A1

Het werkwoord *ter* in het Portugees

O Verbo Ter

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Portugees op Settemila Lingue.

In het kort

Het onregelmatige werkwoord ter betekent meestal ‘hebben’: Tenho um carro is ‘Ik heb een auto’. Je gebruikt het ook voor leeftijd (Tenho trinta anos), lichamelijke gevoelens (Tenho fome) en verplichting (Tenho de ir). De zes vormen in de tegenwoordige tijd zijn tenho, tens, tem, temos, tendes, têm.

Overzicht

Ter is een van de meest gebruikte Portugese werkwoorden. Je hebt het al op A1-niveau nodig om te zeggen wat je bezit, hoe oud je bent, wat je voelt en wat je moet doen. Het is onregelmatig: de stam en uitgangen volgen niet volledig het gewone patroon van werkwoorden op -er. Daarom kun je de vormen het beste als één vast rijtje leren.

Voor Nederlandstaligen lijkt ter in eerste instantie eenvoudig, omdat het vaak overeenkomt met hebben. Toch loopt die vergelijking niet altijd gelijk. Waar je in het Nederlands zegt ‘ik ben hongerig’, ‘zij heeft gelijk’ of ‘wij moeten gaan’, gebruikt het Portugees telkens ter: tenho fome, ela tem razão, temos de ir. Ook leeftijd wordt met ter uitgedrukt, niet met ‘zijn’.

Het onderwerp (wie iets heeft of ervaart) hoeft in het Portugees vaak niet genoemd te worden. De persoonsvorm maakt meestal al duidelijk om wie het gaat: Tenho sede betekent zonder eu gewoon ‘Ik heb dorst’. Een voornaamwoord wordt vooral toegevoegd voor nadruk of contrast.

Zo werkt het

De tegenwoordige tijd

De infinitief (de onvervoegde vorm) is ter. In de tegenwoordige tijd krijg je het volgende volledige rijtje:

Persoon Vorm van ter Nederlandse betekenis
eu tenho ik heb
tu tens jij hebt
ele / ela / você tem hij / zij heeft; u / jij hebt
nós temos wij hebben
vós tendes jullie hebben
eles / elas / vocês têm zij hebben; jullie hebben

Let vooral op drie dingen:

  1. Tenho heeft nh, uitgesproken als ongeveer de nj in ‘oranje’.
  2. Tem is enkelvoud en têm is meervoud. Het accentteken verandert hier niet de beklemtoning, maar houdt de vormen in de spelling uit elkaar.
  3. Tendes hoort bij vós. Die combinatie komt in hedendaagse omgangstaal veel minder vaak voor dan vocês têm, maar je kunt haar in teksten en in sommige regionale gebruiksvormen tegenkomen.

In Brazilië is você tem heel gebruikelijk voor één aangesproken persoon. In Portugal wordt tu tens veel gebruikt in informele relaties; afhankelijk van de situatie gebruikt men ook iemands naam, titel of een andere aanspreekvorm met tem. Voor meerdere personen is vocês têm in beide varianten veel bruikbaarder dan vós tendes.

Bezit en relaties

De meest letterlijke functie is bezit: iemand heeft iets. Hetzelfde patroon wordt gebruikt voor kenmerken, familiebanden en beschikbare zaken.

Patroon: onderwerp + ter + zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, dier, ding of begrip)

  • Tenho uma bicicleta. — Ik heb een fiets.
  • A Marta tem dois irmãos. — Marta heeft twee broers.
  • Temos pouco tempo. — We hebben weinig tijd.

Een Nederlands lidwoord past niet altijd één op één. Bij algemene, niet nader bepaalde begrippen staat in het Portugees vaak geen lidwoord: ter tempo (‘tijd hebben’), ter paciência (‘geduld hebben’) en ter dinheiro (‘geld hebben’). Gaat het om iets specifieks, dan kan er wel een lidwoord of aanwijzend woord staan: Tenho o dinheiro aqui (‘Ik heb het geld hier’).

Leeftijd

Voor leeftijd gebruikt het Portugees ter + aantal + anos (‘jaren’):

  • Tenho vinte e oito anos. — Ik ben achtentwintig jaar.
  • Quantos anos tens? — Hoe oud ben je?
  • A criança tem três anos. — Het kind is drie jaar oud.

Zeg dus niet letterlijk ‘ik ben 28’. Het Portugese beeld is dat iemand 28 jaren heeft. In het antwoord mag anos niet zomaar verdwijnen wanneer je een volledige neutrale zin maakt: Tenho vinte e oito anos is de veilige beginnersvorm.

Lichamelijke gevoelens en vaste uitdrukkingen

Veel toestanden die het Nederlands met zijn, hebben of een apart werkwoord uitdrukt, worden in het Portugees gevormd met ter + een zelfstandig naamwoord.

Portugese uitdrukking Letterlijk Gewone Nederlandse betekenis
ter fome honger hebben honger hebben
ter sede dorst hebben dorst hebben
ter sono slaap hebben slaperig zijn
ter frio kou hebben het koud hebben
ter calor warmte hebben het warm hebben
ter medo de angst hebben voor bang zijn voor
ter pressa haast hebben haast hebben
ter razão gelijk hebben gelijk hebben
ter sorte geluk hebben geluk hebben
ter certeza de zekerheid hebben van zeker weten / er zeker van zijn
ter vontade de zin hebben om zin hebben om

Deze combinaties leer je het best als vaste gehelen. Bij medo, certeza en vontade volgt vaak de wanneer er nog iets achter komt: Tenho medo de cães (‘Ik ben bang voor honden’) en Temos vontade de viajar (‘We hebben zin om te reizen’).

Verplichting: ter de en ter que

Met ter de + infinitief druk je uit dat iemand iets moet doen. De infinitief is het onvervoegde werkwoord, zoals ir (‘gaan’) of trabalhar (‘werken’).

  • Tenho de trabalhar amanhã. — Ik moet morgen werken.
  • Temos de ir agora. — We moeten nu gaan.

Ook ter que + infinitief is zeer gebruikelijk, vooral in Brazilië en in informele taal: Tenho que sair. Voor een beginner is ter de een goede neutrale keuze, zeker in Europees Portugees. Verwar deze constructie niet met bezit: het woord na de of que is hier een handeling die noodzakelijk is.

Ontkenningen en vragen

Voor een ontkenning zet je não vóór de vervoegde vorm:

  • Não tenho carro. — Ik heb geen auto.
  • Eles não têm tempo. — Zij hebben geen tijd.

Het Portugees gebruikt bij een gewone vraag geen omkering zoals het Nederlands. De woordvolgorde kan hetzelfde blijven; de intonatie of het vraagteken maakt er een vraag van:

  • Tens irmãos? — Heb je broers of zussen?
  • Você tem tempo? — Hebt u / Heb je tijd?

Dat verschil verdient extra aandacht: een Nederlandse gewoonte als ‘heb jij’ tegenover ‘jij hebt’ levert in het Portugees geen apart omgekeerd patroon op.

Voorbeelden in context

Portugees Nederlands Opmerking
Tenho fome. Ik heb honger. Vaste uitdrukking met ter.
Quantos anos tens? Hoe oud ben je? Informeel enkelvoud met tu.
A minha avó tem oitenta anos. Mijn oma is tachtig jaar. Leeftijd gebruikt ter.
Temos de ir. We moeten gaan. Verplichting met ter de.
Eles têm razão. Zij hebben gelijk. Let op het accent in het meervoud têm.
Não tenho dinheiro comigo. Ik heb geen geld bij me. Não staat vóór tenho.
Você tem alguma pergunta? Hebt u / Heb je een vraag? Você krijgt de vorm tem.
A Joana tem dois filhos. Joana heeft twee kinderen. Familieband of relatie.
Temos muito trabalho hoje. We hebben vandaag veel werk. Trabalho is hier een zelfstandig naamwoord.
Tens medo de voar? Ben je bang om te vliegen? Ter medo de + infinitief.
Tenho vontade de aprender português. Ik heb zin om Portugees te leren. Ter vontade de + infinitief.
As crianças têm sono. De kinderen zijn slaperig. Nederlands gebruikt hier vaak zijn.
Ela não tem certeza da resposta. Zij weet het antwoord niet zeker. Ter certeza de; de + a wordt da.
Vocês têm tempo amanhã? Hebben jullie morgen tijd? Meervoud met têm.
Hoje tenho de acordar cedo. Vandaag moet ik vroeg opstaan. Het onderwerp eu is weggelaten.

Veelgemaakte fouten

1. Leeftijd met ser uitdrukken

  • Niet: Sou trinta anos.
  • Wel: Tenho trinta anos.
  • Waarom: in het Portugees ‘heeft’ iemand een aantal jaren. De Nederlandse constructie met zijn kun je niet letterlijk overnemen.

2. Tem en têm verwisselen

  • Niet: Eles tem razão.
  • Wel: Eles têm razão.
  • Waarom: tem hoort bij één persoon of zaak; têm bij meerdere. Het accent is in geschreven Portugees verplicht.

3. De verkeerde vorm na você gebruiken

  • Niet: Você tens tempo?
  • Wel: Você tem tempo?
  • Waarom: você verwijst naar de aangesproken persoon, maar grammaticaal hoort er een derde-persoonsvorm bij: tem. Bij tu hoort tens.

4. Een Nederlands bijvoeglijk naamwoord letterlijk overzetten

  • Niet: Estou fome.
  • Wel: Tenho fome.
  • Waarom: voor honger, dorst, slaap, kou en vergelijkbare ervaringen gebruikt het Portugees vaste combinaties met ter. Leer dus ter fome als geheel.

5. De vergeten bij een verplichting

  • Niet: Tenho ir agora.
  • Wel: Tenho de ir agora.
  • Ook mogelijk: Tenho que ir agora.
  • Waarom: tussen ter en de infinitief is de of que nodig wanneer je ‘moeten’ bedoelt.

6. Nederlandse vraagomkering proberen na te bootsen

  • Niet: een kunstmatige aparte vorm maken naar het model ‘heb jij?’
  • Wel: Tu tens tempo? of eenvoudig Tens tempo?
  • Waarom: de Portugese persoonsvorm wisselt in een gewone ja-neevraag niet van plaats met het onderwerp zoals in het Nederlands.

Gebruiksnotities

Tu, você en weggelaten onderwerpen

Welke aanspreekvorm natuurlijk klinkt, verschilt per land, streek en sociale situatie. Belangrijk voor de grammatica is de koppeling: tu tens, maar você tem. In Portugal hoor je vaak tens? zonder tu. In Brazilië is você tem? in veel regio's alledaags, terwijl andere regio's ook tu gebruiken; de bijbehorende werkwoordsvorm kan in informele regionale spreektaal variëren. Als leerder blijf je in verzorgde taal het veiligst bij de standaardcombinaties uit de tabel.

Ter tegenover possuir

Possuir betekent eveneens ‘bezitten’, maar klinkt vaak formeler of legt nadruk op juridisch of daadwerkelijk eigendom. In een gewoon gesprek is ter meestal natuurlijker: Tenho um apartamento is neutraler dan Possuo um apartamento. Voor gevoelens, leeftijd en verplichting kun je ter niet zomaar door possuir vervangen.

Ter is niet standaard hetzelfde als ‘er is’

In informeel Braziliaans Portugees hoor je vaak tem met de betekenis ‘er is’ of ‘er zijn’: Tem um café aqui perto. In verzorgde schrijftaal en doorgaans in Europees Portugees gebruikt men daarvoor : Há um café aqui perto. Voor beginners is het nuttig om de functies gescheiden te houden: ter voor ‘hebben’ en voor ‘er is / er zijn’.

Verder dan de basis

De volgende toepassingen hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak tegenkomen.

Hulpwerkwoord in samengestelde tijden

Ter kan als hulpwerkwoord dienen: het ondersteunt dan een voltooid deelwoord (een werkwoordsvorm zoals Nederlands ‘gedaan’ of ‘geleerd’). Bijvoorbeeld:

  • Tenho estudado muito ultimamente. — Ik heb de laatste tijd veel gestudeerd / Ik ben de laatste tijd veel aan het studeren.
  • Eles tinham saído cedo. — Zij waren vroeg vertrokken.

Bij ter + voltooid deelwoord blijft het deelwoord normaal onveranderd: Ela tem comprado livros en Elas têm comprado livros. Het wordt dus niet aangepast aan vrouwelijk of meervoud.

Pas op voor een misleidende overeenkomst met het Nederlandse hebben. De Portugese tegenwoordige voltooide tijd, zoals tenho estudado, duidt meestal op een handeling die zich tot nu toe herhaald heeft of voortduurt. Voor één afgeronde gebeurtenis gebruikt het Portugees vaak een eenvoudige verleden tijd: Estudei ontem (‘Ik heb gisteren gestudeerd’). De tijden lopen dus niet automatisch gelijk.

Ter que ver com

De vaste combinatie ter que ver com betekent ‘te maken hebben met’:

  • Isso não tem nada que ver comigo. — Dat heeft niets met mij te maken.
  • O problema tem que ver com o preço. — Het probleem heeft met de prijs te maken.

Dit is geen verplichting, ook al staat er ter que. De volledige woordgroep en de context bepalen de betekenis.

Andere tijden behouden de onregelmatigheid

Later leer je vormen als tive (‘ik had / heb gehad’ in een afgeronde verleden tijd), tinha (‘ik had’ als achtergrond of gewoonte) en terei (‘ik zal hebben’). Probeer die niet nu al uit de tegenwoordige tijd af te leiden. Onthoud voorlopig vooral het A1-rijtje en herken dat ter ook buiten het heden onregelmatige vormen heeft.

Oefentips

  1. Leer vormen in korte combinaties. Zeg niet alleen tenho, tens, tem, maar oefen tenho fome, tens tempo?, tem razão, temos de ir en têm sorte. Zo koppel je de vorm meteen aan echt gebruik.
  2. Maak twee persoonlijke lijstjes. Schrijf vijf ware zinnen over bezit of relaties en vijf over gevoelens of verplichtingen: Tenho dois irmãos, Tenho sono, Tenho de trabalhar. Maak daarna elke zin ontkennend met não.
  3. Train het verschil tussen enkelvoud en meervoud. Zet zinnen met ele tem om naar eles têm en lees beide hardop. Markeer het accent in têm telkens wanneer je schrijft.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Onderwerpsvoornaamwoorden in het PortugeesA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen O Verbo Ter in Portugees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Portugees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen