A1

Fare (doen/maken) in het Italiaans

Il Verbo Fare

Overzicht

Het werkwoord fare is een van de meest veelzijdige en meest gebruikte werkwoorden in de Italiaanse taal. Het betekent ongeveer "doen" of "maken", maar het toepassingsgebied is veel breder. Fare komt voor in een enorm aantal alledaagse uitdrukkingen — van het weer tot de dagelijkse routine, activiteiten en communicatie. Het is een van de eerste werkwoorden die je tegenkomt op A1-niveau.

Fare is zeer onregelmatig: de vervoeging volgt helemaal niet het patroon van de regelmatige -ARE-werkwoorden. De stam verandert in facc- of fa- afhankelijk van de persoon. Omdat fare zo vaak voorkomt, loont het om de vormen vroeg uit het hoofd te leren.

Naast de letterlijke betekenis vormt fare de basis van tientallen idiomatische uitdrukkingen. "Fare colazione" (ontbijten), "fare la spesa" (boodschappen doen), "fare una domanda" (een vraag stellen) — elk van deze uitdrukkingen moet als een vast blok worden geleerd.

Hoe het werkt

Vervoeging in de tegenwoordige tijd

Persoon Italiaans Nederlands
io faccio ik doe / ik maak
tu fai jij doet / jij maakt
lui / lei / Lei fa hij / zij doet / maakt; u doet (formeel)
noi facciamo wij doen / wij maken
voi fate jullie doen / jullie maken
loro fanno zij doen / zij maken

Let op hoe onregelmatig de vormen zijn: faccio, fai, fa, facciamo, fate, fanno. Geen ervan volgt de standaard -ARE-uitgangen.

Belangrijke uitdrukkingen met fare

Italiaans Nederlands Categorie
fare colazione ontbijten Dagelijkse routine
fare la spesa boodschappen doen Dagelijkse routine
fare una passeggiata een wandeling maken Activiteiten
fare una domanda een vraag stellen Communicatie
fare un viaggio een reis maken Reizen
fare sport sporten Activiteiten
fare la doccia douchen Dagelijkse routine
fare bel tempo mooi weer zijn Weer
fare caldo / freddo warm / koud zijn (weer) Weer
fare attenzione opletten Algemeen
fare un regalo een cadeau geven Algemeen
fare una foto een foto maken Activiteiten

Fare voor het weer

Het Italiaans gebruikt fare in onpersoonlijke weeruitdrukkingen:

  • Fa caldo. — Het is warm.
  • Fa freddo. — Het is koud.
  • Fa bel tempo. — Het is mooi weer.
  • Fa brutto tempo. — Het is slecht weer.

In deze zinnen wordt fa zonder onderwerp gebruikt (onpersoonlijke constructie).

Voorbeelden in context

Italiaans Nederlands Opmerking
Cosa fai? Wat doe je? Zeer gebruikelijke vraag
Faccio colazione alle sette. Ik ontbijt om zeven uur. Routine
Fa caldo oggi. Het is warm vandaag. Weer (onpersoonlijk)
Facciamo una passeggiata? Zullen we een wandeling maken? Voorstel
Loro fanno sport ogni giorno. Zij sporten elke dag. Gewoonte
Lei fa la spesa al mercato. Zij doet boodschappen op de markt. Routine
Fate attenzione alla strada! Let op de weg! Waarschuwing
Faccio una domanda al professore. Ik stel de professor een vraag. Communicatie
Che lavoro fai? Wat voor werk doe je? Vragen naar beroep
I bambini fanno i compiti. De kinderen maken hun huiswerk. School
Facciamo un viaggio in Sicilia. We maken een reis naar Sicilie. Reizen
Fai una foto? Maak je een foto? Verzoek
Non fa niente. Het maakt niet uit. Veelgebruikte uitdrukking
Fa freddo stasera. Het is koud vanavond. Weer

Veelgemaakte fouten

Regelmatige -ARE-uitgangen gebruiken

  • Fout: Io faro colazione.
  • Goed: Io faccio colazione.
  • Waarom: Fare is volledig onregelmatig. De eerste persoon is faccio, niet faro.

"Fare" en "essere" verwarren bij het weer

  • Fout: E caldo oggi.
  • Goed: Fa caldo oggi.
  • Waarom: Het Italiaans gebruikt fare (niet essere) voor temperatuuruitdrukkingen bij het weer.

"Fa" en "fanno" verwarren

  • Fout: Loro fa sport.
  • Goed: Loro fanno sport.
  • Waarom: "Fa" is voor de derde persoon enkelvoud, "fanno" voor de derde persoon meervoud.

Vaste uitdrukkingen met fare vergeten

  • Fout: Prendo colazione.
  • Goed: Faccio colazione.
  • Waarom: Veel Italiaanse uitdrukkingen gebruiken fare als vast onderdeel. Leer ze als complete eenheden.

Oefentips

  1. Leer fare-uitdrukkingen als blokken: Vertaal fare niet woord voor woord. Onthoud "fare colazione", "fare la spesa" en "fare una passeggiata" als vaste eenheden. Schrijf elke uitdrukking op een kaartje met een bijpassende situatie.

  2. Weerdagboek: Schrijf elke dag een zin over het weer met fare: "Oggi fa caldo", "Oggi fa freddo", "Oggi fa bel tempo." Na een week heb je het patroon verinnerlijkt.

  3. Vertel je dagelijkse routine: Beschrijf je ochtend met zoveel mogelijk fare-uitdrukkingen: "Faccio la doccia, faccio colazione, faccio una passeggiata..." Dit versterkt de vervoeging in de eerste persoon.

Verwante concepten

  • Vereiste: Regelmatige -ARE-werkwoorden — begrip van de regelmatige vervoeging helpt om de onregelmatige vormen van fare te herkennen
  • Volgende stappen: Causatief fare — de constructie fare + infinitief om uit te drukken dat je iets laat doen
  • Volgende stappen: Gevorderde uitdrukkingen — veel gevorderde Italiaanse uitdrukkingen zijn opgebouwd rond fare

Vereiste kennis

Regelmatige werkwoorden op -ARE in het ItaliaansA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Wil je Fare (doen/maken) in het Italiaans en meer Italiaans-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen