De voltooid verleden tijd in het Roemeens
Mai-mult-ca-perfectul
Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Roemeens op Settemila Lingue.
Kort gezegd
Het Roemeense mai-mult-ca-perfectul drukt uit dat iets al gebeurd was vóór een ander moment in het verleden: Când am ajuns, Maria plecase deja betekent ‘Toen ik aankwam, was Maria al vertrokken.’ Anders dan het Nederlandse had/was + voltooid deelwoord bestaat de Roemeense vorm uit één vervoegd werkwoord, zonder hulpwerkwoord: plecasem, plecaseși, plecase.
Overzicht
Het mai-mult-ca-perfectul is de Roemeense voltooid verleden tijd. Je gebruikt hem om vanuit een moment in het verleden nog verder terug te kijken. In Am aflat că trenul plecase is am aflat (‘ik kwam te weten’) het latere verleden moment en plecase (‘was vertrokken’) de eerdere gebeurtenis. Die onderlinge volgorde is belangrijker dan hoeveel tijd er precies tussen beide gebeurtenissen zat.
Dit onderwerp wordt doorgaans rond B2 geleerd. Je kent dan al verleden tijden zoals het perfect compus voor afgeronde gebeurtenissen en het imperfect voor gewoontes, achtergronden en handelingen die bezig waren. Het mai-mult-ca-perfectul voegt daar een extra tijdslaag aan toe: wat vóór dat verleden moment al voltooid was.
Voor Nederlandstaligen is de betekenis vertrouwd, maar de vorm voelt ongewoon. In het Nederlands zeg je ik had gegeten en zij was vertrokken. Het Roemeens gebruikt geen equivalent van had of was en ook geen los voltooid deelwoord: mâncasem en plecase zijn elk één persoonsvorm. Het onderwerp kan bovendien worden weggelaten, omdat de uitgang meestal al laat zien om welke persoon het gaat.
Hoe het werkt
De kern: stam + uitgangen
Een persoonsvorm is een werkwoordsvorm die bij een persoon hoort, zoals ‘ik liep’ of ‘wij kwamen’. Bij het mai-mult-ca-perfectul staat alle informatie in zo’n enkele persoonsvorm. De kenmerkende reeks uitgangen is:
| Persoon | Uitgang | Voorbeeld met a pleca | Nederlandse betekenis |
|---|---|---|---|
| eu | -sem | plecasem | ik was vertrokken |
| tu | -seși | plecaseși | jij was vertrokken |
| el/ea | -se | plecase | hij/zij was vertrokken |
| noi | -serăm | plecaserăm | wij waren vertrokken |
| voi | -serăți | plecaserăți | jullie waren vertrokken |
| ei/ele | -seră | plecaseră | zij waren vertrokken |
Let vooral op de tekens in -seși, -serăm, -serăți. Ze zijn geen versiering: ș, ă en ț zijn afzonderlijke Roemeense letters. Ook is -ră in alle meervoudsvormen een nuttig herkenningspunt.
De werkwoordstam vóór deze uitgangen is niet bij elk werkwoord rechtstreeks uit de infinitief af te leiden. De infinitief is de woordenboekvorm, zoals a vedea ‘zien’. Sommige werkwoorden hebben in de verleden tijden een andere stam. Daarom is het verstandig een nieuw werkwoord meteen met zijn ik-vorm te leren: a vedea — văzusem, a face — făcusem, a merge — mersesem.
Vier volledige vervoegingen
De volgende werkwoorden laten zowel een eenvoudige als een veranderde stam zien.
| Persoon | a mânca (eten) | a vedea (zien) | a citi (lezen) | a fi (zijn) |
|---|---|---|---|---|
| eu | mâncasem | văzusem | citisem | fusesem |
| tu | mâncaseși | văzuseși | citiseși | fuseseși |
| el/ea | mâncase | văzuse | citise | fusese |
| noi | mâncaserăm | văzuserăm | citiserăm | fuseserăm |
| voi | mâncaserăți | văzuserăți | citiserăți | fuseserăți |
| ei/ele | mâncaseră | văzuseră | citiseră | fuseseră |
Bij regelmatige werkwoorden op -a is het patroon vaak goed herkenbaar: a lucra → lucrasem en a pleca → plecasem. Werkwoorden op -i hebben vaak vormen als a citi → citisem en a veni → venisem. Andere groepen vertonen meer stamvariatie: a face → făcusem, a putea → putusem, a merge → mersesem en a vedea → văzusem. Leer zulke vormen als een geheel in plaats van blind één regel op elk werkwoord toe te passen.
Het eerdere en het latere verleden moment
De gebruikelijke gedachtegang is:
- er is een referentiepunt in het verleden;
- een andere handeling was vóór dat punt al voltooid;
- die eerdere handeling krijgt het mai-mult-ca-perfectul.
In Când am intrat, copiii adormiseră (‘Toen ik binnenkwam, waren de kinderen in slaap gevallen’) is am intrat het referentiepunt. Het inslapen gebeurde daarvoor, dus staat adormiseră in het mai-mult-ca-perfectul.
Het latere verleden moment hoeft niet altijd letterlijk in dezelfde zin te staan. Bij Mâncasem deja (‘Ik had al gegeten’) begrijpt de gesprekspartner uit de situatie: vóór het bezoek, vóór het vertrek of vóór het aangeboden eten. Woorden als deja ‘al’, încă nu ‘nog niet’, înainte ‘ervoor’ en până atunci ‘tegen die tijd’ maken de tijdsvolgorde vaak duidelijker, maar zijn niet verplicht.
Ontkenning en vragen
Voor een ontkenning zet je nu vóór de persoonsvorm:
- Nu citisem mesajul. — Ik had het bericht niet gelezen.
- Nu plecaseră încă. — Ze waren nog niet vertrokken.
Een ja-neevraag kan dezelfde woordvolgorde houden; de intonatie of het vraagteken maakt er een vraag van:
- Terminaseși raportul? — Had je het verslag afgemaakt?
- Mai fusese acolo? — Was hij of zij daar al eens geweest?
Een onbeklemtoond voornaamwoord, een kort woordje als l- in l-am văzut dat naar ‘hem/het’ verwijst, staat eveneens vóór het werkwoord. Nu komt daar weer vóór:
- Îl văzusem deja. — Ik had hem al gezien.
- Nu-l văzusem înainte. — Ik had hem niet eerder gezien.
- Se culcaseră devreme. — Ze waren vroeg naar bed gegaan.
Verschil met andere Roemeense verleden tijden
| Roemeens | Nederlands | Wat de vorm doet |
|---|---|---|
| Ieri am citit cartea. | Gisteren heb ik het boek gelezen. | perfect compus: een afgeronde gebeurtenis in het verleden |
| Citeam când ai sunat. | Ik was aan het lezen toen je belde. | imperfect: de handeling was toen bezig |
| Citiserăm cartea înainte de curs. | We hadden het boek vóór de les gelezen. | mai-mult-ca-perfectul: de handeling was vóór een later verleden punt voltooid |
De Nederlandse vertaling alleen vertelt niet altijd welke Roemeense tijd nodig is. Nederlands ik las kan bijvoorbeeld een afgeronde gebeurtenis, een gewoonte of een lopende achtergrond uitdrukken. Vraag daarom niet alleen ‘welke Nederlandse tijd zie ik?’, maar vooral: is er een tweede moment in het verleden waarvoor deze handeling al klaar was?
Voorbeelden in context
| Roemeens | Nederlands | Toelichting |
|---|---|---|
| Mâncasem deja când m-ai invitat la cină. | Ik had al gegeten toen je me voor het avondeten uitnodigde. | mâncasem gaat vooraf aan de uitnodiging. |
| Văzusem filmul, așa că știam finalul. | Ik had de film gezien, dus ik kende het einde. | De eerdere ervaring verklaart latere kennis. |
| Plecase de mult când am ajuns noi. | Hij of zij was allang vertrokken toen wij aankwamen. | Het onderwerp blijkt uit de context; de vorm is derde persoon enkelvoud. |
| Nu citiserăm cartea înainte de seminar. | We hadden het boek vóór het werkcollege niet gelezen. | Ontkenning met nu; eerste persoon meervoud. |
| Terminaseși raportul până vineri? | Had je het verslag vrijdag af? | Vraag in de tweede persoon enkelvoud. |
| Copiii adormiseră înainte de ora zece. | De kinderen waren vóór tien uur in slaap gevallen. | Meervoudig onderwerp en uitgang -seră. |
| Când a început ploaia, ne întorseserăm deja acasă. | Toen het begon te regenen, waren we al naar huis teruggekeerd. | Wederkerend werkwoord met ne. |
| Nu-l întâlnisem niciodată până atunci. | Ik had hem tot dan toe nooit ontmoet. | nu ... niciodată betekent hier ‘nooit’. |
| Ea pregătise totul înainte să vină invitații. | Zij had alles voorbereid voordat de gasten kwamen. | înainte să leidt het latere oriëntatiepunt in. |
| Fuseseră la Brașov de două ori înainte să se mute acolo. | Ze waren twee keer in Brașov geweest voordat ze daarheen verhuisden. | Onregelmatige vorm van a fi. |
| Credeam că uitase adresa. | Ik dacht dat hij of zij het adres vergeten was. | De eerdere gebeurtenis wordt bekeken vanuit credeam. |
| După ce plătiserăm nota, am ieșit din restaurant. | Nadat we de rekening hadden betaald, gingen we het restaurant uit. | De bijzin noemt de eerst voltooide handeling. |
Veelgemaakte fouten
Een hulpwerkwoord toevoegen naar Nederlands model
- Fout: Am mâncasem deja.
- Goed: Mâncasem deja.
- Waarom: Nederlands heeft had gegeten, maar het Roemeense mâncasem is al een volledige persoonsvorm. Am hoort bij het perfect compus (am mâncat), niet vóór een vorm van het mai-mult-ca-perfectul.
Het perfect compus gebruiken zonder de tijdsrelatie te bekijken
- Minder passend: Când am ajuns, Maria a plecat deja.
- Passend voor ‘ze was al weg’: Când am ajuns, Maria plecase deja.
- Waarom: a plecat presenteert het vertrek als een gewone afgeronde gebeurtenis. Plecase maakt ondubbelzinnig dat het vertrek al vóór onze aankomst had plaatsgevonden.
De meervouds-ră vergeten
- Fout: Noi citisem cartea.
- Goed: Noi citiserăm cartea.
- Waarom: In de standaardvormen hebben de drie meervoudspersonen -serăm, -serăți, -seră. Citisem is ‘ik had gelezen’, niet ‘wij hadden gelezen’.
De verkeerde stam raden
- Fout: Eu vedeasem filmul.
- Goed: Eu văzusem filmul.
- Waarom: a vedea gebruikt hier de stam văzu-. Vergelijk făcusem van a face en mersesem van a merge. Bij twijfel moet je de verleden stam controleren of als vaste vorm leren.
Een voltooid deelwoord als losse vorm gebruiken
- Fout: Eu avut terminat proiectul.
- Goed: Eu terminasem proiectul.
- Waarom: De Nederlandse constructie ‘had voltooid’ kan niet woord voor woord worden nagebouwd. Het hoofdwerkwoord zelf krijgt de uitgang van het mai-mult-ca-perfectul.
Automatisch het onderwerp noemen
- Mogelijk maar vaak zwaar: Eu mâncasem, eu plecasem și eu ajunsesem acasă.
- Natuurlijker zonder nadruk: Mâncasem, plecasem și ajunsesem acasă.
- Waarom: De uitgangen geven al aan dat het om eu gaat. Zet het onderwerp er vooral bij voor contrast, correctie of nadruk: Eu plecasem, dar ei rămăseseră (‘Ik was vertrokken, maar zij waren gebleven’).
Gebruiksnotities
Het mai-mult-ca-perfectul is volkomen standaard in zowel verzorgd spreken als schrijven. Toch gebruikt een spreker het niet voor iedere gebeurtenis die toevallig eerder kwam. Als voegwoorden als după ce (‘nadat’) of înainte să (‘voordat’) de volgorde al glashelder maken, kan in de omgangstaal soms ook een andere verleden tijd verschijnen. Het mai-mult-ca-perfectul blijft de nauwkeurigste keuze wanneer je wilt benadrukken dat iets op het referentiepunt al voltooid was.
In verhalen helpt deze tijd om terugblikken te ordenen. De verteller kan eerst een situatie in het verleden neerzetten en daarna uitleggen wat daarvóór was gebeurd. Daarna keert het verhaal vaak terug naar het perfect compus, het imperfect of in bepaalde literaire teksten het perfect simplu. De tijd is dus niet ‘ouderwets’; hij heeft een specifieke taak binnen de tijdslijn.
Let ook op de Nederlandse werkwoorden zijn en hebben. Nederlands zegt zij was vertrokken maar zij had gegeten. In het Roemeens verandert dat verschil de bouw van deze tijd niet: zowel plecase als mâncase is één enkel vervoegd werkwoord. Kies de Roemeense vorm dus niet op grond van het Nederlandse hulpwerkwoord.
Verder dan de basis: gevorderd gebruik
Tijdsperspectief in bijzinnen en indirecte weergave
In een zin als Mi-a spus că terminase proiectul (‘Hij of zij vertelde me dat het project af was’) plaatst terminase het voltooien vóór het vertellen. Dit heet relatieve tijd: de vorm wordt niet alleen ten opzichte van het heden gekozen, maar ten opzichte van een ander genoemd moment. Dat is vooral nuttig in verslagen, herinneringen en indirecte weergave van wat iemand zei of dacht.
Het Roemeens past echter niet simpelweg een mechanische regel toe waarbij elke verleden tijd in een bijzin één stap ‘terug’ moet. Gebruik het mai-mult-ca-perfectul als de betekenis werkelijk eerder dan het verleden referentiepunt is. Als twee gebeurtenissen gelijktijdig waren, past vaak het imperfect: Mi-a spus că era obosit (‘Hij vertelde me dat hij moe was’).
Een toestand als resultaat van iets eerdere
De vorm kan niet alleen een gebeurtenis chronologisch rangschikken, maar ook een latere toestand verklaren:
- Nu putea intra: își pierduse cheia. — Hij of zij kon niet naar binnen: de sleutel was kwijtgeraakt.
- Eram liniștiți fiindcă rezolvaserăm problema. — We waren gerust omdat we het probleem hadden opgelost.
Hier vormt het eerdere feit de reden of achtergrond voor wat daarna gold. Zulke verbanden komen vaak voor zonder deja of până atunci; de logica van de zin levert het referentiepunt.
Contrast met het perfectul simplu
Het mai-mult-ca-perfectul en het perfectul simplu zijn allebei enkelvoudige vormen zonder hulpwerkwoord, maar ze betekenen niet hetzelfde. Plecă betekent in een literaire vertelstijl ‘hij/zij vertrok’; plecase betekent ‘hij/zij was vertrokken’. De eerste vorm zet het verhaal voort, de tweede kijkt vanuit het verhaal terug. Dat vormcontrast is belangrijk wanneer je Roemeense literatuur leest.
Oefentips
- Teken twee punten op een tijdlijn. Schrijf bij het latere punt een zin in het perfect compus of imperfect en bij het eerdere punt een vorm van het mai-mult-ca-perfectul: Am ajuns la opt. Trenul plecase la șapte. Zo oefen je eerst de betekenis en pas daarna de uitgang.
- Leer stammen in kleine reeksen. Maak kaartjes met a vedea — văzusem, a face — făcusem, a merge — mersesem, a fi — fusesem. Vervoeg daarna elke stam hardop met -sem, -seși, -se, -serăm, -serăți, -seră.
- Bouw Nederlandse zinnen niet woord voor woord om. Onderstreep in ‘Toen we aankwamen, waren ze al vertrokken’ eerst de twee verleden momenten. Vertaal daarna het eerdere moment als één Roemeense vorm: Când am ajuns, plecaseră deja.
Verwante onderwerpen
- Vereiste voorkennis: Imperfectul — helpt je lopende achtergrond en gelijktijdigheid te onderscheiden van een al voltooide eerdere handeling.
- Volgende stap: Perfectul simplu — een vooral literaire en regionale verleden tijd die, anders dan het mai-mult-ca-perfectul, gebeurtenissen in de hoofdverhaallijn kan voortzetten.
Vereiste kennis
Imperfectul in het RoemeensB1Concepten die hierop voortbouwen
Meer B2-concepten
Dit concept in andere talen
Vergelijk in alle talen
Oefen Mai-mult-ca-perfectul in Roemeens met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Roemeens · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.
Dit concept oefenen