Tijdsuitdrukkingen in het Deens
Tidsudtryk
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Deens op Settemila Lingue.
In het kort
Met i går en i morgen plaats je iets op een dag, met om + tijdsduur kijk je vooruit en met for + tijdsduur + siden terug: om ti minutter is ‘over tien minuten’ en for ti minutter siden is ‘tien minuten geleden’. I + tijdsduur geeft meestal aan hoelang iets duurt: i tre timer betekent ‘drie uur lang’.
Overzicht
Deense tidsudtryk zijn woorden en woordgroepen die aangeven wanneer iets gebeurt, hoelang het duurt of hoe ver een gebeurtenis van het spreekmoment verwijderd is. Je hebt ze nodig voor afspraken, reisplannen en verhalen: i morgen (morgen), om lidt (zo meteen), for to år siden (twee jaar geleden) en i tre timer (drie uur lang).
Dit onderwerp hoort bij A2 en bouwt voort op getallen, kloktijden, weekdagen en maanden. De kern is niet moeilijk, maar de kleine woorden zijn belangrijk. Nederlands en Deens delen soms hetzelfde voorzetsel, maar lang niet altijd. Nederlands ‘over vijf minuten’ wordt bijvoorbeeld om fem minutter, niet een letterlijke vertaling met een woord dat op ‘over’ lijkt.
Een tijdsuitdrukking is vaak een bijwoordelijke bepaling (een zinsdeel dat extra informatie geeft over wanneer of hoelang iets gebeurt). Zo’n bepaling kan achteraan staan, maar ook vooraan. Staat ze vooraan, dan komt in een gewone hoofdzin het vervoegde werkwoord meteen erna: I morgen kommer jeg. Dat lijkt op het Nederlandse ‘Morgen kom ik’.
Hoe het werkt
Vaste woorden rond vandaag
Een aantal veelgebruikte vormen leer je het best als één geheel.
| Deens | Nederlands | Tijd ten opzichte van vandaag |
|---|---|---|
| i forgårs | eergisteren | twee dagen geleden |
| i går | gisteren | één dag geleden |
| i dag | vandaag | vandaag |
| i morgen | morgen | één dag later |
| i overmorgen | overmorgen | twee dagen later |
I hoort vast bij deze vormen. Zeg dus i går, niet alleen går. Je kunt ze uitbreiden: i går morges (gisterochtend), i går eftermiddags (gistermiddag) en i går aftes (gisteravond). Voor vannacht of afgelopen nacht hoor je i nat; de precieze betekenis blijkt uit de werkwoordstijd en de situatie.
Vooruitkijken: om
Gebruik om + tijdsduur voor het moment dat na die tijdsduur komt.
om + hoeveelheid + tijdseenheid
- om fem minutter — over vijf minuten
- om en uge — over een week
- om to måneder — over twee maanden
- om lidt — zo meteen / over een poosje
De duur wordt gerekend vanaf een referentiepunt, meestal nu. Om lidt is bewust niet exact: het kan afhankelijk van de situatie enkele minuten of wat langer betekenen. Voor ‘straks’ is ook snart gebruikelijk, maar snart zegt alleen dat iets binnenkort gebeurt; om lidt presenteert het als na een korte tussenperiode.
Let op het verschil tussen om bij een tijdsduur en klokken bij een exact tijdstip:
- Toget kører om tyve minutter — De trein vertrekt over twintig minuten.
- Toget kører klokken tyve — De trein vertrekt om acht uur ’s avonds.
Terugkijken: for ... siden
Voor ‘geleden’ staat de duur in het Deens tussen for en siden:
for + hoeveelheid + tijdseenheid + siden
- for en time siden — een uur geleden
- for tre dage siden — drie dagen geleden
- for mange år siden — vele jaren geleden
Deze constructie wijst naar een moment in het verleden. Daarom staat het werkwoord normaal in een verleden tijd: Jeg så hende for en uge siden (Ik zag haar een week geleden). De Nederlandse gewoonte om alleen ‘geleden’ achter de duur te zetten, mag dus niet leiden tot to år siden zonder for in zorgvuldig standaard-Deens.
Een duur aangeven: i
Gebruik i + tijdsduur wanneer je zegt hoelang een handeling of toestand duurt, duurde of zal duren. Nederlands vertaalt dit vaak zonder voorzetsel of met ‘lang’.
- Vi ventede i en time. — We wachtten een uur lang.
- Jeg har boet her i to år. — Ik woon hier al twee jaar.
- Hun bliver i Danmark i seks måneder. — Ze blijft zes maanden in Denemarken.
Bij een handeling die in het verleden begon en nu nog voortduurt, gebruikt het Deens vaak de voltooide tijd (een vorm met har plus een voltooid deelwoord): Jeg har arbejdet her i tre år. Natuurlijk Nederlands gebruikt juist vaak de tegenwoordige tijd: ‘Ik werk hier al drie jaar.’ Een letterlijke omzetting naar Jeg arbejder her i tre år kan daardoor onnatuurlijk of dubbelzinnig klinken.
De zin Jeg bor her i to måneder kan in een passende context een tijdelijke, afgebakende verblijfsduur beschrijven, bijvoorbeeld een huidig plan. Voor een periode die al twee maanden loopt en nog voortduurt, is Jeg har boet her i to måneder duidelijker.
Sinds een beginpunt: siden
Siden zonder voorafgaand for betekent ‘sinds’ en wordt gevolgd door een beginpunt, niet door een verstreken duur:
- Jeg har boet her siden 2022. — Ik woon hier sinds 2022.
- Vi har kendt hinanden siden skolen. — We kennen elkaar sinds school.
- Hun har været syg siden mandag. — Ze is sinds maandag ziek.
Vergelijk:
| Betekenis | Deens | Wat volgt? |
|---|---|---|
| twee jaar geleden | for to år siden | een verstreken duur tussen for en siden |
| sinds 2022 | siden 2022 | het beginpunt na siden |
| twee jaar lang | i to år | de duur na i |
Weekdagen: i mandags en på mandag
Bij weekdagen maakt het Deens een nuttig onderscheid:
- i mandags — afgelopen maandag
- på mandag — maandag, doorgaans de eerstkomende maandag
Hetzelfde patroon bestaat bij andere dagen: i fredags (afgelopen vrijdag), på fredag (aanstaande vrijdag). Een gewoonte druk je vaak uit met om en de bepaalde vorm: om mandagen (op maandag, telkens weer) of in het meervoud om mandagen(e) afhankelijk van formulering en betekenis. Voor A2 is vooral het contrast i mandags / på mandag belangrijk.
Plaats in de zin
Een tijdsbepaling kan meestal achteraan staan:
- Jeg ringer til dig i morgen. — Ik bel je morgen.
Wil je de tijd als vertrekpunt of contrast benadrukken, zet haar dan vooraan. Het vervoegde werkwoord blijft op de tweede zinsplaats:
- I morgen ringer jeg til dig. — Morgen bel ik je.
- For to år siden flyttede vi til Aarhus. — Twee jaar geleden verhuisden we naar Aarhus.
Na het werkwoord komt het onderwerp. I morgen jeg ringer is dus geen normale Deense hoofdzin. Voor Nederlandstaligen voelt deze omkering gelukkig vertrouwd.
Voorbeelden in context
| Deens | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Jeg rejste for to år siden. | Ik reisde twee jaar geleden. | Een moment in het verleden |
| Vi har ventet i tre timer. | We wachten al drie uur. | Begonnen in het verleden en nog relevant |
| Hun kommer om lidt. | Ze komt zo meteen. | Korte, niet exact bepaalde wachttijd |
| Jeg bor her i to måneder. | Ik woon hier twee maanden. | Tijdelijk verblijf met afgebakende duur |
| I går arbejdede jeg hjemme. | Gisteren werkte ik thuis. | Tijd vooraan; werkwoord vóór onderwerp |
| Skal vi mødes i morgen aften? | Zullen we morgenavond afspreken? | Vast toekomstig dagdeel |
| Bussen kommer om ti minutter. | De bus komt over tien minuten. | Tijdsafstand vooruit |
| Bussen kom for ti minutter siden. | De bus kwam tien minuten geleden. | Tijdsafstand terug |
| De boede i København i fem år. | Ze woonden vijf jaar in Kopenhagen. | Afgesloten duur in het verleden |
| Jeg har lært dansk siden januar. | Ik leer sinds januari Deens. | Januari is het beginpunt |
| Vi så filmen i fredags. | We zagen de film afgelopen vrijdag. | Terugblik op een weekdag |
| Vi ser filmen på fredag. | We bekijken de film aanstaande vrijdag. | Vooruitblik op een weekdag |
| Hun ringede i går aftes. | Ze belde gisteravond. | Uitbreiding van i går |
| Jeg er færdig om en halv time. | Ik ben over een halfuur klaar. | Toekomstig eindpunt |
| Efter mødet drikker vi kaffe. | Na de vergadering drinken we koffie. | Gebeurtenis als referentiepunt |
Veelgemaakte fouten
Om vervangen door een letterlijke vertaling van ‘over’
- Fout: Bussen kommer over fem minutter.
- Goed: Bussen kommer om fem minutter.
- Waarom: Voor een tijdsafstand in de toekomst gebruikt het Deens om. Het Nederlandse voorzetsel ‘over’ kun je hier niet woord voor woord overzetten.
For weglaten bij ‘geleden’
- Fout: Jeg flyttede hertil tre år siden.
- Goed: Jeg flyttede hertil for tre år siden.
- Waarom: De standaardconstructie omsluit de duur: for ... siden.
I en om verwisselen
- Fout: Jeg arbejdede om to timer. als je bedoelt dat het werk twee uur duurde.
- Goed: Jeg arbejdede i to timer.
- Waarom: I to timer is een duur; om to timer wijst naar een moment twee uur later.
De Nederlandse tegenwoordige tijd kopiëren
- Minder natuurlijk: Jeg bor her siden 2022.
- Goed: Jeg har boet her siden 2022.
- Waarom: Bij een situatie die vroeger begon en nog voortduurt, kiest het Deens vaak har + voltooid deelwoord, waar het Nederlands ‘ik woon’ gebruikt.
Geen omkering na een tijdsbepaling vooraan
- Fout: I morgen jeg kommer tidligt.
- Goed: I morgen kommer jeg tidligt.
- Waarom: In een Deense hoofdzin staat het vervoegde werkwoord op de tweede zinsplaats.
I mandags en på mandag verwisselen
- Fout: Vi mødes i mandags als de afspraak nog moet plaatsvinden.
- Goed: Vi mødes på mandag.
- Waarom: I mandags kijkt terug naar afgelopen maandag; på mandag kijkt normaal vooruit.
Gebruiksnotities
Om lidt en snart overlappen, maar zijn niet volledig gelijk. Jeg kommer om lidt klinkt als ‘ik kom zo’ of ‘ik kom over een poosje’; jeg kommer snart betekent algemener ‘ik kom binnenkort’. In een informeel gesprek kan de werkelijke duur van om lidt sterk van de situatie afhangen.
Bij precieze afspraken is een kloktijd vaak duidelijker dan een relatieve uitdrukking. Vi ses om en time rekent vanaf het spreekmoment; vi ses klokken tre noemt een vast tijdstip. Dat verschil is belangrijk wanneer een bericht later wordt gelezen.
Tijdsbepalingen staan vaak vroeg in de zin wanneer ze het gesprek organiseren: I går var jeg syg, men i dag har jeg det bedre (Gisteren was ik ziek, maar vandaag voel ik me beter). Achteraan klinkt de tijd vaak meer als aanvullende informatie: Jeg var syg i går.
Før (vóór) en efter (na) koppelen twee momenten of gebeurtenissen: før mødet, efter arbejde. Ze kunnen ook een bijzin inleiden wanneer er een onderwerp en werkwoord volgen: efter at mødet sluttede (nadat de vergadering afgelopen was). Voor de A2-kern volstaat het om eerst de korte woordgroepen te herkennen en gebruiken.
Verder dan de basis
De volgende nuances hoef je op A2 nog niet allemaal actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.
Een afgeronde duur tegenover een voortdurende situatie
De werkwoordstijd en de context bepalen of een periode afgesloten is:
- Jeg boede der i fem år. — Ik woonde daar vijf jaar; die periode is voorbij.
- Jeg har boet her i fem år. — Ik woon hier al vijf jaar; de periode loopt tot nu door.
- Jeg skal bo der i fem år. — Ik zal daar vijf jaar wonen; het gaat om een plan.
Het voorzetsel i blijft hetzelfde. De tijdsvorm van het werkwoord levert de tijdslijn.
Hoe lang geleden versus hoe lang al
Deense vragen houden hetzelfde onderscheid aan:
- Hvor længe har du boet her? — Hoelang woon je hier al?
- Hvornår flyttede du hertil? — Wanneer ben je hierheen verhuisd?
- Hvor længe siden er det? — Hoelang is dat geleden?
Hvor længe vraagt om een duur. Hvornår vraagt om een tijdstip. Dat onderscheid helpt je ook om het juiste antwoord te kiezen: i tre år, siden 2023 of for tre år siden.
Herhaling met om
In vormen zoals om morgenen (’s morgens), om aftenen (’s avonds) en om vinteren (’s winters/in de winter) geeft om een gewoonte of terugkerende periode aan. Dit is dus een andere functie dan het toekomstige om ti minutter.
- Jeg løber om morgenen. — Ik hardloop ’s morgens.
- Det bliver tidligt mørkt om vinteren. — In de winter wordt het vroeg donker.
De context voorkomt meestal verwarring: na toekomstig om staat een hoeveelheid tijd, terwijl de herhalende vorm vaak een bepaald tijdswoord bevat, zoals morgenen of vinteren.
Siden als voegwoord
Siden kan ook ‘sinds’ betekenen voor een hele bijzin: Siden jeg flyttede til Danmark, har jeg lært meget (Sinds ik naar Denemarken verhuisde, heb ik veel geleerd). Hier is jeg flyttede til Danmark een bijzin: een zinsdeel met een eigen onderwerp en werkwoord. Dit gaat verder dan de vaste A2-uitdrukkingen, maar sluit logisch aan op siden 2022.
Oefentips
- Teken één tijdlijn. Zet ‘nu’ in het midden en maak drie vakken: om to dage rechts, for to dage siden links en i to dage als een periode. Vervang daarna dage door timer, uger en år.
- Oefen in paren. Maak van één situatie twee zinnen: Toget kører om ti minutter en Toget kørte for ti minutter siden. Zo leer je om en for ... siden niet los, maar als duidelijk contrast.
- Vertel je week hardop. Gebruik i mandags, i går, i dag, i morgen en på fredag. Zet telkens minstens één tijdsbepaling vooraan om ook de werkwoordvolgorde te oefenen.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: Getallen en tijd — nodig voor hoeveelheden, kloktijden, dagen en datums in tijdsuitdrukkingen.
Vereiste kennis
Getallen en tijd in het DeensA1Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Tidsudtryk in Deens met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Deens · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen