Modale werkwoorden: können, müssen in het Duits
Modalverben: können, müssen
Overzicht
Modale werkwoorden drukken uit hoe de spreker een handeling beoordeelt: kan iets? moet iets? mag iets? Können (kunnen) en müssen (moeten) zijn twee van de zes modale werkwoorden en behoren tot de meest gebruikte.
Modale werkwoorden hebben twee bijzondere eigenschappen: hun vervoeging wijkt af (ich- en er/sie/es-vormen zijn gelijk en hebben geen uitgang), en ze gebruiken een tweede werkwoord in de infinitief dat naar het einde van de zin gaat.
Hoe het werkt
können (kunnen)
| Persoon | Vorm |
|---|---|
| ich | kann |
| du | kannst |
| er/sie/es | kann |
| wir | können |
| ihr | könnt |
| sie/Sie | können |
müssen (moeten)
| Persoon | Vorm |
|---|---|
| ich | muss |
| du | musst |
| er/sie/es | muss |
| wir | müssen |
| ihr | müsst |
| sie/Sie | müssen |
Zinsstructuur: Onderwerp + Modaal werkwoord (pos. 2) + ... + Infinitief (einde)
Ich kann Deutsch sprechen. — Ik kan Duits spreken.
Ontkenning:
- Ich kann das nicht machen. — Ik kan dat niet doen.
- Du musst das nicht tun. — Jij hoeft dat niet te doen.
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Ich kann schwimmen. | Ik kan zwimmen. | vaardigheid |
| Kannst du mir helfen? | Kun jij mij helpen? | verzoek |
| Er kann gut kochen. | Hij kan goed koken. | bijwoord voor infinitief |
| Sie kann kein Deutsch. | Zij kan geen Duits. | zonder infinitief (kennis) |
| Wir müssen jetzt gehen. | Wij moeten nu gaan. | noodzaak |
| Du musst das lernen. | Jij moet dat leren. | verplichting |
| Müssen Sie früh aufstehen? | Moet u vroeg opstaan? | formele vraag |
| Ich kann das nicht verstehen. | Ik kan dat niet begrijpen. | ontkenning |
| Er muss morgen arbeiten. | Hij moet morgen werken. | toekomstige verplichting |
| Könnt ihr das machen? | Kunnen jullie dat doen? | informeel meervoud |
Veelgemaakte fouten
Infinitief vergeten of verkeerd plaatsen
- Fout: Ich kann Deutsch spreche.
- Correct: Ich kann Deutsch sprechen.
- Waarom: Het tweede werkwoord staat altijd in de infinitief, aan het einde van de zin.
Uitgang toevoegen aan modaal werkwoord bij ich
- Fout: ich kunne
- Correct: ich kann
- Waarom: Modale werkwoorden hebben geen uitgang bij ich en er/sie/es.
Müssen niet als ontkenning van hoeven interpreteren
- Noot: Du musst das nicht tun. = 'Jij hoeft dat niet te doen' (geen verplichting)
- Waarom: Nicht müssen = niet hoeven. Voor een verbod gebruik je nicht dürfen.
Oefentips
- Leer de ich- en er/sie/es-vormen als paar: ze zijn gelijk (kann/kann, muss/muss).
- Maak lijsten van dingen die je kunt, moet doen en niet kunt.
- Maak zinnen met een tijdsbepaling ertussen en let erop dat de infinitief toch aan het einde blijft.
Verwante concepten
- Volgende stappen: Modale werkwoorden: wollen, mögen — willen en graag willen
- Volgende stappen: Modale werkwoorden: dürfen, sollen — mogen en moeten (opdracht)
- Volgende stappen: Infinitief met zu — infinitief constructies zonder modaal werkwoord
Vereiste kennis
Regelmatige werkwoorden (tegenwoordige tijd) in het DuitsA1Concepten die hierop voortbouwen
Meer A1-concepten
Wil je Modale werkwoorden: können, müssen in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.
Gratis beginnen