B2

Het Causatief Fare in het Italiaans

Fare Causativo

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.

Overzicht

De constructie fare + infinitief drukt uit dat iemand iets laat doen, of iemand iets laat doen. In het Nederlands: "Ik laat de auto repareren" of "Hij liet mij wachten". In het Italiaans: Faccio riparare la macchina of Mi ha fatto aspettare.

Het causatief fare is een van de meest karakteristieke constructies in het Italiaans. De plaatsing van de voornaamwoorden en het persoon dat de handeling uitvoert (het agens) volgen specifieke regels.

Hoe het werkt

Basisstructuur

Fare + infinitief = (iemand iets) laten doen

  • Faccio riparare la macchina. — Ik laat de auto repareren. (geen specifiek agens)
  • Fa ridere tutti. — Hij maakt iedereen aan het lachen.
  • Faccio cantare i bambini. — Ik laat de kinderen zingen.

Wanneer één persoon of ding

Als er één persoon of ding betrokken is:

  • De persoon/het ding dat de handeling ondergaat = direct object
  • Ho fatto aspettare Marco. — Ik heb Marco laten wachten. (Marco = direct object)
  • Mi ha fatto aspettare un'ora. — Hij heeft me een uur laten wachten.

Wanneer twee personen betrokken zijn

Als er zowel een agens (wie het doet) als een persoon die de handeling ondergaat, zijn:

  • Het agens = indirect object (met a of met indirect voornaamwoord)
  • Faccio mangiare la pizza ai bambini. = Gliela faccio mangiare. — Ik laat de kinderen de pizza eten.
  • Gli faccio vedere la città. — Ik laat hem de stad zien.

Voornaamwoorden staan vóór fare

Onbeklemtoonde voornaamwoorden staan altijd vóór fare, nooit na de infinitief:

  • Lo faccio aspettare. — Ik laat hem wachten. (niet: Faccio aspettarlo)
  • Te lo faccio vedere. — Ik laat het je zien.
  • Glielo spiego. — Ik leg het hem uit.

Bij infinitieven (fare als deel van een samengesteld predicaat):

  • Voglio farlo aspettare. — Ik wil hem laten wachten.

Farsi fare: laten doen voor jezelf

Met het reflexieve farsi druk je uit dat je iets voor jezelf laat doen:

  • Mi faccio tagliare i capelli. — Ik laat mijn haar knippen.
  • Si è fatta riparare il computer. — Ze heeft haar computer laten repareren.

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Opmerking
Faccio riparare la macchina. Ik laat de auto repareren. geen specifiek agens
Mi ha fatto aspettare un'ora. Hij heeft me een uur laten wachten. direct object (mi)
Gli faccio vedere la città. Ik laat hem de stad zien. agens = indirect object
Fa ridere tutti. Hij maakt iedereen aan het lachen. fare + ridere
Lo faccio lavorare sodo. Ik laat hem hard werken. pronomen vóór fare
Mi faccio tagliare i capelli. Ik laat mijn haar knippen. farsi fare voor jezelf
Farò pulire la casa. Ik ga het huis laten schoonmaken. futuro fare causativo
Ha fatto costruire una villa. Hij heeft een villa laten bouwen. faire faire zonder agens
La musica fa piangere. De muziek brengt je aan het huilen. emotioneel effect
Fai venire anche lui! Laat ook hem komen! imperatiefvorm

Veelgemaakte fouten

Agens als direct object bij twee personen

  • Fout: Faccio mangiare Marco la pizza. (onduidelijk)
  • Correct: Faccio mangiare la pizza a Marco. of Gli faccio mangiare la pizza.
  • Waarom: Als er zowel agens als object is, wordt het agens het indirect object (met a of indirect voornaamwoord).

Pronomen na infinitief

  • Fout: Faccio aspettarlo.
  • Correct: Lo faccio aspettare.
  • Waarom: Voornaamwoorden staan altijd vóór fare, niet na de infinitief.

Farcela verwarren met fare causativo

  • Farcela (het redden) is een vaste uitdrukking, geen causatief: Ce la faccio! (Ik red het!)
  • Causatief: Lo faccio venire. (Ik laat hem komen.)

Gebruiksnotities

Het causatief fare is uitermate frequent in het dagelijks leven: bij ambachtslieden (faccio aggiustare), bij kapper (mi faccio tagliare i capelli), bij opdrachten aan anderen. Leer deze constructie als een vast patroon en gebruik hem actief.

In de spreektaal hoor je ook fare + direct infinitief als verzachting of aanmoediging: Fammi vedere! (Laat me zien!), Fatemi parlare! (Laat me praten!).

Oefentips

  1. Beschrijf dingen die je regelmatig laat doen: Mi faccio tagliare i capelli ogni mese, Faccio pulire la casa, Faccio consegnare la spesa.
  2. Oefen de voornaamwoordplaatsing: vervang het object door een voornaamwoord en zet het vóór fare.
  3. Oefen farsi fare voor dingen die je voor jezelf laat doen: kapper, reparaties, bezorging.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Fare (doen/maken) in het ItaliaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Probeer Settemila Lingue gratis — geen creditcard, geen verplichtingen. Maak een gratis account aan wanneer je klaar bent om te oefenen met spaced repetition.

Gratis beginnen