goed op de Hongaarse accenten, want í, ú en ő geven lange klinkers aan en horen bij de correcte spelling.

Hoe het werkt

De basisgetallen 1-10

Getal Hongaars Nederlandse betekenis
1 egy één
2 kettő / két twee
3 három drie
4 négy vier
5 öt vijf
6 hat zes
7 hét zeven
8 nyolc acht
9 kilenc negen
10 tíz tien

Gebruik voor een los genoemd getal doorgaans kettő: Egy, kettő, három... (‘Een, twee, drie...’). Vlak vóór een zelfstandig naamwoord wordt dat két: két ember (‘twee mensen’), két kávé (‘twee koffie’ in de betekenis van twee kopjes) en két perc (‘twee minuten’).

Datzelfde onderscheid zie je aan het einde van een samengesteld getal. Los is 22 huszonkettő, maar vóór een zelfstandig naamwoord staat huszonkét: huszonkét diák (‘tweeëntwintig studenten’). Zie kettő en két dus niet als twee verschillende getallen, maar als twee vormen van hetzelfde getal.

Van 11 tot en met 19: tizen-

Voor 11-19 neem je tizen- en voeg je de eenheid eraan vast.

Getal Hongaars Opbouw
11 tizenegy tizen + egy
12 tizenkettő tizen + kettő
13 tizenhárom tizen + három
14 tizennégy tizen + négy
15 tizenöt tizen + öt
16 tizenhat tizen + hat
17 tizenhét tizen + hét
18 tizennyolc tizen + nyolc
19 tizenkilenc tizen + kilenc

De lange í van dus wel aanwezig in tíz, maar niet in het element tizen-. Schrijf bijvoorbeeld tizenöt, niet tízenöt. De dubbele n in tizennégy en tizennyolc ontstaat eenvoudig doordat tizen eindigt op n en het volgende deel met n begint.

Twintig en 21-29: húsz en huszon-

Het losse tiental is húsz. Voor 21-29 gebruik je echter huszon- zonder lange ú.

Getal Hongaars Opbouw
20 húsz basisvorm
21 huszonegy huszon + egy
22 huszonkettő huszon + kettő
23 huszonhárom huszon + három
25 huszonöt huszon + öt
28 huszonnyolc huszon + nyolc
29 huszonkilenc huszon + kilenc

Voor een zelfstandig naamwoord verandert alleen het laatste deel kettő in két: huszonkét éves (‘tweeëntwintig jaar oud’) en huszonkét oldal (‘tweeëntwintig bladzijden’).

De tientallen 30-100

Vanaf 30 voeg je de eenheid rechtstreeks achter het tiental. Sommige tientallen lijken duidelijk op het basisgetal, maar niet allemaal even doorzichtig. Leer ze daarom als vaste ankerpunten.

Getal Hongaars Voorbeeld met eenheid
30 harminc 34: harmincnégy
40 negyven 41: negyvenegy
50 ötven 56: ötvenhat
60 hatvan 63: hatvanhárom
70 hetven 77: hetvenhét
80 nyolcvan 82: nyolcvankettő
90 kilencven 99: kilencvenkilenc
100 száz honderd

Let op enkele vormveranderingen: három wordt harminc, négy wordt negyven en hét wordt hetven. Bij negyven en hetven verdwijnen dus ook de accenten van de basisvormen négy en hét. De uitgangen -van en -ven hangen samen met de klinkers van het woord, maar voor beginners is het betrouwbaarder de volledige tientallen uit het hoofd te leren.

De bouwregel blijft daarna steeds dezelfde:

  • 31 = harmincegy
  • 42 = negyvenkettő, maar negyvenkét forint
  • 58 = ötvennyolc
  • 64 = hatvannégy
  • 76 = hetvenhat
  • 87 = nyolcvanhét
  • 93 = kilencvenhárom

Bij vormen als hatvannégy staat een dubbele n op de grens van de delen: hatvan + négy. Ook dit is geen aparte uitzondering, maar gewone aaneenschrijving.

Na een getal blijft het zelfstandig naamwoord enkelvoud

Dit is de belangrijkste zinsregel. In het Nederlands zeggen we één huis maar vijf huizen. Het Hongaars behandelt het telwoord zelf al als voldoende aanduiding van de hoeveelheid. Daarom krijgt het zelfstandig naamwoord na een bepaald aantal geen meervoudsuitgang -k:

Nederlands Goed Hongaars Niet gebruiken
één huis egy ház —
twee huizen két ház két házak
vijf boeken öt könyv öt könyvek
dertig studenten harminc diák harminc diákok
honderd forint száz forint száz forintok

Ook een bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap noemt) blijft in zo'n woordgroep ongewijzigd: öt nagy ház betekent ‘vijf grote huizen’. Als het zelfstandig naamwoord een naamvalsuitgang krijgt — een achtervoegsel dat zijn functie in de zin aangeeft — komt die uitgang wel gewoon achter het enkelvoud: öt házat látok (‘ik zie vijf huizen’) en két házban laknak (‘ze wonen in twee huizen’). Het aantal is meervoudig in betekenis, maar de woordvorm ház blijft enkelvoud.

Vragen naar een aantal en een prijs

Het gewone vraagwoord voor een telbare hoeveelheid is hány? (‘hoeveel?’):

  • Hány könyv van itt? — Hoeveel boeken zijn hier?
  • Hány éves vagy? — Hoe oud ben je? Letterlijk: hoeveel jaar oud ben je?
  • Hány óra van? — Hoe laat is het? Letterlijk: hoeveel uur is het?

Na hány geldt dezelfde enkelvoudsregel: hány könyv, niet hány könyvek. Voor een prijs hoor je vaak Mennyibe kerül? (‘Hoeveel kost het?’). Mennyi? betekent algemener ‘hoeveel?’ en wordt ook gebruikt bij bedragen of niet afzonderlijk getelde hoeveelheden.

Voorbeelden in context

Hongaars Nederlands Toelichting
Egy kávét kérek. Ik wil graag één koffie. Egy kan zowel ‘één’ als ‘een’ betekenen.
Két jegyet kérek. Ik wil graag twee kaartjes. Vóór jegy gebruik je két.
A szobaszám huszonkettő. Het kamernummer is tweeëntwintig. Het getal staat los, dus kettő.
Huszonkét szoba van a hotelben. Er zijn tweeëntwintig kamers in het hotel. Vóór szoba wordt het két.
Tizenöt percet várunk. We wachten vijftien minuten. perc blijft enkelvoud en krijgt hier de uitgang -et.
Harminc diák tanul itt. Hier studeren dertig studenten. Geen meervouds-k na harminc.
Negyven oldalt kell elolvasnom. Ik moet veertig bladzijden lezen. oldal blijft enkelvoud en krijgt de uitgang -t.
A jegy ötven forint. Het kaartje kost vijftig forint. Valutanamen blijven na een getal enkelvoud.
Hatvanhárom éves. Hij/zij is drieënzestig jaar oud. Bij een leeftijd staat éves achter het getal.
Nyolcvan ember jött el. Er zijn tachtig mensen gekomen. ember, niet het meervoud emberek.
Kilencvenkilenc oldalt olvastam. Ik heb negenennegentig bladzijden gelezen. oldal krijgt als lijdend voorwerp de uitgang -t.
Száz euró túl sok. Honderd euro is te veel. száz is honderd; euró blijft enkelvoud.
Hány alma van az asztalon? Hoeveel appels liggen er op tafel? Na hány volgt eveneens enkelvoud.
A busz harmincöt perc múlva indul. De bus vertrekt over vijfendertig minuten. Eerst het tiental, dan de eenheid: harminc + öt.

Veelgemaakte fouten

Een meervoudsuitgang toevoegen na een getal

  • Fout: öt házak
  • Goed: öt ház
  • Waarom: Öt maakt de meervoudige betekenis al duidelijk. Anders dan in het Nederlands blijft het Hongaarse zelfstandig naamwoord na een telwoord enkelvoud.

Altijd kettő gebruiken

  • Fout: kettő könyv, huszonkettő diák
  • Goed: két könyv, huszonkét diák
  • Waarom: Gebruik két wanneer 2 direct vóór een zelfstandig naamwoord staat. Gebruik de volledige vorm kettő wanneer je het getal zelfstandig noemt: A válasz kettő (‘Het antwoord is twee’).

Tíz en húsz onveranderd laten in samenstellingen

  • Fout: tízegy, húszegy
  • Goed: tizenegy, huszonegy
  • Waarom: Voor 11-19 heb je tizen- nodig; voor 21-29 gebruik je huszon-.

De Nederlandse volgorde overnemen

  • Fout gedacht: 35 opbouwen als ‘vijf en dertig’
  • Goed: harmincöt
  • Waarom: In het Hongaars komt het tiental eerst en de eenheid daarna. Dat lijkt in de woordvolgorde meer op de cijfers 3-5 dan op het Nederlandse woord vijfendertig.

Spaties of koppeltekens invoegen

  • Fout: harminc öt, kilencven-kilenc
  • Goed: harmincöt, kilencvenkilenc
  • Waarom: Binnen 1-100 schrijf je een samengesteld hoofdtelwoord als één woord.

Accenten als versiering behandelen

  • Fout: tiz, husz, szaz
  • Goed: tíz, húsz, száz
  • Waarom: De accenten horen bij de spelling en geven onder meer klinkerlengte aan. In tizen- en huszon- worden de klinkers wel echt kort: tizenhárom, huszonöt.

Gebruiksnotities

Bij het dicteren van cijfers, bijvoorbeeld in een telefoonnummer, kan kettő extra duidelijk zijn omdat het los uitgesproken getal wordt genoemd. In een hoeveelheid blijft két de normale vorm: két euró, két nap, két óra. Luister dus naar de functie: wordt alleen het cijfer 2 benoemd, of bepaalt het een volgend zelfstandig naamwoord?

Egy kan zowel het telwoord ‘één’ als het onbepaalde lidwoord ‘een’ zijn. De context en de nadruk maken vaak duidelijk wat bedoeld wordt. In Kérek egy kávét is ‘een koffie’ meestal de natuurlijke vertaling; met duidelijke nadruk op egy kan ‘één koffie, niet twee’ bedoeld zijn.

Voor leeftijden gebruikt het Hongaars een getal met éves (‘jaar oud’): Harminc éves vagyok (‘Ik ben dertig jaar’). Het Nederlands gebruikt hier het werkwoord zijn zonder een woord als ‘oud’, maar in het Hongaars is éves een vast onderdeel van deze gewone leeftijdsuitdrukking. Een telefoonnummer, buslijn of kamernummer wordt niet altijd als één hoeveelheid gelezen; zulke nummers kunnen cijfer voor cijfer of volgens lokaal gebruik in groepen worden uitgesproken.

Verder dan de basis

Dit hoef je op A1-niveau nog niet allemaal actief te beheersen, maar de basisgetallen verschijnen later in verschillende nieuwe vormen.

Rangtelwoorden geven een plaats in een volgorde aan: első (‘eerste’), második (‘tweede’), harmadik (‘derde’), negyedik (‘vierde’) en ötödik (‘vijfde’). Ze zijn niet altijd rechtstreeks voorspelbaar uit het hoofdtelwoord. Vanaf grotere getallen zie je vormen als huszadik (‘twintigste’) en huszonegyedik (‘eenentwintigste’). Leer die als een volgende stap, niet als onderdeel van het tellen zelf.

Een telwoord kan ook een uitgang krijgen wanneer het zelfstandig wordt gebruikt. Ketten jönnek betekent ‘ze komen met z'n tweeën’ en Öten vagyunk ‘we zijn met z'n vijven’. De vormen voor groepen personen zijn niet simpelweg het gewone getal plus één overal identieke uitgang: je ziet onder meer ketten, hárman, négyen, öten. Zulke vormen zijn zeer gebruikelijk, maar staan los van de beginnersregel két ember.

Ook naamvalsuitgangen kunnen rechtstreeks aan een zelfstandig gebruikt getal komen. Ötöt kérek betekent ‘ik wil er vijf’, waarbij -öt hier het lijdend voorwerp markeert (wie of wat de handeling ondergaat). In háromtól ötig (‘van drie tot vijf’) dragen három en öt uitgangen voor het begin- en eindpunt. Het Hongaars behandelt getallen dus als gewone woorden die, wanneer de zin dat vraagt, achtervoegsels kunnen krijgen.

Bij exacte hoeveelheden blijft de enkelvoudsregel bijzonder sterk: száz ember, ezer forint, kétmillió lakos. Zonder telwoord gebruik je natuurlijk wel het gewone meervoud wanneer je over meerdere zaken spreekt: A házak nagyok (‘De huizen zijn groot’). Vergelijk dus:

  • öt nagy ház — vijf grote huizen;
  • a nagy házak — de grote huizen.

Het is het aanwezige telwoord of hoeveelheidswoord dat het verschil veroorzaakt, niet de werkelijkheid: in beide gevallen gaat het om meer dan één huis.

Oefentips

  1. Leer de tientallen als ankerpunten. Schrijf tíz, húsz, harminc, negyven, ötven, hatvan, hetven, nyolcvan, kilencven, száz op kaartjes. Trek daarna een cijfer van 1-9 en plak het mondeling achter het tiental: hatvan + négy → hatvannégy.
  2. Oefen 2 altijd in paren. Zeg achter elkaar kettő — két könyv, tizenkettő — tizenkét könyv, huszonkettő — huszonkét könyv. Zo koppel je de keuze tussen kettő en két meteen aan de zinsbouw.
  3. Bestrijd bewust de Nederlandse meervoudsreflex. Kijk om je heen en tel voorwerpen: három szék (‘drie stoelen’), négy ablak (‘vier ramen’), öt könyv (‘vijf boeken’). Controleer telkens dat het laatste woord geen meervouds-k heeft.

Verwante onderwerpen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen