A1

This, that, these en those in het Engels

Demonstratives

languages.seo.contextNote

In het kort

Kies in het Engels op basis van afstand en aantal: this is enkelvoud dichtbij, that enkelvoud verder weg, these meervoud dichtbij en those meervoud verder weg. Ze kunnen vóór een zelfstandig naamwoord staan (this book) of het zelfstandig naamwoord vervangen (This is mine).

Overzicht

This, that, these en those zijn aanwijzende woorden: je gebruikt ze om een persoon, voorwerp, gebeurtenis of gedachte aan te wijzen. Ze beantwoorden als het ware de vraag: “Welke bedoel je?” Je komt ze al op A1-niveau overal tegen, bijvoorbeeld wanneer je iets koopt, iemand voorstelt of naar een onbekend voorwerp vraagt.

Het Engelse systeem lijkt op Nederlands dit, dat, deze en die, maar de keuze wordt anders gemaakt. In het Nederlands hangt dit/deze mede af van de vraag of een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, ding, plaats of idee) een de-woord of een het-woord is: dit huis, maar deze tafel. Engels kent dat onderscheid hier niet. Zowel huis als tafel krijgt dichtbij in het enkelvoud this: this house, this table.

Het belangrijkste Engelse onderscheid is juist enkelvoud tegenover meervoud. Vergelijk this shoe met these shoes. Onthoud daarom niet simpelweg “this betekent dit” en “these betekent deze”; dat leidt vanuit het Nederlands al snel tot fouten. Stel steeds twee vragen: gaat het om één of meer, en ervaart de spreker het als dichtbij of verder weg?

Hoe het werkt

De vier basisvormen

Dichtbij Verder weg
Enkelvoud this that
Meervoud these those

De beginnersregel is dus:

  • this + één persoon of ding dichtbij: this cup
  • that + één persoon of ding verder weg: that building
  • these + meerdere personen of dingen dichtbij: these keys
  • those + meerdere personen of dingen verder weg: those trees

These klinkt ongeveer als /ðiez/ en those als /ðouz/. Beide beginnen met dezelfde Engelse th-klank als this en that. Het verschil tussen this en these is niet alleen spelling: de klinker en het aantal veranderen allebei.

Vóór een zelfstandig naamwoord

Een aanwijzend woord kan als bepaler vóór een zelfstandig naamwoord staan. Een bepaler maakt duidelijk over welke persoon of zaak je praat:

  • this phone — deze telefoon
  • that idea — dat idee
  • these questions — deze vragen
  • those children — die kinderen

Er komt dan geen a/an of the meer voor. This, that, these en those nemen de plaats van het lidwoord in:

  • this book, niet this a book
  • those houses, niet the those houses

Andere woorden kunnen wel tussen het aanwijzende woord en het zelfstandig naamwoord staan: this old house, those two large windows. Het aanwijzende woord blijft vooraan in die woordgroep.

Zelfstandig gebruikt

De vier woorden kunnen ook zonder zelfstandig naamwoord staan. Ze zijn dan aanwijzende voornaamwoorden: woorden die zelf verwijzen naar degene of datgene dat je aanwijst.

  • This is delicious. — Dit is heerlijk.
  • Who is that? — Wie is dat?
  • These are yours. — Deze zijn van jou.
  • I prefer those. — Ik geef de voorkeur aan die.

Let op het werkwoord be: this en that zijn enkelvoud en krijgen daarom meestal is; these en those zijn meervoud en krijgen are.

Enkelvoud Meervoud
This is my seat. These are our seats.
That was surprising. Those were surprising.

Wat betekent “dichtbij” precies?

Afstand is niet alleen een kwestie van centimeters. Het gaat om het perspectief van de spreker.

  • Fysiek dichtbij: iets ligt in je hand of staat naast je: this pen.
  • Fysiek verder weg: je wijst naar de overkant: that bus.
  • Dichtbij in tijd: de huidige periode of iets dat net komt: this week, this evening.
  • Verder weg in tijd: een afgesloten of verder gelegen moment: that day, those years.
  • Dichtbij in het gesprek: iets dat je nu introduceert: Listen to this.
  • Op afstand in het gesprek: iets dat al genoemd is: That was a good point.

Er is dus niet altijd één meetbare grens. Twee sprekers kunnen hetzelfde voorwerp anders indelen, afhankelijk van waar ze staan of hoe ze het gesprek structureren.

Mensen voorstellen en identificeren

Aan de telefoon of bij een voorstelling wordt this vaak gebruikt voor de spreker of iemand naast de spreker:

  • Hello, this is Noor. — Hallo, met Noor.
  • This is my colleague, Sam. — Dit is mijn collega Sam.

Om naar iemand op enige afstand te vragen, past that vaak beter: Who is that man by the door? Bij meerdere mensen gebruik je these of those volgens hetzelfde patroon.

Voorbeelden in context

Engels Nederlands Toelichting
This is my book. Dit is mijn boek. Eén ding dichtbij; zelfstandig gebruikt.
That car is expensive. Die auto daar is duur. Eén auto op afstand.
These shoes are comfortable. Deze schoenen zitten lekker. Meerdere schoenen dichtbij.
Those people are friendly. Die mensen daar zijn vriendelijk. Meerdere mensen verder weg.
Can I try on this jacket? Kan ik deze jas passen? De spreker houdt de jas waarschijnlijk vast of wijst er dichtbij naar.
What is that noise? Wat is dat geluid? De bron is niet direct bij de spreker of nog onbekend.
These are the keys you need. Dit zijn de sleutels die je nodig hebt. These vervangt het meervoudige keys.
I don't like those curtains. Ik vind die gordijnen niet mooi. Those staat vóór een meervoudig zelfstandig naamwoord.
This week is very busy. Deze week is erg druk. Nabijheid in tijd.
Do you remember that summer? Herinner je je die zomer nog? Een periode in het verleden wordt op afstand geplaatst.
Who are those children outside? Wie zijn die kinderen buiten? Those en are zijn beide meervoud.
This is my friend Maya. Dit is mijn vriendin Maya. Een natuurlijke voorstelling.
That was a lovely meal. Dat was een heerlijke maaltijd. Verwijzing naar een zojuist afgeronde ervaring.
Listen to this: I got the job! Luister eens: ik heb de baan gekregen! This kondigt nieuwe informatie aan.

Veelgemaakte fouten

1. This gebruiken bij een meervoud

  • Fout: This shoes are new.
  • Goed: These shoes are new.
  • Waarom: Shoes is meervoud. Dichtbij + meervoud vraagt om these, en het werkwoord is are.

2. De Nederlandse keuze tussen de en het kopiëren

  • Fout gedachtepatroon: this house, maar daarom these table omdat het Nederlands deze tafel heeft.
  • Goed: this house en this table
  • Waarom: In het Engelse enkelvoud bepaalt het soort lidwoord de keuze niet. Dichtbij + enkelvoud is altijd this.

3. Enkelvoud en meervoud van be verwisselen

  • Fout: Those is my parents.
  • Goed: Those are my parents.
  • Waarom: Those is meervoud en combineert met are. In de verleden tijd hoort er were bij: Those were my old glasses.

4. Een extra lidwoord toevoegen

  • Fout: I want that the blue bag.
  • Goed: I want that blue bag.
  • Waarom: That bepaalt al welke tas bedoeld wordt. The is daarom overbodig en ongrammaticaal.

5. Those automatisch met Nederlands deze vertalen

  • Fout: Those books here are mine wanneer de boeken vlak voor je liggen.
  • Natuurlijker: These books here are mine.
  • Waarom: Nederlands deze zegt niets betrouwbaars over Engels enkelvoud of meervoud, en die zegt niet vanzelf hoeveel afstand de Engelse spreker voelt. Kijk naar de situatie.

6. This gebruiken om iemand aan de telefoon te vragen

  • Minder natuurlijk: Who is this? wanneer je wilt weten wie de andere beller is.
  • Gebruikelijk: Who is that? of Who is this?, afhankelijk van regio en context; nog beleefder is Who’s calling, please?
  • Waarom: Telefoongebruik is idiomatisch en niet alleen letterlijk ruimtelijk. Leer de volledige beleefde formule in plaats van uitsluitend de afstandsregel toe te passen.

Gebruiksnotities

In informele spreektaal worden this is en that is vaak samengetrokken tot this is zonder vaste standaardcontractie en that's. That's fine, that's right en that's it zijn zeer gangbaar. This's wordt in standaardspelling vrijwel niet gebruikt, ook al kunnen de woorden in snelle uitspraak in elkaar overlopen.

That kan ook “dat” als voegwoord zijn, dus als woord dat een bijzin inleidt: I think that she is right — “Ik denk dat ze gelijk heeft.” Dat is een andere functie dan het aanwijzende that in That answer is right. Bij het aanwijzende gebruik wijst that een antwoord, persoon, zaak of idee aan.

Bij this morning, this afternoon, this evening, this week en this year gebruik je normaal geen extra voorzetsel: I saw her this morning, niet on this morning. Tonight is als één woord de gebruikelijke vorm voor “vanavond/vannacht”.

Afstand kan ook houding uitdrukken. This kan iets levendig en dichtbij presenteren, terwijl that/those soms emotionele afstand, afkeuring of juist gedeelde herkenning oproepen. De intonatie en context bepalen of dat vriendelijk, neutraal of neerbuigend klinkt.

Verder dan de basis

Je hoeft deze nuances op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.

Terug- en vooruitwijzen in tekst

This verwijst vaak naar wat onmiddellijk volgt of naar de hoofdgedachte die de schrijver dichtbij haalt:

  • The problem is this: we don't have enough time. — Het probleem is dit: we hebben niet genoeg tijd.

That kan reageren op een hele eerdere uitspraak:

  • The train was cancelled. That caused a long delay. — De trein werd geannuleerd. Dat veroorzaakte een lange vertraging.

In formeel schrijven kan this zonder duidelijk zelfstandig naamwoord vaag zijn. Na een lange zin is This problem of This decision vaak duidelijker dan alleen This.

That en those als vervangwoorden

In verzorgde vergelijkingen kan that een eerder genoemd enkelvoudig zelfstandig naamwoord vervangen en those een meervoudig zelfstandig naamwoord. Zo voorkom je herhaling:

  • The climate of Scotland is cooler than that of southern England. — Het klimaat van Schotland is koeler dan dat van Zuid-Engeland.
  • The prices here are lower than those in the city centre. — De prijzen hier zijn lager dan die in het stadscentrum.

Gebruik hiervoor niet this of these. Deze constructie komt vooral in geschreven en wat formeler Engels voor.

This in verhalen en that in vaste reacties

In levendige spreektaal kan this een nieuwe persoon of gebeurtenis introduceren, zelfs zonder letterlijke nabijheid: So this woman walks into the shop... De spreker haalt het verhaal als het ware dichtbij. Ook hoor je vaste reacties zoals That's great, That's a shame, That's enough en That's what I mean. Zulke combinaties kun je het beste als geheel leren.

Versterkte vormen

Voor extra duidelijkheid kan Engels this one, that one, these ones en those ones gebruiken. Bij enkelvoud is dit heel gewoon: Which coat? — That one. Bij meervoud kan vaak eenvoudig these of those staan; those ones is mogelijk, maar klinkt in sommige contexten zwaarder dan nodig. Met personen gebruik je meestal een zelfstandig naamwoord of een natuurlijkere omschrijving in plaats van mensen als ones aan te duiden.

Oefentips

  1. Maak een raster van vier vakken. Leg één voorwerp dichtbij, één verder weg en vervolgens twee groepjes voorwerpen neer. Benoem ze hardop met this, that, these en those en voeg telkens is/are toe.
  2. Vertaal niet woord voor woord vanuit het Nederlands. Markeer eerst enkelvoud of meervoud en bepaal daarna afstand. Pas dan kies je de Engelse vorm.
  3. Oefen met echte situaties. Beschrijf spullen in een winkel, foto's op je telefoon en gebeurtenissen in je agenda: this photo, those buildings, this weekend, that day. Zo leer je naast fysieke ook tijdelijke en tekstuele afstand herkennen.

Verwante onderwerpen

  • Voorafgaande kennis: Lidwoorden: a/an en the — helpt je begrijpen waarom een aanwijzend woord de plaats van een lidwoord inneemt.

languages.concept.prerequisite

Engelse lidwoorden: a, an en theA1

languages.concept.related

languages.concept.otherLanguages

languages.concept.compareLanguages

languages.cta.conceptText

languages.cta.practiceConceptButton