A1

Getallen en tijden in het Duits

Zahlen und Uhrzeit

Overzicht

Getallen en kloktijden zijn praktisch onmisbaar in het dagelijks leven. In het Duits zijn de getallen van 1 tot 20 grotendeels te leren als woordenschat. De tientallen (20, 30, ...) zijn regelmatig. Kloktijden volgen twee systemen: de informele 12-uursnotatie en de formele 24-uursnotatie.

Voor Nederlandstaligen zijn de meeste getallen herkenbaar — ze lijken sterk op het Nederlands, al zijn er spellingsverschillen. Let op het tricky halb bij kloktijden.

Hoe het werkt

Getallen 1–20

Cijfer Duits Cijfer Duits
1 eins 11 elf
2 zwei 12 zwölf
3 drei 13 dreizehn
4 vier 14 vierzehn
5 fünf 15 fünfzehn
6 sechs 16 sechzehn
7 sieben 17 siebzehn
8 acht 18 achtzehn
9 neun 19 neunzehn
10 zehn 20 zwanzig

Tientallen en samengestelde getallen

30 dreißig
40 vierzig
100 hundert
21 einundzwanzig
35 fünfunddreißig

Eenheden vóór tientallen, net als in het Nederlands: einundzwanzig (1-en-20).

Kloktijden

Tijd Informeel Formeel
3:00 drei Uhr drei Uhr
3:15 Viertel nach drei drei Uhr fünfzehn
3:30 halb vier drei Uhr dreißig
3:45 Viertel vor vier drei Uhr fünfundvierzig

Let op: halb vier = 03:30, niet 04:30! Halverwege op weg naar vier.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Ich bin 25 Jahre alt. Ik ben 25 jaar oud. leeftijd
Der Zug kommt um 9 Uhr. De trein komt om 9 uur. formele tijd
Es ist Viertel nach acht. Het is kwart over acht. informele tijd
Es ist halb drei. Het is half drie. 02:30 uur!
Das kostet drei Euro. Dat kost drie euro. prijs
Um wie viel Uhr beginnt das? Hoe laat begint dat? vraag naar tijdstip
Der Kurs beginnt um Viertel vor neun. De cursus begint om kwart voor negen. kwart voor
Sie ist dreiunddreißig Jahre alt. Zij is drieëndertig jaar oud. samengesteld getal
Es sind hundert Kilometer. Het zijn honderd kilometer. afstand
Ich bin am fünften März geboren. Ik ben op 5 maart geboren. datum

Veelgemaakte fouten

"halb" verkeerd interpreteren

  • Fout: halb vier begrijpen als 04:30
  • Correct: halb vier = 03:30
  • Waarom: Halb vier = halverwege naar vier = een half uur vóór vier.

Eenheden in de verkeerde volgorde

  • Fout: zwanzigein
  • Correct: einundzwanzig
  • Waarom: Eenheden komen vóór de tientallen, met und ertussen.

"eins" gebruiken bij kloktijden

  • Fout: Es ist eins Uhr.
  • Correct: Es ist ein Uhr.
  • Waarom: Eins gebruik je voor het getal op zichzelf; bij kloktijden gebruik je ein.

Oefentips

  1. Leer de getallen 1–20 als woordenschat. De rest bouw je regelmatig op.
  2. Oefen kloktijden door elk uur te zeggen wat je op dat moment doet.
  3. Let op het verschil formeel (vierzehn Uhr) en informeel (zwei Uhr).

Verwante concepten

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Wil je Getallen en tijden in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen