B2

Causatief met 'lassen' in het Duits

Kausativ mit lassen

Overzicht

Het werkwoord lassen is een van de meest veelzijdige woorden in het Duits. Op B2-niveau leer je het causatieve gebruik: iemand iets laten doen, of iets laten doen (door iemand anders). Dit is vergelijkbaar met het Nederlandse "laten" of het Engelse "have something done."

Er zijn twee hoofdbetekenissen: (1) iemand toestemming geven of iemand opdragen iets te doen (Ich lasse meinen Bruder fahren — ik laat mijn broer rijden), en (2) iets door iemand anders laten doen (Ich lasse das Auto reparieren — ik laat de auto repareren). In het laatste geval is de persoon die het doet ongenoemd of wordt met von aangegeven.

Lassen gedraagt zich als een modaal werkwoord: het staat in de persoonsvorm en het volgende werkwoord staat als infinitief aan het einde van de zin.

Hoe het werkt

Basisstructuur: onderwerp + lassen (persoonsvorm) + [object] + infinitief

Betekenis Voorbeeld Vertaling
Iemand iets laten doen Ich lasse meinen Sohn spielen. Ik laat mijn zoon spelen.
Iets door iemand laten doen Ich lasse das Auto waschen. Ik laat de auto wassen.
Reflexief: zichzelf laten Ich lasse mich überraschen. Ik laat me verrassen.
Reflexief: iets kan gedaan worden Das lässt sich machen. Dat valt te doen.

Voltooide tijd: Let op! In de voltooide tijd gebruikt lassen de infinitief (niet het participium II) wanneer er een andere infinitief volgt — dit noemt men het "dubbele infinitief":

  • Ich habe das Auto reparieren lassen. (niet: gelassen)

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Opmerking
Ich lasse meine Haare schneiden. Ik laat mijn haar knippen. Persoon die knipt is ongenoemd
Sie lässt ihren Sohn nicht alleine. Ze laat haar zoon niet alleen. Toestemming weigeren
Wir ließen das Haus renovieren. We lieten het huis renoveren. Verleden tijd
Er hat das Auto reparieren lassen. Hij heeft de auto laten repareren. Voltooide tijd: dubbele infinitief
Das lässt sich nicht ändern. Dat valt niet te veranderen. Reflexief passief
Lass mich das erklären. Laat mij dat uitleggen. Gebiedende wijs
Die Chefin lässt ausrichten, dass... De directrice laat doorgeven dat... Indirecte boodschap
Ich lasse mich nicht stören. Ik laat me niet storen. Reflexief
Sie haben den Täter laufen lassen. Ze hebben de dader laten lopen. Idiomatisch: vrijlaten

Veelgemaakte fouten

Participium II in plaats van infinitief in voltooide tijd

  • Fout: Ich habe das Auto reparieren gelassen.
  • Correct: Ich habe das Auto reparieren lassen.
  • Waarom: Na een andere infinitief wordt gelassen vervangen door lassen (dubbele infinitief).

Verkeerde woordvolgorde

  • Fout: Ich lasse reparieren das Auto.
  • Correct: Ich lasse das Auto reparieren.
  • Waarom: De infinitief staat aan het einde; het object staat daarvóór.

Lassen verwarren met legen/liegen/stellen

  • Fout: Ich lasse das Buch auf den Tisch. (als je bedoelt: ik leg het)
  • Correct: Ich lege das Buch auf den Tisch.
  • Waarom: Causatief lassen betekent dat iemand anders iets doet; voor eigen handeling gebruik je het juiste plaatsingswerkwoord.

Gebruiksnotities

Het reflexieve sich lassen + infinitief is een elegante manier om mogelijkheid uit te drukken en vervangt vaak het passief: Das lässt sich machen (= Das kann gemacht werden). Dit is zeer gangbaar in zakelijk en formeel taalgebruik.

In de gebiedende wijs wordt lass(t)/lassen Sie veel gebruikt: Lass uns gehen! (Laten we gaan!). Dit is idiomatisch en hoort bij alledaags Duits.

Oefentips

  1. Vervangoefening: Neem zinnen met "door iemand anders laten doen" in het Nederlands en zet ze om naar het Duits met lassen. Let daarna op de woordvolgorde.
  2. Dubbele infinitief oefenen: Maak zinnen in de voltooide tijd met lassen en controleer of je de infinitief (niet het participium II) gebruikt: Ich habe... lassen.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden (tegenwoordige tijd) in het DuitsA1

Meer B2-concepten

Wil je Causatief met 'lassen' in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen