A1

To have in de Engelse tegenwoordige tijd

To Have - Present

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Engels op Settemila Lingue.

In het kort

Gebruik have na I, you, we en they, maar has na he, she en it: I have time en She has time. Voor bezit zijn zowel Do you have ...? als het vooral Britse Have you got ...? mogelijk. Bij have to betekent have niet ‘hebben’, maar ‘moeten’.

Overzicht

Het werkwoord to have kom je vanaf niveau A1 voortdurend tegen. De bekendste betekenis is ‘hebben’ of ‘bezitten’: We have a car. Maar het Engels gebruikt have ook voor relaties, kenmerken, maaltijden, ervaringen en verplichtingen. Daardoor is een letterlijke vertaling met Nederlands hebben soms goed en soms juist misleidend.

In de tegenwoordige tijd zijn er maar twee vormen: have en has. Het onderwerp (wie of wat centraal staat in de zin) bepaalt welke vorm je kiest. Alleen bij de derde persoon enkelvoud — he, she, it of één naam/zaak — verandert have in has. Dat lijkt op Nederlands hebben/heeft, maar de verdeling is niet precies hetzelfde: Engels you have kan zowel ‘jij hebt’, ‘u hebt’ als ‘jullie hebben’ betekenen.

Voor beginners is de hoofdregel overzichtelijk: leer eerst bevestigende zinnen met have/has, daarna vragen en ontkenningen met do/does. Have got en have to lijken daarop, maar volgen gedeeltelijk een ander patroon. Die verschillen staan hieronder apart, zodat je ze niet door elkaar hoeft te leren.

Hoe het werkt

De twee vormen

Persoon Vorm Voorbeeld Nederlandse betekenis
I have I have a question. Ik heb een vraag.
you have You have my number. Jij/u/jullie hebt/hebben mijn nummer.
he has He has a new job. Hij heeft een nieuwe baan.
she has She has green eyes. Zij heeft groene ogen.
it has It has four doors. Het heeft vier deuren.
we have We have enough time. We hebben genoeg tijd.
they have They have two children. Ze hebben twee kinderen.

Een enkelvoudige naam of zaak werkt als he, she of it: Maya has a bike en The hotel has a pool. Een meervoud werkt als they: My parents have a dog.

Bevestigende zinnen

De gewone volgorde is:

onderwerp + have/has + aanvulling

  • I have a brother. — Ik heb een broer.
  • She has blue eyes. — Ze heeft blauwe ogen.
  • Our flat has two bedrooms. — Ons appartement heeft twee slaapkamers.

Een aanvulling kan een lijdend voorwerp zijn (wie of wat je hebt), maar have komt ook in vaste combinaties voor: have breakfast (‘ontbijten’), have a shower (‘douchen’) en have a good time (‘het naar je zin hebben’). Vertaal zulke combinaties als geheel, niet woord voor woord.

Vragen met do en does

In gewoon modern Engels maak je een vraag met do of does:

Do/Does + onderwerp + have + aanvulling?

Onderwerp Vraag Kort antwoord
I/you/we/they Do you have a pen? Yes, I do. / No, I don't.
he/she/it Does she have a car? Yes, she does. / No, she doesn't.

Na does staat altijd de basisvorm have, niet has: Does he have ...? Het element does draagt de markering voor de derde persoon al. Vergelijk het Nederlandse ‘Heeft hij ...?’, waar geen apart hulpwerkwoord nodig is. Juist die Nederlandse gewoonte veroorzaakt vaak fouten in het Engels.

Ontkenningen met don't en doesn't

Voor een ontkenning gebruik je:

onderwerp + don't/doesn't + have + aanvulling

  • I don't have cash. — Ik heb geen contant geld.
  • She doesn't have a car. — Ze heeft geen auto.
  • The room doesn't have a window. — De kamer heeft geen raam.

Ook na doesn't blijft het have. Let daarnaast op het verschil in formulering: Nederlands gebruikt vaak geen, terwijl Engels not in don't/doesn't combineert met a, any of een zelfstandig naamwoord: We don't have any milk (‘We hebben geen melk’).

Have got voor bezit

Voor bezit en kenmerken is have got heel gebruikelijk in Brits Engels, vooral in gesprekken:

  • I've got a brother. — Ik heb een broer.
  • She's got blue eyes. — Ze heeft blauwe ogen.
  • They've got a new car. — Ze hebben een nieuwe auto.

Het patroon voor vragen en ontkenningen heeft hier geen do nodig:

Functie Gewoon have Have got
bevestiging She has a car. She's got a car.
vraag Does she have a car? Has she got a car?
ontkenning She doesn't have a car. She hasn't got a car.

De betekenis is hier vrijwel gelijk. Meng de twee patronen niet: kies Does she have ...? of Has she got ...?, niet Does she have got ...?

De gebruikelijke contracties (verkorte vormen) zijn I've, you've, he's, she's, it's, we've en they've. Bij bezit hoor je ze vooral vóór got. He's en she's kunnen zowel has als is betekenen; het volgende woord maakt het verschil: He's got a bike bevat has, maar He's tired bevat is.

Have to: moeten

Have to + infinitief betekent dat iets nodig of verplicht is. Een infinitief is de onverbogen basisvorm van een werkwoord, zoals work of leave.

  • I have to leave now. — Ik moet nu weg.
  • He has to work today. — Hij moet vandaag werken.
  • Do we have to book? — Moeten we reserveren?
  • She doesn't have to come. — Ze hoeft niet te komen.

Bij vragen en ontkenningen volgt have to het gewone patroon met do/does. Belangrijk: doesn't have to betekent ‘hoeft niet’; het zegt niet dat iets verboden is. Voor ‘mag niet’ gebruik je vaak mustn't of can't.

Voorbeelden in context

Engels Nederlands Toelichting
I have a brother. Ik heb een broer. Bezit of familierelatie met I have.
She has blue eyes. Ze heeft blauwe ogen. Kenmerk; she krijgt has.
Our neighbours have two cats. Onze buren hebben twee katten. Een meervoud krijgt have.
This phone has a good camera. Deze telefoon heeft een goede camera. Eén zaak werkt als it.
Do you have a minute? Heb je even? Veelgebruikte vraag met do.
Does Amir have your address? Heeft Amir jouw adres? Na does staat have.
We don't have any bread. We hebben geen brood. Ontkenning met don't en any.
The hotel doesn't have a lift. Het hotel heeft geen lift. Na doesn't staat de basisvorm.
They've got a new car. Ze hebben een nieuwe auto. Informeel, vooral gebruikelijk in Brits Engels.
Has she got any children? Heeft ze kinderen? Vraag volgens het patroon van have got.
I have breakfast at seven. Ik ontbijt om zeven uur. Vaste combinatie; niet letterlijk vertalen.
Let's have a coffee after work. Laten we na het werk koffie gaan drinken. Have drukt hier een activiteit uit.
He has to work today. Hij moet vandaag werken. Has to drukt noodzaak uit.
You don't have to pay now. Je hoeft nu niet te betalen. Geen noodzaak, niet een verbod.
We have a problem. We hebben een probleem. Een toestand of situatie.

Veelgemaakte fouten

Has gebruiken na I, you, we of they

  • Fout: I has a new phone.
  • Goed: I have a new phone.
  • Waarom: Alleen he, she, it en een enkelvoudige naam of zaak krijgen has. Na I, you, we en they gebruik je have.

Has laten staan na does

  • Fout: Does she has a bike?
  • Goed: Does she have a bike?
  • Waarom: Does geeft de derde persoon enkelvoud al aan. Het hoofdwerkwoord keert daarom terug naar de basisvorm have. Hetzelfde geldt voor She doesn't have a bike.

Een vraag maken zoals in het Nederlands

  • Fout: Have you a car?
  • Goed: Do you have a car? / Have you got a car?
  • Waarom: In de meest gangbare moderne patronen gebruik je óf do + have óf have got. Have you a car? bestaat in bepaalde Britse of formele stijlen, maar is geen veilige standaardkeuze voor een beginner.

Have en have got mengen

  • Fout: Do they have got enough time?
  • Goed: Do they have enough time? / Have they got enough time?
  • Waarom: Dit zijn twee afzonderlijke vraagpatronen. Maak de gekozen constructie volledig af.

Doesn't have to verwarren met mustn't

  • Fout bedoeld als ‘Je mag hier niet parkeren’: You don't have to park here.
  • Goed: You mustn't park here. / You can't park here.
  • Waarom: You don't have to park here betekent ‘Je hoeft hier niet te parkeren’; parkeren is niet noodzakelijk, maar niet verboden.

Have got voor elke betekenis gebruiken

  • Fout: I have got breakfast at seven every day.
  • Goed: I have breakfast at seven every day.
  • Waarom: Have got drukt vooral bezit, relaties en kenmerken uit. Voor activiteiten zoals eten, douchen of een gesprek voeren gebruik je gewoon have.

Gebruiksnotities

Brits en Amerikaans Engels. Zowel I have a car als I've got a car wordt begrepen. Have got is bijzonder gewoon in Brits spreektaalgebruik; Amerikaans Engels gebruikt voor bezit vaak have, al komt have got daar ook voor. Gotten hoort niet in de constructie have got met de eenvoudige betekenis ‘hebben’: I've gotten a car betekent in Amerikaans Engels eerder ‘ik heb een auto gekregen/bemachtigd’.

Contracties. In een neutrale bevestigende zin klinkt I've got a question natuurlijker dan het losse I've a question. De contracties met 've en 's zijn ook belangrijk in de present perfect, een latere tijdsvorm: I've finished en She's left. Daar is have/has een hulpwerkwoord en volgt een voltooid deelwoord (een werkwoordsvorm zoals finished of left). Kijk dus altijd naar wat er na de contractie komt.

Korte antwoorden. Herhaal in een kort antwoord het hulpwerkwoord van de vraag: Do you have time? — Yes, I do. Maar: Have you got time? — Yes, I have. Antwoorden als Yes, I have got zijn normaal gesproken niet de gebruikelijke korte vorm.

Vaste combinaties. Engels gebruikt have waar Nederlands vaak één werkwoord kiest: have lunch (‘lunchen’), have a shower (‘douchen’), have a rest (‘uitrusten’), have a chat (‘even praten’) en have fun (‘plezier hebben’). Deze combinaties zijn productief en komen in alle tijden voor.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.

Have als hulpwerkwoord

In I have finished betekent have niet ‘bezitten’. Het vormt samen met finished de present perfect, een tijdsvorm die een gebeurtenis uit het verleden met het heden verbindt. Als hulpwerkwoord maakt have zelf de vraag en ontkenning:

  • Have you finished? — Ben je klaar?
  • She hasn't called. — Ze heeft niet gebeld.

Dit verklaart waarom Have you finished? wel standaard is, terwijl je voor bezit meestal Do you have a car? of Have you got a car? kiest.

Toestanden, ervaringen en veroorzakende constructies

Have kan aangeven dat iemand iets meemaakt: We had a great time (‘We hebben het erg leuk gehad’) of She has trouble sleeping (‘Ze heeft moeite met slapen’). In een verder gevorderde constructie betekent have + persoon + werkwoord dat je iemand iets laat doen: I'll have the technician check it (‘Ik laat de monteur ernaar kijken’). Have + zaak + voltooid deelwoord kan een dienst uitdrukken: I had my hair cut (‘Ik heb mijn haar laten knippen’). Dit zijn andere patronen dan eenvoudig bezit.

Statische en dynamische betekenis

Bij bezit beschrijft have meestal een toestand. Daarom zeg je normaal I have a car, niet I'm having a car. Bij een activiteit kan de duurvorm met -ing wél: We're having dinner (‘We zijn aan het eten’) en She's having a shower (‘Ze is aan het douchen’). De betekenis van have bepaalt dus mede welke tijdsvorm natuurlijk is.

Oefentips

  1. Maak twee rijtjes van dezelfde zinnen. Schrijf bijvoorbeeld She has a dog — Does she have a dog? — She doesn't have a dog. Doe dit ook met I, you, we en they. Zo automatiseer je dat na does altijd have volgt.
  2. Oefen de twee bezitspatronen apart. Zet vijf zinnen om van I have ... naar I've got ... en maak daarna bij elk patroon de eigen vraag. Meng do en got niet in één zin.
  3. Leer combinaties in hun geheel. Noteer niet alleen have = hebben, maar chunks zoals have breakfast, have a shower, have time en have to work. Spreek ze hardop uit in een volledige, persoonlijke zin.

Verwante onderwerpen

  • Vooraf: Onderwerpsvoornaamwoorden — hiermee herken je wanneer have of has nodig is.
  • Later: Present perfect simple — hierin functioneren have en has als hulpwerkwoord in plaats van als zelfstandig werkwoord met de betekenis ‘hebben’.

Vereiste kennis

Onderwerpsvoornaamwoorden in het EngelsA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen To Have - Present in Engels met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Engels · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen