A1

Aanwijzende voornaamwoorden in het Hebreeuws

כינויי רמיזה

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Hebreeuws op Settemila Lingue.

In het kort

In het Hebreeuws kies je een aanwijzend woord op basis van geslacht en getal: זה voor mannelijk enkelvoud, זאת/זו voor vrouwelijk enkelvoud en אלה/אלו voor meervoud. Als het woord bij een zelfstandig naamwoord staat, komt het meestal erna: הספר הזה betekent ‘dit boek’. Voor iets verder weg gebruik je onder andere ההוא en ההיא.

Overzicht

Aanwijzende woorden gebruik je om iets of iemand aan te wijzen, te herkennen of tegenover iets anders te zetten: ‘dit’, ‘deze’, ‘dat’, ‘die’ en ‘deze mensen’. In het Hebreeuws heten ze כינויי רמיזה. Je komt ze al op A1-niveau voortdurend tegen: bij een kennismaking, in een winkel, wanneer je naar een voorwerp vraagt en wanneer je uitlegt over welke persoon je het hebt.

Het belangrijkste verschil met het Nederlands is de keuze van de vorm. In het Nederlands hangt dit/deze of dat/die vooral samen met een het-woord of een de-woord. Het Hebreeuws kent die indeling niet. Elk zelfstandig naamwoord (een woord voor een persoon, ding, plaats of idee) is grammaticaal mannelijk of vrouwelijk. Het aanwijzende woord past zich daaraan aan. ספר ‘boek’ is bijvoorbeeld mannelijk, maar בעיה ‘probleem’ is vrouwelijk.

Daarnaast is de woordvolgorde anders. Het Nederlands zet het aanwijzende woord vóór het zelfstandig naamwoord: ‘deze tafel’. In gewoon modern Hebreeuws staat het erachter, terwijl het zelfstandig naamwoord bepaald wordt gemaakt met ה־: השולחן הזה. Letterlijk is de opbouw ongeveer ‘de tafel deze’, maar de natuurlijke Nederlandse vertaling is gewoon ‘deze tafel’.

Hoe het werkt

De basisvormen voor ‘dit’ en ‘deze’

De volgende vormen wijzen meestal naar iets dat dichtbij is, net genoemd is of centraal staat in het gesprek.

Geslacht en getal Zelfstandig gebruikt Uitspraak bij benadering Nederlandse betekenis
mannelijk enkelvoud זה ze dit, deze; deze hier
vrouwelijk enkelvoud זאת of זו zot / zo dit, deze; deze hier
meervoud, beide geslachten אלה of אלו éle / éloe deze; dezen

זאת en זו hebben dezelfde grammaticale functie. זאת hoor je zeer vaak in gesprekken; זו is eveneens correct en komt relatief veel in verzorgde en geschreven taal voor. Ook אלה en אלו betekenen allebei ‘deze’. Voor een beginner is אלה de veiligste neutrale keuze.

Zelfstandig gebruikt betekent dat het aanwijzende woord niet samen met een volgend zelfstandig naamwoord één woordgroep vormt. Het kan bijvoorbeeld zelf het onderwerp zijn (wie of wat centraal staat in de zin):

  • זה הספר שלי. — Dit is mijn boek.
  • זאת הבעיה. — Dit is het probleem.
  • אלה החברים שלי. — Dit zijn mijn vrienden.

In zulke zinnen staat in de tegenwoordige tijd geen apart werkwoord voor Nederlands ‘is’ of ‘zijn’. זה הספר שלי bestaat dus letterlijk uit ‘dit — mijn boek’, maar vormt een volledige zin.

Bij een zelfstandig naamwoord

Wil je niet ‘dit is een boek’ maar ‘dit boek’ zeggen, dan staat het aanwijzende woord na het zelfstandig naamwoord. Beide delen zijn bepaald: het gaat om één herkenbaar boek, één herkenbare tafel enzovoort.

Opbouw Hebreeuws Nederlands
ה־ + mannelijk zelfstandig naamwoord + הזה הספר הזה dit boek
ה־ + vrouwelijk zelfstandig naamwoord + הזאת / הזו הבעיה הזאת / הבעיה הזו dit probleem
ה־ + meervoud + האלה / האלו הספרים האלה deze boeken

Het voorvoegsel ה־ betekent ongeveer ‘de/het’. Bij het aanwijzende woord verschijnt eveneens een begin-ה: זה wordt הזה, זאת wordt הזאת en אלה wordt האלה. Dit heet overeenstemming in bepaaldheid: beide delen laten zien dat het om een bepaalde zaak gaat.

Vergelijk daarom zorgvuldig:

  • זה ספר. — Dit is een boek.
  • הספר הזה — dit boek
  • זה הספר שלי. — Dit is mijn boek.
  • הספר הזה שלי. — Dit boek is van mij.

De eerste en derde regel zijn volledige identificerende zinnen. De tweede regel is alleen een woordgroep. Dat verschil is belangrijker dan een woord-voor-woordvertaling.

‘Dat’ en ‘die’ op afstand

Voor iemand of iets dat verder weg is, of dat je nadrukkelijk tegenover ‘deze’ zet, gebruikt het Hebreeuws de volgende vormen:

Geslacht en getal Vorm Uitspraak bij benadering Nederlandse betekenis
mannelijk enkelvoud ההוא ha-hoé dat, die daar
vrouwelijk enkelvoud ההיא ha-hi dat, die daar
mannelijk meervoud ההם ha-hem die daar
vrouwelijk meervoud ההן ha-hen die daar

Ook deze woorden volgen het zelfstandig naamwoord: הבית ההוא ‘dat huis’, האישה ההיא ‘die vrouw’ en המכוניות ההן ‘die auto’s’. Anders dan bij אלה maakt het verre meervoud dus wel onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk.

Overeenstemming stap voor stap

Wie een vorm moet kiezen, kan deze drie stappen volgen:

  1. Zoek het zelfstandig naamwoord: bijvoorbeeld דלת ‘deur’.
  2. Bepaal geslacht en getal: דלת is vrouwelijk enkelvoud.
  3. Kies afstand en bouw de woordgroep: הדלת הזאת ‘deze deur’ of הדלת ההיא ‘die deur’.

Ga niet uit van het Nederlandse lidwoord. ‘Huis’ is een het-woord, maar Hebreeuws בית is mannelijk: הבית הזה, niet הבית הזאת. De Hebreeuwse woordvorm bepaalt de keuze.

Voorbeelden in context

Hebreeuws Nederlands Toelichting
זה הספר שלי. Dit is mijn boek. זה identificeert iets.
זאת הבעיה. Dit is het probleem. בעיה is vrouwelijk.
מה זה? Wat is dit? Zeer gewone vaste vraag.
מי אלה? Wie zijn dit? Vraag naar meerdere personen.
אלה החברים שלי. Dit zijn mijn vrienden. אלה geldt voor elk meervoud.
זה דני וזאת מאיה. Dit is Dani en dit is Maya. Een natuurlijke manier om mensen voor te stellen.
הטלפון הזה חדש. Deze telefoon is nieuw. Mannelijk enkelvoud, dichtbij of actueel.
הכוס הזאת נקייה. Dit glas is schoon. כוס is vrouwelijk, ondanks Nederlands ‘het glas’.
אני רוצה את החולצה הזאת. Ik wil deze blouse. Het aanwijzende woord volgt החולצה.
הילדים האלה גרים כאן. Deze kinderen wonen hier. Nabij meervoud zonder geslachtsonderscheid.
הבית ההוא רחוק. Dat huis is ver weg. ההוא maakt afstand expliciet.
האישה ההיא גרה כאן. Die vrouw woont hier. Vrouwelijk enkelvoud op afstand.
הספרים ההם יקרים. Die boeken zijn duur. Mannelijk meervoud op afstand.
המכוניות ההן ישנות. Die auto’s zijn oud. Vrouwelijk meervoud op afstand.
זה לא נכון. Dat klopt niet. זה verwijst naar een hele uitspraak of situatie.

Veelgemaakte fouten

1. De Nederlandse woordvolgorde overnemen

  • Onjuist: הזה הספר
  • Juist: הספר הזה
  • Waarom: in de gewone Hebreeuwse woordgroep komt het aanwijzende woord na het zelfstandig naamwoord. Denk niet ‘deze + boek’, maar aan het vaste blok הספר הזה.

2. De bepaaldheid maar één keer aangeven

  • Onjuist: ספר הזה
  • Juist: הספר הזה
  • Waarom: in deze basisconstructie zijn zowel het zelfstandig naamwoord als het aanwijzende woord bepaald. De vorm ספר זה bestaat wel in formele of compacte schrijftaal, maar is niet het patroon waarmee een beginner alledaagse zinnen moet bouwen.

3. Het geslacht uit het Nederlands afleiden

  • Onjuist: הבית הזאת
  • Juist: הבית הזה
  • Waarom: Nederlands ‘het huis’ vertelt niets over het Hebreeuwse geslacht. בית is mannelijk en krijgt daarom הזה.

4. Altijd זה gebruiken

  • Onjuist in de neutrale standaardtaal: זה הבעיה
  • Juist: זאת הבעיה of זו הבעיה
  • Waarom: als je een concreet vrouwelijk zelfstandig naamwoord identificeert, laat je de vorm bij voorkeur overeenstemmen. In informele gesprekken hoor je soms algemeen זה, maar leer eerst het regelmatige onderscheid.

5. ה weglaten bij ‘die daar’

  • Onjuist voor ‘dat boek’: הספר הוא
  • Juist: הספר ההוא
  • Waarom: הוא betekent op zichzelf ‘hij’ en kan ook een andere zinsfunctie hebben. Het aanwijzende woord ‘dat/die daar’ is ההוא, met ה.

6. Een mannelijk meervoud gebruiken voor alle verre meervouden

  • Onjuist: המכוניות ההם
  • Juist: המכוניות ההן
  • Waarom: nabij אלה heeft één vorm voor beide geslachten, maar op afstand zijn ההם mannelijk en ההן vrouwelijk.

Gebruik en nuance

זה is veel breder inzetbaar dan Nederlands ‘dit’. Het kan naar een voorwerp wijzen, maar ook naar een idee, gebeurtenis of hele voorafgaande zin: זה מעניין ‘dat/dit is interessant’ en זה לא נכון ‘dat klopt niet’. Daardoor vertaalt Nederlands זה afhankelijk van de context met ‘dit’, ‘dat’ of soms ‘het’.

In vragen als מה זה? ‘wat is dit/dat?’ en מי זה? ‘wie is dit/dat?’ functioneert זה vaak als een algemene identificatievorm. Ook bij het voorstellen van mensen is זה דני heel gewoon. Dat klinkt in het Hebreeuws niet onbeleefd of alsof een persoon een ding is.

Nederlands kiest geregeld tussen dit en dat zonder dat echte fysieke afstand belangrijk is. Hebreeuws gebruikt in gesprekken vaak gewoon זה voor wat op dat moment centraal staat. Gebruik ההוא/ההיא vooral wanneer ‘daar’, afstand of contrast werkelijk meespeelt: הספר הזה, לא הספר ההוא — ‘dit boek, niet dat boek’.

Verder dan de basis

De volgende punten hoef je op A1-niveau nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later vaak herkennen.

Voorzetsels met זה en זאת

Een voorzetsel (een klein woord dat een relatie aangeeft, zoals ‘in’, ‘met’ of ‘door’) kan direct voor het aanwijzende woord komen. Enkele zeer gewone combinaties zijn:

  • בזה — hierin, daarmee
  • לזה — hiervoor, daarvoor; naar dit
  • מזה — hiervan, daarvan
  • עם זה — hiermee, daarnaast
  • בגלל זה — hierdoor, daarom

De vaste combinatie עם זאת betekent in verzorgde schrijftaal vaak ‘toch’ of ‘desondanks’. De vrouwelijke vorm verwijst daar niet naar een vrouwelijk zelfstandig naamwoord; de hele combinatie is een gevestigde uitdrukking.

Informeel algemeen זה

In spontane spreektaal wordt זה soms gebruikt als een algemeen aankondigend ‘dit/dat’, ook wanneer er later een vrouwelijk of meervoudig begrip volgt. Dat verklaart waarom je vormen kunt horen die niet netjes overeenstemmen. Voor eigen taalgebruik blijft overeenstemming de helderste en veiligste keuze: זאת שאלה טובה ‘dit is een goede vraag’ en אלה שאלות טובות ‘dit zijn goede vragen’.

Compacte schrijftaal

In opschriften, officiële teksten en enigszins formele stijl kan een constructie zonder ה־ op het zelfstandig naamwoord voorkomen, zoals ספר זה ‘dit boek’ of בשנה זו ‘in dit jaar’. Dat patroon is correct, maar klinkt compacter en schrijftaliger dan הספר הזה en בשנה הזאת. Houd in dagelijkse gesprekken daarom het gewone patroon met dubbele bepaaldheid aan.

Verwante vormen met ‘zo’n’

Vormen als כזה, כזאת en כאלה betekenen ‘zo’, ‘zo’n’ of ‘zulke’: ספר כזה ‘zo’n boek’, בעיה כזאת ‘zo’n probleem’. Ze lijken zichtbaar op de aanwijzende woorden, maar drukken eerder een soort of gelijkenis uit dan alleen nabijheid. Behandel ze dus niet automatisch als een vervanging voor הזה/הזאת/האלה.

Oefentips

  1. Leer zelfstandige naamwoorden meteen met hun geslacht. Noteer niet alleen כוס ‘glas’, maar כוס — vrouwelijk. Maak daarna twee woordgroepen: הכוס הזאת en הכוס ההיא.
  2. Oefen steeds het verschil tussen zin en woordgroep. Zeg bij elk voorwerp zowel זה ספר ‘dit is een boek’ als הספר הזה ‘dit boek’. Zo wordt de omgekeerde woordvolgorde vanzelf vertrouwd.
  3. Maak contrastparen in je omgeving. Wijs naar twee voorwerpen en zeg bijvoorbeeld הכיסא הזה, הכיסא ההוא ‘deze stoel, die stoel’. Voeg later vrouwelijke en meervoudige woorden toe.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Geslacht van zelfstandige naamwoorden in het HebreeuwsA1

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen כינויי רמיזה in Hebreeuws met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Hebreeuws · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen