A1

Veelgebruikte werkwoorden in het Mandarijn Chinees

常用动词

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Chinees op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Chinese werkwoorden veranderen niet naar persoon, aantal of tijd: 我吃 (wǒ chī, ik eet) en 他吃 (tā chī, hij eet) hebben dezelfde werkwoordsvorm. Met twaalf zeer frequente werkwoorden — 是、有、去、来、吃、喝、看、听、说、做、买、要 — kun je al veel dagelijkse zinnen maken, zolang je de vaste woordvolgorde en de juiste ontkenning gebruikt.

Overzicht

Een werkwoord zegt wat iemand doet of in welke toestand iets verkeert. In 我喝茶 (wǒ hē chá, ik drink thee) is het onderwerp (wie de handeling uitvoert), het werkwoord en het lijdend voorwerp (wie of wat de handeling ondergaat). De basisvolgorde lijkt dus vaak vertrouwd voor een Nederlandstalige: onderwerp + werkwoord + voorwerp.

Toch werkt het Mandarijn op enkele belangrijke punten anders dan het Nederlands. Een Chinees werkwoord krijgt geen uitgangen zoals -t in hij drinkt en er is geen aparte infinitief zoals drinken. Tijd blijkt meestal uit woorden als 今天 (vandaag), 昨天 (gisteren) en 明天 (morgen), of uit aspectmarkeerders: korte grammaticale woorden die aangeven hoe een handeling verloopt of afgerond is. Die laatste horen vooral bij latere leerstof.

Dit onderwerp wordt op A1-niveau geïntroduceerd omdat deze werkwoorden overal voorkomen: bij jezelf voorstellen, bestellen, reizen, boodschappen doen en praten over dagelijkse gewoonten. Begin met de eenvoudige patronen. De fijnere verschillen, zoals tegenover 看见 en de verschillende betekenissen van , staan verderop apart.

Hoe het werkt

De twaalf kernwerkwoorden

Werkwoord Pinyin Kernbetekenis Eenvoudige combinatie
shì zijn; gelijkstaan aan 是老师 — leraar zijn
yǒu hebben; er is/zijn 有时间 — tijd hebben
gaan 去学校 — naar school gaan
lái komen 来北京 — naar Peking komen
chī eten 吃米饭 — rijst eten
drinken 喝水 — water drinken
kàn kijken, lezen, bekijken 看书 — een boek lezen
tīng luisteren 听音乐 — naar muziek luisteren
shuō zeggen, spreken 说中文 — Chinees spreken
zuò doen, maken 做饭 — koken
mǎi kopen 买东西 — spullen kopen
yào willen, nodig hebben, bestellen 要咖啡 — koffie willen

Pinyin geeft de uitspraak in Latijnse letters weer. De tekentjes boven de klinkers geven de tonen aan. Leer bij voorkeur teken, uitspraak en een korte combinatie samen: niet alleen , maar 喝水 (hē shuǐ, water drinken).

Eén vorm voor alle personen

Het Mandarijn vervoegt een werkwoord niet. Vervoegen betekent dat een werkwoord van vorm verandert naargelang wie iets doet of wanneer het gebeurt. In het Nederlands krijg je ik kom, hij komt en wij kwamen; in het Chinees blijft steeds .

Persoon Chinees Nederlands
ik 我来。 Ik kom.
jij 你来。 Jij komt.
hij/zij 他来。/ 她来。 Hij/zij komt.
wij 我们来。 Wij komen.
zij 他们来。/ 她们来。 Zij komen.

Dit maakt de vorm eenvoudig, maar de context belangrijk. 我明天来 betekent door 明天 duidelijk ‘ik kom morgen’. Je hoeft niet in een toekomstige vorm te zetten.

De gewone zinsvolgorde

Het basispatroon is:

onderwerp + werkwoord + voorwerp

  • 我喝茶。 — Ik drink thee.
  • 她看书。 — Zij leest een boek.
  • 我们买东西。 — Wij kopen spullen.

Een tijdsbepaling staat gewoonlijk vóór het werkwoord, vaak direct na het onderwerp:

onderwerp + tijd + werkwoord + voorwerp

  • 我今天做饭。 — Ik kook vandaag.
  • 他明天去上海。 — Hij gaat morgen naar Shanghai.

Ook plaatsaanduidingen staan meestal vóór de handeling: 我在家看书 betekent ‘ik lees thuis’. Dat verschilt van het Nederlands, waar thuis gemakkelijk achteraan komt. Bij en volgt de bestemming juist direct op het bewegingswerkwoord: 去学校 (naar school gaan), 来我家 (naar mijn huis komen).

是 is niet elk Nederlands ‘zijn’

verbindt vooral een persoon of zaak met een identiteit of categorie:

  • 她是医生。 — Zij is arts.
  • 这是茶。 — Dit is thee.
  • 我是荷兰人。 — Ik ben Nederlander/Nederlandse.

Gebruik niet automatisch waar het Nederlands zijn gebruikt. Voor een eigenschap staat meestal geen : 我很忙 betekent ‘ik ben druk’. Voor een locatie gebruik je : 我在家 betekent ‘ik ben thuis’. De Nederlandse gewoonte om overal een vorm van zijn in te voegen, veroorzaakt hier veel fouten.

有 drukt bezit én aanwezigheid uit

Voor bezit staat de bezitter voor :

bezitter + 有 + bezit

  • 我有一本书。 — Ik heb één boek.
  • 你有时间吗? — Heb je tijd?

kan ook zeggen dat iets ergens aanwezig is. Dan komt de plaats vooraan:

plaats + 有 + wat er aanwezig is

  • 桌子上有一杯茶。 — Er staat een kop thee op tafel.

Het Nederlands gebruikt in die twee patronen hebben en er is/er zijn; het Chinees gebruikt voor beide .

去 en 来 hangen af van het gezichtspunt

is een beweging weg van de plaats die als uitgangspunt geldt; is een beweging ernaartoe. Als je thuis bent en iemand uitnodigt, zeg je 你来我家吧 (kom maar naar mijn huis). Vertel je op kantoor dat je later naar huis gaat, dan past 我回家 of, met een genoemde bestemming, een constructie met .

Het verschil is dus niet simpelweg een vast Nederlands woordpaar. Vraag steeds: beweegt iemand naar de spreker of het gekozen referentiepunt toe (), of ervan weg ()?

看, 听 en 说 combineren met een inhoud

De precieze Nederlandse vertaling hangt vaak af van het voorwerp:

  • 看书 — een boek lezen
  • 看电视 — televisie kijken
  • 看医生 — naar de dokter gaan / een arts raadplegen
  • 听音乐 — naar muziek luisteren
  • 听老师说 — luisteren naar wat de leraar zegt
  • 说中文 — Chinees spreken
  • 说一句话 — een zin of uitspraak zeggen

Let vooral op . Het ene Chinese werkwoord kan overeenkomen met Nederlands kijken, bekijken, lezen of soms bezoeken/raadplegen. Vertaal daarom de hele combinatie en niet ieder teken afzonderlijk.

Ontkennen met 不 en 没有

Voor algemene gewoonten, keuzes, eigenschappen en vaak ook toekomstige handelingen zet je (, niet) vóór het werkwoord:

  • 我不喝咖啡。 — Ik drink geen koffie.
  • 他不是老师。 — Hij is geen leraar.
  • 我明天不去。 — Ik ga morgen niet.

vormt een belangrijke uitzondering. De normale ontkenning is 没有 (méiyǒu) of kort , niet 不有:

  • 我没有车。 — Ik heb geen auto.
  • 这里没有商店。 — Hier is geen winkel.

Voor een handeling die niet heeft plaatsgevonden, gebruik je meestal eveneens 没(有): 我没买 (ik heb het niet gekocht). Het volledige verschil tussen en hangt samen met tijd en aspect; voor A1 volstaat: voor ‘niet doen’ als gewoonte, keuze of plan, en 没(有) voor ‘niet gedaan’ en ‘niet hebben’.

Vragen zonder andere werkwoordsvorm

Voor een ja-neevraag voeg je vaak aan de gewone zin toe:

  • 你喝茶吗? — Drink je thee?
  • 他是老师吗? — Is hij leraar?

Een vraagwoord blijft meestal op de plek waar het antwoord zou staan. Het verhuist dus niet naar het begin zoals vaak in het Nederlands:

  • 你看什么? — Waar kijk je naar? / Wat lees je?
  • 你买什么? — Wat koop je?
  • 谁来? — Wie komt?

Vergelijk 你看书 (jij leest een boek) met 你看什么? (wat lees/bekijk jij?). 什么 neemt eenvoudig de plaats van in.

Voorbeelden in context

Mandarijn Pinyin Nederlands Opmerking
我要去商店。 Wǒ yào qù shāngdiàn. Ik wil naar de winkel gaan. staat vóór het hoofdwerkwoord .
你看什么? Nǐ kàn shénme? Waar kijk je naar? / Wat lees je? De context bepaalt de vertaling van .
他会说英语。 Tā huì shuō Yīngyǔ. Hij kan Engels spreken. drukt een aangeleerde vaardigheid uit.
我们吃中国菜。 Wǒmen chī Zhōngguó cài. Wij eten Chinees. Letterlijk: Chinese gerechten eten.
她是医生。 Tā shì yīshēng. Zij is arts. verbindt haar met een beroep.
我有两张票。 Wǒ yǒu liǎng zhāng piào. Ik heb twee kaartjes. is hier het telwoord tussen aantal en zelfstandig naamwoord.
桌子上有一杯茶。 Zhuōzi shàng yǒu yì bēi chá. Er staat een kop thee op tafel. Plaats + drukt aanwezigheid uit.
明天我去北京。 Míngtiān wǒ qù Běijīng. Morgen ga ik naar Peking. 明天 maakt de toekomstige tijd duidelijk.
你来我家吗? Nǐ lái wǒ jiā ma? Kom je bij mij thuis? : beweging naar de gekozen plek toe.
我喝咖啡,不喝茶。 Wǒ hē kāfēi, bù hē chá. Ik drink koffie, geen thee. contrasteert een gewone keuze.
她每天晚上看书。 Tā měitiān wǎnshang kàn shū. Zij leest elke avond. 看书 is de vaste combinatie voor lezen.
请听老师说。 Qǐng tīng lǎoshī shuō. Luister alsjeblieft naar de leraar. kan gevolgd worden door wat of wie je beluistert.
今天我做饭。 Jīntiān wǒ zuò fàn. Vandaag kook ik. 做饭 betekent een maaltijd bereiden.
他要一杯水。 Tā yào yì bēi shuǐ. Hij wil een glas water. + zelfstandig naamwoord is gebruikelijk bij bestellen.
你买什么? Nǐ mǎi shénme? Wat koop je? Het vraagwoord staat op de plek van het voorwerp.

Veelgemaakte fouten

是 gebruiken bij iedere vertaling van ‘zijn’

  • Onjuist: 我是很忙。
  • Juist: 我很忙。 — Ik ben erg druk.
  • Waarom: Een eigenschap zoals (druk) vormt in het Mandarijn zelf het gezegde, dus het deel dat iets over het onderwerp zegt. Daarvoor is geen nodig.

是 gebruiken voor een locatie

  • Onjuist: 我是家。
  • Juist: 我在家。 — Ik ben thuis.
  • Waarom: Voor ‘zich ergens bevinden’ gebruik je , niet . Nederlands zijn dekt beide functies, Chinees houdt ze uit elkaar.

有 met 不 ontkennen

  • Onjuist: 我不有钱。
  • Juist: 我没有钱。 — Ik heb geen geld.
  • Waarom: wordt normaal ontkend met 没(有). Leer 没有 meteen als vaste tegenhanger van .

不 na het werkwoord zetten

  • Onjuist: 我去不商店。
  • Juist: 我不去商店。 — Ik ga niet naar de winkel.
  • Waarom: Het ontkennende woord staat vóór het werkwoord waarop het betrekking heeft. De Nederlandse zinsbouw met niet later in de zin kun je niet letterlijk overnemen.

Een vraagwoord vooraan zetten

  • Onjuist: 什么你买?
  • Juist: 你买什么? — Wat koop je?
  • Waarom: 什么 blijft waar het antwoord zou staan: 你买书你买什么?

要 achter het hoofdwerkwoord plaatsen

  • Onjuist: 我去要商店。
  • Juist: 我要去商店。 — Ik wil naar de winkel gaan.
  • Waarom: Als ‘willen/van plan zijn’ betekent, staat het vóór het hoofdwerkwoord. 要去 vormt samen ‘willen gaan’.

Gebruiksnotities

Het onderwerp mag weg als het duidelijk is

Hoewel het basispatroon met een onderwerp wordt aangeleerd, laten sprekers bekende informatie vaak weg. Op 你喝咖啡吗? (drink je koffie?) kan het antwoord eenvoudig 不喝 (nee, [ik] drink het niet) zijn. Omdat Chinese werkwoorden niet vervoegd worden, moet de gesprekssituatie duidelijk maken wie bedoeld wordt.

Beleefdheid verandert het werkwoord niet

In het Nederlands kies je tussen jij komt en u komt. Het Mandarijn kan (jij/u in gewone omgang) vervangen door het beleefdere , maar het werkwoord blijft gelijk: 你来吗? en 您来吗? gebruiken allebei . Beleefdheid blijkt daarnaast uit woorden als (alstublieft) en uit een minder directe formulering, niet uit een beleefde werkwoordsuitgang.

Een voorwerp maakt een kort werkwoord natuurlijker en duidelijker

Veel eenlettergrepige werkwoorden worden vaak met een vertrouwd voorwerp geleerd en gebruikt: 吃饭 (eten/een maaltijd eten), 喝水 (water drinken), 看书 (lezen), 听音乐 (muziek luisteren), 说话 (praten) en 做饭 (koken). Dat voorwerp is niet altijd inhoudelijk nieuw. 你吃饭了吗? vraagt in een gewone context of iemand al gegeten heeft, niet specifiek of diegene rijst heeft gegeten.

要 kan direct klinken

Bij een bestelling is 我要一杯茶 (ik wil graag een kop thee) heel normaal, zeker met een vriendelijke toon. In andere situaties kan krachtiger klinken dan Nederlands zou graag willen. drukt vaak een zachtere wens uit: 我想喝茶 (ik zou graag thee willen drinken). Het precieze verschil hoort bij de modale werkwoorden.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

De volgende punten hoef je op A1 nog niet actief te beheersen. Ze verklaren wel vormen die je al snel in gesprekken en teksten tegenkomt.

Tijd is niet hetzelfde als aspect

Het ontbreken van werkwoordstijden betekent niet dat het Chinees geen tijdsverschillen uitdrukt. Tijdwoorden plaatsen een gebeurtenis in het verleden, heden of de toekomst. Aspect laat zien of een handeling bijvoorbeeld voltooid, aan de gang of als voortdurende toestand wordt bekeken.

  • 我买了书。 — Ik heb een boek of boeken gekocht. markeert hier een voltooide verandering of handeling.
  • 我在看书。 — Ik ben aan het lezen. markeert een handeling die bezig is.
  • 门开着。 — De deur staat open. markeert hier een voortbestaande toestand.

Voeg niet automatisch aan iedere Nederlandse verleden tijd toe. Gewoonten in het verleden en ontkende gebeurtenissen werken anders; betekenis en context bepalen de keuze.

Een resultaat kan onderdeel van het werkwoord worden

legt de nadruk op kijken; 看见 betekent dat het kijken het resultaat ‘waarnemen’ bereikt. Evenzo contrasteert (luisteren) met 听见 (horen), en (maken) met 做好 (afmaken en goed/gereed maken). Zulke resultaatcomplementen — elementen na het werkwoord die het resultaat noemen — zijn zeer productief:

  • 我没听见。 — Ik heb het niet gehoord.
  • 饭做好了。 — Het eten is klaar.
  • 他买到了票。 — Hij is erin geslaagd een kaartje te kopen.

Dit verklaart waarom Nederlands zien of horen niet altijd simpelweg met alleen of wordt vertaald.

来 en 去 worden ook richtingscomplementen

Na een ander werkwoord kunnen en aangeven in welke richting een handeling verloopt. 拿来 betekent ‘hierheen brengen’ en 拿去 ‘meenemen/daarheen brengen’. In langere vormen geven woorden als (naar binnen) en (naar buiten) nog meer richting: 走进来 (naar binnen komen lopen), 拿出去 (naar buiten meenemen). Het gekozen gezichtspunt blijft hetzelfde als bij het basisverschil tussen komen en gaan.

De manier van handelen komt vaak na 得

Met kan na een werkwoord een aanvulling volgen die zegt hoe goed, snel of duidelijk iets gebeurt:

  • 他说得很好。 — Hij spreekt erg goed.
  • 你说得太快了。 — Je praat te snel.

Hier staat vóór , terwijl een gewoon bijwoord meestal vóór het werkwoord staat. Dit patroon wordt later behandeld als graadaanvulling.

不要 heeft twee veelvoorkomende lezingen

不要 kan ‘niet willen’ betekenen, maar wordt ook gebruikt voor een verbod: 不要说话! (niet praten!). Toon en situatie maken het verschil. Vertaal 不要 daarom niet blind als één vaste Nederlandse vorm.

Oefentips

  1. Leer combinaties, geen losse woorden. Maak voor elk kernwerkwoord twee kaartjes met een natuurlijk voorwerp: 喝水 / 喝茶, 看书 / 看电视, 买票 / 买东西. Zo oefen je tegelijk betekenis en woordvolgorde.
  2. Bouw iedere zin vier keer om. Begin bijvoorbeeld met 我喝茶. Maak daarna 我不喝茶, 你喝茶吗? en 你喝什么?. Je traint zo bevestiging, ontkenning, ja-neevraag en vraagwoord zonder een nieuwe werkwoordsvorm te hoeven leren.
  3. Vergelijk korte tijdlijnen. Zeg 我昨天去, 我今天去 en 我明天去 en let erop dat alleen het tijdwoord verandert. Voeg pas later of andere aspectmarkeerders toe wanneer je hun eigen functie bestudeert.

Verwante onderwerpen

Vereiste kennis

Basiszinsstructuur in het MandarijnA1

Concepten die hierop voortbouwen

Meer A1-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen 常用动词 in Chinees met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Chinees · A1 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen