Dürfen en sollen in het Duits
Modalverben: dürfen, sollen
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Duits op Settemila Lingue.
In het kort
Met dürfen zeg je dat iets wel of niet is toegestaan: Darf ich hier sitzen? betekent “Mag ik hier zitten?” Met sollen geef je advies, een opdracht of een verwachting van iemand anders weer: Du sollst mehr schlafen betekent “Je moet meer slapen” of “Je zou meer moeten slapen.” Staat er nog een werkwoord in de zin, dan wordt dürfen of sollen vervoegd en staat de infinitief achteraan: Wir dürfen heute länger bleiben.
Overzicht
Dürfen en sollen zijn modale werkwoorden: werkwoorden die aangeven hoe de spreker een handeling ziet, bijvoorbeeld als toegestaan, gewenst of verplicht. De eigenlijke handeling staat vaak in een tweede werkwoord. In Ich darf gehen noemt gehen de handeling, terwijl darf zegt dat daarvoor toestemming bestaat. In Ich soll gehen verwacht of verlangt iemand dat ik vertrek.
Deze twee werkwoorden horen bij de basisstof van A1. Je hebt ze nodig bij een receptie, op het werk, bij de dokter, in het verkeer en overal waar regels gelden. Je leert er ook al vroeg nuttige vragen mee maken, zoals Darf ich …? en Was soll ich …?
Voor Nederlandstaligen lijkt dürfen sterk op mogen. Sollen vraagt meer aandacht: het Duitse woord lijkt op Nederlands zullen, maar is meestal geen gewone toekomende tijd. Afhankelijk van de situatie vertaal je het met moeten, horen te, zouden moeten of in een vraag soms met zullen: Soll ich anfangen? = “Zal ik beginnen?”
Zo werkt het
De basis: één vervoegde vorm en een infinitief
De infinitief is de hele, niet-vervoegde vorm van een werkwoord, zoals warten, kommen of unterschreiben. In een gewone hoofdzin wordt alleen het modale werkwoord vervoegd. De infinitief staat aan het einde.
| Zinstype | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|
| mededeling | onderwerp + modaal werkwoord + overige delen + infinitief | Ich darf heute früher gehen. |
| vraag met vraagwoord | vraagwoord + modaal werkwoord + onderwerp + overige delen + infinitief | Wo soll ich warten? |
| ja-neevraag | modaal werkwoord + onderwerp + overige delen + infinitief | Dürfen wir hier parken? |
Het onderwerp is wie of wat iets doet of in een bepaalde toestand verkeert. In Wir dürfen hier warten is wir het onderwerp. Net als in het Nederlands vormt het vervoegde modale werkwoord met de infinitief als het ware een raam om de rest van de zin. In langere Duitse zinnen moet je daarom soms lang op het laatste werkwoord wachten: Wir dürfen wegen der Bauarbeiten heute nicht vor dem Gebäude parken.
Soms wordt de infinitief weggelaten omdat iedereen begrijpt welke handeling bedoeld is:
- Darf ich rein? — Mag ik naar binnen?
- Ich soll zum Arzt. — Ik moet naar de dokter; dat is mij aangeraden of opgedragen.
Dat is heel gewoon, vooral bij een richting of bestemming. Begin als leerder gerust met volledige zinnen; zo oefen je het patroon het duidelijkst.
De tegenwoordige tijd van dürfen
Dürfen betekent dat iemand toestemming heeft of dat een regel iets toestaat. Let op de klinkerwisseling: in het enkelvoud worden ich darf, du darfst en er/sie/es darf zonder umlaut gevormd.
| Persoon | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ich | darf | Ich darf bleiben. |
| du | darfst | Du darfst anfangen. |
| er/sie/es | darf | Sie darf mitkommen. |
| wir | dürfen | Wir dürfen wählen. |
| ihr | dürft | Ihr dürft draußen spielen. |
| sie/Sie | dürfen | Sie dürfen eintreten. |
Sie met een hoofdletter is het beleefde “u”; sie kan “zij” betekenen. Het werkwoord heeft in beide gevallen dezelfde vorm. Uit de context en de hoofdletter blijkt de bedoeling.
Toestemming en verbod
Met een bevestigende vorm geef of vraag je toestemming:
- Darf ich das Fenster öffnen? — Mag ik het raam openen?
- Du darfst meinen Laptop benutzen. — Je mag mijn laptop gebruiken.
Met nicht dürfen maak je een verbod:
- Hier darf man nicht rauchen. — Hier mag je niet roken.
Verwar dat niet met nicht müssen. Het verschil is precies hetzelfde als tussen Nederlands “niet mogen” en “niet hoeven”:
| Duits | Nederlands | Betekenis |
|---|---|---|
| Du darfst nicht gehen. | Je mag niet weggaan. | Weggaan is niet toegestaan. |
| Du musst nicht gehen. | Je hoeft niet weg te gaan. | Weggaan is niet noodzakelijk. |
De tegenwoordige tijd van sollen
Sollen geeft aan wat volgens iemand, een afspraak of een norm gewenst is. Bij ich en er/sie/es staat geen uitgang.
| Persoon | Vorm | Voorbeeld |
|---|---|---|
| ich | soll | Ich soll anrufen. |
| du | sollst | Du sollst warten. |
| er/sie/es | soll | Er soll pünktlich kommen. |
| wir | sollen | Wir sollen leise sein. |
| ihr | sollt | Ihr sollt zuhören. |
| sie/Sie | sollen | Sie sollen das Formular ausfüllen. |
De Nederlandse vertaling hangt af van de bron en de kracht van de boodschap:
| Functie | Duits | Natuurlijke vertaling |
|---|---|---|
| advies | Du sollst mehr schlafen. | Je moet / zou meer moeten slapen. |
| opdracht via een ander | Ich soll dich zurückrufen. | Ik moet je terugbellen; dat is mij gevraagd. |
| afspraak of verwachting | Wir sollen um neun da sein. | We horen er om negen uur te zijn. |
| norm | Man soll anderen helfen. | Je hoort anderen te helpen. |
| vraag naar de bedoeling | Was soll ich tun? | Wat moet ik doen? |
| aanbod | Soll ich Kaffee machen? | Zal ik koffiezetten? |
Sollen tegenover müssen
Zowel sollen als müssen kan in het Nederlands “moeten” worden. Met müssen presenteer je iets doorgaans als noodzakelijk. Met sollen ligt de bron vaker buiten het onderwerp: iemand heeft het gezegd, een voorschrift verlangt het of het geldt als verstandig.
- Ich muss heute arbeiten. — Ik moet vandaag werken; het is noodzakelijk.
- Ich soll heute arbeiten. — Ik moet vandaag werken; iemand heeft dat zo ingepland of opgedragen.
- Du musst sofort zum Arzt. — Je moet onmiddellijk naar de dokter; het is echt nodig.
- Du sollst zum Arzt gehen. — Je moet naar de dokter; iemand raadt of draagt dat aan.
Het verschil is niet altijd absoluut. Toon, situatie en woordkeuze bepalen hoe streng een zin klinkt. Du sollst jetzt kommen! kan een hard bevel zijn, terwijl Du sollst mehr Pausen machen zorgzaam advies kan geven.
Ontkenning op de juiste plaats
Bij een eenvoudig verbod staat nicht meestal vóór de infinitief of vóór het zinsdeel waarop de ontkenning slaat:
- Ihr dürft hier nicht fotografieren. — Jullie mogen hier niet fotograferen.
- Du sollst das nicht anfassen. — Je moet dat niet aanraken.
- Wir sollen nicht vor acht Uhr kommen. — We moeten niet vóór acht uur komen.
De plaats van nicht kan de nadruk veranderen. In Du sollst nicht heute kommen, sondern morgen wordt “vandaag” tegengesproken: je moet niet vandaag komen, maar morgen.
Voorbeelden in context
| Duits | Nederlands | Opmerking |
|---|---|---|
| Darf ich hier rauchen? | Mag ik hier roken? | Een directe vraag om toestemming. |
| Hier darf man nicht parken. | Hier mag je niet parkeren. | Een algemene regel met man. |
| Du darfst heute länger aufbleiben. | Je mag vandaag langer opblijven. | Toestemming geven. |
| Dürfen wir den Hund mitnehmen? | Mogen we de hond meenemen? | Ja-neevraag; mitnehmen staat achteraan. |
| Im Lesesaal dürft ihr nicht telefonieren. | In de leeszaal mogen jullie niet telefoneren. | Verbod voor meerdere aangesproken personen. |
| Sie dürfen im Wartezimmer Platz nehmen. | U mag in de wachtkamer plaatsnemen. | Beleefde aanspreekvorm. |
| Du sollst mehr schlafen. | Je moet meer slapen. | Advies of aansporing. |
| Ich soll Frau Berger zurückrufen. | Ik moet mevrouw Berger terugbellen. | Een doorgegeven verzoek. |
| Was soll ich auf das Formular schreiben? | Wat moet ik op het formulier schrijven? | Vraag naar een instructie. |
| Soll ich dir die Tür aufhalten? | Zal ik de deur voor je openhouden? | Aanbod met sollen. |
| Die Kinder sollen um acht Uhr im Bett sein. | De kinderen horen om acht uur in bed te liggen. | Regel of verwachting. |
| Der Arzt sagt, ich soll mehr Wasser trinken. | De dokter zegt dat ik meer water moet drinken. | De bron van het advies wordt genoemd. |
| Ihr sollt das nicht weitererzählen. | Jullie moeten dat niet doorvertellen. | Opdracht om iets niet te doen. |
| Wir sollen am Hintereingang warten. | We moeten bij de achteringang wachten. | Afspraak of instructie. |
Veelgemaakte fouten
Nicht müssen gebruiken voor een verbod
- Niet goed: Hier muss man nicht parken als je bedoelt dat parkeren verboden is.
- Wel goed: Hier darf man nicht parken.
- Waarom: Nicht müssen betekent “niet hoeven”. Een verbod druk je uit met nicht dürfen.
De umlaut in alle vormen van dürfen behouden
- Niet goed: Ich dürfe heute länger bleiben. in een gewone mededeling in de tegenwoordige tijd.
- Wel goed: Ich darf heute länger bleiben.
- Waarom: De A1-vormen in het enkelvoud zijn darf, darfst, darf. Dürfe bestaat, maar hoort bij een gevorderde werkwoordsvorm en betekent hier niet hetzelfde.
De infinitief te vroeg plaatsen
- Niet goed: Wir dürfen fotografieren im Museum.
- Wel goed: Wir dürfen im Museum fotografieren.
- Waarom: In een neutrale hoofdzin staat de infinitief aan het einde. De Nederlandse woordvolgorde kan in sommige zinnen soepeler aanvoelen, maar houd in het Duits het werkwoordelijke raam vast.
Sollen automatisch met zullen gelijkstellen
- Niet goed: Ich soll morgen kommen alleen begrijpen als “Ik zal morgen komen.”
- Wel goed: “Ik moet/hoor morgen te komen” of “Mij is gezegd dat ik morgen moet komen.”
- Waarom: De woorden lijken op elkaar, maar Duits sollen drukt in de basis geen gewone toekomst uit. In Soll ich kommen? kan Nederlands “Zal ik komen?” wél een natuurlijke vertaling zijn, omdat het om een aanbod of gewenste handeling gaat.
Altijd müssen kiezen voor Nederlands moeten
- Niet goed: Zonder nadenken müssen gebruiken wanneer een arts, docent of collega iets heeft aangeraden of opgedragen.
- Wel goed: Der Arzt sagt, ich soll mich ausruhen.
- Waarom: Sollen maakt zichtbaar dat de raad of opdracht van een andere bron komt. Müssen legt de nadruk op noodzaak.
Gebruiksnotities
Darf ich …? is een vaste, beleefde opening. Darf ich kurz stören? en Darf ich Ihnen eine Frage stellen? klinken normaal in contact met onbekenden of op het werk. Met vrienden kan dezelfde vorm ook gewoon neutraal zijn; dürfen is niet uitsluitend formeel.
Voor algemene voorschriften gebruikt het Duits vaak man, vergelijkbaar met Nederlands “je” of formeler “men”: Man darf hier nicht baden. Op borden kan de boodschap korter staan, maar in volledige zinnen is man darf nicht een zeer bruikbaar patroon.
Met Soll ich …? vraag je wat de ander wil en kun je tegelijk iets aanbieden: Soll ich das Fenster schließen? Het Nederlandse “Moet ik het raam sluiten?” kan ongeduldig klinken, terwijl “Zal ik het raam sluiten?” vaak beter bij het vriendelijke Duitse aanbod past.
Sollen is niet vanzelf zacht. Een ouder die zegt Du sollst sofort dein Zimmer aufräumen! geeft een bevel. Wil je duidelijk zachter adviseren, dan hoor je vaak solltest: Du solltest früher schlafen gehen. Die vorm komt verderop aan bod.
Verder dan de basis
De kern voor A1 blijft: dürfen gaat over toestemming, sollen over advies, opdracht of verwachting, en een tweede werkwoord staat als infinitief achteraan. De volgende toepassingen hoef je nog niet actief te beheersen, maar je zult ze later tegenkomen.
Verleden tijd en zacht advies
De verleden vormen zijn durfte en sollte:
- Als Kind durfte ich lange aufbleiben. — Als kind mocht ik lang opblijven.
- Ich sollte gestern den Chef anrufen. — Ik moest gisteren de baas bellen.
Sollte kan daarnaast een voorzichtige aanbeveling uitdrukken. Dit is de aanvoegende wijs: een werkwoordsvorm waarmee je onder meer afstand, een mogelijkheid of een minder directe toon uitdrukt.
- Du solltest mehr schlafen. — Je zou meer moeten slapen.
Daardoor kan sollte zonder verdere context dubbelzinnig zijn: het kan verleden tijd zijn (“moest/hoorde te”) of een huidig advies (“zou moeten”). De omringende woorden maken meestal duidelijk welke lezing bedoeld is.
Beweringen van horen zeggen
In nieuws en gesprekken kan sollen melden wat anderen beweren, zonder dat de spreker de waarheid bevestigt:
- Der neue Film soll sehr gut sein. — De nieuwe film schijnt erg goed te zijn.
- Er soll in Berlin wohnen. — Hij zou in Berlijn wonen / Naar verluidt woont hij in Berlijn.
Dit is geen opdracht. De constructie geeft afstand tot de informatiebron aan. Nederlands gebruikt hiervoor vaak “schijnen”, “naar verluidt” of “zou”.
Dürfte als beleefde of waarschijnlijke formulering
Dürfte kan beleefde toestemming uitdrukken, maar ook een inschatting:
- Dürfte ich kurz etwas fragen? — Zou ik even iets mogen vragen?
- Das dürfte reichen. — Dat zal waarschijnlijk genoeg zijn.
De tweede zin gaat niet over toestemming. De vorm drukt een vrij waarschijnlijke veronderstelling uit.
In bijzinnen en voltooide tijden
In een bijzin — een zinsdeel dat bijvoorbeeld met weil of dass begint — komt het vervoegde modale werkwoord normaal aan het einde, na de infinitief:
- Ich gehe, weil ich morgen früh arbeiten soll. — Ik ga weg omdat ik morgenochtend vroeg moet werken.
- Sie fragt, ob sie hier parken darf. — Ze vraagt of ze hier mag parkeren.
In voltooide tijden met een ander werkwoord gebruikt het Duits vaak twee infinitieven aan het einde: Ich habe lange warten sollen (“Ik heb lang moeten wachten”). Dit zogeheten dubbele-infinitiefpatroon is stof voor later; voor een eerste gesprek zijn durfte en sollte vaak eenvoudiger.
Oefentips
- Maak regelparen. Kies vijf plaatsen, zoals Bibliothek, Bahnhof en Büro. Schrijf voor elke plaats iets wat wel en niet mag: In der Bibliothek darf man lesen. Man darf nicht laut telefonieren.
- Zoek de bron van moeten. Neem Nederlandse zinnen met “moeten”. Is iets noodzakelijk, dan ligt müssen voor de hand. Komt de boodschap van een persoon, afspraak of norm, probeer dan sollen.
- Oefen vier vraagopeningen hardop. Vul dagelijks nieuwe werkwoorden in na Darf ich …?, Dürfen wir …?, Soll ich …? en Was soll ich …? Controleer telkens of de infinitief aan het einde staat.
Verwante concepten
- Vooraf nodig: Modalverben: können, müssen — legt dezelfde basisstructuur uit en helpt vooral bij het verschil tussen nicht dürfen en nicht müssen.
Vereiste kennis
Können en müssen in het DuitsA1Meer A1-concepten
Oefen Modalverben: dürfen, sollen in Duits met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Duits · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen