Vergelijkingen in het Frans
Le Comparatif
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Frans op Settemila Lingue.
In het kort
In het Frans vergelijk je meestal met plus ... que (meer ... dan), moins ... que (minder ... dan) en aussi ... que (even ... als). Bij hoeveelheden gebruik je plus de, moins de of autant de, en bij bon en bien kies je vaak de onregelmatige vormen meilleur en mieux. Anders dan in het Nederlands blijft het tweede verbindingswoord steeds que: zowel plus grand que als aussi grand que.
Overzicht
Met le comparatif vergelijk je twee personen, zaken, plaatsen, eigenschappen, handelingen of hoeveelheden. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat een appartement groter is, dat iemand beter zingt of dat twee winkels evenveel klanten hebben. De kern van dit onderwerp hoort bij A2 en bestaat uit een paar vaste bouwpatronen.
Voor Nederlandstaligen is vooral de vorm anders. Het Nederlands maakt vaak een vergrotende trap met -er: “groter”, “sneller”, “goedkoper”. Het Frans verandert het bijvoeglijk naamwoord meestal niet, maar zet er plus of moins voor: plus grand, moins rapide, moins cher. Het bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap noemt) past zich wél zoals gewoonlijk aan het geslacht en aantal aan: un garçon plus grand, une fille plus grande.
Een tweede verschil is de keuze tussen het Nederlandse “dan” en “als”. In verzorgd Nederlands zeg je “groter dan” maar “even groot als”. Het Frans gebruikt in beide gevallen que. Daardoor hoef je maar één verbindingswoord te onthouden, maar je moet wel weerstand bieden aan letterlijke Nederlandse vertalingen.
Zo werkt het
Eigenschappen vergelijken: bijvoeglijke naamwoorden
Het eenvoudigste patroon is:
| Betekenis | Frans patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| meer / sterker | plus + bijvoeglijk naamwoord + que | Léo est plus patient que Marc. |
| minder / zwakker | moins + bijvoeglijk naamwoord + que | Ce sac est moins lourd que l'autre. |
| gelijk | aussi + bijvoeglijk naamwoord + que | Cette rue est aussi calme que la nôtre. |
Que wordt qu' voor een klinker of een niet-uitgesproken h: plus pratique qu'avant, moins cher qu'ici. Het bijvoeglijk naamwoord blijft overeenkomen met het woord dat het beschrijft, niet met hetgeen waarmee je vergelijkt:
- Paul est plus grand que Julie. — grand hoort bij Paul.
- Julie est plus grande que Paul. — grande hoort bij Julie.
- Ces chambres sont moins grandes que les autres. — meervoud grandes hoort bij chambres.
Een vergelijking kan ook zonder uitgesproken tweede deel staan wanneer de context duidelijk is: Cette solution est plus simple. Dat betekent “Deze oplossing is eenvoudiger.” Ook C'est aussi bon is mogelijk: “Het is even goed.”
Handelingen vergelijken: bijwoorden
Een bijwoord beschrijft hier hoe een handeling gebeurt. Het patroon lijkt sterk op dat van bijvoeglijke naamwoorden:
- werkwoord + plus + bijwoord + que: Il court plus vite que moi.
- werkwoord + moins + bijwoord + que: Elle répond moins clairement que son collègue.
- werkwoord + aussi + bijwoord + que: Tu cuisines aussi souvent que nous.
Bijwoorden veranderen niet naar mannelijk, vrouwelijk of meervoud. Let vooral op vite: het Nederlands zegt “sneller”, maar Frans gebruikt plus vite, niet een nieuw gevormd woord.
Hoeveelheden vergelijken: zelfstandige naamwoorden
Een zelfstandig naamwoord is een woord voor een persoon, zaak of begrip, zoals livre, temps of patience. Als je aantallen of hoeveelheden vergelijkt, komt de vóór dat woord:
| Betekenis | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| meer ... dan | plus de + zelfstandig naamwoord + que | J'ai plus de temps que toi. |
| minder ... dan | moins de + zelfstandig naamwoord + que | Il boit moins de café que moi. |
| evenveel ... als | autant de + zelfstandig naamwoord + que | Nous avons autant de travail qu'eux. |
Voor een klinker wordt de ingekort tot d': plus d'énergie, moins d'argent, autant d'idées. Gewoonlijk staat er na deze hoeveelheidswoorden geen un, une, du, de la of des: zeg plus de livres, niet plus des livres.
Hier is autant de essentieel. Het Nederlandse “evenveel” wordt niet aussi de: autant de patience is correct. Aussi hoort bij een eigenschap of manier, autant de bij een hoeveelheid.
Volledige handelingen vergelijken
Als je vergelijkt hoeveel of hoe vaak iemand iets doet, staat het vergelijkingswoord na het vervoegde werkwoord:
| Betekenis | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| meer doen dan | werkwoord + plus que | Je voyage plus que lui. |
| minder doen dan | werkwoord + moins que | Nous sortons moins qu'avant. |
| evenveel doen als | werkwoord + autant que | Elle travaille autant que moi. |
Vergelijk het verschil tussen aussi en autant:
- Elle travaille aussi vite que moi. — Ze werkt even snel als ik; vite noemt de manier.
- Elle travaille autant que moi. — Ze werkt evenveel als ik; het gaat om de hoeveelheid werk.
Bij een samengestelde werkwoordstijd staat plus, moins of autant doorgaans tussen het hulpwerkwoord en het voltooid deelwoord (de vorm zoals mangé of travaillé): J'ai moins dormi que toi, Elle a autant travaillé que nous.
Na que: de juiste voornaamwoordsvorm
Als na que alleen een persoon wordt genoemd, gebruikt het Frans meestal een beklemtoond voornaamwoord: moi, toi, lui, elle, nous, vous, eux, elles.
- Il est plus grand que moi. — Hij is groter dan ik.
- Nous arrivons plus tôt qu'eux. — Wij komen vroeger aan dan zij.
- Elle parle aussi vite que vous. — Zij praat even snel als u/jullie.
Dit verschilt zichtbaar van Nederlandse vormen als “dan ik”. Letterlijk que je kan niet los staan, want je moet gevolgd worden door een werkwoord. Het is wel correct in een volledige bijzin (een zinsdeel met een eigen onderwerp en werkwoord): Il est plus grand que je ne le pensais — “Hij is groter dan ik dacht.”
Meilleur, mieux en pire
Bij “goed” en “beter” moet je eerst bepalen wat wordt beschreven.
| Basiswoord | Functie | Vergrotende vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| bon / bonne | eigenschap van persoon of zaak | meilleur / meilleure | Ce restaurant est meilleur. |
| bien | manier waarop iets gebeurt | mieux | Elle chante mieux. |
| mauvais / mauvaise | slechte eigenschap | pire of plus mauvais / mauvaise | La situation est pire. |
| mal | slechte manier | plus mal; vaak ook pire in vaste of informele gevallen | Il dort plus mal qu'avant. |
Meilleur is een bijvoeglijk naamwoord en komt daarom overeen:
- un meilleur résultat
- une meilleure idée
- de meilleurs exemples
- de meilleures conditions
Gebruik voor de gewone betekenis “beter” dus niet plus bon. Mieux is een bijwoord en blijft altijd hetzelfde: Il explique mieux, Elles travaillent mieux. Een praktische vraag helpt: is een zaak of persoon goed, kies dan meilleur; doet iemand iets goed, kies dan mieux.
Pire betekent “slechter” of “erger” en is vaak sterker en algemener: une pire erreur, C'est pire qu'hier. Plus mauvais is eveneens correct en vergelijkt rechtstreeks de slechte kwaliteit: Ce café est plus mauvais que l'autre. In veel alledaagse situaties zijn beide mogelijk, maar pire legt vaak nadruk op een ernstiger nadeel of gevolg.
Voorbeelden in context
| Frans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Il est plus grand que moi. | Hij is groter dan ik. | Eigenschap met plus ... que. |
| Paris est moins grand que Tokyo. | Parijs is kleiner dan Tokio. | Frans formuleert letterlijk “minder groot”. |
| Ma sœur est aussi patiente que mon père. | Mijn zus is even geduldig als mijn vader. | Gelijke eigenschap; patiente is vrouwelijk. |
| Ces chaussures sont plus confortables que les autres. | Deze schoenen zijn comfortabeler dan de andere. | Het bijvoeglijk naamwoord staat in het meervoud. |
| Elle chante mieux que moi. | Zij zingt beter dan ik. | Mieux beschrijft het zingen. |
| Tu parles moins vite qu'avant. | Je praat minder snel dan vroeger. | Avant kan het tweede vergelijkingspunt zijn. |
| Nous arrivons aussi tôt que vous. | Wij komen even vroeg als u/jullie. | Gelijkheid met een bijwoord. |
| J'ai plus de temps que toi aujourd'hui. | Ik heb vandaag meer tijd dan jij. | Hoeveelheid: plus de. |
| Ce quartier a moins de magasins que le centre. | Deze wijk heeft minder winkels dan het centrum. | Geen lidwoord na moins de. |
| Ils ont autant d'expérience que nous. | Zij hebben evenveel ervaring als wij. | Autant d' vóór een klinker. |
| Elle travaille autant que son collègue. | Zij werkt evenveel als haar collega. | Hoeveelheid van de handeling. |
| Nous avons moins dormi que les enfants. | Wij hebben minder geslapen dan de kinderen. | Moins staat in de samengestelde tijd vóór dormi. |
| Ce livre est meilleur que le premier. | Dit boek is beter dan het eerste. | Meilleur beschrijft livre. |
| Cette solution est pire que le problème initial. | Deze oplossing is erger dan het oorspronkelijke probleem. | Pire benadrukt een ongunstiger resultaat. |
| C'est aussi bon, mais beaucoup moins cher. | Het is even goed, maar veel goedkoper. | Het tweede vergelijkingspunt is uit de context bekend. |
Veelgemaakte fouten
Een Nederlandse vergrotende uitgang nabootsen
- Fout: Cette voiture est rapider que l'autre.
- Goed: Cette voiture est plus rapide que l'autre.
- Waarom: Frans vormt de gewone vergelijking met plus + bijvoeglijk naamwoord, niet met een uitgang die overeenkomt met Nederlands -er.
Als en dan letterlijk vertalen
- Fout: Elle est aussi grande comme sa sœur.
- Goed: Elle est aussi grande que sa sœur.
- Waarom: Na plus, moins en aussi gebruikt het Frans que. Het Nederlandse onderscheid tussen “dan” en “als” speelt hier geen rol.
Aussi gebruiken voor een hoeveelheid
- Fout: J'ai aussi de livres que toi.
- Goed: J'ai autant de livres que toi.
- Waarom: Gebruik autant de bij een zelfstandig naamwoord. Aussi hoort bij een eigenschap of bijwoord: aussi intéressant, aussi rapidement.
Plus bon zeggen in plaats van meilleur
- Fout: Ce gâteau est plus bon que l'autre.
- Goed: Ce gâteau est meilleur que l'autre.
- Waarom: De gewone vergrotende vorm van bon is meilleur. Die vorm past zich aan: une meilleure recette, de meilleurs gâteaux.
Meilleur en mieux verwisselen
- Fout: Elle danse meilleure que moi.
- Goed: Elle danse mieux que moi.
- Waarom: Mieux beschrijft een werkwoord, hier danse. Meilleur beschrijft een persoon of zaak: Elle est une meilleure danseuse.
Een onderwerpvorm los na que zetten
- Fout: Il court plus vite que je.
- Goed: Il court plus vite que moi.
- Waarom: Zonder eigen werkwoord gebruik je het beklemtoonde voornaamwoord moi. Met een volledige zin kan je wel: plus vite que je ne peux courir.
Gebruiksnotities
Très en plus zijn niet hetzelfde. Très intéressant betekent “heel interessant” zonder expliciete vergelijking; plus intéressant betekent “interessanter” en veronderstelt een vergelijkingspunt. Dat punt hoeft niet uitgesproken te worden als het al duidelijk is: Je préfère cette version: elle est plus claire.
Bij ontkenning krijgt “niet zo ... als” vaak pas aussi ... que: Ce trajet n'est pas aussi long que l'autre — “Deze route is niet zo lang als de andere.” Moins ... que kan ongeveer hetzelfde feitenverschil uitdrukken, maar bekijkt het vanuit “minder”: Ce trajet est moins long que l'autre.
In gesproken Frans hoor je soms aussi waar een zorgvuldige stijl bij een ontkende zin si gebruikt: Il n'est pas si simple que ça — “Zo eenvoudig is het niet.” Voor de A2-basis is pas aussi ... que veilig en helder. De uitdrukking comme geeft eveneens overeenkomst aan, maar bouwt geen gewone vergrotende trap: Il chante comme son père betekent “Hij zingt zoals zijn vader”, niet noodzakelijk “even goed”.
De uitspraak van plus wisselt met de omgeving en betekenis. In veel vergelijkingen vóór een bijvoeglijk naamwoord hoor je de slot-s niet, bijvoorbeeld in plus grand. Voor een klinker kan een verbindingsklank /z/ optreden, zoals in plus intéressant. Leer de uitspraak daarom liefst als onderdeel van een hele woordgroep, niet als één losse regel zonder uitzonderingen.
Verder dan de basis
De volgende patronen hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.
Steeds meer, steeds minder
Met de plus en plus en de moins en moins beschrijf je een ontwikkeling:
- Il fait de plus en plus chaud. — Het wordt steeds warmer.
- Elle sort de moins en moins. — Ze gaat steeds minder uit.
- Nous avons de plus en plus de clients. — We hebben steeds meer klanten.
Let bij een zelfstandig naamwoord op de extra de: de plus en plus de travail.
Hoe meer ..., hoe meer ...
Twee gekoppelde ontwikkelingen krijgen plus ... plus ... of combinaties met moins:
- Plus je pratique, plus je comprends. — Hoe meer ik oefen, hoe meer ik begrijp.
- Plus on attend, moins on a de temps. — Hoe langer je wacht, hoe minder tijd je hebt.
- Moins tu dors, plus tu es fatigué. — Hoe minder je slaapt, hoe vermoeider je bent.
De Franse woordvolgorde blijft direct: plus + onderwerp + werkwoord. Er komt geen apart woord voor het Nederlandse “hoe”.
Vergelijken met een verwachting
Na que kan een volledige zin volgen: C'est plus difficile que je pensais — “Het is moeilijker dan ik dacht.” In verzorgde, vooral geschreven taal verschijnt soms een ne explétif: C'est plus difficile que je ne le pensais. Dit ne maakt de zin niet ontkennend; het is een stilistisch element na onder andere ongelijkheidsvergelijkingen. Beginners hoeven het niet zelf te gebruiken.
Moindre en versterkingen
Moindre is een formelere of abstractere vergrotende vorm bij petit: sans le moindre doute (“zonder de minste twijfel”), un risque moindre (“een kleiner risico”). Voor concrete afmetingen is plus petit de normale keuze: une table plus petite.
Een vergelijking kan worden versterkt met beaucoup, bien, nettement of encore:
- beaucoup plus facile — veel gemakkelijker
- bien moins cher — een stuk goedkoper
- nettement meilleur — duidelijk beter
- encore pire — nog erger
Zeg niet très plus facile: très versterkt een gewone eigenschap, niet rechtstreeks een vergrotende vorm.
Oefentips
- Werk met vier vaste vakken. Maak voor één onderwerp zinnen met een eigenschap, een manier, een hoeveelheid en een handeling: plus calme, parler plus calmement, plus de temps, travailler plus. Zo leer je wanneer aussi en wanneer autant nodig is.
- Stel jezelf de vraag “goed wat?” Bij een goede persoon of zaak kies je meilleur; bij iets goed doen kies je mieux. Maak paren zoals Ce cuisinier est meilleur en Ce cuisinier cuisine mieux.
- Vergelijk echte dingen uit je dagelijks leven. Vergelijk twee routes, winkels of werkweken met plus, moins en aussi/autant. Spreek ook het deel na que hardop uit, vooral que moi, que toi en qu'eux.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Regelmatige bijvoeglijke naamwoorden — nodig om bijvoeglijke naamwoorden correct te laten overeenkomen.
- Daarna: De overtreffende trap — bouwt voort op plus, moins, meilleur en pire om “de grootste” of “de beste” uit te drukken.
Vereiste kennis
Regelmatige bijvoeglijke naamwoorden in het FransA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Le Comparatif in Frans met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Frans · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen