Tijd en datums in het Spaans
La Hora y la Fecha
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Spaans op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Voor de klok gebruik je Es la una bij één uur en Son las dos, tres... bij alle andere uren. Een tijdstip krijgt a la/a las, weekdagen en maanden schrijf je met een kleine letter, en een datum bouw je als el + dag + de + maand: el 15 de agosto. Let als Nederlandstalige vooral op las tres y media: dat is “half vier”, niet “half drie”.
Overzicht
De tijd kunnen vragen, een afspraak begrijpen en een datum noemen zijn basisvaardigheden op A1-niveau. In het Spaans komen daarbij verschillende kleine patronen samen: getallen, het werkwoord ser (“zijn”), de lidwoorden el, la, los, las en de voorzetsels a en de. Elk patroon is eenvoudig, maar het is belangrijk om de vaste combinaties als één geheel te leren.
Voor Nederlandstaligen zit de grootste valkuil niet in de getallen, maar in de manier waarop de klok wordt verwoord. Nederlands kijkt bij “half vier” vooruit naar vier uur. Spaans telt juist verder vanaf drie uur: Son las tres y media, letterlijk “het is drie uur en een half”. Ook gebruikt het Spaans meestal een lidwoord bij een weekdag: el lunes voor één bepaalde maandag en los lunes voor een terugkerende maandag.
Dagen en maanden krijgen in het Spaans normaal een kleine letter: martes, abril. Voor een volledige datum zet je de tussen dag, maand en jaar: el 8 de abril de 2026. Met deze regels kun je al snel openingstijden, agenda’s, reserveringen en reisgegevens begrijpen.
Hoe het werkt
Hoe laat is het?
Om naar de huidige tijd te vragen, zeg je:
- ¿Qué hora es? — Hoe laat is het?
Wil je weten op welk tijdstip iets gebeurt, dan is het patroon anders:
- ¿A qué hora empieza la película? — Hoe laat begint de film?
- ¿A qué hora sales? — Hoe laat vertrek je?
Het Nederlandse “hoe laat” heeft hier geen zichtbaar voorzetsel nodig. In het Spaans hoort a (“om”) wel bij de vraag: ¿A qué hora...? Leer die woorden daarom als een vaste combinatie.
Eén uur tegenover alle andere uren
Het Spaans gebruikt ser om de kloktijd te geven. Bij één uur staat het werkwoord in het enkelvoud; bij de andere uren in het meervoud.
| Tijd | Spaans | Nederlands |
|---|---|---|
| 1:00 | Es la una. | Het is één uur. |
| 2:00 | Son las dos. | Het is twee uur. |
| 4:00 | Son las cuatro. | Het is vier uur. |
| 11:00 | Son las once. | Het is elf uur. |
Es is de enkelvoudsvorm en son de meervoudsvorm van ser. La en las verwijzen naar hora (“uur”), een vrouwelijk zelfstandig naamwoord (een woord voor een mens, ding of begrip). Het woord hora zelf blijft meestal onuitgesproken.
Ook bij minuten blijft het genoemde uur bepalend:
- Es la una y diez. — Het is tien over één.
- Son las dos y diez. — Het is tien over twee.
Minuten na het uur: y
Voor minuten na een uur gebruik je y (“en”). Twee veelvoorkomende vaste uitdrukkingen zijn y cuarto (“kwart over”) en y media (“half”).
| Tijd | Spaans | Nederlands |
|---|---|---|
| 6:05 | Son las seis y cinco. | Het is vijf over zes. |
| 6:15 | Son las seis y cuarto. | Het is kwart over zes. |
| 6:25 | Son las seis y veinticinco. | Het is vijf voor half zeven. |
| 6:30 | Son las seis y media. | Het is half zeven. |
Het woord media is vrouwelijk omdat het verwijst naar media hora, een half uur. De Nederlandse constructie “vijf voor half zeven” heeft geen rechtstreeks even compacte Spaanse tegenhanger. Las seis y veinticinco is de eenvoudige, natuurlijke keuze.
Minuten vóór het volgende uur: menos
In de tweede helft van het uur kun je vooruitkijken naar het volgende hele uur en menos (“min”) gebruiken.
| Tijd | Spaans | Nederlands |
|---|---|---|
| 8:40 | Son las nueve menos veinte. | Het is twintig voor negen. |
| 8:45 | Son las nueve menos cuarto. | Het is kwart voor negen. |
| 8:55 | Son las nueve menos cinco. | Het is vijf voor negen. |
| 12:45 | Es la una menos cuarto. | Het is kwart voor één. |
Bij 12:45 staat es, want het uur waarnaar je vooruitkijkt is la una. Het is dus niet automatisch son omdat de digitale tijd met 12 begint.
Je kunt veel tijden ook rechtstreeks met de minuten lezen, bijvoorbeeld Son las ocho cuarenta y cinco. Dat komt vooral voor bij digitale tijden, dienstregelingen en nauwkeurige mededelingen. Voor een gewoon gesprek is Son las nueve menos cuarto vaak makkelijker en natuurlijker.
Om een bepaald tijdstip: a la en a las
Voor “om” gebruik je a. De vorm sluit weer aan bij het enkelvoud of meervoud:
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| a la una | om één uur |
| a la una y media | om half twee |
| a las tres | om drie uur |
| a las siete menos cuarto | om kwart voor zeven |
Vergelijk:
- Son las tres. — Het is drie uur.
- La cita es a las tres. — De afspraak is om drie uur.
Na a ontstaan hier geen samentrekkingen: je zegt a la en a las.
Delen van de dag
Omdat een twaalfuursklok dubbelzinnig kan zijn, voeg je vaak een deel van de dag toe.
| Spaans | Gebruikelijke Nederlandse weergave |
|---|---|
| de la mañana | ’s ochtends |
| de la tarde | ’s middags / aan het begin van de avond |
| de la noche | ’s avonds / ’s nachts |
| de la madrugada | diep in de nacht / zeer vroeg in de ochtend |
Zo is a las ocho de la mañana “om acht uur ’s ochtends” en a las ocho de la noche “om acht uur ’s avonds”. De precieze grens tussen tarde en noche verschilt per land, seizoen en spreker. Nederlandse dagdelen passen dus niet altijd één op één op de Spaanse woorden.
Voor twaalf uur bestaan ook twee zelfstandige woorden:
- Es mediodía. — Het is middag / twaalf uur ’s middags.
- Es medianoche. — Het is middernacht.
Als tijdstip zeg je a mediodía en a medianoche.
Weekdagen
| Spaans | Nederlands |
|---|---|
| lunes | maandag |
| martes | dinsdag |
| miércoles | woensdag |
| jueves | donderdag |
| viernes | vrijdag |
| sábado | zaterdag |
| domingo | zondag |
Weekdagen krijgen alleen een hoofdletter als ze aan het begin van een zin staan. De vormen lunes, martes, miércoles, jueves en viernes veranderen niet in het meervoud; alleen het lidwoord laat dan het verschil zien.
- el lunes — op maandag, met één concrete maandag bedoeld
- los lunes — op maandag(en), als terugkerende gewoonte
- este lunes — deze maandag
Vergelijk Tengo una cita el lunes (“Ik heb maandag een afspraak”) met Tengo clase los lunes (“Ik heb op maandag les”). In kalenderkoppen en opsommingen kan het lidwoord ontbreken, maar in een gewone zin is het meestal nodig.
Maanden en datums
| Spaans | Nederlands | Spaans | Nederlands |
|---|---|---|---|
| enero | januari | julio | juli |
| febrero | februari | agosto | augustus |
| marzo | maart | septiembre | september |
| abril | april | octubre | oktober |
| mayo | mei | noviembre | november |
| junio | juni | diciembre | december |
Ook maanden schrijf je met een kleine letter. Een datum volgt dit patroon:
el + daggetal + de + maand + de + jaar
- el 15 de agosto — 15 augustus
- el 2 de enero de 2026 — 2 januari 2026
Voor de eerste dag van een maand is primero gebruikelijk: el primero de mayo. Je kunt regionaal en in alledaags taalgebruik ook el uno de mayo horen. Voor de overige dagen gebruik je kardinale getallen, dus de gewone telwoorden: el dos, el quince, el treinta.
Naar de dag of datum vraag je onder meer met:
- ¿Qué día es hoy? — Welke dag is het vandaag? / Welke datum is het vandaag?
- ¿Cuál es la fecha de hoy? — Wat is de datum van vandaag?
- ¿Cuándo es tu cumpleaños? — Wanneer ben je jarig?
Mogelijke antwoorden zijn Hoy es martes en Hoy es el 15 de agosto. In een kort datumantwoord hoor je ook gewoon El 15 de agosto.
Voorbeelden in context
| Spaans | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| ¿Qué hora es? — Es la una. | Hoe laat is het? — Het is één uur. | Alleen bij één uur gebruik je es la. |
| Son las tres y media. | Het is half vier. | Het Spaanse genoemde uur is drie. |
| El autobús llega a las nueve y cuarto. | De bus komt om kwart over negen aan. | Tijdstip met a las. |
| La tienda cierra a las ocho menos diez. | De winkel sluit om tien voor acht. | menos kijkt vooruit naar acht uur. |
| ¿A qué hora sales? | Hoe laat vertrek je? | Vaste vraag met a. |
| Cenamos a las diez de la noche. | We eten om tien uur ’s avonds. | Het dagdeel voorkomt onduidelijkheid. |
| La reunión termina a mediodía. | De vergadering eindigt om twaalf uur ’s middags. | Na a staat geen lidwoord. |
| Nos vemos el lunes. | We zien elkaar maandag. | Eén concrete maandag. |
| Trabajo los lunes y los miércoles. | Ik werk op maandag en woensdag. | Meervoudig lidwoord voor herhaling. |
| Hoy es jueves. | Vandaag is het donderdag. | Weekdag met kleine letter. |
| Mi cumpleaños es el 3 de mayo. | Ik ben jarig op 3 mei. | Datum met el en de. |
| La oficina está cerrada el 15 de agosto. | Het kantoor is op 15 augustus gesloten. | Exacte datum als tijdsbepaling. |
| El curso empieza en septiembre. | De cursus begint in september. | Alleen een maand: en. |
| Nací el primero de enero de 2000. | Ik ben op 1 januari 2000 geboren. | De eerste dag kan primero zijn. |
Veelgemaakte fouten
Nederlandse “half”-tijden letterlijk volgen
- Fout: Son las cuatro y media wanneer je 3:30 bedoelt.
- Goed: Son las tres y media.
- Waarom: Spaans telt een half uur op bij drie; Nederlands kijkt in “half vier” vooruit naar vier.
Altijd es gebruiken
- Fout: Es las cinco.
- Goed: Son las cinco.
- Waarom: Alleen la una is enkelvoud. Vanaf twee uur staan son en las in het meervoud.
A weglaten bij een afspraak
- Fout: La película empieza las ocho.
- Goed: La película empieza a las ocho.
- Waarom: Een kloktijd waarop iets gebeurt, wordt ingeleid met a la/a las.
Dagen en maanden met hoofdletters schrijven
- Fout: Lunes, 4 de Marzo.
- Goed: lunes, 4 de marzo.
- Waarom: Spaanse namen van weekdagen en maanden krijgen normaal een kleine letter.
Een terugkerende dag als één dag behandelen
- Fout: Estudio español el martes wanneer je “elke dinsdag” bedoelt.
- Goed: Estudio español los martes.
- Waarom: El martes wijst doorgaans naar één dinsdag; los martes drukt herhaling uit.
Het Nederlandse datumspatroon zonder de overnemen
- Fout: el 15 agosto of el 15 del agosto.
- Goed: el 15 de agosto.
- Waarom: Tussen het daggetal en de maand staat de, maar de maand krijgt hier geen lidwoord.
Gebruiksnotities
Spanje en Latijns-Amerika delen de basispatronen, maar dagelijkse tijdsaanduidingen hangen samen met plaatselijke gewoonten. Las siete de la tarde kan heel gewoon zijn waar een Nederlandstalige eerder “zeven uur ’s avonds” zou zeggen. Vraag bij een belangrijke afspraak liever door of noem het dagdeel expliciet.
Op tickets, schermen en in officiële roosters zie je vaak de 24-uursnotatie, bijvoorbeeld 18:20. In een alledaags gesprek wordt dat doorgaans las seis y veinte de la tarde. Een formulering als a las dieciocho horas is mogelijk, maar klinkt formeel en past eerder bij officiële aankondigingen.
Voor alleen een maand of seizoen gebruik je meestal en: en abril, en verano. Voor een concrete dag of datum gebruik je el: el martes, el 4 de abril. Bij een tijdstip staat juist a: a las cuatro. Die drie korte woorden geven dus drie verschillende soorten tijdsaanduiding aan.
Voorbij de basis: gevorderd gebruik
De volgende details hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar ze helpen je authentieke teksten te begrijpen.
In formele documenten kan een datum zonder el staan, bijvoorbeeld Madrid, 15 de agosto de 2026. Je kunt ook de ambtelijke formulering a 15 de agosto de 2026 aantreffen. In een gewone zin blijft el 15 de agosto de 2026 de veilige vorm.
Bij een digitale tijd kunnen sprekers de cijfers direct lezen: las catorce treinta voor 14:30. Daarnaast bestaat de formelere toevoeging horas, zoals a las catorce treinta horas. Deze stijl is nuttig om te herkennen in vervoer, administratie en nieuwsberichten, maar is niet nodig voor een informeel gesprek.
De vraag ¿A cuántos estamos? betekent “De hoeveelste is het?” en komt in verschillende gebieden voor. Een antwoord kan zijn Estamos a quince. Dit patroon gebruikt estar en a, terwijl de neutralere beginnersvorm Hoy es el quince de agosto met ser wordt gemaakt.
Tot slot kan el lunes door context soms algemener worden opgevat dan een strikte regel doet vermoeden. Wil je ondubbelzinnig een gewoonte noemen, dan blijft los lunes het duidelijkst. Wil je één datum vastleggen, voeg dan het daggetal toe: el lunes 15 of volledig el lunes 15 de agosto.
Oefentips
- Oefen de Nederlandse halve uren apart. Zet “half twee”, “half zes” en “half elf” om naar la una y media, las cinco y media en las diez y media. Zo doorbreek je bewust de Nederlandse vooruitkijkgewoonte.
- Maak twee agenda’s. Schrijf vijf eenmalige afspraken met el lunes/el martes en vijf gewoonten met los lunes/los martes. Voeg telkens een tijd met a la/a las toe.
- Lees echte tijden hardop. Gebruik een treinrooster of je eigen kalender en zeg elke tijd zowel rechtstreeks als met y, media of menos waar dat kan.
Verwante onderwerpen
- Voorwaarde: Kardinale getallen — je hebt de Spaanse telwoorden nodig voor uren, minuten, dagen en jaren.
Vereiste kennis
Hoofdtelwoorden in het SpaansA1Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen La Hora y la Fecha in Spaans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Spaans · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen