A1

Engelse lidwoorden: a, an en the

Articles

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Engels op Settemila Lingue.

In het kort

Gebruik a of an voor één niet nader bepaald telbaar ding: a bike, an orange. Gebruik the als duidelijk is over welke persoon of zaak je het hebt: the bike outside. Bij algemene meervouden en ontelbare begrippen staat meestal geen lidwoord: Bikes are useful en Water is essential.

Overzicht

Een lidwoord staat bij een zelfstandig naamwoord (een woord voor bijvoorbeeld een persoon, dier, ding, plaats of idee). De Engelse lidwoorden zijn a, an en the. Met een lidwoord laat je zien of je iets voor het eerst noemt, of het om een willekeurig exemplaar gaat, of de ander al kan weten wat je bedoelt. Daarnaast kent het Engels het nul-lidwoord: er staat dan bewust helemaal geen lidwoord.

Dit is basisgrammatica op A1-niveau. Je hebt haar al nodig in zinnen als I have a car, She is an engineer en The book is on the table. A en an zijn onbepaalde lidwoorden: het gaat om één persoon of zaak, maar nog niet om een specifiek exemplaar. The is het bepaalde lidwoord: spreker en luisteraar kunnen vaststellen welke persoon of zaak bedoeld wordt.

Voor Nederlandstaligen lijkt dit vertrouwd: a/an komt vaak overeen met een, en the met de/het. Toch kun je niet woord voor woord omzetten. Het Engels maakt bij the geen onderscheid tussen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden, maar laat een lidwoord bij algemene meervouden vaak weg. Nederlands zegt bijvoorbeeld “de natuur” en “de meeste mensen”, terwijl Engels nature en most people gebruikt.

Hoe het werkt

De basiskeuze

Stel bij een zelfstandig naamwoord deze vragen:

Vraag Keuze Voorbeeld
Bedoel ik één telbaar, nog niet nader bepaald exemplaar? a/an a message, an idea
Is voor de lezer of luisteraar duidelijk welk exemplaar ik bedoel? the the message you sent
Praat ik algemeen over een meervoud of ontelbaar begrip? geen lidwoord Messages can be confusing. / Information is useful.

Een telbaar zelfstandig naamwoord kun je met een getal combineren: one chair, two chairs. Een ontelbaar zelfstandig naamwoord wordt normaal niet als losse eenheden geteld: water, music, advice. Een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord kan in het Engels meestal niet kaal staan. Zeg dus niet I bought book, maar I bought a book, the book, my book of this book.

A of an: luister naar de eerste klank

A en an betekenen hetzelfde. De keuze maakt de uitspraak vloeiender:

  • gebruik a vóór een medeklinkerklank: a car, a teacher, a European city;
  • gebruik an vóór een klinkerklank: an apple, an old house, an engineer.

De klank, niet de geschreven eerste letter, beslist. University begint met de /j/-klank van “yes”, dus a university. In hour wordt de h niet uitgesproken, dus an hour. Ook bij afkortingen telt de uitspraak: an MBA (de naam van de letter M begint met een klinkerklank), maar a URL wanneer je dit uitspreekt als “you-are-el”.

Wanneer gebruik je a/an?

Gebruik a/an:

  1. bij één niet-specifiek exemplaar: I need a pen. Het maakt niet uit welke pen;
  2. wanneer je iets voor het eerst introduceert: We saw a dog in the park.;
  3. bij beroep, functie of identiteit: She is an engineer. / He is a student.;
  4. in de betekenis ‘per’: twice a week, €20 a day;
  5. bij een uitroep met een enkelvoudig telbaar woord: What a beautiful view!

A/an is alleen enkelvoud. Bij een onbepaald meervoud gebruik je vaak some of geen lidwoord: I bought some apples of Apples are healthy.

Wanneer gebruik je the?

The heeft voor enkelvoud en meervoud dezelfde vorm. Gebruik het wanneer de hoorder kan bepalen wat je bedoelt:

  1. iets is al genoemd: I saw a dog. The dog was wet.;
  2. de situatie maakt het duidelijk: Close the door, please. In de kamer is duidelijk welke deur bedoeld wordt;
  3. een nadere bepaling maakt het uniek: the keys on the table, the woman who called me;
  4. er is in deze context maar één: the sun, the internet, the manager of this shop;
  5. bij een overtreffende trap en rangtelwoorden: the best answer, the first train;
  6. bij een specifieke groep of hoeveelheid: the students in my class, the water in this bottle.

The betekent dus niet simpelweg “de” of “het”. Het draait om herkenbaarheid. Vergelijk:

  • I like coffee. — koffie in het algemeen;
  • I like the coffee here. — de specifieke koffie op deze plek;
  • Children need sleep. — kinderen in het algemeen;
  • The children are asleep. — de kinderen over wie we het hebben.

Wanneer staat er geen lidwoord?

Gebruik doorgaans geen lidwoord:

  • bij meervouden in algemene zin: Dogs need exercise.;
  • bij ontelbare woorden in algemene zin: Music helps me relax.;
  • bij de meeste eigennamen van personen, steden en landen: Maya lives in Amsterdam. France is nearby.;
  • bij talen en schoolvakken: He speaks English. She studies history.;
  • bij maaltijden in algemene of vaste betekenis: Breakfast is ready.;
  • bij veel vaste uitdrukkingen: at home, go to bed, by train, at work.

Zodra je zo'n begrip afbakent, kan the wel nodig zijn: The breakfast at the hotel was excellent en The history of this building is fascinating.

Voorbeelden in context

Engels Nederlands Toelichting
I have a car. Ik heb een auto. Eén auto, nog niet nader bepaald.
She is an engineer. Zij is ingenieur. Beroep; in het Nederlands ontbreekt hier juist vaak “een”.
Can I borrow a pen? Mag ik een pen lenen? Het maakt niet uit welke pen.
We waited for an hour. We wachtten een uur. Hour begint in de uitspraak met een klinkerklank.
He studies at a university in London. Hij studeert aan een universiteit in Londen. University begint met een /j/-klank.
I saw a film. The film was funny. Ik zag een film. De film was grappig. Eerst nieuw, daarna bekend.
The book is on the table. Het boek ligt op tafel. Beide zaken zijn in de context herkenbaar.
Please open the window. Doe het raam alsjeblieft open. De situatie maakt duidelijk welk raam.
This is the best café in town. Dit is het beste café van de stad. Bij de overtreffende trap staat meestal the.
I like dogs. Ik houd van honden. Algemeen meervoud: geen lidwoord.
The dogs next door bark at night. De honden van de buren blaffen 's nachts. Een specifieke groep honden.
Water freezes at 0°C. Water bevriest bij 0 °C. Ontelbaar begrip in algemene zin.
The water in this glass is warm. Het water in dit glas is warm. Een specifieke hoeveelheid water.
We have breakfast at seven. We ontbijten om zeven uur. Naam van een maaltijd in de gewone betekenis.
The breakfast at our hotel was delicious. Het ontbijt in ons hotel was heerlijk. Door de bepaling gaat het om een specifiek ontbijt.

Veelgemaakte fouten

A gebruiken vóór elke geschreven medeklinker

  • Onjuist: It took a hour.
  • Juist: It took an hour.
  • Waarom: De h in hour is stil. De eerste uitgesproken klank is een klinkerklank.

An kiezen op basis van de letter u

  • Onjuist: She works at an university.
  • Juist: She works at a university.
  • Waarom: University begint in de uitspraak met /j/, een medeklinkerklank. Kijk dus niet alleen naar de spelling.

Het lidwoord weglaten bij een enkelvoudig telbaar woord

  • Onjuist: I bought new phone.
  • Juist: I bought a new phone.
  • Waarom: Een enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord heeft normaal een woord als a/an, the, my of this nodig.

The gebruiken voor een algemene categorie

  • Onjuist: The cats are independent. (als je alle katten bedoelt)
  • Juist: Cats are independent.
  • Waarom: Algemene meervouden krijgen meestal geen lidwoord. The cats verwijst naar een bepaalde groep katten.

Een beroep zonder a/an noemen

  • Onjuist: My sister is doctor.
  • Juist: My sister is a doctor.
  • Waarom: In het Engels staat bij een enkelvoudig beroep a/an. Nederlands laat een hier vaak weg: “Mijn zus is arts.”

Automatisch the gebruiken waar Nederlands de of het heeft

  • Onjuist: The nature is beautiful here.
  • Juist: Nature is beautiful here.
  • Waarom: Nature is hier een algemeen begrip. Het Nederlandse lidwoord is geen betrouwbaar signaal voor Engels the.

Gebruiksnotities

The wordt meestal uitgesproken als /ðə/ vóór een medeklinkerklank (the book) en als /ði/ vóór een klinkerklank (the apple). Bij nadruk kan /ðiː/ ook voor andere klanken staan: That is the place to go. De keuze verandert de betekenis niet zoals a/an dat doet; het gaat vooral om vloeiende uitspraak en nadruk.

Een bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap noemt) verandert de keuze van het lidwoord niet, maar de eerste klank erna bepaalt wel a of an: an interesting book, maar a useful book. Vergelijk an old university met a modern university: het lidwoord hoort bij de hele naamwoordgroep en staat direct vóór het eerste beschrijvende woord.

Bij bezittelijke woorden en aanwijzende woorden gebruik je geen extra lidwoord: my car, niet the my car; this book, niet the this book. Deze woorden maken al duidelijk welke zaak bedoeld wordt.

Verder dan de basis

De volgende patronen hoef je op A1 nog niet allemaal actief te beheersen. Ze verklaren wel veel vormen die je later tegenkomt.

Plaatsnamen en aardrijkskundige namen

De meeste landen, steden, straten, meren en bergen hebben geen lidwoord: Italy, Rotterdam, Oxford Street, Lake Victoria, Mount Everest. The staat onder meer bij:

  • meervoudige landnamen of namen met een staatsvorm: the Netherlands, the United States, the United Kingdom;
  • groepen eilanden en bergketens: the Canary Islands, the Alps;
  • rivieren, zeeën en oceanen: the Thames, the North Sea, the Atlantic.

Voor Nederlanders is vooral the Netherlands vertrouwd, maar trek daaruit niet de conclusie dat elk land the krijgt.

Instelling of concreet gebouw

Bij woorden als school, prison, church, hospital kan het lidwoord afhangen van de bedoelde functie. In The children are at school betekent school dat ze daar als leerlingen zijn. In I went to the school to speak to a teacher gaat het om het concrete gebouw. Zulke verschillen zijn deels vaste combinaties en kunnen tussen Brits en Amerikaans Engels variëren; leer ze daarom in volledige zinnen.

Hetzelfde zie je bij bed: go to bed betekent gaan slapen, terwijl sit on the bed verwijst naar een bepaald meubelstuk.

Eigennamen met the

Eigennamen staan meestal zonder lidwoord, maar er zijn vaste uitzonderingen: kranten (The Guardian), sommige gebouwen en instellingen (the British Museum) en familienamen in het meervoud (the Johnsons). Bij hotels, theaters en organisaties verschilt het gebruik per officiële naam. Controleer bij twijfel hoe de naam zichzelf schrijft.

Algemene uitspraken op verschillende manieren

Een hele diersoort of uitvinding kan soms met the + enkelvoud worden beschreven: The tiger is an endangered species of The telephone changed communication. Dit klinkt formeler dan het gewone algemene meervoud Tigers are endangered. A/an + enkelvoud kan een typische vertegenwoordiger aanduiden (A tiger is a dangerous animal), maar voor beginners is het algemene meervoud vaak de veiligste keuze.

Ontelbaar in de ene betekenis, telbaar in de andere

Sommige woorden veranderen van betekenis:

  • Coffee is expensive — koffie als product;
  • Two coffees, please — twee kopjes koffie;
  • Experience is valuable — ervaring als algemeen begrip;
  • It was an unusual experience — één gebeurtenis.

Het lidwoord hangt dus niet alleen van het woord af, maar ook van de bedoelde betekenis.

Oefentips

  1. Vertel een mini-verhaal in twee stappen. Introduceer iets met a/an en verwijs er daarna naar met the: I saw a cat. The cat was sleeping. Zo oefen je “nieuw” tegenover “bekend”.
  2. Maak drie kolommen. Verzamel zelfstandige naamwoorden onder “telbaar enkelvoud”, “algemeen meervoud” en “ontelbaar”. Maak daarna zinnen met respectievelijk a/an, geen lidwoord en — zodra je ze specifieker maakt — the.
  3. Lees hardop voor klankbewustzijn. Oefen paren als a university/an umbrella, a European/an engineer en a house/an hour. Spreek eerst het volgende woord uit en kies dan pas a of an.

Verwante onderwerpen

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen