A1

De bepaalde vorm in het Deens

Bestemt Form

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Deens op Settemila Lingue.

In het kort

Het Deens zet het bepaalde lidwoord meestal als een uitgang achter het zelfstandig naamwoord: en bog wordt bogen (“het boek”) en et hus wordt huset (“het huis”). In het meervoud komen vooral -ne en -ene voor: bøgerne (“de boeken”) en børnene (“de kinderen”). Staat er een bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord, dan gebruikt het Deens juist een los woord: den store bog (“het grote boek”).

Overzicht

De bepaalde vorm gebruik je wanneer de luisteraar kan weten over welke persoon of zaak je spreekt: die is al genoemd, zichtbaar, uniek in de situatie of nader bepaald. Een zelfstandig naamwoord is een woord voor bijvoorbeeld een persoon, ding, plaats of begrip, zoals bog (“boek”), hus (“huis”) en idé (“idee”). In het Nederlands zetten we meestal de of het vóór zo’n woord. Het Deens voegt het lidwoord in de eenvoudigste woordgroep juist toe als achtervoegsel: bog + en = bogen.

Dit systeem leer je al op A1-niveau, omdat het in alledaagse zinnen voortdurend nodig is. Om de enkelvoudsvorm te kiezen, moet je weten of een Deens woord een en-woord (gemeenschappelijk geslacht) of een et-woord (onzijdig geslacht) is. Het Nederlandse lidwoord helpt daarbij niet betrouwbaar: Nederlands het boek is Deens bogen, omdat bog een en-woord is; Nederlands de tafel is bordet, omdat bord een et-woord is.

Voor Nederlandstaligen zit de grootste valkuil in een heel automatische gewoonte: de/het vóór het zelfstandig naamwoord willen zetten. Deense vormen als bogen en huset zijn echter elk één woord. Een los bepaald lidwoord bestaat wel, maar wordt vooral gebruikt als er een bijvoeglijk naamwoord tussen staat. Dat verschil vormt de kern van dit artikel.

Zo werkt het

De basis: onbepaald tegenover bepaald

Onbepaald betekent dat het om één niet nader aangewezen exemplaar gaat; bepaald betekent dat duidelijk is welk exemplaar bedoeld wordt.

Getal en geslacht Onbepaald Bepaald Nederlands
enkelvoud, en-woord en bog bogen een boek → het boek
enkelvoud, et-woord et hus huset een huis → het huis
meervoud bøger bøgerne boeken → de boeken
meervoud zonder gewone meervoudsuitgang børn børnene kinderen → de kinderen

Het onbepaalde lidwoord en of et verdwijnt dus wanneer je de gewone bepaalde vorm maakt. Zeg niet tegelijk en bogen als je “het boek” bedoelt.

En-woorden: meestal -en, na onbeklemtoonde -e vaak -n

Bij en-woorden komt in het enkelvoud doorgaans -en achter de stam. Eindigt het woord al op een onbeklemtoonde -e (een e waarop geen nadruk valt), dan wordt de uitgang meestal verkort tot -n.

Woord met lidwoord Bepaalde vorm Nederlands Opbouw
en bog bogen het boek bog + en
en bil bilen de auto bil + en
en stol stolen de stoel stol + en
en pige pigen het meisje pige + n
en uge ugen de week uge + n
en skole skolen de school skole + n

De Nederlandse vertaling laat nogmaals zien dat Deens en niet simpelweg gelijkstaat aan Nederlands de. Leer daarom nieuwe woorden liefst als en bog en et hus, niet als alleen bog en hus.

Et-woorden: meestal -et, na onbeklemtoonde -e vaak -t

Et-woorden krijgen in het enkelvoud doorgaans -et. Na een onbeklemtoonde -e blijft meestal alleen -t over.

Woord met lidwoord Bepaalde vorm Nederlands Opbouw
et hus huset het huis hus + et
et bord bordet de tafel / het bord bord + et
et barn barnet het kind barn + et
et æble æblet de appel æble + t
et værelse værelset de kamer værelse + t
et møde mødet de vergadering møde + t

Let op de spelling: æble + t wordt æblet, niet een vorm met twee e’s. Bij sommige woorden kunnen ook andere spelling- of stamveranderingen optreden. De veiligste aanpak is daarom de bepaalde vorm mee te controleren wanneer je een nieuw woord leert.

Meervoud: bouw voort op de meervoudsvorm

In het meervoud is het onderscheid tussen en- en et-woorden niet meer de hoofdzaak. Begin met de onbepaalde meervoudsvorm en maak die vervolgens bepaald. Woorden met een meervoud op -er of -e krijgen meestal -ne. Woorden zonder zichtbare meervoudsuitgang krijgen vaak -ene.

Enkelvoud Onbepaald meervoud Bepaald meervoud Nederlands
en bog bøger bøgerne boeken → de boeken
en bil biler bilerne auto’s → de auto’s
en pige piger pigerne meisjes → de meisjes
et hus huse husene huizen → de huizen
et æble æbler æblerne appels → de appels
et barn børn børnene kinderen → de kinderen
en mand mænd mændene mannen → de mannen
en sko sko skoene schoenen → de schoenen

Hier moet je dus niet rechtstreeks vanaf het enkelvoud gokken. De reeks en bog – bogen – bøger – bøgerne bevat zowel een klinkerverandering als verschillende uitgangen. Leer bij onregelmatige woorden bij voorkeur alle vier de vormen.

Wanneer is iets bepaald?

De vorm gaat niet alleen over woorden die eerder letterlijk zijn genoemd. Hij kan in verschillende situaties voorkomen:

  • Eerder genoemd: Jeg købte en bog. Bogen var dyr. — “Ik kocht een boek. Het boek was duur.”
  • Zichtbaar of duidelijk uit de situatie: Luk døren. — “Doe de deur dicht.”
  • Uniek binnen de bedoelde context: Solen skinner. — “De zon schijnt.”
  • Nader bepaald door informatie erna: Bogen på bordet er min. — “Het boek op tafel is van mij.”

Nederlands en Deens kiezen vaak in dezelfde situaties voor bepaaldheid, maar niet altijd. Vertaal daarom niet elk Nederlands de of het woord voor woord; vaste uitdrukkingen en algemene uitspraken kunnen een andere vorm vragen.

Met een bijvoeglijk naamwoord: den, det of de

Een bijvoeglijk naamwoord beschrijft een eigenschap, zoals stor (“groot”) of gammel (“oud”). Als zo’n woord vóór het zelfstandig naamwoord staat, gebruikt het Deens de zogenoemde dubbele bepaaldheid: een los bepaald lidwoord den, det of de, plus meestal de bepaalde vorm van het bijvoeglijk naamwoord op -e. Het zelfstandig naamwoord zelf krijgt dan géén bepaalde uitgang.

Patroon Deens Nederlands
den + bijvoeglijk naamwoord + en-woord den store bog het grote boek
det + bijvoeglijk naamwoord + et-woord det store hus het grote huis
de + bijvoeglijk naamwoord + meervoud de store huse de grote huizen

Vergelijk bogen (“het boek”) met den gamle bog (“het oude boek”). De vorm den gamle bogen is in het gewone Standaarddeens niet de normale constructie. Voor een Nederlandstalige voelt den store bog juist vertrouwder, omdat het lidwoord weer vóór de woordgroep staat, maar let erop dat den/det door het Deense woordgeslacht worden bepaald en niet door Nederlands de/het.

Ook na een bezittelijk woord of aanwijzend woord blijft het zelfstandig naamwoord doorgaans onbepaald: min bog (“mijn boek”), dit hus (“jouw huis”), denne bog (“dit boek”). Zulke woorden maken al duidelijk welk exemplaar bedoeld wordt; een extra uitgang is dan niet nodig.

Voorbeelden in context

Deens Nederlands Opmerking
Hvor er bogen? Waar is het boek? en-woord, enkelvoud
Huset ligger tæt på stationen. Het huis ligt dicht bij het station. twee bepaalde vormen
Jeg åbner vinduet. Ik doe het raam open. et-woord: et vindue → vinduet
Kaffen er varm. De koffie is warm. en kaffe → kaffen
Børnene leger i haven. De kinderen spelen in de tuin. onregelmatig meervoud en en-woord
Bøgerne står på bordet. De boeken staan op tafel. bepaald meervoud en bepaald et-woord
Kan du lukke døren? Kun je de deur dichtdoen? duidelijk uit de situatie
Jeg købte en cykel. Cyklen var billig. Ik kocht een fiets. De fiets was goedkoop. eerste vermelding onbepaald, daarna bepaald
Den røde bil er min. De rode auto is van mij. bijvoeglijk naamwoord: den + røde + bil
Det gamle hus er til salg. Het oude huis staat te koop. bijvoeglijk naamwoord bij een et-woord
De nye bøger er kommet. De nieuwe boeken zijn binnengekomen. de bij bepaald meervoud met bijvoeglijk naamwoord
Min telefon ligger i tasken. Mijn telefoon ligt in de tas. na min geen uitgang; tasken wel bepaald
Solen skinner, men vinden er kold. De zon schijnt, maar de wind is koud. zaken die in de context als uniek gelden
Manden med den blå jakke venter udenfor. De man met de blauwe jas wacht buiten. manden zonder bijvoeglijk woord ervoor; den blå jakke mét

Veelgemaakte fouten

Een los lidwoord vóór een eenvoudig zelfstandig naamwoord zetten

  • Onjuist: den bog ligger her
  • Juist: bogen ligger her
  • Waarom: Zonder bijvoeglijk naamwoord wordt het bepaalde lidwoord normaal als uitgang toegevoegd. Nederlands “het boek” bestaat in het Deens dus uit één woord: bogen.

Het Nederlandse woordgeslacht volgen

  • Onjuist: boget voor “het boek”
  • Juist: bogen
  • Waarom: Bog is een Deens en-woord, ook al gebruikt het Nederlands het boek. De Nederlandse keuze tussen de en het voorspelt de Deense keuze niet.

De volle uitgang na een onbeklemtoonde -e toevoegen

  • Onjuist: pigeen, æbleet
  • Juist: pigen, æblet
  • Waarom: Na een onbeklemtoonde -e wordt meestal alleen -n bij en-woorden en -t bij et-woorden toegevoegd.

De meervoudsuitgang raden vanaf het enkelvoud

  • Onjuist: bogne of barnne
  • Juist: bøgerne, børnene
  • Waarom: Maak eerst het gewone meervoud (bøger, børn) en voeg daarna de passende bepaalde uitgang toe. Onregelmatige klinkers blijven behouden.

Zowel een los lidwoord als een bepaalde uitgang gebruiken

  • Onjuist: den store bilen
  • Juist: den store bil
  • Waarom: Met een voorafgaand bijvoeglijk naamwoord staat de bepaaldheid al in den en in de vorm store. Het zelfstandig naamwoord blijft dan zonder -en.

Een bepaalde uitgang na een bezittelijk woord zetten

  • Onjuist: min bogen
  • Juist: min bog
  • Waarom: Min wijst al aan om welk boek het gaat. Net als in het Nederlands zeg je “mijn boek”, niet “mijn het boek”.

Gebruiksnotities

In gesproken Deens zijn de eindlettergrepen van bogen, huset en vergelijkbare woorden vaak minder duidelijk hoorbaar dan de spelling doet vermoeden. Probeer daarom niet alleen op een krachtig uitgesproken -en of -et te wachten. De context, het woordgeslacht en de volledige klankvorm helpen samen bij het herkennen. In de spelling blijven de uitgangen wel zichtbaar.

Een bepaalde vorm kan verwijzen naar iets dat voor beide gesprekspartners vanzelfsprekend is, ook zonder eerdere vermelding. Jeg går i køkkenet betekent “Ik ga naar de keuken” wanneer duidelijk is om welke keuken het gaat. Dat lijkt op het Nederlands. Toch bestaan er vaste combinaties waarin het Deens geen bepaalde vorm gebruikt waar het Nederlands die wel heeft, bijvoorbeeld gå i skole (“naar school gaan”) en være på arbejde (“op het werk zijn/aan het werk zijn”). Leer zulke combinaties als geheel.

Deense samenstellingen schrijf je vaak aaneen. Het laatste deel bepaalt het woordgeslacht en draagt de bepaalde uitgang: en togstation → togstationen (“een treinstation → het treinstation”) en et sommerhus → sommerhuset (“een vakantiehuis → het vakantiehuis”). Kijk dus bij een lang woord naar het laatste zelfstandige naamwoord.

Verder dan de basis

De punten hieronder hoef je op A1 nog niet allemaal actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.

Bepaaldheid zonder een zichtbaar lidwoord

Eigennamen, stofnamen en woorden in vaste functies kunnen zonder bepaald achtervoegsel voorkomen. Ook na een bezittelijk woord, een genitief op -s of bepaalde aanwijzende woorden staat de kale vorm: Marias bil (“Maria’s auto”), Danmarks hovedstad (“de hoofdstad van Denemarken”), denne uge (“deze week”). De hele woordgroep is inhoudelijk wel bepaald, maar het zelfstandig naamwoord zelf krijgt geen -en of -et.

Informatie na het zelfstandig naamwoord

Een nabepaling kan een zelfstandig naamwoord uniek maken. In manden ved døren (“de man bij de deur”) draagt manden de bepaalde uitgang, waarna ved døren aangeeft welke man bedoeld wordt. Hetzelfde gebeurt in bogen, som jeg læser (“het boek dat ik lees”). Dit verschilt niet sterk van het Nederlands, maar in het Deens blijft de bepaaldheid zichtbaar aan het zelfstandig naamwoord zelf.

Aanwijzen in spreektaal

In alledaags Deens hoor je vaak combinaties met her en der, zoals den her bog (“dit boek”) en det der hus (“dat huis”). Het zelfstandig naamwoord blijft hier zonder bepaalde uitgang, net als bij denne bog en dette hus. Daarnaast kan een vorm als bogen her letterlijk “het boek hier” betekenen en in de context ook aanwijzend werken. De woordvolgorde en de vorm van het zelfstandig naamwoord zijn dus betekenisvol.

Uitspraak en schrijfvorm lopen niet één op één

De geschreven uitgang vertelt je de grammaticale vorm, maar de uitspraak kan sterk gereduceerd zijn. Bovendien kan de overgang tussen stam en uitgang anders klinken dan een Nederlandse lezer verwacht. Behandel bogen of huset daarom niet als twee los uitgesproken onderdelen. Luister naar het complete woord en spreek het als één ritmische eenheid uit.

Oefentips

  1. Leer vier vormen bij veelgebruikte woorden. Noteer bijvoorbeeld en bog – bogen – bøger – bøgerne en et barn – barnet – børn – børnene. Zo oefen je geslacht, enkelvoud en meervoud tegelijk.
  2. Maak tweetallen met een echt contrast. Schrijf korte zinnen zoals Jeg ser en hund (“Ik zie een hond”) en Hunden er stor (“De hond is groot”). De overgang van nieuwe naar bekende informatie maakt de regel beter onthoudbaar dan losse rijtjes.
  3. Oefen de wissel met een bijvoeglijk naamwoord. Zet bilen naast den røde bil, huset naast det gamle hus en bøgerne naast de nye bøger. Spreek de paren hardop uit en let erop dat de uitgang verdwijnt zodra den/det/de + bijvoeglijk naamwoord ervoor komt.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Geslacht van zelfstandige naamwoorden in het DeensA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Bestemt Form in Deens met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Deens · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen