Aanwijzende woorden in het Indonesisch
Kata Penunjuk
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Indonesisch op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Gebruik ini voor “dit/deze” en itu voor “dat/die”. Bij een zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, voorwerp, plaats of begrip) staan ze normaal achteraan: buku ini is “dit boek” en orang itu is “die persoon”. Voor een plaats gebruik je di sini (“hier”) en di sana (“daar”); schrijf di daarbij los.
Overzicht
Met een aanwijzend woord wijs je iemand, iets, een plaats of een moment aan. De belangrijkste Indonesische vormen zijn ini, itu, di sini en di sana. Je hoort ze voortdurend in winkels, bij kennismakingen, in routebeschrijvingen en in gewone vragen als Ini apa? (“Wat is dit?”). Daarom behoort dit onderwerp tot de basis op A1-niveau.
Voor een Nederlandstalige zit de grootste omschakeling niet in de betekenis, maar in de woordvolgorde. In het Nederlands zeggen we “deze tas” en “dat huis”: het aanwijzende woord komt vóór het zelfstandig naamwoord. In het Indonesisch is de normale volgorde precies andersom: tas ini en rumah itu. Ook een beschrijving staat vóór het aanwijzende woord: rumah besar itu betekent “dat grote huis”.
Het systeem is verder eenvoudiger dan het Nederlandse. Ini verandert niet naargelang het Nederlandse equivalent “dit” of “deze” is; itu blijft hetzelfde voor “dat” en “die”. De vormen hebben evenmin aparte enkelvouds- en meervoudsvormen. De context maakt duidelijk of het om één of meer zaken gaat.
Zo werkt het
De vier basisvormen
| Vorm | Gewone betekenis | Waarvoor gebruik je de vorm? |
|---|---|---|
| ini | dit, deze | iets dichtbij, direct aanwezig of centraal in het gesprek |
| itu | dat, die | iets verder weg, al genoemd of bekend bij de gesprekspartners |
| di sini | hier | een plaats bij de spreker of de huidige plaats |
| di sana | daar | een andere of verder gelegen plaats |
“Dichtbij” en “ver weg” kunnen letterlijk zijn: een kopje in je hand tegenover een gebouw aan de overkant. Maar de afstand kan ook in het gesprek zitten. Met masalah ini (“dit probleem”) richt je de aandacht op het probleem dat nu wordt besproken. Masalah itu (“dat probleem”) verwijst vaak terug naar een probleem dat al bekend is.
Bij een naamwoord: het aanwijzende woord komt achteraan
Als ini of itu bij een zelfstandig naamwoord hoort, is de beginnersregel:
| Patroon | Voorbeeld | Betekenis |
|---|---|---|
| zelfstandig naamwoord + ini | meja ini | deze tafel |
| zelfstandig naamwoord + itu | orang itu | die persoon |
Zo’n combinatie heet een naamwoordgroep: een groep woorden die samen één persoon of zaak aanduidt. Ook wanneer de groep langer wordt, staat ini of itu doorgaans aan het einde.
| Opbouw | Indonesisch | Nederlands |
|---|---|---|
| naamwoord + aanwijzend woord | buku ini | dit boek |
| naamwoord + eigenschap + aanwijzend woord | buku baru ini | dit nieuwe boek |
| naamwoord + bezitter + aanwijzend woord | rumah saya itu | dat huis van mij |
| naamwoord + eigenschap + bezitter + aanwijzend woord | mobil baru mereka itu | die nieuwe auto van hen |
Een bijvoeglijk naamwoord is een woord dat een eigenschap noemt, zoals “nieuw” of “groot”. In rumah besar itu staat eerst rumah (“huis”), dan besar (“groot”) en pas daarna itu. Probeer deze volgorde als één geheel te leren in plaats van elk woord vanuit het Nederlands te verplaatsen.
Zonder naamwoord: ini en itu kunnen zelfstandig staan
Ini en itu kunnen ook zonder genoemd zelfstandig naamwoord worden gebruikt. Ze betekenen dan “dit/deze” of “dat/die”, afhankelijk van wat zichtbaar of al bekend is.
- Ini bagus. — Dit is goed/mooi.
- Itu mahal. — Dat is duur.
- Saya mau yang ini. — Ik wil deze/deze hier.
- Jangan ambil yang itu. — Neem die daar niet.
In de laatste twee voorbeelden maakt yang van de beschrijving een keuze tussen herkenbare mogelijkheden. Voor een beginner is yang ini vooral handig als vaste combinatie voor “deze hier” en yang itu voor “die daar”.
Voorop: “dit/dat is ...”
Wanneer ini of itu vóór een zelfstandig naamwoord staat, is het vaak zelf het onderwerp (waarover de zin iets zegt). Het volgende deel vertelt wat het aangewezen ding is:
- Ini buku. — Dit is een boek.
- Itu sepeda saya. — Dat is mijn fiets.
- Ini teman saya, Rina. — Dit is mijn vriendin Rina.
Het Indonesisch heeft in zulke eenvoudige identificerende zinnen geen apart woord nodig dat overeenkomt met Nederlands “is”. Daardoor is het verschil in volgorde extra belangrijk:
| Indonesisch | Functie | Nederlands |
|---|---|---|
| buku ini | één naamwoordgroep | dit boek |
| Ini buku. | een volledige mededeling | Dit is een boek. |
| sepeda itu | één naamwoordgroep | die fiets |
| Itu sepeda. | een volledige mededeling | Dat is een fiets. |
Een hoofdletter en punt helpen in geschreven tekst, maar in gesproken taal moet de situatie het onderscheid duidelijk maken.
Vragen met ini en itu
In alledaagse vragen staat het vraagwoord vaak aan het einde. Een vraagwoord vraagt om ontbrekende informatie, bijvoorbeeld apa (“wat”), siapa (“wie”) of mana (“welke/waar”).
- Ini apa? — Wat is dit?
- Itu siapa? — Wie is dat?
- Orang itu siapa? — Wie is die persoon?
- Buku ini punya siapa? — Van wie is dit boek?
- Yang mana? — Welke?
Nederlanders zijn geneigd een equivalent van “is” toe te voegen, maar dat is hier niet nodig. Ini apa? is al een complete, natuurlijke vraag.
Plaats: di sini en di sana
Di is een voorzetsel, een klein woord dat hier een plaatsrelatie uitdrukt. Het wordt los geschreven van sini en sana:
| Vorm | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| di sini | hier, op deze plaats | Saya tinggal di sini. — Ik woon hier. |
| di sana | daar, op die plaats | Mereka menunggu di sana. — Ze wachten daar. |
Met een ander voorzetsel verandert de richting:
| Vorm | Betekenis |
|---|---|
| ke sini | hierheen, naar hier |
| ke sana | daarheen, naar daar |
| dari sini | van hier, hiervandaan |
| dari sana | van daar, daarvandaan |
Dat verschil ontbreekt vaak in een Nederlandse vertaling. Datang ke sini is letterlijk “naar hier komen”, maar natuurlijk Nederlands is meestal “kom hier”.
Geen aanpassing aan geslacht of aantal
Het Indonesisch maakt bij deze woorden geen onderscheid tussen de- en het-woorden. Zowel meja ini (“deze tafel”) als buku ini (“dit boek”) gebruikt ini. Ook het aantal verandert de vorm niet:
- anak ini — dit kind
- anak-anak ini — deze kinderen
- buku itu — dat boek
- buku-buku itu — die boeken
Verdubbeling zoals anak-anak kan meervoud aangeven, maar is niet altijd nodig wanneer het aantal al duidelijk is: dua buku ini betekent “deze twee boeken”.
Voorbeelden in context
| Indonesisch | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Meja ini. | Deze tafel. | Een naamwoordgroep; ini staat achter meja. |
| Orang itu siapa? | Wie is die persoon? | itu hoort bij orang; siapa vraagt naar de identiteit. |
| Di sini. | Hier. | Een kort, volledig antwoord op een plaatsvraag. |
| Hari itu hujan. | Die dag regende het. | itu verwijst naar een bekende dag; de verleden tijd blijkt uit de context. |
| Ini kunci kamar Anda. | Dit is de sleutel van uw kamer. | ini presenteert of overhandigt iets. |
| Saya suka kopi ini. | Ik vind deze koffie lekker. | De hele groep kopi ini is het lijdend voorwerp: wat de handeling ondergaat. |
| Tas merah itu punya siapa? | Van wie is die rode tas? | itu volgt op naamwoord en kleur. |
| Apakah toko ini buka hari Minggu? | Is deze winkel op zondag open? | toko ini is “deze winkel”. |
| Anak-anak itu bermain di luar. | Die kinderen spelen buiten. | Dezelfde vorm itu bij een meervoud. |
| Ini bukan pesanan saya. | Dit is niet mijn bestelling. | bukan ontkent de identificatie. |
| Silakan duduk di sini. | Gaat u hier zitten. | Beleefde uitnodiging met een plaatsaanduiding. |
| Kami akan makan di sana. | We gaan daar eten. | di sana noemt de plaats waar het eten gebeurt. |
| Bawa kotak ini ke sana. | Breng deze doos daarheen. | ini wijst de doos aan; ke sana geeft richting aan. |
| Jangan datang ke sini besok. | Kom morgen niet hierheen. | ke sini drukt beweging naar de spreker uit. |
| Saya masih ingat malam itu. | Ik herinner me die avond nog. | itu verwijst terug naar een gedeelde herinnering. |
Veelgemaakte fouten
1. De Nederlandse woordvolgorde overnemen
- Onjuist: ini buku als je alleen “dit boek” bedoelt
- Juist: buku ini
- Waarom: Bij een naamwoord staat ini achteraan. Ini buku wordt normaal opgevat als de zin “Dit is een boek”.
2. Ini of itu aanpassen aan een de- of het-woord
- Onjuist idee: er moet een andere Indonesische vorm zijn voor “deze tafel” dan voor “dit boek”
- Juist: meja ini én buku ini
- Waarom: Het Indonesisch kent hier niet het Nederlandse onderscheid tussen “dit/deze” of “dat/die”.
3. Di aan sini of sana vastschrijven
- Onjuist: disini, disana
- Juist: di sini, di sana
- Waarom: Het plaatsvoorzetsel di wordt los geschreven. Dat is anders dan het voorvoegsel di- in werkwoordsvormen, dat juist vast wordt geschreven.
4. Di gebruiken bij een richting
- Onjuist: Datang di sini! als je “Kom hierheen!” bedoelt
- Juist: Datang ke sini!
- Waarom: di geeft een locatie aan; ke geeft beweging naar een bestemming aan. In natuurlijk Nederlands kan zowel di sini als ke sini simpelweg met “hier” worden vertaald, waardoor dit verschil gemakkelijk verborgen blijft.
5. Een vorm van “zijn” invoegen
- Onjuist: Ini adalah apa? als gewone vraag naar een onbekend voorwerp
- Juist: Ini apa?
- Waarom: Een eenvoudige zin die iets identificeert heeft meestal geen koppelwerkwoord (een werkwoord dat onderwerp en omschrijving verbindt) nodig. Adalah klinkt hier onnodig formeel en onnatuurlijk.
6. Itu altijd alleen als letterlijk “ver weg” begrijpen
- Onjuist idee: hari itu kan alleen over een fysiek verre dag gaan
- Juist begrip: Hari itu hujan kan “Die dag regende het” betekenen.
- Waarom: itu kan ook terugwijzen naar een bekende persoon, zaak, gebeurtenis of periode. Afstand in het gesprek is minstens zo belangrijk als afstand in meters.
Gebruiksnotities
In een winkel is yang ini vaak natuurlijker dan alleen ini wanneer je uit verschillende zichtbare opties kiest: Saya pilih yang ini (“Ik kies deze”). Yang mana? betekent “Welke?” en het antwoord kan yang ini of yang itu zijn. Je hoeft het zelfstandig naamwoord dan niet te herhalen.
Itu kan een naamwoordgroep herkenbaar of bepaald maken: rumah itu gaat niet zomaar over “een huis”, maar over “dat huis” of het huis dat de gesprekspartners al kennen. Toch is itu geen algemeen lidwoord dat je overal kunt inzetten waar het Nederlands “de” gebruikt. Zeg het alleen wanneer aanwijzen, terugverwijzen of gedeelde bekendheid relevant is.
In informele spreektaal hoor je kortere nadrukkelijke vormen zoals nih en tuh. Nih trekt de aandacht naar iets dichtbij of iets dat wordt aangeboden; tuh wijst eerder naar iets verderop of naar iets waarop de spreker de ander opmerkzaam maakt. Ze passen goed in gesprekken, maar niet in elke formele tekst. Als beginner kun je zelf veilig ini en itu gebruiken en nih/tuh voorlopig vooral leren herkennen.
Verder dan de basis
De volgende nuances hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later geregeld tegenkomen.
Naast sini en sana bestaat situ. In een traditioneel driedelig afstandssysteem verwijst sini naar de omgeving van de spreker, situ naar de omgeving van de aangesprokene of een minder verre plek, en sana naar een plaats verder van beiden. In werkelijk taalgebruik is die grens niet altijd scherp en kiezen sprekers vaak gewoon tussen di sini en di sana. Veelvoorkomende vormen zijn di situ (“daar/op die plek”), ke situ (“daarheen”) en dari situ (“vandaar”).
Ini en itu kunnen ook grotere stukken tekst ordenen. Hal ini betekent “dit punt/deze zaak” en verwijst vaak naar wat zojuist is uitgelegd. Setelah itu betekent “daarna” en karena itu “daarom/om die reden”. De letterlijke aanwijzende betekenis is nog herkenbaar, maar de combinatie werkt als een vaste verbinding tussen zinnen.
Tijdsaanduidingen laten goed zien dat afstand figuurlijk kan zijn. Saat ini betekent “op dit moment”, terwijl waktu itu of pada waktu itu naar “toen/in die tijd” verwijst. In Hari itu hujan staat geen werkwoordsvorm die verleden tijd markeert. De combinatie hari itu en de verdere context plaatsen de gebeurtenis in het verleden. Dat verschilt sterk van het Nederlands, waar “regende” zelf al verleden tijd aangeeft.
Soms staat itu na een lang zinsdeel en markeert het waarover de spreker verder praat. Dan lijkt het minder op letterlijk “die/dat” en meer op een onderwerpmarkeerder: het zet een bekend onderwerp apart voordat er nieuwe informatie volgt. Voor eigen gebruik blijft de eenvoudige regel — naamwoordgroep eerst, ini/itu achteraan — een betrouwbare basis.
Oefentips
- Wijs echte voorwerpen aan. Leg twee of drie dingen op tafel en maak paren: buku ini, gelas itu, Ini buku, Itu gelas. Zo oefen je tegelijk betekenis én woordvolgorde.
- Maak de plaatsreeks compleet. Leer telkens vier vormen samen: di sini, ke sini, di sana, ke sana. Zeg bij elke vorm hardop of het om een plaats of een richting gaat.
- Bouw naamwoordgroepen van binnen naar buiten. Begin met rumah, voeg besar toe en eindig met itu: rumah → rumah besar → rumah besar itu. Herhaal dit met kleuren, bezitters en meervouden.
Verwante onderwerpen
- Handige basis: Bezitsconstructies — combineer bezitters met aanwijzende woorden, zoals rumah saya ini.
- Handige basis: Bijvoeglijke naamwoorden — leer de volgorde in groepen als tas merah itu.
- Volgende stap: Vraagzinnen — oefen combinaties als Ini apa? en Orang itu siapa?.
- Volgende stap: Plaatswoorden — breid di sini, di situ en di sana uit met nauwkeurigere plaatsaanduidingen.
Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Kata Penunjuk in Indonesisch met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Indonesisch · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen