A1

Getallen en tijd in het Zweeds

Tal och Tid

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.

In het kort

Zweedse getallen tot 100 worden meestal voorspelbaar opgebouwd: tjugo ‘twintig’ plus en ‘één’ wordt tjugoen. Voor de tijd gebruik je Klockan är ..., en halv tre betekent net als Nederlands halfdrie: 2.30 uur. Weekdagen en maanden krijgen in het Zweeds geen hoofdletter, en een datum wordt uitgesproken met een rangtelwoord: den första maj.

Overzicht

Getallen en tijd behoren tot de praktische basis van niveau A1. Je hebt ze nodig voor prijzen, telefoonnummers, leeftijden, openingstijden en afspraken. Met een betrekkelijk kleine verzameling woorden kun je al vragen hoe laat de trein vertrekt, zeggen wanneer je jarig bent en begrijpen dat iets tjugoen kronor kost.

De Zweedse en Nederlandse systemen lijken op veel punten op elkaar. Zo komt halv tre precies overeen met halfdrie. Toch liggen er ook Nederlandse valkuilen op de loer: waar het Nederlands om drie uur zegt, is in het Zweeds meestal gewoon klockan tre genoeg. Ook schrijf je samengestelde Zweedse getallen doorgaans aaneen en beginnen måndag en januari met een kleine letter.

Dit artikel behandelt hoofdtelwoorden (getallen die een hoeveelheid aangeven), de belangrijkste rangtelwoorden (getallen die een plaats in een reeks aangeven), kloktijden, weekdagen, maanden, seizoenen en eenvoudige datums. Eerst komen de regels die je als beginner direct nodig hebt; latere bijzonderheden staan apart onder Verder dan de basis.

Zo werkt het

Hoofdtelwoorden van 0 tot en met 100

De vormen van nul tot twintig moet je grotendeels afzonderlijk leren. Let vooral op de spelling en uitspraak van sju, nio, tjugo en fyrtio.

Getal Zweeds Getal Zweeds
0 noll 10 tio
1 en / ett 11 elva
2 två 12 tolv
3 tre 13 tretton
4 fyra 14 fjorton
5 fem 15 femton
6 sex 16 sexton
7 sju 17 sjutton
8 åtta 18 arton
9 nio 19 nitton
20 tjugo 100 hundra

Vanaf 21 zet je de tientallen en eenheden achter elkaar. In gewone tekst schrijf je die combinatie als één woord.

Getal Zweeds Opbouw
21 tjugoen / tjugoett tjugo + en/ett
22 tjugotvå tjugo + två
28 tjugoåtta tjugo + åtta
30 trettio
40 fyrtio
50 femtio
60 sextio
70 sjuttio
80 åttio
90 nittio
99 nittionio nittio + nio
100 hundra / ett hundra

Bij het getal één kies je en of ett volgens het zelfstandig naamwoord (het woord voor een persoon, dier, ding of begrip) dat erop volgt. Een en-woord krijgt en en een ett-woord krijgt ett:

  • en krona — één kroon
  • ett år — één jaar
  • tjugoen kronor — eenentwintig kronen
  • tjugoett år — eenentwintig jaar

Zonder zelfstandig naamwoord is ett gebruikelijk als je alleen het getal noemt, bijvoorbeeld bij tellen of rekenen: tjugoett, tjugotvå, tjugotre. In telefoonnummers en codes hoor je voor het cijfer 1 vaak ett of en, afhankelijk van de vaste leeswijze en de spreker.

Na de getallen twee en hoger staat een telbaar zelfstandig naamwoord normaal in het meervoud: två dagar, fem böcker, trettio kronor. Na en/ett staat het in het enkelvoud: en dag, ett äpple.

Rangtelwoorden

Een rangtelwoord zegt welke plaats iets inneemt: eerste, tweede, derde enzovoort. De eerste vormen zijn onregelmatig en verdienen extra oefening.

Getal Zweeds Nederlands
1e första eerste
2e andra tweede
3e tredje derde
4e fjärde vierde
5e femte vijfde
6e sjätte zesde
7e sjunde zevende
8e åttonde achtste
9e nionde negende
10e tionde tiende
11e elfte elfde
12e tolfte twaalfde
13e trettonde dertiende
20e tjugonde twintigste
21e tjugoförsta eenentwintigste
30e trettionde dertigste

Bij een zelfstandig naamwoord staat vaak een bepaald woord vóór het rangtelwoord: den första dagen ‘de eerste dag’ en det tredje försöket ‘de derde poging’. Den hoort bij een en-woord, det bij een ett-woord en de bij een meervoud: de första dagarna. Het rangtelwoord zelf eindigt al op -a of -e en verandert hier niet verder.

De klok vragen en noemen

Om naar de tijd te vragen, zeg je:

  • Vad är klockan? — Hoe laat is het?
  • Hur mycket är klockan? — Hoe laat is het?

Het antwoord begint vaak met Klockan är .... In een gesprek kan ook alleen de tijd volstaan.

Tijd Zweeds Letterlijk patroon
3.00 Klockan är tre. drie
3.05 Klockan är fem över tre. vijf over drie
3.15 Klockan är kvart över tre. kwart over drie
3.25 Klockan är fem i halv fyra. vijf vóór halfvier
3.30 Klockan är halv fyra. halfvier
3.35 Klockan är fem över halv fyra. vijf over halfvier
3.45 Klockan är kvart i fyra. kwart vóór vier
3.55 Klockan är fem i fyra. vijf vóór vier

Voor Nederlandse sprekers is halv fyra gelukkig vertrouwd: het betekent 3.30 uur, niet 4.30 uur. Rond het halve uur gebruikt het Zweeds echter patronen die je in het Nederlands minder vaak zo formuleert. Fem i halv fyra is 3.25 uur en fem över halv fyra is 3.35 uur.

Voor het tijdstip van een afspraak gebruik je meestal klockan zonder een voorzetsel dat overeenkomt met Nederlands om:

  • Mötet börjar klockan nio. — De vergadering begint om negen uur.
  • Vi ses klockan halv sju. — We zien elkaar om halfzeven.

In roosters en zakelijke mededelingen zie je vaak kl. als afkorting: Öppet kl. 10–18. Bij een digitale tijd kan 14.30 worden gelezen als fjorton trettio, maar in alledaagse gesprekken is halv tre vaak natuurlijker als duidelijk is welk dagdeel wordt bedoeld.

Weekdagen

Zweeds Nederlands
måndag maandag
tisdag dinsdag
onsdag woensdag
torsdag donderdag
fredag vrijdag
lördag zaterdag
söndag zondag

Weekdagen krijgen een kleine letter. På måndag betekent meestal ‘maandag’ of ‘aanstaande maandag’, waarbij de context duidelijk maakt welke maandag bedoeld is. Voor een herhaling kun je på måndagar gebruiken: Jag tränar på måndagar ‘Ik train op maandagen’. Met varje blijft de dag in het enkelvoud: varje måndag ‘elke maandag’.

Voor de voorbije dag van de week bestaan nuttige vormen op -s: i måndags ‘afgelopen maandag’ en i fredags ‘afgelopen vrijdag’. Deze vormen hoef je niet meteen allemaal actief te gebruiken, maar je hoort ze vaak.

Maanden, seizoenen en datums

Maand Zweeds Maand Zweeds
januari januari juli juli
februari februari augustus augusti
maart mars september september
april april oktober oktober
mei maj november november
juni juni december december

Ook maandnamen beginnen met een kleine letter. De vier seizoenen zijn vår ‘lente’, sommar ‘zomer’, höst ‘herfst’ en vinter ‘winter’.

Bij een datum spreek je het dagnummer uit als een rangtelwoord:

  • den första maj — 1 mei
  • den tjugofjärde december — 24 december
  • Jag fyller år den sjunde augusti. — Ik ben op 7 augustus jarig.

In geschreven datums is het cijfer gebruikelijk: 1 maj 2026. De vorm met den is vooral duidelijk wanneer de datum deel van een zin is. In opschriften, formulieren en korte antwoorden kan die achterwege blijven. Vraag naar de datum met Vilket datum är det i dag? en antwoord bijvoorbeeld Det är den första maj.

Voor een maand of seizoen gebruikt het Zweeds vaak i:

  • i maj — in mei
  • i sommar — deze zomer / komende zomer, afhankelijk van de context
  • på sommaren — in de zomer, als algemene of terugkerende periode

Voorbeelden in context

Zweeds Nederlands Toelichting
Biljetten kostar tjugoen kronor. Het kaartje kost eenentwintig kronen. En past bij het en-woord krona.
Min son är tjugoett år. Mijn zoon is eenentwintig jaar. Ett past bij het ett-woord år.
Vi behöver fyrtio stolar. We hebben veertig stoelen nodig. Tiental plus zelfstandig naamwoord.
Klockan är tre. Het is drie uur. Eenvoudig heel uur.
Tåget går kvart över åtta. De trein vertrekt om kwart over acht. Över betekent ‘over’.
Filmen börjar fem i halv nio. De film begint om vijf voor halfnegen. Dat is 8.25 uur.
Vi ses klockan halv sju. We zien elkaar om halfzeven. Geen Zweeds equivalent van Nederlands om nodig.
Kontoret är öppet kl. 9–17. Het kantoor is geopend van 9 tot 17 uur. Schriftelijke afkorting van klockan.
Jag arbetar hemma på måndag. Ik werk maandag thuis. Een concrete komende maandag.
Hon tränar på torsdagar. Zij traint op donderdagen. Meervoud voor een terugkerende gewoonte.
Vi var i Malmö i lördags. We waren afgelopen zaterdag in Malmö. I lördags verwijst naar de voorbije zaterdag.
Det är den första maj. Het is 1 mei. Het dagnummer wordt als rangtelwoord uitgesproken.
Min födelsedag är den tjugonde oktober. Mijn verjaardag is op 20 oktober. Tjugonde is ‘twintigste’.
Skolan börjar i augusti. De school begint in augustus. I voor een maand.
På vintern blir dagarna kortare. In de winter worden de dagen korter. På vintern drukt een algemene, terugkerende periode uit.

Veelgemaakte fouten

1. En gebruiken bij ieder getal dat op één eindigt

  • Onjuist: tjugoen år
  • Juist: tjugoett år
  • Waarom: Het laatste deel, één, past zich aan het volgende woord aan. År is een ett-woord; daarom gebruik je ett, ook in een samengesteld getal.

2. Samengestelde getallen los schrijven

  • Onjuist: tjugo en kronor
  • Juist: tjugoen kronor
  • Waarom: Samengestelde hoofdtelwoorden worden in gewone tekst als één woord geschreven. Dat wijkt af van de Nederlandse spelling eenentwintig, maar het principe van aaneenschrijven is juist vergelijkbaar.

3. Halv tre als 3.30 uur begrijpen

  • Onjuist begrip: halv tre = 3.30 uur
  • Juist begrip: halv tre = 2.30 uur
  • Waarom: Het halve uur loopt naar drie toe. Dit werkt precies als Nederlands halfdrie; laat je dus niet beïnvloeden door talen die vanaf het vorige hele uur tellen.

4. Een letterlijk voorzetsel voor een kloktijd zetten

  • Onjuist: Vi ses på klockan fem.
  • Juist: Vi ses klockan fem.
  • Waarom: Nederlands om vijf uur wordt niet woord voor woord vertaald. Voor een precies tijdstip staat klockan rechtstreeks vóór de tijd.

5. Weekdagen en maanden met een hoofdletter schrijven

  • Onjuist: På Måndag börjar vi.
  • Juist: På måndag börjar vi.
  • Waarom: Zweedse weekdagen, maanden en seizoenen zijn gewone woorden en krijgen normaal een kleine letter.

6. Een datum als hoofdtelwoord uitspreken

  • Onjuist: den en maj
  • Juist: den första maj
  • Waarom: Een kalenderdag is een positie binnen de maand. Daarom gebruikt het Zweeds een rangtelwoord: eerste, tweede, derde enzovoort.

Gebruiksnotities

Klockan är is een volledige en veilige vorm, maar in een kort antwoord klinkt alleen het tijdstip heel normaal: Vad är klockan? — Halv fyra. Het woord klockan kan zowel ‘de klok’ als ‘om ... uur’ betekenen. En klocka kan daarnaast een klok of horloge als voorwerp zijn; de context voorkomt meestal verwarring.

De twaalfuursmanier is in gesprekken gebruikelijk. Voeg zo nodig på morgonen ‘'s morgens’, på eftermiddagen ‘'s middags’, på kvällen ‘'s avonds’ of på natten ‘'s nachts’ toe. In dienstregelingen, uitnodigingen en officiële informatie is de 24-uursweergave heel gewoon: 18.45.

På måndag is minder precies dan Nederlands volgende week maandag. Als misverstand mogelijk is, zeg dan nästa måndag ‘volgende maandag’ of noem de datum. Den här måndagen kan ‘deze maandag’ benadrukken. Welke maandag precies bedoeld wordt, blijft deels afhankelijk van het moment en de gesprekssituatie.

Bij seizoenen is het verschil tussen i en nuttig. I sommar verwijst doorgaans naar de zomer van de huidige periode: Vi åker till Sverige i sommar. På sommaren beschrijft wat in zomers in het algemeen gebeurt: På sommaren är dagarna långa. Dit onderscheid lijkt op Nederlands deze zomer tegenover in de zomer.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar ze maken het systeem completer en komen in authentiek Zweeds geregeld voor.

Precieze en benaderende tijd

Met vid geef je een tijdstip of periode minder strak aan: vid tretiden betekent ‘rond drie uur’. Het achtervoegsel -tiden maakt van het getal een benaderende tijd: sextiden ‘rond zes uur’. Vergelijk dat met klockan tre, dat een exact tijdstip noemt.

Voor duur en een tijdstip in de toekomst gebruikt het Zweeds verschillende voorzetsels. I två timmar betekent ‘twee uur lang’; om två timmar betekent ‘over twee uur’. Het onderscheid wordt uitgebreider behandeld bij temporele uitdrukkingen, maar is belangrijk bij afspraken:

  • Jag arbetar i två timmar. — Ik werk twee uur lang.
  • Jag kommer om två timmar. — Ik kom over twee uur.

Voorbije seizoenen

Voor het meest recente voorbije seizoen bestaan vaste vormen: i våras ‘afgelopen lente’, i somras ‘afgelopen zomer’, i höstas ‘afgelopen herfst’ en i vintras ‘afgelopen winter’. Ze staan tegenover i vår, i sommar, i höst en i vinter, die naar de huidige of eerstkomende periode wijzen.

Jaren en grotere getallen

Een jaar als 2026 kan op meer dan één manier worden gelezen. Tjugohundratjugosex is een gangbare lezing voor het jaartal; tvåtusentjugosex komt eveneens voor. In bedragen en gewone aantallen wordt de opbouw met tusen ‘duizend’ gebruikt. De context bepaalt dus mede of een cijferreeks als jaartal of als gewoon getal wordt opgevat.

Andra en andre

Andra is de algemene vorm voor ‘tweede’: den andra dagen, det andra huset. De vorm andre komt vooral voor bij een mannelijke persoon, bijvoorbeeld in namen van vorsten: Gustav II Adolf kan worden gelezen als Gustav den andre Adolf. Als beginner kun je vrijwel altijd veilig andra gebruiken.

In cijfers worden rangtelwoorden vaak met een dubbele punt en uitgang geschreven, bijvoorbeeld 1:a, 2:a en 3:e. In lopende, verzorgde tekst is het volledige woord vaak gemakkelijker te lezen.

Oefentips

  1. Leer getallen in betekenisvolle paren. Combineer en en ett meteen met woorden: tjugoen kronor, tjugoett år, trettioen dagar, trettioett hus. Zo oefen je niet alleen het getal, maar ook de juiste vorm van één.
  2. Teken zelf een klok. Kies willekeurige tijden rond het halve uur en zeg ze hardop: 7.25 = fem i halv åtta, 7.35 = fem över halv åtta. Juist deze twee patronen vragen de meeste gewenning.
  3. Maak een persoonlijke kalender in het Zweeds. Noteer afspraken met kleine letters en spreek de datums uit: måndag den tredje juni, klockan kvart över nio. Voeg voor gewoonten zinnen toe met varje måndag of på fredagar.

Verwante onderwerpen

  • Verdieping: Rangtelwoorden — meer over vormen als första, andra en tredje, en hun gebruik bij volgorde en datums.
  • Volgende stap: Tijdsuitdrukkingen — breidt dit onderwerp uit met igår, imorgon, om en stund, för ... sedan en uitdrukkingen voor tijdsduur.

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Tal och Tid in Zweeds met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Zweeds · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen