A1

Ordningstal in het Zweeds

Ordningstal

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Zweeds op Settemila Lingue.

In het kort

Zweedse ordningstal zijn rangtelwoorden: första (eerste), andra (tweede), tredje (derde), fjärde (vierde) enzovoort. Je gebruikt ze voor datums, verdiepingen en plaatsen in een reeks. Voor “de eerste dag” gebruikt het Zweeds meestal den/det/de + rangtelwoord + bepaald zelfstandig naamwoord: den första dagen.

Overzicht

Een rangtelwoord geeft de plaats van iets in een volgorde aan. Vergelijk tre dagar (drie dagen) met den tredje dagen (de derde dag). Tre is een hoofdtelwoord: het zegt hoeveel. Tredje is een rangtelwoord: het zegt om welke dag in de reeks het gaat.

Dit onderwerp wordt al op A1-niveau geïntroduceerd, omdat rangtelwoorden vaak voorkomen in alledaagse situaties. Je hebt ze nodig om een datum te noemen, te zeggen op welke verdieping je woont, een hoofdstuk aan te wijzen of over een eerste en tweede poging te praten. Het basisidee is voor Nederlandstaligen vertrouwd, maar de Zweedse vormen en de combinatie met bepaalde zelfstandige naamwoorden vragen extra aandacht.

Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, zaak, plaats of begrip, zoals dag (dag), våning (verdieping) of försök (poging). Bij een uitdrukking als de derde dag markeert het Zweeds de bepaaldheid meestal tweemaal: den tredje dagen. Er staat dus den vooraan én dagen heeft de bepaalde uitgang -en. Dat wijkt af van het Nederlands, waar alleen “de” de bepaaldheid aangeeft.

Hoe het werkt

De basisvormen van 1 tot en met 20

De eerste vier vormen zijn onregelmatig en kun je het best als losse woorden leren. Daarna worden de patronen herkenbaarder, al zijn er enkele spellingveranderingen.

Getal Zweeds hoofdtelwoord Zweeds rangtelwoord Nederlands
1 ett/en första eerste
2 två andra tweede
3 tre tredje derde
4 fyra fjärde vierde
5 fem femte vijfde
6 sex sjätte zesde
7 sju sjunde zevende
8 åtta åttonde achtste
9 nio nionde negende
10 tio tionde tiende
11 elva elfte elfde
12 tolv tolfte twaalfde
13 tretton trettonde dertiende
14 fjorton fjortonde veertiende
15 femton femtonde vijftiende
16 sexton sextonde zestiende
17 sjutton sjuttonde zeventiende
18 arton artonde achttiende
19 nitton nittonde negentiende
20 tjugo tjugonde twintigste

Let vooral op sjätte. Deze vorm wordt niet eenvoudigweg gemaakt door een uitgang achter sex te zetten. Ook elfte en tolfte zijn verkorte vormen. Vanaf dertien eindigen de rangtelwoorden meestal op -de; bij de tientallen zie je eveneens -nde, zoals tjugonde.

Tientallen en samengestelde rangtelwoorden

De belangrijkste tientallen zijn:

Getal Zweeds rangtelwoord Nederlands
20 tjugonde twintigste
30 trettionde dertigste
40 fyrtionde veertigste
50 femtionde vijftigste
60 sextionde zestigste
70 sjuttionde zeventigste
80 åttionde tachtigste
90 nittionde negentigste
100 hundrade honderdste
1.000 tusende duizendste

Bij een samengesteld getal krijgt alleen het laatste deel de rangtelwoordvorm. De delen worden in gewone lopende tekst aaneengeschreven:

  • tjugoförsta — eenentwintigste
  • tjugoandra — tweeëntwintigste
  • tjugotredje — drieëntwintigste
  • trettiofjärde — vierendertigste
  • hundraförsta — honderd-en-eerste

Dit lijkt op het Nederlands, maar de volgorde is anders. Nederlands zegt “een-en-twintigste”, met de een vóór het tiental. Zweeds bouwt letterlijk van groot naar klein: tjugo-första, dus “twintig-eerste”. Schrijf daarom niet naar Nederlands voorbeeld iets als förstatjugo.

Rangtelwoord bij een bepaald zelfstandig naamwoord

Voor een bepaald zelfstandig naamwoord staat doorgaans den, det of de. Het zelfstandig naamwoord krijgt bovendien zijn bepaalde vorm. Dit wordt vaak dubbele bepaaldheid genoemd: de betekenis “de/het” is op twee plaatsen zichtbaar.

Soort Patroon Voorbeeld Betekenis
en-woord, enkelvoud den + rangtelwoord + bepaalde vorm den första dagen de eerste dag
ett-woord, enkelvoud det + rangtelwoord + bepaalde vorm det tredje försöket de derde poging
meervoud de + rangtelwoord + bepaalde vorm de första veckorna de eerste weken

De keuze tussen den, det en de hangt dus af van het zelfstandig naamwoord, niet van het rangtelwoord. Dag is een en-woord, försök is een ett-woord en veckorna is meervoud. Het rangtelwoord zelf verandert hier niet: första blijft första.

Na een bezittelijk woord zoals min (mijn) of hennes (haar) vervalt den/det/de, en staat het zelfstandig naamwoord in de onbepaalde vorm:

  • min första dag — mijn eerste dag
  • hennes andra försök — haar tweede poging
  • vårt tredje möte — onze derde bijeenkomst

Hetzelfde zie je na een naam in de bezitsvorm: Annas första bil (Anna’s eerste auto). Een veelgemaakte Nederlandse reflex is om overal een woord voor “de” te willen toevoegen. Bij min första dag is dat juist niet nodig.

Datums

Een dag van de maand wordt in het Zweeds als een rangtelwoord gelezen. De maandnaam krijgt geen hoofdletter:

  • den första maj — 1 mei
  • den femte oktober — 5 oktober
  • den tjugofjärde december — 24 december

In een volledige mededeling hoor je bijvoorbeeld I dag är det den tredje juni (Vandaag is het 3 juni) of Mötet är den åttonde april (De vergadering is op 8 april). Op papier is 8 april heel gewoon, maar 8 wordt bij het voorlezen åttonde. Het Nederlands leest een datum vaak als een hoofdtelwoord (“acht april”); precies daar ligt een belangrijk verschil.

In afkortingen komt een dubbele punt voor: 1:a, 2:a, 3:e, 4:e. In doorlopende tekst zijn uitgeschreven woorden of een gewone cijferdatum vaak rustiger leesbaar.

Verdiepingen en volgorde

Bij een verdieping gebruikt het Zweeds gewoonlijk på:

  • på första våningen — op de eerste verdieping
  • på fjärde våningen — op de vierde verdieping

Na på staat hier geen den, maar våningen is wel bepaald. Zulke vaste constructies met een voorzetsel moet je als geheel leren. Een voorzetsel is een kort woord dat een relatie aangeeft, zoals “op”, “in” of “naar”.

In lijsten en reeksen komen rangtelwoorden ook zelfstandig voor, dus zonder genoemd zelfstandig naamwoord: den första, den andra, den tredje (de eerste, de tweede, de derde). Als het om personen gaat, maakt de context duidelijk wie bedoeld wordt.

Voorbeelden in context

Zweeds Nederlands Toelichting
Den första dagen var lugn. De eerste dag was rustig. Den en dagen geven samen bepaaldheid aan.
Vi ses den andra april. We zien elkaar op 2 april. Een datum wordt met een rangtelwoord uitgesproken.
Det tredje försöket lyckades. De derde poging lukte. Försök is een ett-woord, dus det.
Jag bor på fjärde våningen. Ik woon op de vierde verdieping. Na på blijft den hier weg.
Hon läser det femte kapitlet. Ze leest het vijfde hoofdstuk. Kapitel is een ett-woord.
Det här är min första resa till Sverige. Dit is mijn eerste reis naar Zweden. Na min komt geen den.
Han vann för andra gången. Hij won voor de tweede keer. För andra gången is een vaste, veelgebruikte uitdrukking.
Bussen går var tionde minut. De bus rijdt elke tien minuten. Letterlijk: elke tiende minuut.
Vi träffas vart tredje år. We komen elke drie jaar bij elkaar. Vart hoort bij het ett-woord år.
De första veckorna var svåra. De eerste weken waren moeilijk. Meervoud: de ... veckorna.
I dag är det den tjugoförsta juli. Vandaag is het 21 juli. Alleen het laatste deel is een rangtelwoord.
Sara kom först, och Amir kom tvåa. Sara kwam als eerste en Amir als tweede. Bij een uitslag zijn först en tvåa natuurlijker.

Veelgemaakte fouten

Een hoofdtelwoord gebruiken in een uitgesproken datum

  • Onjuist: den fem oktober
  • Juist: den femte oktober
  • Waarom: een kalenderdag wordt als rangtelwoord gelezen. Een geschreven 5 oktober spreek je dus uit als den femte oktober.

De bepaalde uitgang van het zelfstandig naamwoord vergeten

  • Onjuist: den första dag
  • Juist: den första dagen
  • Waarom: in deze bepaalde naamwoordgroep gebruikt het Zweeds dubbele bepaaldheid. Naast den staat ook de bepaalde vorm dagen.

Dubbele bepaaldheid gebruiken na een bezittelijk woord

  • Onjuist: min första dagen
  • Juist: min första dag
  • Waarom: na min, din, hans, hennes, vår en andere bezittelijke woorden staat het zelfstandig naamwoord in de onbepaalde vorm. Er komt ook geen den voor.

Nederlandse woordvolgorde in samengestelde getallen overnemen

  • Onjuist: förstatjugo dagen
  • Juist: den tjugoförsta dagen
  • Waarom: het Zweeds noemt eerst het tiental en dan de eenheid: tjugo + första. De naamwoordgroep heeft daarnaast den en dagen nodig.

andre koppelen aan een en-woord

  • Onjuist als regel: “Bij elk en-woord gebruik je andre.”
  • Juist: den andra våningen, maar bijvoorbeeld den andre mannen is mogelijk.
  • Waarom: andre is geen vorm voor alle en-woorden. De vorm kan traditioneel naar een mannelijke persoon verwijzen. Voor zaken en als algemene vorm gebruik je andra.

första gebruiken waar först nodig is

  • Onjuist: Hon kom första.
  • Juist: Hon kom först.
  • Waarom: första staat normaal bij een zelfstandig naamwoord: den första personen. Om te zeggen dat iemand als eerste aankwam, gebruik je het bijwoord först. Een bijwoord beschrijft hier hoe of in welke volgorde iets gebeurt.

Gebruiksnotities

Andra is de gewone, veilige vorm van “tweede”: den andra dagen, det andra huset, de andra barnen. Bij een mannelijke persoon kan traditioneel andre staan, bijvoorbeeld den andre mannen. De vorm op -e klinkt soms nadrukkelijker, formeler of ouderwetser; de vorm op -a kan ook voor een man worden gebruikt en is neutraler. Hetzelfde verschil bestaat tussen första en förste. Bij vorstennamen is de mannelijke vorm vast gebruikelijk: Karl den tolfte heeft toevallig al -e, terwijl je bijvoorbeeld Gustav den andre Adolf kunt tegenkomen.

Let op het onderscheid tussen andra en den andra. Den andra boken betekent “het tweede boek” of, afhankelijk van de context, “het andere boek”. Het woord andra kan bovendien “andere” betekenen, vooral in het meervoud: andra människor (andere mensen). De context bepaalt dus of er een rangnummer of een contrast met iets anders bedoeld wordt.

Bij uitslagen en klassementen gebruikt het Zweeds vaak andere vormen dan voor een zelfstandig naamwoord. Hon kom först betekent “ze eindigde als eerste”. Ook zelfstandige rangnamen als etta, tvåa en trea zijn gangbaar: Han kom tvåa (hij werd tweede). Voor de basis is het voldoende om först te herkennen en gewone rangtelwoorden correct bij zelfstandige naamwoorden te gebruiken.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.

Elke tweede, derde of tiende

Voor een herhaling gebruikt het Zweeds var bij een en-woord en vart bij een ett-woord:

  • var tredje dag — elke derde dag / om de drie dagen
  • vart tredje år — elke drie jaar
  • var tionde minut — elke tien minuten

Voor “om de dag” is varannan dag zeer gebruikelijk. Dat woord is historisch met “elke tweede” verbonden, maar leer het vooral als vaste vorm. Bij een ett-woord staat vartannat, bijvoorbeeld vartannat år (om het jaar).

Namen, titels en historische gebeurtenissen

Bij vorsten en pausen wordt het cijfer als rangtelwoord gelezen: Karl XII is Karl den tolfte. In namen van historische perioden en gebeurtenissen kan het rangtelwoord zonder voorafgaand den/det deel van een vaste naam zijn, zoals andra världskriget (de Tweede Wereldoorlog). Zulke namen volg je het best zoals ze in het Zweeds vastliggen, in plaats van de basisregel mechanisch toe te passen.

Rangtelwoorden en breuken zijn niet hetzelfde

Hoewel een rangtelwoord soms in een breukachtig begrip herkenbaar is, gebruikt het Zweeds aparte zelfstandige naamwoorden: en tredjedel (een derde) en en fjärdedel (een kwart). Gebruik dus niet zomaar tredje als zelfstandig woord voor de breuk “een derde”.

Bepaaldheid hangt af van de hele constructie

Het beginnerspatroon den första dagen is zeer belangrijk, maar niet elke combinatie krijgt den/det/de. Na een bezittelijk woord krijg je min första dag; na een voorzetsel in sommige vaste uitdrukkingen krijg je på första våningen; in een onbepaalde betekenis kan en första version “een eerste versie” betekenen. Kijk daarom niet alleen naar het rangtelwoord, maar naar de hele naamwoordgroep.

Oefentips

  1. Leer de eerste twaalf hardop. Zeg afwisselend het hoofdtelwoord en het rangtelwoord: tre – tredje, fyra – fjärde, sex – sjätte. Zo worden juist de onregelmatige vormen automatisch.
  2. Oefen met echte datums. Lees verjaardagen en afspraken in je agenda in het Zweeds: den fjortonde februari, den tjugonionde augusti. Let erop dat de maandnaam met een kleine letter wordt geschreven.
  3. Maak drie vaste patronen. Vul dagelijks nieuwe woorden in bij den första dagen, det tredje försöket en min andra bok. Daarmee oefen je tegelijk en-woorden, ett-woorden en de vorm na een bezittelijk woord.

Verwante onderwerpen

  • Voorkennis: Getallen en tijd — hoofdtelwoorden, kloktijden en kalenderwoorden vormen de basis voor rangtelwoorden en datums.

Vereiste kennis

Getallen en tijd in het ZweedsA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen