Getallen en tijd in het Deens
Tal og Tid
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Deens op Settemila Lingue.
Kort gezegd
De Deense getallen tot en met 49 zijn vrij herkenbaar, maar vanaf 50 moet je vormen als halvtreds, tres, halvfjerds, firs en halvfems apart leren. Voor de klok lijken halv fire (half vier) en kvart over tre sterk op het Nederlands. Weekdagen en maanden krijgen in het Deens geen hoofdletter: mandag, maj.
Overzicht
Getallen en tijd behoren tot de eerste onderwerpen op A1-niveau. Je gebruikt ze bij prijzen, telefoonnummers, leeftijden, afspraken, openingstijden en datums. De basiszinnen zijn eenvoudig: Klokken er tre betekent ‘Het is drie uur’ en Vi mødes klokken otte betekent ‘We spreken om acht uur af’.
Voor Nederlandstaligen voelt een deel van dit onderwerp vertrouwd. De klokuitdrukking halv fire werkt precies als Nederlands ‘half vier’: halverwege naar vier uur, dus 3.30 uur. Ook kvart over en kvart i lijken op ‘kwart over’ en ‘kwart voor’. Het grootste verschil zit in de hogere tientallen. De moderne Deense woorden voor 50, 60, 70, 80 en 90 komen historisch uit een twintigstelsel. Je hoeft die geschiedenis niet uit te rekenen om de getallen goed te gebruiken; leer de tientallen als vaste woorden.
Naast de hoofdtelwoorden (getallen die een hoeveelheid aangeven, zoals één, twee en drie) komen in datums rangtelwoorden voor: den første maj, ‘1 mei’. Dit artikel behandelt de vormen die je nodig hebt voor gewone datums. Een uitgebreider overzicht van eerste, tweede, derde enzovoort staat bij het verwante onderwerp Rangtelwoorden.
Zo werkt het
De getallen van 0 tot 20
| Cijfer | Deens | Cijfer | Deens |
|---|---|---|---|
| 0 | nul | 10 | ti |
| 1 | en / et | 11 | elleve |
| 2 | to | 12 | tolv |
| 3 | tre | 13 | tretten |
| 4 | fire | 14 | fjorten |
| 5 | fem | 15 | femten |
| 6 | seks | 16 | seksten |
| 7 | syv | 17 | sytten |
| 8 | otte | 18 | atten |
| 9 | ni | 19 | nitten |
| 20 | tyve |
Bij het losse getal 1 hoor je meestal en. Voor een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) kies je en of et volgens het grammaticale geslacht: en krone maar et år. Als het nadrukkelijk om precies één gaat, kan dat woord beklemtoond worden: én krone, ét år. In gewone tekst zijn de accenttekens vaak niet nodig.
De tientallen en samengestelde getallen
| Cijfer | Deens | Handige koppeling |
|---|---|---|
| 20 | tyve | vaste vorm |
| 30 | tredive | vaste vorm |
| 40 | fyrre | vaste vorm |
| 50 | halvtreds | apart leren |
| 60 | tres | apart leren |
| 70 | halvfjerds | apart leren |
| 80 | firs | apart leren |
| 90 | halvfems | apart leren |
| 100 | hundrede / et hundrede | honderd |
Net als in het Nederlands komt bij 21–99 de eenheid vóór het tiental. Het verbindingswoord og betekent hier ‘en’ en wordt aan het getal vast geschreven:
| Cijfer | Opbouw | Deens |
|---|---|---|
| 21 | één-en-twintig | enogtyve |
| 24 | vier-en-twintig | fireogtyve |
| 32 | twee-en-dertig | toogtredive |
| 47 | zeven-en-veertig | syvogfyrre |
| 56 | zes-en-vijftig | seksoghalvtreds |
| 68 | acht-en-zestig | otteogtres |
| 79 | negen-en-zeventig | nioghalvfjerds |
| 93 | drie-en-negentig | treoghalvfems |
De schrijfwijze verschilt dus van het Nederlands: Deens schrijft enogtyve als één woord, zonder koppeltekens. Zeg bij geld bijvoorbeeld halvtreds kroner voor ‘vijftig kronen’. Na grotere getallen staat krone in het meervoud kroner.
Kloktijden vragen en zeggen
De gewone vraag is Hvad er klokken? (‘Hoe laat is het?’). In het antwoord gebruik je Klokken er ...:
| Tijd | Deens | Letterlijk patroon |
|---|---|---|
| 3.00 | Klokken er tre. | drie uur |
| 3.05 | Klokken er fem over tre. | vijf over drie |
| 3.15 | Klokken er kvart over tre. | kwart over drie |
| 3.25 | Klokken er fem i halv fire. | vijf voor half vier |
| 3.30 | Klokken er halv fire. | half vier |
| 3.35 | Klokken er fem over halv fire. | vijf over half vier |
| 3.45 | Klokken er kvart i fire. | kwart voor vier |
| 3.55 | Klokken er fem i fire. | vijf voor vier |
Over wijst terug naar het afgelopen hele uur; i kijkt vooruit naar het komende hele of halve uur. Dat lijkt sterk op het Nederlandse systeem. Let wel op i: het betekent in deze klokuitdrukkingen ‘voor’, niet letterlijk ‘in’.
Bij afspraken kan klokken zonder lidwoordachtige toevoeging vóór de tijd staan:
- Vi mødes klokken otte. — We spreken om acht uur af.
- Toget kører kl. 14.20. — De trein vertrekt om 14.20 uur.
De afkorting kl. komt veel voor in roosters en openingstijden. In een formele of digitale tijdsaanduiding kun je de cijfers rechtstreeks lezen, bijvoorbeeld fjorten tyve voor 14.20 uur. In een gesprek is tyve over to (‘twintig over twee’) vaak natuurlijker als duidelijk is dat het om de middag gaat.
Maak onderscheid tussen een tijdstip en een duur. Klokken tre is ‘om drie uur’; tre timer is ‘drie uur lang’. Het zelfstandig naamwoord en time betekent een uur als tijdseenheid en heeft het meervoud timer.
Weekdagen
| Deens | Nederlands |
|---|---|
| mandag | maandag |
| tirsdag | dinsdag |
| onsdag | woensdag |
| torsdag | donderdag |
| fredag | vrijdag |
| lørdag | zaterdag |
| søndag | zondag |
Weekdagen krijgen een kleine letter. De keuze van het voorzetsel bepaalt vaak de tijdsbetekenis:
- på mandag — maandag / komende maandag
- i mandags — afgelopen maandag
- om mandagen — op maandagen, gewoonlijk elke maandag
- fra mandag til fredag — van maandag tot vrijdag
- til mandag — tot maandag
På mandag betekent niet automatisch ‘op elke maandag’. Voor een terugkerende gewoonte gebruik je de vaste uitdrukking om mandagen: Jeg træner om mandagen (‘Ik train op maandag/elke maandag’).
Maanden en datums
| Deens | Nederlands | Deens | Nederlands |
|---|---|---|---|
| januar | januari | juli | juli |
| februar | februari | august | augustus |
| marts | maart | september | september |
| april | april | oktober | oktober |
| maj | mei | november | november |
| juni | juni | december | december |
Ook maanden schrijf je met een kleine letter. In een uitgeschreven datum staat meestal den vóór het rangtelwoord:
- Det er den første maj. — Het is 1 mei.
- Hun kommer den tredje juni. — Ze komt op 3 juni.
In cijfers schrijft het Deens een punt achter het dagnummer, omdat dat nummer als rangtelwoord wordt gelezen: 1. maj, 3. juni, 24. december. In een volledig numerieke datum is de volgorde doorgaans dag-maand-jaar, bijvoorbeeld 05.09.2026. Voor beginners is vooral belangrijk dat je de dag bij het hardop lezen als rangtelwoord zegt, niet als gewoon hoofdtelwoord.
Voorbeelden in context
| Deens | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Jeg er niogtyve år. | Ik ben negenentwintig jaar. | Leeftijd met år |
| Kaffen koster femogfyrre kroner. | De koffie kost vijfenveertig kronen. | Eenheid vóór tiental |
| Det bliver halvtreds kroner. | Dat wordt vijftig kronen. | Veelvoorkomend bedrag |
| Der er firs deltagere. | Er zijn tachtig deelnemers. | firs = 80 |
| Hvad er klokken? | Hoe laat is het? | Vaste vraag |
| Klokken er tre. | Het is drie uur. | Heel uur |
| Vi spiser klokken halv syv. | We eten om half zeven. | 6.30 uur |
| Bussen kommer kvart i ni. | De bus komt om kwart voor negen. | 8.45 uur |
| Butikken åbner kl. 10.00. | De winkel opent om 10.00 uur. | Schriftelijke tijdsaanduiding |
| Kurset varer to timer. | De cursus duurt twee uur. | Duur: timer |
| Jeg arbejder fra mandag til fredag. | Ik werk van maandag tot vrijdag. | Reeks weekdagen |
| Vi ses på mandag. | We zien elkaar maandag. | Een concrete maandag |
| Hun træner om onsdagen. | Ze traint op woensdagen. | Terugkerende gewoonte |
| Det er den første maj. | Het is 1 mei. | Datum met rangtelwoord |
| Min fødselsdag er den tolvte august. | Mijn verjaardag is op 12 augustus. | Maand met kleine letter |
Veelgemaakte fouten
De moeilijke tientallen letterlijk proberen uit te rekenen
- Fout: femti kroner
- Goed: halvtreds kroner
- Waarom: Standaarddeens gebruikt halvtreds voor 50. Behandel halvtreds, tres, halvfjerds, firs en halvfems als vaste woordenschat; tijdens een gesprek rekenen vanuit hun historische opbouw werkt alleen maar vertragend.
Samengestelde getallen los of met Nederlandse koppeltekens schrijven
- Fout: en og tyve of en-og-tyve
- Goed: enogtyve
- Waarom: De onderdelen van getallen onder 100 worden in het Deens aaneengeschreven.
Half vier als 4.30 uur begrijpen
- Fout begrip: halv fire = 4.30 uur
- Goed begrip: halv fire = 3.30 uur
- Waarom: De uitdrukking kijkt vooruit naar vier uur. Hier helpt je Nederlandse taalgevoel juist: Deens en Nederlands werken hetzelfde.
i letterlijk vertalen bij de klok
- Fout: kvart før fire
- Goed: kvart i fire
- Waarom: Bij kloktijden is i de gebruikelijke vorm voor ‘voor’: fem i fire, kvart i fire.
Hoofdletters gebruiken bij dagen en maanden
- Fout: Mandag den første Maj
- Goed: mandag den første maj
- Waarom: Deense namen van weekdagen en maanden krijgen normaal een kleine letter, net als in het Nederlands.
Een tijdstip en een tijdsduur verwarren
- Fout: Mødet varer klokken to.
- Goed: Mødet varer to timer.
- Waarom: klokken to geeft een tijdstip aan; to timer geeft een duur aan.
Gebruiksnotities
In een alledaags gesprek gebruikt men vaak de twaalfuursklok. Of klokken syv zeven uur 's ochtends of 's avonds is, blijkt dan uit de situatie of uit woorden als om morgenen (‘'s ochtends’) en om aftenen (‘'s avonds’). Roosters, tickets, werkafspraken en digitale schermen gebruiken vaak de 24-uursnotatie.
Je kunt minuten zowel met het traditionele patroon als vrij rechtstreeks aangeven. Ti over otte en otte ti kunnen allebei naar 8.10 uur verwijzen, maar de eerste vorm klinkt in een gewoon gesprek vaak vanzelfsprekender. Rond het halve uur zijn fem i halv ni (8.25) en fem over halv ni (8.35) heel gebruikelijk.
Bij telefoonnummers en codes worden cijfers vaak afzonderlijk of in herkenbare groepjes gelezen. Het doel is verstaanbaarheid; pauzes tussen de groepen zijn belangrijker dan één universele groepering. Noteer wat je hoort voordat je het hele nummer probeert te vertalen.
Verder dan de basis
De volgende punten hoef je op A1-niveau nog niet volledig te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.
De merkwaardige tientallen hebben een historische logica. Tres, firs en de vormen met halv- zijn verkorte resten van telling per twintig. In modern taalgebruik functioneert halvfjerds echter gewoon als het woord voor 70. Een moedertaalspreker voert daarbij geen berekening uit. Historische uitleg kan als geheugensteun dienen, maar is geen productieve grammaticaregel.
Bij datums bestaan er vaste rangtelwoorden die je afzonderlijk moet leren, vooral første (eerste), anden (tweede) en tredje (derde). Daarna worden veel vormen regelmatiger herkenbaar, maar niet allemaal volledig voorspelbaar. Ook anden kan van vorm veranderen naar andet bij een onzijdig zelfstandig naamwoord. Dat bredere systeem hoort bij Rangtelwoorden.
Voor preciezere tijdsrelaties maakt het Deens onderscheid tussen onder meer i går (gisteren), i morgen (morgen), om en time (over een uur), i en time (een uur lang) en for en time siden (een uur geleden). Vooral om, i en for ... siden zijn voor Nederlandstaligen niet altijd woord voor woord voorspelbaar. Ze worden uitgebreid behandeld bij Tijdsaanduidingen.
Oefentips
- Leer de tientallen als ankerpunten. Zeg dagelijks 20, 30, 40 enzovoort hardop en voeg daarna willekeurige eenheden toe: tyve → enogtyve, halvtreds → seksoghalvtreds.
- Koppel kloktaal aan een wijzerplaat. Teken vijf tijden rond het halve uur en benoem ze met i halv, halv en over halv. Zo voorkom je dat je alleen cijfers uit het hoofd vertaalt.
- Maak een weekplanning in het Deens. Schrijf één concrete afspraak met på mandag en één gewoonte met om mandagen. Voeg tijden toe met klokken of kl..
Verwante onderwerpen
- Verdieping: Rangtelwoorden — voor datums, volgorde en vormen als første, anden en tredje.
- Volgende stap: Tijdsaanduidingen — voor ‘gisteren’, ‘morgen’, ‘over een uur’ en ‘een uur geleden’.
Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Tal og Tid in Deens met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Deens · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen