Causatief *fare* in het Italiaans
Fare Causativo
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Italiaans op Settemila Lingue.
In het kort
Met fare + infinitief druk je uit dat het onderwerp een handeling veroorzaakt: Faccio riparare la macchina betekent ‘Ik laat de auto repareren’. Degene die de handeling uitvoert staat bij een onovergankelijk werkwoord als lijdend voorwerp, maar meestal met a als er óók een lijdend voorwerp is: Faccio leggere il libro a Paolo. Korte voornaamwoorden komen vóór de vervoegde vorm van fare: Lo faccio entrare, Gli faccio leggere il libro.
Overzicht
Het Italiaanse fare causativo is een constructie met een vervoegde vorm van fare en de infinitief (de onbepaalde werkwoordsvorm, zoals aspettare of riparare). Je gebruikt haar wanneer iemand niet zelf de handeling uitvoert, maar ervoor zorgt dat een ander die uitvoert. Dat kan bewust en praktisch zijn — een auto laten repareren — maar ook een reactie of ervaring veroorzaken: Mi fai ridere (‘Je maakt me aan het lachen’).
Dit onderwerp hoort bij B2, omdat niet de vervoeging van fare zelf het lastigst is, maar de verdeling van de zinsrollen. Wie veroorzaakt de handeling, wie voert haar uit en wie of wat ondergaat haar? Vooral bij voornaamwoorden wijkt het Italiaans af van wat een Nederlandstalige vaak intuïtief verwacht.
Het Nederlandse laten is een nuttig eerste aanknopingspunt, maar geen perfecte vertaling. ‘Ik laat Luca spreken’ kan betekenen dat je hem ertoe brengt te spreken of dat je hem toestemming geeft. Italiaans maakt dat verschil vaak explicieter: Faccio parlare Luca gaat over veroorzaken; Lascio parlare Luca over toestaan of niet verhinderen.
Hoe het werkt
De basiselementen
De constructie gedraagt zich als één werkwoordelijk geheel:
veroorzaker + fare + infinitief + overige zinsdelen
In Marta fa pulire l’ufficio is Marta de veroorzaker, fa de vervoegde vorm en pulire de infinitief. L’ufficio is het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling rechtstreeks ondergaat). Wie precies schoonmaakt, blijft ongenoemd.
Alleen fare wordt aangepast aan persoon, tijd en wijs. De tweede handeling blijft in de infinitief.
| Tijd of wijs | Italiaans | Nederlands |
|---|---|---|
| tegenwoordige tijd | Faccio controllare i freni. | Ik laat de remmen controleren. |
| voltooid verleden | Ho fatto controllare i freni. | Ik heb de remmen laten controleren. |
| onvoltooid verleden | Facevo controllare i freni ogni anno. | Ik liet de remmen elk jaar controleren. |
| toekomende tijd | Farò controllare i freni domani. | Ik zal de remmen morgen laten controleren. |
| voorwaardelijke wijs | Farei controllare i freni. | Ik zou de remmen laten controleren. |
In samengestelde tijden gebruikt fare het hulpwerkwoord avere: ho fatto, avevano fatto. Het werkwoord na fare blijft altijd infinitief: dus ho fatto riparare, niet ho fatto riparato.
Als de tweede handeling geen lijdend voorwerp heeft
Bij een onovergankelijk werkwoord — een werkwoord dat hier geen lijdend voorwerp neemt, zoals entrare, uscire of ridere — wordt degene die de tweede handeling uitvoert rechtstreeks aan de constructie gekoppeld:
- Faccio entrare Marco. — Ik laat Marco binnenkomen.
- La notizia ha fatto ridere tutti. — Het nieuws maakte iedereen aan het lachen.
- Li abbiamo fatti aspettare. — We hebben hen laten wachten.
Marco, tutti en li zijn hier het lijdend voorwerp van de volledige causatieve constructie. Bij een kort voornaamwoord staat dat vóór fare: Lo faccio entrare, niet faccio lo entrare.
Als de tweede handeling wél een lijdend voorwerp heeft
Neem leggere il rapporto: il rapporto is al het lijdend voorwerp van leggere. Als je ook noemt wie leest, wordt die uitvoerder doorgaans ingeleid met a en functioneert die als meewerkend voorwerp (de persoon die indirect bij de handeling betrokken is):
- Faccio leggere il rapporto a Giulia. — Ik laat Giulia het rapport lezen.
- Gli faccio vedere la città. — Ik laat hem de stad zien.
- La direttrice ha fatto riscrivere il testo agli autori. — De directrice heeft de auteurs de tekst laten herschrijven.
Dit levert de kernregel op:
| Infinitief | Wat wordt genoemd? | Patroon | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| zonder lijdend voorwerp | alleen de uitvoerder | fare + infinitief + uitvoerder | Faccio uscire i bambini. |
| met lijdend voorwerp | alleen het ondergane object | fare + infinitief + object | Faccio lavare la macchina. |
| met lijdend voorwerp | object én uitvoerder | fare + infinitief + object + a + uitvoerder | Faccio lavare la macchina a Paolo. |
De terminologie kan misleidend lijken: in Faccio lavare la macchina a Paolo is la macchina nog steeds wat gewassen wordt, terwijl Paolo wast. De voorzetselgroep met a noemt dus de uitvoerder, niet het ding dat de handeling ondergaat.
Om de uitvoerder extra duidelijk als handelende persoon te markeren, komt ook da voor, vooral bij diensten: Ho fatto riparare il tetto da un professionista (‘Ik heb het dak door een vakman laten repareren’). Met da ligt de nadruk gemakkelijk op ‘door wie’; met a past de zin directer in het gewone causatieve patroon.
Voornaamwoorden staan vóór fare
Onbeklemtoonde voornaamwoorden — korte vormen zoals mi, lo, la, gli — staan normaal vóór het vervoegde fare. Ze horen inhoudelijk bij de tweede handeling, maar plaatsen zich grammaticaal bij fare.
| Functie | Met zelfstandig naamwoord | Met voornaamwoord |
|---|---|---|
| persoon ondergaat een onovergankelijke handeling | Faccio aspettare Sara. | La faccio aspettare. |
| zaak ondergaat een overgankelijke handeling | Faccio riparare la bici. | La faccio riparare. |
| persoon voert een overgankelijke handeling uit | Faccio leggere il testo a Luca. | Gli faccio leggere il testo. |
| zaak én uitvoerder zijn voornaamwoorden | Faccio leggere la lettera a Luca. | Gliela faccio leggere. |
Bij een infinitief na bijvoorbeeld dovere of volere hoor je vaak de verkorte vorm far, zonder apostrof: Devo far controllare la caldaia. De volledige vorm fare is eveneens mogelijk, maar far + infinitief is zeer gebruikelijk.
Wederkerende vormen met farsi
Met farsi + infinitief laat het onderwerp iets met zichzelf of voor zichzelf doen:
- Mi faccio tagliare i capelli. — Ik laat mijn haar knippen.
- Ci siamo fatti consegnare la spesa a casa. — We hebben de boodschappen thuis laten bezorgen.
- Si è fatto spiegare tutto. — Hij heeft zich alles laten uitleggen.
Dit is in het Italiaans vaak natuurlijker dan een letterlijk opgebouwde Nederlandse formulering. Mi faccio controllare gli occhi betekent bijvoorbeeld dat ik mijn ogen laat controleren; mi verwijst naar de persoon die de controle regelt en ondergaat.
Voorbeelden in context
| Italiaans | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Faccio riparare la macchina. | Ik laat de auto repareren. | De uitvoerder wordt niet genoemd. |
| Mi ha fatto aspettare un’ora. | Hij heeft me een uur laten wachten. | Mi ondergaat de handeling en staat vóór ha fatto. |
| Gli faccio vedere la città. | Ik laat hem de stad zien. | Gli is de uitvoerder; la città is het lijdend voorwerp. |
| Fa ridere tutti. | Hij of zij maakt iedereen aan het lachen. | Ridere heeft hier geen lijdend voorwerp. |
| La professoressa fa leggere il dialogo agli studenti. | De docente laat de studenten de dialoog lezen. | Uitvoerders met a omdat il dialogo al lijdend voorwerp is. |
| Abbiamo fatto entrare gli ospiti. | We hebben de gasten binnengelaten. | Gli ospiti voeren de onovergankelijke handeling uit. |
| Non farmi perdere tempo. | Laat me geen tijd verspillen. | Ontkenning vóór fare; -mi zit vast aan de gebiedende infinitiefvorm. |
| Domani farò installare la nuova cucina. | Morgen laat ik de nieuwe keuken installeren. | Toekomende tijd; de installateur blijft ongenoemd. |
| Ho fatto tradurre il contratto da una traduttrice. | Ik heb het contract door een vertaalster laten vertalen. | Da maakt de uitvoerder expliciet. |
| Mia sorella mi fa sempre assaggiare i suoi dolci. | Mijn zus laat me altijd haar gebak proeven. | Mi is de proever; i suoi dolci wordt geproefd. |
| Gliel’ho fatto ripetere tre volte. | Ik heb hem het drie keer laten herhalen. | Glie- verwijst naar de uitvoerder, -lo naar wat herhaald wordt. |
| Ci facciamo consegnare i mobili venerdì. | We laten de meubels vrijdag bezorgen. | Farsi bij een geregelde dienst. |
| Quel rumore ha fatto piangere il bambino. | Dat geluid heeft het kind aan het huilen gemaakt. | Een oorzaak, niet noodzakelijk een bewuste veroorzaker. |
| Vorrei far controllare questi documenti. | Ik zou deze documenten graag laten controleren. | Beleefd verzoek met vorrei en het gebruikelijke far. |
Veelgemaakte fouten
De infinitief vervoegen
- Onjuist: Faccio ripara la macchina.
- Juist: Faccio riparare la macchina.
- Waarom: alleen fare wordt vervoegd. Het werkwoord van de veroorzaakte handeling blijft infinitief.
Het korte voornaamwoord achter de infinitief zetten
- Onjuist: Faccio aspettare lo.
- Juist: Lo faccio aspettare.
- Waarom: in deze constructie klimt het korte voornaamwoord naar voren en staat het vóór de vervoegde vorm van fare.
De uitvoerder als rechtstreeks object behandelen terwijl er al een object is
- Onjuist: Faccio leggere Giulia il rapporto.
- Juist: Faccio leggere il rapporto a Giulia.
- Waarom: il rapporto is wat gelezen wordt. De lezer krijgt daarom a. Met een voornaamwoord wordt dat bijvoorbeeld Le faccio leggere il rapporto.
Nederlands ‘laten’ altijd met fare vertalen
- Onjuist bij toestemming: Faccio uscire mio figlio fino a tardi als je bedoelt dat je hem toestemming geeft.
- Juist: Lascio uscire mio figlio fino a tardi.
- Waarom: fare veroorzaakt of organiseert de handeling; lasciare staat doorgaans voor toestaan of niet tegenhouden. Zonder context kan het verschil de hele bedoeling veranderen.
In een voltooide tijd twee voltooide vormen maken
- Onjuist: Ho fatto riparato il computer.
- Juist: Ho fatto riparare il computer.
- Waarom: alleen fare krijgt het voltooid deelwoord fatto. De tweede handeling blijft riparare.
Far met een apostrof schrijven
- Onjuist: Devo far’ controllare tutto.
- Juist: Devo far controllare tutto.
- Waarom: far is een verkorte vorm door weglating van de slotklinker; er hoort geen apostrof bij.
Gebruiksnotities
Opdracht, dienst of gevolg
Dezelfde vorm kan verschillende soorten oorzaak uitdrukken. Ho fatto pulire l’appartamento gaat waarschijnlijk over een geregelde dienst. Il capo ci ha fatto lavorare domenica klinkt eerder als een opgelegde handeling. Quella scena mi ha fatto piangere beschrijft een emotioneel gevolg. De context en het gekozen werkwoord bepalen dus of de Nederlandse vertaling ‘laten’, ‘doen’, ‘ervoor zorgen dat’ of ‘maken dat’ wordt.
De veroorzaker kan onuitgesproken blijven
In een gebiedende wijs of een infinitiefconstructie blijkt de veroorzaker uit de context: Fallo entrare! (‘Laat hem binnen!’), È meglio far controllare tutto (‘Het is beter alles te laten controleren’). Dat maakt de constructie heel bruikbaar voor advies, instructies en dienstverlening.
Woordvolgorde en duidelijkheid
Italiaans houdt fare en de infinitief graag dicht bij elkaar: ha fatto subito controllare l’impianto. Lange of dubbelzinnige zinnen worden duidelijker als je de uitvoerder met da noemt of de zin herschrijft. Ho chiesto al tecnico di controllare l’impianto (‘Ik heb de monteur gevraagd de installatie te controleren’) kan natuurlijker zijn wanneer het vragen, niet het resultaat, centraal staat.
Overeenkomst van fatto
Met een voorafgaand vrouwelijk of meervoudig lijdend voorwerp zie je in verzorgde taal overeenkomst van het voltooid deelwoord: Maria? L’ho fatta entrare; I clienti? Li abbiamo fatti aspettare. Bij een meewerkend voornaamwoord is er geen dergelijke overeenkomst: Gli ho fatto leggere il documento. Dit verschil helpt ook om te zien welke rol het voornaamwoord in de constructie heeft.
Verder dan de basis
Twee voornaamwoorden tegelijk
Als zowel het ondergane object als de uitvoerder door korte voornaamwoorden worden vervangen, ontstaan gecombineerde vormen:
- Faccio leggere la lettera a Paolo → Gliela faccio leggere.
- Ho fatto correggere i testi a Marta → Glieli ho fatti correggere.
In gliela of glieli verwijst glie- naar de persoon die de handeling uitvoert en -la/-li naar wat die persoon leest of corrigeert. Zulke combinaties zijn compact, maar zonder duidelijke voorafgaande context kunnen ze ondoorzichtig worden. Een zelfstandig naamwoord herhalen is dan vaak stijlvoller dan een opeenstapeling van voornaamwoorden.
Farsi kan ook een ondergane ervaring aangeven
Niet elk gebruik van farsi + infinitief betekent dat iemand bewust een dienst regelt. Vergelijk:
- Mi sono fatto tagliare i capelli. — Ik heb mijn haar laten knippen.
- Si è fatto ingannare. — Hij heeft zich laten bedriegen.
- Non farti intimidire. — Laat je niet intimideren.
In de laatste twee voorbeelden ligt de nadruk op iets wat de persoon overkomt of toelaat. De precieze nuance loopt van bewuste keuze tot onvoldoende weerstand.
Vaste verbindingen met een abstract resultaat
Sommige combinaties zijn zo gewoon dat ze bijna als vaste uitdrukking functioneren:
- farsi capire — zich verstaanbaar maken
- far sapere — laten weten
- far notare — erop wijzen
- far pensare — doen denken
- far finta di — doen alsof
Niet al deze uitdrukkingen beschrijven letterlijk een opdracht aan een uitvoerder. Ti farò sapere domani betekent gewoon ‘Ik laat het je morgen weten’. Leer zulke frequente verbindingen als geheel, maar blijf herkennen dat fare een resultaat of reactie veroorzaakt.
Causatief tegenover een bijzin
Een bijzin met fare in modo che (‘ervoor zorgen dat’) is mogelijk wanneer je meer zelfstandigheid of grammaticale informatie in de tweede handeling nodig hebt: Ha fatto in modo che tutti ricevessero una copia (‘Hij heeft ervoor gezorgd dat iedereen een exemplaar kreeg’). Hier volgt de aanvoegende wijs ricevessero. De compacte causatief zou zijn Ha fatto ricevere una copia a tutti, maar die klinkt in veel contexten stroever en legt de zinsrollen minder helder vast. Gevorderd Italiaans draait dus niet alleen om wat grammaticaal kan, maar ook om welke constructie het duidelijkst klinkt.
Oefentips
- Teken drie rollen uit. Schrijf bij elke zin ‘veroorzaker’, ‘uitvoerder’ en ‘ondergaan object’. Probeer daarna pas de Italiaanse zin te vormen. Zo wordt duidelijk waarom het Faccio leggere il testo a Nina is.
- Oefen in paren. Maak eerst een zin met een zelfstandig naamwoord en vervang dat daarna door een voornaamwoord: Faccio entrare Luca → Lo faccio entrare; Faccio leggere il menu a Luca → Gli faccio leggere il menu.
- Vergelijk fare en lasciare. Bedenk bij Nederlandse zinnen met ‘laten’ steeds of er sprake is van veroorzaken of van toestemming. Maak vervolgens twee Italiaanse voorbeelden waarin dat verschil duidelijk wordt.
Verwante onderwerpen
- Vooraf: Het werkwoord fare — herhaal de onregelmatige vormen van fare voordat je de causatieve constructie in verschillende tijden gebruikt.
- Hierna: Causatief lasciare — leer het contrast tussen iets laten gebeuren door oorzaak en iemand iets laten doen uit toestemming.