A1

Getallen en tellen in het Swahili

Nambari na Kuhesabu

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Swahili op Settemila Lingue.

Kort gezegd

De basisreeks is moja, mbili, tatu, nne, tano, sita, saba, nane, tisa, kumi. Anders dan in het Nederlands staat een telwoord meestal na het naamwoord: watu watatu betekent ‘drie mensen’. Bij 1–5 en 8 verandert de vorm vaak mee met de naamwoordklasse; 6, 7, 9 en 10 blijven gelijk.

Overzicht

Getallen heb je al vanaf niveau A1 nodig: om prijzen te begrijpen, mensen en voorwerpen te tellen, een telefoonnummer te geven en over leeftijden, dagen of hoeveelheden te praten. De getallen zelf zijn goed te leren. De extra Swahili-stap is congruentie (vormovereenkomst): sommige telwoorden krijgen een beginstuk dat past bij de klasse van het naamwoord dat je telt.

Een naamwoordklasse is een grammaticale groep van zelfstandige naamwoorden. Zo horen veel woorden voor mensen bij de klasse met enkelvoud m- en meervoud wa-, terwijl veel voorwerpen een ki-/vi--patroon hebben. Die groepen bepalen niet alleen de vorm van het naamwoord, maar ook die van bepaalde woorden die erbij horen. Daarom heet het ‘drie mensen’ watu watatu, maar ‘drie boeken’ vitabu vitatu.

Voor een Nederlandstalige voelt vooral de woordvolgorde anders. In het Nederlands zeg je ‘vijf boeken’, met het getal vóór het naamwoord. In het Swahili is de gewone volgorde vitabu vitano: letterlijk gezien ‘boeken vijf’. Begin daarom niet met losse getallen in een Nederlandse volgorde, maar leer vanaf het begin hele woordgroepen.

Zo werkt het

De getallen van nul tot en met tien

Getal Swahili Opmerking
0 sifuri onveranderlijk
1 moja kan een klassevoorvoegsel krijgen
2 mbili kan van vorm veranderen
3 tatu kan een klassevoorvoegsel krijgen
4 nne kan een klassevoorvoegsel krijgen
5 tano kan een klassevoorvoegsel krijgen
6 sita onveranderlijk
7 saba onveranderlijk
8 nane kan een klassevoorvoegsel krijgen
9 tisa onveranderlijk
10 kumi onveranderlijk

Bij los tellen gebruik je de woorden uit deze reeks: moja, mbili, tatu... Hetzelfde gebeurt meestal wanneer je cijfers één voor één opleest, bijvoorbeeld in een telefoonnummer. Zodra het getal bij een naamwoord hoort, moet je bij 1–5 en 8 op de klasse letten.

De eenvoudige beginnersregel

Onthoud eerst drie punten:

  1. Zet het naamwoord vóór het telwoord: vitabu vitano (‘vijf boeken’).
  2. Laat sita, saba, tisa en kumi onveranderd: watu sita, vitabu saba, miti tisa, siku kumi.
  3. Laat 1–5 en 8 aansluiten bij de naamwoordklasse.

De telwoordstammen zijn -moja, -wili, -tatu, -nne, -tano en -nane. Een streepje betekent hier dat er vaak een klassevorm vóór komt. Je hoeft niet meteen alle klassen uit het hoofd te kennen. De volgende vijf patronen leveren al veel bruikbare combinaties op.

Klassepatroon 1 2 3 4 5 8
m-/wa-: mensen mtu mmoja watu wawili watu watatu watu wanne watu watano watu wanane
m-/mi-: onder meer bomen en voorwerpen mti mmoja miti miwili miti mitatu miti minne miti mitano miti minane
enkelvoud/ma-: onder meer vruchten tunda moja matunda mawili matunda matatu matunda manne matunda matano matunda manane
ki-/vi-: veel dingen en werktuigen kitabu kimoja vitabu viwili vitabu vitatu vitabu vinne vitabu vitano vitabu vinane
n-/n-: veel dieren, dingen en leenwoorden nyumba moja nyumba mbili nyumba tatu nyumba nne nyumba tano nyumba nane

De Nederlandse vertaling laat deze verschillen niet zien: ‘drie’ blijft altijd ‘drie’. In het Swahili herken je dezelfde stam in watatu, mitatu, matatu en vitatu, maar het begin wijst naar de klasse. Bij nne vloeien klank en voorvoegsel soms samen: wa + nne wordt wanne en ma + nne wordt manne.

Eén is bijzonder omdat een enkelvoudig naamwoord ook zonder telwoord al onbepaald kan zijn. Swahili heeft geen apart lidwoord dat precies overeenkomt met Nederlands ‘een’: kitabu kan afhankelijk van de context ‘boek’ of ‘een boek’ betekenen. Met kitabu kimoja benadruk je dat het om één boek gaat, en niet om twee of meer.

Elf tot en met negentien

Zet na kumi het verbindingswoord na (‘en’):

Getal Swahili Opbouw
11 kumi na moja tien en één
12 kumi na mbili tien en twee
15 kumi na tano tien en vijf
18 kumi na nane tien en acht
19 kumi na tisa tien en negen

Bij een naamwoord kan het laatste deel weer congruentie tonen: watoto kumi na wawili (‘twaalf kinderen’) en vitabu kumi na vitano (‘vijftien boeken’). In siku kumi na tano (‘vijftien dagen’) is geen extra zichtbaar voorvoegsel nodig.

Tientallen en grotere getallen

De tientallen hebben eigen vormen. Alleen tussen een tiental en de laatste eenheid staat na.

Getal Swahili
20 ishirini
30 thelathini
40 arobaini
50 hamsini
60 sitini
70 sabini
80 themanini
90 tisini
100 mia moja
200 mia mbili
1.000 elfu moja
2.000 elfu mbili

Zo is 23 ishirini na tatu, 35 thelathini na tano en 48 arobaini na nane. De woorden mia (‘honderdtallen’) en elfu (‘duizend’) staan vóór hun vermenigvuldiger: mia tatu is 300 en elfu tano is 5.000. Leer zulke vormen als vaste bouwblokken; probeer ze niet woord voor woord vanuit de Nederlandse volgorde te maken.

Voorbeelden in context

Swahili Nederlands Toelichting
Nina kalamu moja. Ik heb één pen. Bij dit naamwoord is 1 zichtbaar als moja.
Watu watatu wanasubiri. Drie mensen wachten. wa- sluit aan bij mensen in het meervoud.
Watoto wawili wanacheza. Twee kinderen spelen. De stam voor 2 verschijnt als -wili.
Vitabu vitano viko mezani. Er liggen vijf boeken op tafel. vi- komt terug in vitabu en vitano.
Nimenunua vikombe vinane. Ik heb acht kopjes gekocht. 8 hoort bij de telwoorden die meebuigen.
Nyumba mbili ni kubwa. Twee huizen zijn groot. In deze klasse blijft de vorm mbili.
Miti minne iko bustanini. Er staan vier bomen in de tuin. Het meervoudspatroon is mi-.
Ana machungwa matano. Hij of zij heeft vijf sinaasappels. Het telwoord volgt het ma--patroon.
Wanafunzi sita wamefika. Zes leerlingen zijn aangekomen. sita verandert niet.
Tuna siku kumi. We hebben tien dagen. kumi is onveranderlijk.
Safari inachukua siku kumi na tano. De reis duurt vijftien dagen. 15 wordt opgebouwd als tien en vijf.
Darasani kuna wanafunzi ishirini na watatu. In het lokaal zijn drieëntwintig leerlingen. Het laatste deel, watatu, sluit aan bij mensen.
Bei ni shilingi elfu mbili. De prijs is tweeduizend shilling. elfu mbili vormt 2.000.
Nahitaji kitabu kimoja tu. Ik heb maar één boek nodig. tu na het getal betekent hier ‘slechts’.

Veelgemaakte fouten

Het telwoord vóór het naamwoord zetten

  • Niet: watatu watu
  • Wel: watu watatu
  • Waarom: de neutrale Swahili-volgorde is naamwoord + telwoord. De Nederlandse volgorde ‘drie mensen’ mag je dus niet kopiëren.

Altijd de losse telvorm gebruiken

  • Niet: vitabu tano
  • Wel: vitabu vitano
  • Waarom: 5 stemt met de vi--klasse van vitabu overeen. Los tel je tano, maar bij dit naamwoord wordt het vitano.

Een voorvoegsel toevoegen aan een onveranderlijk getal

  • Niet: watu wasita
  • Wel: watu sita
  • Waarom: 6, 7, 9 en 10 krijgen geen klassevoorvoegsel. Het zijn dus watu sita, vitabu saba, miti tisa en matunda kumi.

Het meervoud van het naamwoord vergeten

  • Niet: kitabu viwili
  • Wel: vitabu viwili
  • Waarom: bij twee of meer staat het naamwoord normaal in het meervoud. Beide vormen moeten bij hetzelfde patroon passen: ki-/vi-.

Na weglaten in samengestelde getallen

  • Niet: ishirini tatu
  • Wel: ishirini na tatu
  • Waarom: tussen het tiental en de eenheid staat na: 23 is ishirini na tatu. Bij een passende klasse kan dat laatste woord bijvoorbeeld watatu of vitatu worden.

Nederlands ‘een’ automatisch met moja vertalen

  • Minder natuurlijk zonder nadruk: Nimenunua kitabu kimoja als je alleen bedoelt dat je een boek hebt gekocht.
  • Neutraal: Nimenunua kitabu.
  • Met nadruk op het aantal: Nimenunua kitabu kimoja.
  • Waarom: Swahili heeft geen onbepaald lidwoord zoals Nederlands ‘een’. Gebruik moja wanneer het aantal één van belang is.

Gebruik en nuance

In prijzen en aantallen volgt het getal doorgaans ook op de eenheid: shilingi elfu mbili (‘tweeduizend shilling’), kilo tatu (‘drie kilo’) en dakika tano (‘vijf minuten’). Sommige eenheden vallen in een klasse waarin het telwoord geen zichtbaar extra beginstuk krijgt; dat betekent niet dat de algemene regel verdwenen is.

Bij snel spreken blijven de basisvormen herkenbaar, maar een goede congruentie is geen overdreven formeel taalgebruik. Watu wawili en vitabu viwili zijn gewone, alledaagse vormen. Uit de context zal men een fout telwoord vaak wel begrijpen, maar de verkeerde klasse klinkt onmiddellijk ongrammaticaal.

Let ook op levende wezens. Sommige namen van dieren zien er qua naamwoordvorm uit als woorden uit de n-/n-klasse, maar krijgen in de standaardtaal vaak de overeenkomst voor levende wezens: bijvoorbeeld ng’ombe wawili (‘twee runderen’). Dit is een reden om een nieuw naamwoord liefst meteen in een korte woordgroep te leren, en niet alleen als los woordenboekwoord.

Verder dan de basis

De volgende details hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.

Samengestelde getallen blijven congruentie tonen

Wanneer een samengesteld getal eindigt op 2, 3, 4, 5 of 8, kan juist dat laatste deel met het naamwoord meebuigen: watu ishirini na watatu (‘23 mensen’) tegenover vitabu ishirini na vitatu (‘23 boeken’). Bij 21 verschijnt vaak de enkelvoudige vorm voor ‘één’: watu ishirini na mmoja en vitabu ishirini na kimoja. Zie dit voorlopig als een herkenningsregel; de korte basisgetallen zijn belangrijker.

Rangtelwoorden werken anders

Een rangtelwoord zegt niet hoeveel er zijn, maar welke plaats iets inneemt: eerste, tweede, derde. ‘Eerste’ en ‘tweede’ zijn kwanza en pili. Ze staan achter een verbindingsvorm die bij de naamwoordklasse past:

  • mtu wa kwanza — de eerste persoon
  • kitabu cha pili — het tweede boek
  • siku ya tatu — de derde dag

Vanaf ‘derde’ herken je vaak het gewone hoofdtelwoord, maar de verbindingsvorm (wa, cha, ya enzovoort) draagt de klasse-informatie. Meng dit patroon niet met rechtstreeks tellen: ‘drie boeken’ blijft vitabu vitatu, niet vitabu vya tatu.

Herhaling kan verdeling uitdrukken

Een herhaald getal kan ‘elk’ of ‘in groepjes van’ betekenen. Watu waliingia wawili wawili betekent dat de mensen twee aan twee naar binnen gingen. Dit is een productief patroon, maar voor beginners is het voldoende om het te herkennen.

Oefentips

  1. Oefen in paren van klassen. Zeg achter elkaar watu watatu, miti mitatu, matunda matatu, vitabu vitatu, nyumba tatu. Zo leer je niet alleen ‘drie’, maar ook wat er aan de vorm verandert.
  2. Tel echte dingen om je heen. Maak korte woordgroepen met boeken, pennen, stoelen of mensen. Begin met 1–5 en 8; voeg daarna de onveranderlijke vormen 6, 7, 9 en 10 toe.
  3. Bouw grotere getallen hardop. Kies een tiental en voeg met na een eenheid toe: ishirini na nne, thelathini na saba, arobaini na tisa. Maak daarna één voorbeeld met een naamwoord en controleer of het laatste telwoord moet meebuigen.

Verwante onderwerpen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Nambari na Kuhesabu in Swahili met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Swahili · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen