B2

Conditionele zinnen (type 2 en 3) in het Duits

Konditionalsätze (Typ 2 & 3)

Overzicht

Conditionele zinnen drukken een voorwaarde en een mogelijke gevolg uit. Er zijn drie types:

  • Type 1 (realistisch): Wenn es regnet, bleibe ich zu Hause.
  • Type 2 (hypothetisch, nu/toekomst): Wenn es regnete/regnen würde, würde ich bleiben.
  • Type 3 (irrealis verleden, niet meer mogelijk): Wenn es geregnet hätte, wäre ich geblieben.

Op B2-niveau focus je op type 2 en 3.

Hoe het werkt

Type 2: Hypothetisch heden/toekomst

Wenn + Konjunktiv II (tegenwoordig), ... + würde + infinitief (of Konjunktiv II direct)

Wenn ich Zeit hätte, würde ich kommen. Als ik tijd had, zou ik komen.

Wenn ich reicher wäre, würde ich reisen. Als ik rijker was, zou ik reizen.

Type 3: Irrealis verleden

Wenn + Plusquamperfekt Konjunktiv II, ... + hätte/wäre + Partizip II

Wenn ich Zeit gehabt hätte, wäre ich gekommen. Als ik tijd gehad had, zou ik gekomen zijn.

Wenn er früher gegangen wäre, hätte er den Zug genommen. Als hij eerder vertrokken was, had hij de trein genomen.

Woordvolgorde

  • Wenn-zin aan het begin: inversie in hoofdzin
  • Wenn-zin na de hoofdzin: geen inversie

Ich würde kommen, wenn ich Zeit hätte.

Voorbeelden in context

Duits Nederlands Type
Wenn ich Zeit hätte, würde ich kommen. Als ik tijd had, zou ik komen. Type 2
Wenn er reicher wäre, würde er reisen. Als hij rijker was, zou hij reizen. Type 2
Wenn ich das gewusst hätte, hätte ich geholfen. Als ik dat geweten had, had ik geholpen. Type 3
Wenn sie früher gekommen wäre, wären wir noch da. Als ze eerder was gekomen, waren we er nog. Type 3
Was würdest du tun, wenn du Millionär wärst? Wat zou jij doen als je miljonair was? Type 2
Wenn ich nicht krank gewesen wäre, hätte ich mitgemacht. Als ik niet ziek geweest was, had ik meegedaan. Type 3
Er würde kommen, wenn er könnte. Hij zou komen als hij kon. Type 2
Das wäre schön gewesen. Dat zou mooi geweest zijn. Type 3, vereenvoudigd
Wenn ich du wäre, würde ich nicht gehen. Als ik jou was, zou ik niet gaan. Type 2
Ich hätte das anders gemacht. Ik had dat anders gedaan. Type 3, vereenvoudigd

Veelgemaakte fouten

Type 2 en type 3 door elkaar halen

  • Noot: Type 2 = nog mogelijk (hypothetisch nu); type 3 = niet meer mogelijk (verleden irrealis).
  • Waarom: De keuze hangt af of de situatie theoretisch nog kan plaatsvinden.

"Würde" in de wenn-zin gebruiken

  • Fout: Wenn ich Zeit würde haben, würde ich kommen.
  • Correct: Wenn ich Zeit hätte, würde ich kommen.
  • Waarom: In de wenn-zin gebruik je de Konjunktiv II direct (hätte, wäre, könnte), niet würde.

Oefentips

  1. Bedenk drie dingen die je zou doen als je meer geld/tijd had (type 2) en drie dingen die je had gedaan als de situatie anders was geweest (type 3).
  2. Oefen afzonderlijk: type 2 met wäre/hätte + würde, type 3 met hätte/wäre + Partizip II.
  3. Let op de wenn-zin: geen würde erin bij type 2, Konjunktiv II van Plusquamperfekt bij type 3.

Verwante concepten

Vereiste kennis

Konjunktiv II in het verleden in het DuitsB2

Meer B2-concepten

Wil je Conditionele zinnen (type 2 en 3) in het Duits en meer Duits-grammatica oefenen? Maak een gratis account aan om te studeren met spaced repetition.

Gratis beginnen