Was en were in het Engels
Was / Were
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Engels op Settemila Lingue.
In het kort
Was en were zijn de verleden tijd van to be. Gebruik was bij I, he, she, it en were bij you, we, they: I was tired en They were at home. Maak een vraag door was of were vooraan te zetten; voor een ontkenning voeg je not toe — zonder did.
Overzicht
Met was en were beschrijf je een toestand, eigenschap, identiteit of plaats in het verleden. Je gebruikt ze bijvoorbeeld om te zeggen dat iemand moe was, dat een winkel gesloten was of dat vrienden thuis waren. Dit onderwerp hoort bij A2 en bouwt rechtstreeks voort op de tegenwoordige vormen am, is en are.
Voor Nederlandstaligen lijkt de basis vertrouwd: was komt zelfs overeen met Nederlands was, en were betekent meestal was of waren. Toch is de verdeling anders. Engels kiest de vorm op basis van het onderwerp: you were kan zowel ‘jij was’ als ‘jullie waren’ betekenen. Bovendien maakt Engels vragen en ontkenningen met was/were zelf, niet met did.
Ook there was en there were zijn belangrijk. Daarmee zeg je dat iets bestond, aanwezig was of gebeurde: There was a problem betekent ‘Er was een probleem’. Het getal van het zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, zaak of begrip) bepaalt in de standaardtaal of je was of were gebruikt.
Hoe het werkt
De basisvormen
Het onderwerp (wie of wat de zin betreft) bepaalt welke vorm je kiest.
| Persoon | Bevestigend | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|
| I | I was | ik was |
| he / she / it | he/she/it was | hij/zij/het was |
| you | you were | jij was / u was / jullie waren |
| we | we were | wij waren |
| they | they were | zij waren |
Een handige beginnersregel is dus:
- was: I, he, she, it;
- were: you, we, they.
Bij een naam of zelfstandig naamwoord kijk je welk voornaamwoord erbij past:
- Maya was late. → Maya = she;
- The train was full. → the train = it;
- Maya and Ben were late. → Maya and Ben = they;
- The trains were full. → the trains = they.
Bevestigende zinnen
De gewone volgorde is:
onderwerp + was/were + rest van de zin
- I was nervous. — Ik was zenuwachtig.
- The keys were on the table. — De sleutels lagen op tafel.
- Sam was a student then. — Sam was toen student.
Na was/were kan onder meer een eigenschap, een plaats of een zelfstandig naamwoord komen. Engels gebruikt to be soms waar Nederlands een ander werkwoord natuurlijker vindt. Zo vertaal je The keys were on the table meestal met ‘De sleutels lagen op tafel’, niet letterlijk met ‘waren’.
Ontkenningen
Zet not direct na de werkwoordsvorm:
onderwerp + was/were + not + rest
| Volledige vorm | Verkorte vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| was not | wasn't | It wasn't expensive. |
| were not | weren't | We weren't ready. |
De verkorte vormen zijn heel gewoon in gesprekken en informele teksten. De volledige vormen kunnen neutraler of nadrukkelijker klinken: I was not angry; I was disappointed.
Gebruik geen didn't. To be functioneert hier zelf als hulpwerkwoord (een werkwoord dat helpt om een vraag of ontkenning te vormen): She wasn't there, niet She didn't be there.
Vragen en korte antwoorden
Voor een ja-neevraag wisselen onderwerp en werkwoord van plaats:
was/were + onderwerp + rest?
- Was she happy?
- Were they at home?
- Was the film good?
In een vraag met een vraagwoord staat dat woord vooraan:
vraagwoord + was/were + onderwerp + rest?
- Where were you? — Waar was je?
- Why was he upset? — Waarom was hij van streek?
- When were the shops open? — Wanneer waren de winkels open?
Korte antwoorden herhalen was of were:
| Vraag | Positief antwoord | Negatief antwoord |
|---|---|---|
| Was it cold? | Yes, it was. | No, it wasn't. |
| Were you busy? | Yes, I was. | No, I wasn't. |
| Were they ready? | Yes, they were. | No, they weren't. |
Let op Were you …? — Yes, I was. De vorm verandert omdat you in de vraag naar I in het antwoord verandert.
There was en there were
Met there was/were meld je dat iets aanwezig was, bestond of plaatsvond. There betekent in deze constructie niet letterlijk ‘daar’; de hele constructie komt overeen met Nederlands er was/er waren.
| Constructie | Gebruik | Voorbeeld |
|---|---|---|
| there was | één telbaar ding of iets ontelbaars | There was a message. / There was snow. |
| there were | meer dan één telbaar ding | There were three messages. |
| was there …? | vraag, enkelvoud/ontelbaar | Was there enough time? |
| were there …? | vraag, meervoud | Were there any seats? |
| there wasn't / weren't | ontkenning | There weren't any taxis. |
Een telbaar zelfstandig naamwoord kun je afzonderlijk tellen, zoals chair/chairs. Een ontelbaar zelfstandig naamwoord wordt normaal niet als losse eenheden geteld, zoals water of traffic. Daarom zeg je There was a lot of traffic, ook al waren er veel auto's.
Verwar deze constructie niet met it was. Met there was introduceer je iets: There was a café near the station. Met it was geef je informatie over iets dat al bekend is: It was very popular.
Voorbeelden in context
| Engels | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| I was tired yesterday. | Ik was gisteren moe. | Was bij I. |
| They were at home. | Zij waren thuis. | Were bij they. |
| The museum was closed on Monday. | Het museum was maandag gesloten. | Een enkelvoudige zaak staat gelijk aan it. |
| Our neighbours were very friendly. | Onze buren waren erg vriendelijk. | Meervoudig onderwerp. |
| I wasn't hungry after lunch. | Ik had na de lunch geen honger. | Een natuurlijke Nederlandse vertaling gebruikt hebben. |
| We weren't in a hurry. | We hadden geen haast. | Ook hier vertaalt Nederlands niet letterlijk. |
| Was she happy with the result? | Was ze blij met het resultaat? | Was staat voor het onderwerp in een vraag. |
| Where were you last night? | Waar was je gisteravond? | Engels gebruikt were bij you, Nederlands enkelvoud was. |
| Yes, I was. | Ja. / Ja, dat was ik. | Engels herhaalt het werkwoord vaker dan Nederlands. |
| There was a strange noise outside. | Er was buiten een vreemd geluid. | Eén telbaar ding. |
| There was plenty of food. | Er was genoeg eten. | Food is hier ontelbaar. |
| There were many people at the concert. | Er waren veel mensen bij het concert. | Meervoud na there were. |
| Were there any questions? | Waren er nog vragen? | Vraag met een meervoudig zelfstandig naamwoord. |
| There weren't any buses after midnight. | Er reden na middernacht geen bussen. | Nederlands gebruikt hier natuurlijker rijden. |
| It was cold, but the rooms were warm. | Het was koud, maar de kamers waren warm. | Onpersoonlijk it was tegenover meervoudig were. |
Veelgemaakte fouten
Were gebruiken bij I
- Fout: I were tired yesterday.
- Goed: I was tired yesterday.
- Waarom: In gewone mededelingen en vragen over een werkelijk verleden hoort bij I altijd was. Het afwijkende If I were … is een latere, bijzondere constructie.
Was gebruiken bij enkelvoudig you
- Fout: You was late.
- Goed: You were late.
- Waarom: Engels gebruikt were bij you, ook wanneer you maar één persoon betekent. Laat je niet leiden door het Nederlandse ‘jij was’.
Did toevoegen aan een vraag
- Fout: Did she be at work?
- Goed: Was she at work?
- Waarom: Bij de verleden tijd van to be heb je did niet nodig. Zet was of were voor het onderwerp.
Didn't gebruiken voor een ontkenning
- Fout: They didn't be ready.
- Goed: They weren't ready.
- Waarom: Zet not direct achter were. Hetzelfde geldt voor wasn't.
Het getal negeren na there
- Fout: There was many people.
- Goed: There were many people.
- Waarom: In verzorgde standaardtaal past were bij het meervoud many people. Bij enkelvoud of een ontelbare hoeveelheid gebruik je was.
There was en it was verwisselen
- Minder goed: It was a problem with the payment.
- Goed: There was a problem with the payment.
- Waarom: Je introduceert het bestaan van een probleem: ‘Er was een probleem’. It was vraagt normaal om iets waar it al naar verwijst.
Gebruiksnotities
In informele gesproken taal hoor je vaak wasn't en weren't. In zakelijke of formele teksten zijn die vormen ook mogelijk, maar was not en were not leggen soms meer nadruk. Sprekers kunnen There was lots of people zeggen, vooral wanneer ze de hele woordgroep als één situatie behandelen. Voor verzorgd geschreven Engels en voor een taaltoets is There were lots of people de veiligste keuze.
Engels gebruikt to be in een aantal vaste combinaties waar Nederlands hebben, liggen, staan of zitten kiest. Vergelijk I was hungry met ‘Ik had honger’ en The bottle was on the shelf met ‘De fles stond op de plank’. Leer zulke combinaties als betekenisvolle zinnen in plaats van elk woord afzonderlijk te vertalen.
Tijdsaanduidingen zoals yesterday, last week, in 2020 en when I was young maken het verleden duidelijk, maar zijn niet verplicht. De context kan voldoende zijn: The first hotel was awful, so we moved.
Verder dan de basis: gevorderd gebruik
De volgende nuances hoef je op A2 nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.
If I were en wenselijke of denkbeeldige situaties
Bij een onwerkelijke voorwaarde of wens gebruikt verzorgd Engels vaak were bij alle personen:
- If I were you, I'd call her. — Als ik jou was, zou ik haar bellen.
- I wish he were here. — Ik wou dat hij hier was.
Dit wordt soms de aanvoegende wijs genoemd: een werkwoordsvorm voor onder meer wensen en niet-werkelijke situaties. Vooral in informeel Engels hoor je ook If I was you of I wish he was here. Were blijft de traditionele en vaak veiligste keuze in formele stijl. Dit verandert de beginnersregel niet: bij een gewone mededeling over het verleden zeg je I was at home.
Was/were in de past continuous
Was en were kunnen ook als hulpwerkwoord staan voor een vorm op -ing:
- I was cooking when you called. — Ik was aan het koken toen je belde.
- They were waiting outside. — Ze stonden buiten te wachten.
Dit is de past continuous, een vorm voor een handeling die op een moment in het verleden bezig was. In I was tired is was het hoofdwerkwoord en beschrijft het een toestand; in I was working helpt was de voortgaande werkwoordsvorm te maken.
Nadruk met verkorte en volledige vormen
In positieve zinnen bestaat geen gewone verkorting van I was of they were. Bij ontkenningen kun je de nadruk sturen:
- We weren't lost. — neutrale ontkenning;
- We were not lost. — sterkere tegenstelling of correctie.
In een kort positief antwoord wordt was/were niet verkort: Yes, she was, niet Yes, she's. She's kan namelijk she is of she has betekenen, maar nooit she was.
Oefentips
- Maak een tweekolommenlijst. Zet links was met I, he, she, it en rechts were met you, we, they. Voeg daarna namen en zaken toe en vervang ze eerst door het juiste voornaamwoord.
- Bouw elke zin drie keer om. Begin met They were busy, maak vervolgens They weren't busy en daarna Were they busy? Zo oefen je vorm én woordvolgorde samen.
- Beschrijf gisteren. Schrijf vijf zinnen over toestanden en plaatsen en drie zinnen met there was/were. Controleer vooral Nederlandse uitdrukkingen met hebben: ‘Ik had honger’ wordt I was hungry.
Verwante onderwerpen
- Voorkennis: To be in de tegenwoordige tijd — herhaal am, is en are en dezelfde vraag- en ontkenningspatronen.
- Volgende stap: Past continuous — combineer was/were met een werkwoord op -ing voor handelingen die bezig waren.
Vereiste kennis
To be in de tegenwoordige tijd in het EngelsA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A2-concepten
Oefen Was / Were in Engels met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Engels · A2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen