To be in de tegenwoordige tijd in het Engels
To Be - Present
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Engels op Settemila Lingue.
In het kort
Het Engelse werkwoord to be betekent meestal zijn. In de tegenwoordige tijd kies je am bij I, is bij he, she en it, en are bij you, we en they. In gewone gesprekken hoor je vaak de korte vormen I'm, you're, he's, she's, it's, we're en they're.
Overzicht
To be is een van de eerste werkwoorden die je op A1-niveau leert. Je hebt het nodig om te zeggen wie of wat iemand is, hoe iemand zich voelt, waar iets zich bevindt en hoe laat het is. Ook leeftijd en weer druk je in het Engels met to be uit. Daardoor komen am, is en are in alledaags Engels voortdurend voor.
Het onderwerp (de persoon of zaak waarover de zin iets zegt) bepaalt welke vorm je kiest. In She is a doctor is she het onderwerp en hoort daar is bij. Anders dan gewone Engelse werkwoorden heeft to be meerdere vormen in de tegenwoordige tijd. Je zegt dus niet I be of she be in standaardengels.
Voor Nederlandstaligen lijkt veel vertrouwd: I am tired volgt ongeveer hetzelfde patroon als Ik ben moe. Toch zijn er belangrijke verschillen. Het Engels gebruikt to be bijvoorbeeld in I am twenty, terwijl je in het Nederlands zegt Ik ben twintig — dat komt overeen — maar bij beroep is het lidwoord anders: She is a doctor tegenover Zij is arts. Ook heeft het Engels vaak een expliciet onderwerp nodig: voor weer en tijd staat er it, zoals in It is cold en It is six o'clock.
Hoe het werkt
De drie basisvormen
De infinitief (de onverbogen vorm van een werkwoord) is to be. In de tegenwoordige tijd ziet de volledige vervoeging er zo uit:
| Onderwerp | Volledige vorm | Samentrekking | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|---|
| I | I am | I'm | ik ben |
| you | you are | you're | jij bent, u bent, jullie zijn |
| he | he is | he's | hij is |
| she | she is | she's | zij is |
| it | it is | it's | het is |
| we | we are | we're | wij zijn |
| they | they are | they're | zij zijn |
You hoort altijd bij are. Dat geldt voor één persoon en voor meerdere personen, en ook voor informeel jij en beleefd u. Het moderne standaardengels gebruikt dus geen aparte werkwoordsvorm voor u of jullie.
Zelfstandige naamwoorden volgen hetzelfde patroon als de bijbehorende voornaamwoorden:
- één persoon of ding: Maya is here. The book is new.
- meerdere personen of dingen: Maya and Leo are here. The books are new.
- I is de enige combinatie met am: I am here.
Bevestigende zinnen
De gewone volgorde is:
onderwerp + am/is/are + aanvulling
Die aanvulling kan verschillende soorten informatie geven:
- identiteit of beroep: I am Noor. He is an engineer.
- eigenschap of toestand: The room is quiet. We are hungry.
- plaats: Your coat is upstairs. They are at work.
- leeftijd: My daughter is eight.
- tijd of datum: It is half past nine. Today is Monday.
- weer: It is windy. It is hot today.
Een woord als tired of happy is een bijvoeglijk naamwoord (een woord dat een eigenschap beschrijft). In het Engels komt zo'n woord na to be zonder extra uitgang: I am tired, she is tired, they are tired. Het verandert dus niet mee met persoon of aantal.
Samentrekkingen in gewone taal
Een samentrekking is een korte vorm waarin twee woorden worden samengevoegd. De apostrof laat zien dat er letters zijn weggelaten:
- I am → I'm
- you are → you're
- he is → he's
- she is → she's
- it is → it's
- we are → we're
- they are → they're
Deze vormen zijn normaal in gesprekken, berichten en informele teksten. De volledige vormen klinken niet fout. Ze kunnen juist nadruk geven: I am ready of She is the manager. In formele teksten worden samentrekkingen soms vermeden, al hangt dat af van de stijl.
Ontkenningen
Voor een ontkenning zet je not direct na am, is of are:
onderwerp + am/is/are + not + aanvulling
| Volledige vorm | Gebruikelijke korte vorm | Betekenis |
|---|---|---|
| I am not | I'm not | ik ben niet |
| you are not | you aren't / you're not | jij bent niet, u bent niet, jullie zijn niet |
| he is not | he isn't / he's not | hij is niet |
| she is not | she isn't / she's not | zij is niet |
| it is not | it isn't / it's not | het is niet |
| we are not | we aren't / we're not | wij zijn niet |
| they are not | they aren't / they're not | zij zijn niet |
In standaardengels bestaat geen gewone vorm amn't. Zeg daarom I'm not late, niet I amn't late. Bij is en are kun je meestal kiezen waar je de samentrekking maakt: she isn't en she's not betekenen hetzelfde. De keuze kan verschillen per regio, ritme en nadruk.
Vragen
In een ja-neevraag komt am, is of are vóór het onderwerp:
am/is/are + onderwerp + aanvulling?
- Are you ready?
- Is the station nearby?
- Am I too early?
Dit lijkt op Nederlandse inversie: Ben je klaar? Je voegt bij to be geen do of does toe. Na een vraagwoord blijft dezelfde omkering staan:
- Where are my glasses? — Waar is mijn bril?
- Why is she upset? — Waarom is ze van streek?
- How are you? — Hoe gaat het met je?
Korte antwoorden herhalen de juiste vorm van to be:
- Are they at home? — Yes, they are. / No, they aren't.
- Is he your colleague? — Yes, he is. / No, he isn't.
- Am I next? — Yes, you are. / No, you aren't.
In een bevestigend kort antwoord gebruik je normaal geen samentrekking: Yes, she is, niet Yes, she's. Een ontkennend kort antwoord kan wel kort zijn: No, she isn't.
Voorbeelden in context
| Engels | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| I am from Germany. | Ik kom uit Duitsland. | Herkomst; natuurlijk Nederlands gebruikt hier vaak komen uit. |
| She is a doctor. | Zij is arts. | Bij een beroep heeft het Engels meestal a/an. |
| They're tired. | Ze zijn moe. | They're is de korte vorm van they are. |
| It's hot today. | Het is vandaag warm. | It is nodig bij het weer. |
| I'm thirty-four. | Ik ben vierendertig. | Leeftijd staat direct na to be. |
| The keys are on the kitchen table. | De sleutels liggen op de keukentafel. | Engels gebruikt vaak be waar Nederlands liggen kiest. |
| My brother is at work. | Mijn broer is op zijn werk. | Plaats met is. |
| You are very patient. | Jij bent erg geduldig. | Are hoort altijd bij you. |
| We aren't ready yet. | We zijn nog niet klaar. | Ontkenning met aren't. |
| The café isn't open on Mondays. | Het café is op maandag niet open. | Enkelvoudig onderwerp, dus isn't. |
| Are you busy this afternoon? | Heb je het vanmiddag druk? | Een natuurlijke vertaling gebruikt hebben, niet zijn. |
| Is this seat free? | Is deze stoel vrij? | Vraag: is staat vóór het onderwerp. |
| Where are the children? | Waar zijn de kinderen? | Vraagwoord gevolgd door are en het onderwerp. |
| It is ten past seven. | Het is tien over zeven. | Tijdsaanduiding met onpersoonlijk it. |
| Yes, she is. | Ja. / Ja, dat is ze. | Volledige vorm in een bevestigend kort antwoord. |
De vertaling laat zien dat to be niet altijd letterlijk met zijn wordt weergegeven. The keys are on the table wordt in natuurlijk Nederlands vaak De sleutels liggen op tafel. Leer daarom hele Engelse patronen en vertrouw niet alleen op woord-voor-woordvertaling.
Veelgemaakte fouten
De verkeerde vorm bij het onderwerp kiezen
- Fout: I is tired. / They is ready.
- Goed: I am tired. / They are ready.
- Waarom: Alleen I krijgt am. He, she, it en één naam of zaak krijgen is; you, we, they en meervouden krijgen are.
To be weglaten
- Fout: She happy. / The shops closed.
- Goed: She is happy. / The shops are closed.
- Waarom: Waar het Nederlands ook zijn gebruikt, is dit meestal duidelijk. Toch wordt to be soms vergeten doordat korte Engelse zinnen in andere talen zonder koppelwerkwoord kunnen voorkomen. In een gewone Engelse hoofdzin is de werkwoordsvorm verplicht.
Do of does gebruiken in vragen en ontkenningen
- Fout: Do you are ready? / She doesn't be here.
- Goed: Are you ready? / She isn't here.
- Waarom: To be vormt in de tegenwoordige tijd zelf vragen en ontkenningen. Je hebt geen hulpwerkwoord do nodig.
Geen lidwoord bij een beroep zetten
- Fout: He is teacher.
- Goed: He is a teacher.
- Waarom: Bij één telbaar beroep gebruikt het Engels meestal a of an. Het Nederlands laat dat lidwoord vaak weg: Hij is leraar. Vergelijk She is an architect en Zij is architect.
Het onderwerp it vergeten bij weer of tijd
- Fout: Is cold today. / Is five o'clock.
- Goed: It is cold today. / It is five o'clock.
- Waarom: Een Engelse zin heeft hier een formeel onderwerp nodig. It verwijst niet naar een concreet ding, maar vult de onderwerpplaats.
Samentrekkingen verwarren
- Fout: Your late. / Their at home. / Its raining.
- Goed: You're late. / They're at home. / It's raining.
- Waarom: You're, they're en it's bevatten een werkwoord: you are, they are, it is. Your betekent jouw/uw, their betekent hun en its is een bezittelijke vorm zonder apostrof.
Gebruiksnotities
In gesproken Engels zijn samentrekkingen de neutrale keuze. I'm fine klinkt meestal natuurlijker dan I am fine. Een volledige vorm kan nadruk, contrast of zorgvuldigheid uitdrukken: You think I'm not ready, but I am ready. Schrijf de apostrof altijd; Im en youre zijn geen correcte standaardspellingen.
Bij plaats kiest het Nederlands vaak een specifieker werkwoord dan het Engels. Waar een Nederlandstalige denkt aan staan, liggen of zitten, gebruikt het Engels geregeld eenvoudig be: The milk is in the fridge, The hotel is near the station, My parents are in the garden. Vertaal dus vanuit de bedoelde situatie, niet vanuit één Nederlands werkwoord.
Voor een tijdelijke lichamelijke of emotionele toestand staat be met een bijvoeglijk naamwoord: I'm cold, she's afraid, we're hungry. Let op het verschil tussen I'm cold (ik heb het koud) en I have a cold (ik ben verkouden). De bijna gelijke woorden drukken iets anders uit.
Engels you maakt geen onderscheid tussen jij, u en jullie. De situatie, toon of een toevoeging zoals you all maakt duidelijk wie bedoeld wordt. De werkwoordsvorm blijft altijd are.
Verder dan de basis
De volgende punten hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar ze helpen wanneer je later meer Engelse teksten en gesprekken tegenkomt.
To be als hulpwerkwoord
To be kan het hoofdwerkwoord zijn, zoals in She is tired. Het kan ook als hulpwerkwoord optreden (een werkwoord dat helpt een andere werkwoordsvorm te maken):
- She is working. — Zij is aan het werk.
- They are waiting. — Ze zijn aan het wachten.
- The door is closed at six. — De deur wordt om zes uur gesloten.
In de eerste twee zinnen vormt be + werkwoord op -ing de duurvorm, die een activiteit als gaande voorstelt. Dit wordt uitgebreid behandeld bij Present Continuous. In het laatste voorbeeld kan be + voltooid deelwoord een lijdende vorm maken, waarbij het onderwerp de handeling ondergaat. Verwar zulke constructies niet met een eenvoudige beschrijving: The door is closed kan, afhankelijk van de context, ook gewoon betekenen dat de deur dicht is.
De korte vorm kan meer dan één betekenis hebben
He's kan he is betekenen (He's tired) maar ook he has (He's finished). Het woord erna en de zinsbouw maken het verschil duidelijk. Hetzelfde geldt voor she's en it's. Bij you're, we're en they're is de ontleding wel steeds are.
Nadruk, weglating en informele vormen
In antwoorden kan een aanvulling worden weggelaten omdat die al bekend is:
- Who is ready? — I am.
- I thought they were away, but they aren't.
Dat heet ellipsis (het weglaten van woorden die de luisteraar kan aanvullen). In zeer informele spreektaal hoor je ook vormen als ain't. Die kunnen regionaal, sociaal of stilistisch gekleurd zijn en gelden niet als veilige neutrale keuze voor een beginnende leerder. Gebruik in standaardengels isn't, aren't en I'm not.
Be als aanvoegende vorm
In formeel of vast Engels kan de kale vorm be verschijnen waar je op basis van de gewone tegenwoordige tijd is verwacht: It is essential that everyone be present. Dit is een aanvoegende wijs (een vorm voor onder meer eisen, wensen of denkbeeldige situaties). Het is een later, formeler patroon en verandert niets aan de A1-hoofdregel voor gewone mededelingen: Everyone is present.
Oefentips
- Maak een drietal van elke zin. Begin met She is at home. Maak daarna de ontkenning She isn't at home en de vraag Is she at home? Zo oefen je vorm en woordvolgorde tegelijk.
- Koppel onderwerpen aan drie kleuren. Gebruik één kleur voor I am, één voor he/she/it is en één voor you/we/they are. Voeg daarna namen en zelfstandige naamwoorden toe: Marta is, the train is, the neighbours are.
- Luister gericht naar korte vormen. Noteer in een korte Engelse opname vijf voorbeelden van I'm, you're, he's, she's, it's, we're of they're. Schrijf elk voorbeeld vervolgens voluit om te controleren welke woorden erin zitten.
Verwante onderwerpen
- Eerst leren: Onderwerpsvoornaamwoorden — hiermee herken je welk onderwerp am, is of are nodig heeft.
- Volgende stap: There is / there are — voor zeggen dat iets bestaat of ergens aanwezig is.
- Volgende stap: Present Continuous — gebruikt am/is/are met een werkwoord op -ing.
- Later: Was / were — de verleden tijd van to be.
- Gevorderd: Ellipsis en vervanging — over het weglaten of vervangen van voorspelbare zinsdelen.
Vereiste kennis
Onderwerpsvoornaamwoorden in het EngelsA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen To Be - Present in Engels met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Engels · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen