A1

De bepaalde vorm in het Zweeds

Bestämd Form

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.

Kort gezegd

In het Zweeds staat het bepaalde lidwoord meestal achter aan het zelfstandig naamwoord: en bok wordt boken en ett hus wordt huset. In het enkelvoud hangt de uitgang af van het soort woord: meestal -en/-n bij en-woorden en -et/-t bij ett-woorden. In het meervoud zijn onder meer -na, -en en -a gebruikelijk: böckerna, husen, äpplena.

Overzicht

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor bijvoorbeeld een persoon, voorwerp, plaats of begrip: lärare ‘leraar’, bok ‘boek’, stad ‘stad’ en tid ‘tijd’. Net als het Nederlands maakt het Zweeds verschil tussen onbepaald en bepaald. Je zegt en bok als je ‘een boek’ bedoelt, maar boken als het om ‘het boek’ gaat dat al bekend of herkenbaar is.

Het opvallende verschil met het Nederlands zit in de vorm. Nederlands zet een los woord vóór het zelfstandig naamwoord: de auto, het huis. Zweeds plakt in de gewone bepaalde vorm een uitgang achter het woord: bilen, huset. Zo’n achtergevoegde uitgang heet een suffix (een stukje dat aan het einde van een woord wordt toegevoegd). Daarom wordt deze vorm ook wel het achtergevoegde of aangehechte lidwoord genoemd.

Dit is basisstof op A1-niveau, maar de vorm hangt samen met twee dingen die je vanaf het begin bij elk nieuw zelfstandig naamwoord moet leren: is het een en-woord of een ett-woord, en hoe luidt het meervoud? Als je die informatie kent, is de bepaalde vorm meestal goed te voorspellen.

Zo werkt het

Eerst: bepaald of onbepaald?

Gebruik de onbepaalde vorm wanneer iets nog niet geïdentificeerd is of wanneer je één exemplaar introduceert:

  • Jag har en cykel. — Ik heb een fiets.
  • Vi bor i ett hus. — Wij wonen in een huis.

Gebruik de bepaalde vorm wanneer de luisteraar kan weten welk exemplaar je bedoelt, bijvoorbeeld omdat het al genoemd is, zichtbaar is of uniek is in de situatie:

  • Cykeln är ny. — De fiets is nieuw.
  • Huset ligger nära stationen. — Het huis ligt dicht bij het station.

Dat verschil werkt grotendeels zoals een tegenover de/het in het Nederlands. Alleen de plaats en de vorm van het lidwoord zijn anders.

Enkelvoud van en-woorden

Bij een en-woord is de bepaalde uitgang meestal -en na een medeklinker en -n na een klinker.

Onbepaald Bepaald Nederlands
en bil bilen een auto → de auto
en bok boken een boek → het boek
en stol stolen een stoel → de stoel
en flicka flickan een meisje → het meisje
en pojke pojken een jongen → de jongen
en lärare läraren een leraar → de leraar

Kijk naar het Zweedse genus (de woordsoort en of ett), niet naar het Nederlandse lidwoord. En bok is een en-woord, hoewel je in het Nederlands het boek zegt. De Nederlandse keuze tussen de en het voorspelt de Zweedse keuze dus niet betrouwbaar.

Bij woorden op een onbeklemtoonde lettergreep kan de spelling enigszins veranderen. Zo wordt en nyckel ‘een sleutel’ in de bepaalde vorm nyckeln. Beschouw zulke vormen niet als een nieuwe hoofdregel: leer opvallende vormen samen met het woord.

Enkelvoud van ett-woorden

Bij een ett-woord is de uitgang meestal -et na een medeklinker en -t na een klinker.

Onbepaald Bepaald Nederlands
ett hus huset een huis → het huis
ett barn barnet een kind → het kind
ett bord bordet een tafel → de tafel
ett äpple äpplet een appel → de appel
ett foto fotot een foto → de foto
ett piano pianot een piano → de piano

Ook hier telt de laatste klank en spelling van het Zweedse woord, niet de Nederlandse vertaling. Bij äpple is de bepaalde vorm äpplet: de slot-e blijft staan en er komt -t bij.

De bepaalde vorm in het meervoud

Voor het meervoud is het handiger om van de onbepaalde meervoudsvorm uit te gaan. De uitgang wordt niet alleen door en of ett bepaald, maar ook door de meervoudsklasse van het woord.

Onbepaald meervoud Bepaald meervoud Patroon Nederlands
flickor flickorna -or → -orna meisjes → de meisjes
bilar bilarna -ar → -arna auto’s → de auto’s
böcker böckerna -er → -erna boeken → de boeken
skor skorna -r → -rna schoenen → de schoenen
hus husen geen meervoudsuitgang → vaak -en huizen → de huizen
barn barnen geen meervoudsuitgang → vaak -en kinderen → de kinderen
äpplen äpplena -n → -na appels → de appels

Een bruikbare beginnersregel is:

  1. Eindigt het onbepaalde meervoud op -r, voeg dan meestal -na toe: bilar → bilarna, böcker → böckerna.
  2. Heeft het meervoud geen zichtbare uitgang, dan komt er vaak -en bij: hus → husen, barn → barnen.
  3. Eindigt het meervoud op -n, dan komt er meestal -a bij: äpplen → äpplena.

Er bestaan onregelmatige vormen. En man heeft bijvoorbeeld het meervoud män en de bepaalde meervoudsvorm männen. Daarom loont het om een zelfstandig naamwoord in vier vormen te noteren: en bok – boken – böcker – böckerna.

De vier vormen naast elkaar

Deze viervoudige notatie laat meteen zien wat je nodig hebt.

Betekenis Onbepaald enkelvoud Bepaald enkelvoud Onbepaald meervoud Bepaald meervoud
boek en bok boken böcker böckerna
huis ett hus huset hus husen
meisje en flicka flickan flickor flickorna
kind ett barn barnet barn barnen
appel ett äpple äpplet äpplen äpplena

Let op: in böcker verandert ook de klinker van bok. Dat komt door de meervoudsvorm, niet door bepaaldheid. Als je böcker al kent, maak je daar regelmatig böckerna van.

Voorbeelden in context

In de volgende voorbeelden staat de bepaalde vorm steeds in een gewone, herkenbare situatie.

Zweeds Nederlands Toelichting
Jag köpte en bok. Boken var dyr. Ik kocht een boek. Het boek was duur. Eerst onbepaald, daarna bepaald.
Huset ligger nära sjön. Het huis ligt dicht bij het meer. Ett hus krijgt -et.
Kan du stänga dörren? Kun je de deur dichtdoen? De bedoelde deur is duidelijk uit de situatie.
Flickan väntar på bussen. Het meisje wacht op de bus. En flicka → flickan; en buss → bussen.
Barnet sover i rummet. Het kind slaapt in de kamer. Twee bepaalde ett- en en-woorden.
Var är nyckeln? Waar is de sleutel? Bij nyckeln verdwijnt de onbeklemtoonde e.
Böckerna ligger på bordet. De boeken liggen op de tafel. Böcker → böckerna en bord → bordet.
Barnen leker i parken. De kinderen spelen in het park. Barn heeft in het meervoud geen uitgang; bepaald wordt het barnen.
Äpplena är i skålen. De appels liggen in de schaal. Äpplen → äpplena.
Jag gillar färgen. Ik vind de kleur mooi. Een bekend of zojuist besproken kenmerk.
Solen skiner i dag. De zon schijnt vandaag. De zon is in deze context uniek.
Hon tvättar händerna. Zij wast haar handen. Zweeds gebruikt bij lichaamsdelen vaak de bepaalde vorm waar Nederlands een bezittelijk woord gebruikt.
Bilens dörr är öppen. De deur van de auto staat open. Bilens is de bezitsvorm van bilen.

Veelgemaakte fouten

Een los bepaald lidwoord vóór een gewoon zelfstandig naamwoord zetten

  • Onjuist: den bok ligger här voor ‘het boek ligt hier’
  • Juist: Boken ligger här.
  • Waarom: Zonder bijvoeglijk naamwoord gebruikt het Zweeds normaal alleen de achtergevoegde bepaalde uitgang. Den boken kan wel ‘die/dat specifieke boek’ betekenen en heeft dan een aanwijzende nadruk; het is niet de neutrale vertaling van het boek.

De Nederlandse lidwoordkeuze volgen

  • Onjuist: boket, omdat het Nederlands het boek heeft
  • Juist: boken
  • Waarom: Bok is in het Zweeds een en-woord: en bok, boken. Leer dus het Zweedse lidwoord bij het woord. Nederlands de/het en Zweeds en/ett lopen niet gelijk.

De volledige uitgang na een klinker toevoegen

  • Onjuist: flickaen of äppleet
  • Juist: flickan, äpplet
  • Waarom: Na een klinker is de uitgang doorgaans kort: -n bij en-woorden en -t bij ett-woorden.

Het onbepaalde lidwoord laten staan

  • Onjuist: en boken, ett huset
  • Juist: boken, huset
  • Waarom: En en ett betekenen hier ‘een’. De uitgang maakt het woord al bepaald; beide combineren zou ongeveer neerkomen op ‘een het huis’.

Alle bepaalde meervouden op -na laten eindigen

  • Onjuist: husna, barnna, äpplenna
  • Juist: husen, barnen, äpplena
  • Waarom: -na hoort vooral na een meervoud op -r. Woorden zonder meervoudsuitgang krijgen vaak -en; vormen op -n krijgen meestal -a.

Bij een bijvoeglijk naamwoord alleen het zelfstandig naamwoord verbuigen

  • Onjuist: stor bilen voor ‘de grote auto’
  • Juist: den stora bilen
  • Waarom: Als er een bijvoeglijk naamwoord staat (een woord dat een eigenschap noemt, zoals ‘groot’), gebruikt het Zweeds meestal zowel een los bepaald woord als de bepaalde uitgang. Dit heet dubbele bepaaldheid en wordt hieronder verder uitgelegd.

Gebruik

De bepaalde vorm gaat niet alleen over iets dat eerder letterlijk genoemd is. Ze kan ook verwijzen naar iets dat in de situatie vanzelf duidelijk is. In een kamer kan iemand Öppna fönstret zeggen: ‘Doe het raam open.’ De spreker neemt aan dat duidelijk is welk raam bedoeld wordt. Hetzelfde gebeurt in het Nederlands.

Bij lichaamsdelen kiest het Zweeds vaak een bepaalde vorm waar het Nederlands een bezittelijk voornaamwoord gebruikt (een woord als mijn, jouw of zijn): Jag tvättar händerna betekent normaal ‘Ik was mijn handen’. De eigenaar blijkt al uit de zin. Gebruik je toch een bezittelijk woord, dan krijgt het zelfstandig naamwoord juist géén bepaalde uitgang: mina händer, niet mina händerna.

Ook bij algemene uitspraken kan de bepaalde vorm een hele soort voorstellen: Hunden är människans bästa vän betekent ‘De hond is de beste vriend van de mens’. Dit lijkt op het Nederlands, maar de talen kiezen niet in iedere vaste uitdrukking dezelfde vorm. Leer daarom veelvoorkomende combinaties als geheel, in plaats van elk Nederlands lidwoord automatisch over te nemen.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen. Ze verklaren wel vormen die je al snel in teksten en gesprekken tegenkomt.

Dubbele bepaaldheid bij een eigenschap

Wanneer een bepaald zelfstandig naamwoord door een bijvoeglijk naamwoord wordt voorafgegaan, gebruikt standaard-Zweeds meestal een los bepaald woord én de uitgang aan het zelfstandig naamwoord. Het bijvoeglijk naamwoord krijgt doorgaans de bepaalde vorm op -a.

Soort Zweedse woordgroep Nederlands
en-woord den stora bilen de grote auto
ett-woord det gamla huset het oude huis
meervoud de röda bilarna de rode auto’s

Dit heet dubbele bepaaldheid: den/det/de staat vooraan, terwijl bilen/huset/bilarna ook al de bepaalde uitgang draagt. Voor een Nederlandstalige voelt één van beide misschien overbodig, maar in het Zweeds horen beide normaal bij de constructie.

Er zijn vaste uitzonderingen, onder andere bij sommige titels, namen en formele verbindingen. Die zijn geen reden om de hoofdregel los te laten: begin met den stora bilen, det nya jobbet en de gamla böckerna.

Aanwijzende woorden

Vormen als den här bilen ‘deze auto’ en det där huset ‘dat huis’ behouden eveneens de bepaalde uitgang. Letterlijk zie je dus den här plus bilen. Het aanwijzende element maakt duidelijk of iets dichtbij of verder weg is.

Een combinatie als den bilen zonder här of där is ook mogelijk, maar krijgt vaak de betekenis ‘die specifieke auto’ of een contrastieve nadruk. Gebruik voor het neutrale ‘de auto’ gewoon bilen.

Bezit en bepaaldheid

Na een bezittelijk woord of een naam in de bezitsvorm staat het volgende zelfstandig naamwoord in de onbepaalde vorm:

  • min bok — mijn boek, niet min boken
  • vårt hus — ons huis, niet vårt huset
  • Annas bil — Anna’s auto, niet Annas bilen

Het bezit maakt al duidelijk om welk exemplaar het gaat. Een zelfstandig naamwoord dat zelf de bezitter is, kan wel de bepaalde uitgang plus -s krijgen: bilens dörr ‘de deur van de auto’, barnets rum ‘de kamer van het kind’.

Uitspraak en spelling zijn niet altijd één op één

In alledaagse uitspraak kunnen uitgangen minder duidelijk klinken dan hun spelling doet vermoeden. Probeer ze toch niet weg te laten in geschreven Zweeds. Luister naar het hele ritme van paren als bok–boken, hus–huset en böcker–böckerna. Bij sommige woorden treden klank- of spellingveranderingen op; de veiligste aanpak blijft de vier vormen samen leren.

Oefentips

  1. Maak kaartjes met vier vakken. Schrijf niet alleen en bok, maar en bok – boken – böcker – böckerna. Zo oefen je genus, meervoud én bepaaldheid als één systeem.
  2. Vertel iets in twee zinnen. Introduceer eerst iets met en of ett en verwijs er daarna bepaald naar: Jag ser en hund. Hunden är liten. Doe dit met vijf alledaagse woorden.
  3. Luister gericht naar de woorduitgang. Zoek in een korte Zweedse tekst of opname vormen op -en, -et, -na en -a. Bepaal telkens eerst de onbepaalde vorm. Let vooral op het verschil tussen en als los woord en -en als uitgang.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

En- en ett-woorden in het ZweedsA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen