B2

Onbepaalde voornaamwoorden in het Roemeens

Pronumele Nehotărâte

Dit artikel maakt deel uit van de grammaticaboom voor Roemeens op Settemila Lingue.

Kort gezegd

Met cineva en ceva verwijs je naar een onbekende persoon of zaak; nimeni en nimic drukken afwezigheid uit; oricine en orice betekenen dat de keuze vrij is; fiecare bekijkt alle leden één voor één. Anders dan in het Nederlands blijft bij nimeni en nimic ook nu bij het werkwoord staan: Nimeni nu vine en Nu văd pe nimeni.

Overzicht

Een onbepaald voornaamwoord verwijst naar een persoon of zaak zonder precies te zeggen wie of wat: cineva ‘iemand’, ceva ‘iets’, nimeni ‘niemand’ en nimic ‘niets’. Sommige van deze woorden kunnen ook vóór een zelfstandig naamwoord staan, dus vóór een woord voor een persoon, dier, ding of begrip: fiecare student ‘elke student’, orice întrebare ‘elke willekeurige vraag’. In die functie worden ze vaak onbepaalde voornaamwoordelijke bijvoegingen genoemd, maar voor de praktijk is vooral belangrijk of het woord zelfstandig staat of een zelfstandig naamwoord begeleidt.

Op B2-niveau gaat het niet alleen om de Nederlandse vertaling. Het Roemeens verdeelt betekenissen die in het Nederlands vaak allemaal met ‘iemand’, ‘wie dan ook’, ‘elk’ of ‘enig’ worden weergegeven. Bovendien krijgen woorden voor personen soms een andere vorm in de genitief of datief: de naamval voor bezit of voor degene aan wie iets wordt gegeven. Zo wordt cineva in I-am spus cuiva ‘Ik heb het aan iemand verteld’ cuiva.

Voor Nederlandstaligen zijn drie punten bijzonder belangrijk: de verplichte ontkennende overeenstemming met nu, het voorzetsel pe bij menselijke lijdende voorwerpen (de persoon die de handeling ondergaat), en het enkelvoud na fiecare. Wie die drie patronen beheerst, voorkomt de meeste fouten.

Hoe werkt het?

Vier betekenisgroepen

Betekenis Personen Zaken of ideeën Voorbeeld
een onbekende, bestaande referent cineva — iemand ceva — iets Cineva a sunat. — Iemand heeft gebeld.
geen enkele referent nimeni — niemand nimic — niets Nu s-a întâmplat nimic. — Er is niets gebeurd.
vrije keuze, zonder beperking oricine — wie dan ook orice — wat dan ook; elk willekeurig Oricine poate participa. — Iedereen mag meedoen.
ieder lid afzonderlijk fiecare — ieder(een), elk(e) fiecare + zelfstandig naamwoord Fiecare răspunde. — Iedereen antwoordt afzonderlijk.

De eerste groep bevestigt doorgaans dat er wel iemand of iets is, maar dat de identiteit onbekend of onbelangrijk is. De tweede groep ontkent het bestaan in de betreffende situatie. De derde groep laat alle mogelijkheden open. De vierde groep omvat alle leden, maar bekijkt ze afzonderlijk.

Cineva en ceva: iemand en iets

Cineva verwijst alleen naar personen. Als het een lijdend voorwerp is, staat er normaal pe voor:

  • Caut pe cineva. — Ik zoek iemand.
  • Ai invitat pe cineva? — Heb je iemand uitgenodigd?

Ceva verwijst naar zaken, gebeurtenissen of ideeën en krijgt geen pe:

  • Vreau ceva de băut. — Ik wil iets te drinken.
  • S-a întâmplat ceva. — Er is iets gebeurd.

Na ceva staat een beschrijvend bijvoeglijk naamwoord gewoonlijk in de onzijdige enkelvoudsvorm: ceva interesant ‘iets interessants’, ceva nou ‘iets nieuws’. De verbindingen altcineva en altceva betekenen ‘iemand anders’ en ‘iets anders’.

In vragen en voorwaarden kan cineva of ceva overeenkomen met Nederlands ‘iemand/iets’ zonder dat de spreker weet of zo'n persoon of zaak bestaat: Dacă vine cineva, sună-mă ‘Als er iemand komt, bel me’. Voor de ruimere betekenis ‘wie dan ook mag’ gebruik je juist oricine.

Nimeni en nimic: ontkennende overeenstemming

Het standaardroemeens gebruikt ontkennende overeenstemming: meerdere ontkennende woorden vormen samen één ontkennende boodschap. Nu of de verkorte vorm n- blijft daarom bij het werkwoord staan, ook als nimeni vóór het werkwoord staat.

Plaats van het ontkennende woord Roemeens patroon Nederlandse betekenis
vóór het werkwoord Nimeni nu + werkwoord niemand + bevestigend werkwoord
na het werkwoord Nu + werkwoord + nimic werkwoord + niets
meerdere ontkennende woorden Nimeni nu + werkwoord + nimic niemand + werkwoord + iets/niets

Vergelijk Nimeni nu știe met ‘Niemand weet het’. Het Nederlandse werkwoord is niet nog eens met ‘niet’ ontkend; in het Roemeens is nu juist verplicht. Ook Nimeni nu mi-a spus nimic betekent gewoon ‘Niemand heeft mij iets verteld’, niet een ingewikkelde logische dubbele ontkenning.

Bij een menselijke persoon als lijdend voorwerp komt ook pe erbij: Nu cunosc pe nimeni ‘Ik ken niemand’. Nimic verwijst niet naar een persoon en krijgt dus geen pe.

Oricine, orice en oricare: vrije keuze

Oricine is zelfstandig en verwijst naar personen: ‘wie dan ook’, ‘iedereen die in aanmerking komt’. Orice kan zelfstandig naar een zaak verwijzen of direct voor een zelfstandig naamwoord staan.

  • Oricine poate greși. — Iedereen kan een fout maken.
  • Poți alege orice. — Je mag om het even wat kiezen.
  • Poți pune orice întrebare. — Je mag elke willekeurige vraag stellen.

Oricare legt iets meer nadruk op een keuze uit een bekende of voorstelbare groep: ‘om het even welke’ of ‘welke dan ook’. Het komt vaak voor met dintre ‘uit, van de’: Oricare dintre aceste soluții poate funcționa ‘Elk van deze oplossingen kan werken’. Het onderscheid is niet altijd scherp, maar orice întrebare is een onbeperkte soortnaam, terwijl oricare dintre întrebări één vraag uit een bepaalde verzameling aanwijst.

Fiecare: ieder afzonderlijk

Fiecare staat met een enkelvoudig zelfstandig naamwoord zonder bepaald lidwoord:

  • fiecare student — elke student
  • fiecare zi — elke dag
  • fiecare problemă — elk probleem

Ook het werkwoord staat in het enkelvoud: Fiecare are dreptul să vorbească ‘Iedereen heeft het recht om te spreken’. In fiecare dintre studenți staat studenți wel in het meervoud na dintre, maar het kernwoord fiecare blijft enkelvoudig: Fiecare dintre studenți a primit un mesaj.

Dit verschilt van Nederlands ‘alle’: toți studenții bekijkt de studenten als groep, terwijl fiecare student elk groepslid afzonderlijk benadrukt. Vergelijk:

  • Toți studenții au răspuns. — Alle studenten hebben geantwoord.
  • Fiecare student a răspuns. — Elke student heeft geantwoord.

Vormen voor bezit en meewerkend voorwerp

Sommige onbepaalde voornaamwoorden veranderen in de genitief-datief. De genitief drukt hier meestal bezit of een relatie uit; de datief noemt vaak de ontvanger of belanghebbende.

Basisvorm Genitief-datief Voorbeeld
cineva cuiva I-am trimis cuiva un mesaj. — Ik heb iemand een bericht gestuurd.
altcineva altcuiva Este telefonul altcuiva. — Het is de telefoon van iemand anders.
nimeni nimănui Nu-i spun nimănui. — Ik vertel het aan niemand.
oricine oricui Poți cere ajutor oricui. — Je kunt wie dan ook om hulp vragen.
fiecare fiecăruia / fiecăreia Le-am răspuns fiecăruia. — Ik heb ieder afzonderlijk geantwoord.
oricare oricăruia / oricăreia Poți da cheia oricăruia dintre ei. — Je kunt de sleutel aan ieder van hen geven.

De uitgangen bij fiecăruia/fiecăreia en oricăruia/oricăreia maken onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk wanneer het woord zelfstandig staat. Vóór een zelfstandig naamwoord luiden de vormen onder meer fiecărui student, fiecărei studente, oricărui candidat en oricărei persoane.

Vreun, vreo en niciun, nicio

Bij zelfstandige naamwoorden gebruikt het Roemeens vaak vreun/vreo voor ‘een of andere’, ‘enig’ of ‘ook maar een’, vooral in vragen, voorwaarden en zinnen met twijfel:

  • Ai vreo întrebare? — Heb je een vraag?
  • Dacă ai vreo problemă, sună-mă. — Als je een probleem hebt, bel me.
  • Există vreun risc? — Bestaat er enig risico?

De ontkennende tegenhangers niciun en nicio worden in deze betekenis aaneengeschreven: Nu am nicio întrebare ‘Ik heb geen enkele vraag’. Zelfstandig zijn de vormen vreunul/vreuna en niciunul/niciuna: Niciunul nu răspunde ‘Geen van hen antwoordt’.

Voorbeelden in context

Roemeens Nederlands Toelichting
Cineva vine. Er komt iemand. Een onbekende persoon is het onderwerp.
Vreau să vorbesc cu cineva. Ik wil met iemand praten. Na een voorzetsel blijft de basisvorm staan.
Am nevoie de ceva simplu. Ik heb iets eenvoudigs nodig. Ceva verwijst naar een zaak; simplu staat onzijdig enkelvoud.
Mai dorește cineva cafea? Wil er nog iemand koffie? Een open vraag aan een groep.
Nimeni nu cunoaște răspunsul. Niemand kent het antwoord. Nu blijft verplicht.
Nu văd pe nimeni. Ik zie niemand. Menselijk lijdend voorwerp: pe nimeni.
N-am spus nimănui nimic. Ik heb niemand iets verteld. Datief nimănui plus nimic, samen met n-.
Orice e posibil. Alles is mogelijk. Orice staat zelfstandig voor zaken of mogelijkheden.
Oricine poate participa. Iedereen mag meedoen. Vrije keuze uit personen.
Acceptăm orice propunere serioasă. We aanvaarden elk serieus voorstel. Orice begeleidt een zelfstandig naamwoord.
Oricare dintre voi poate răspunde. Ieder van jullie kan antwoorden. Keuze uit een genoemde groep.
Fiecare are dreptul la o opinie. Iedereen heeft recht op een mening. Fiecare krijgt een enkelvoudig werkwoord.
Fiecare dintre participanți a primit un ecuson. Elk van de deelnemers heeft een badge gekregen. De groep staat in het meervoud, het werkwoord in het enkelvoud.
Ai vreo idee mai bună? Heb je een beter idee? Vreo past natuurlijk in een open vraag.
Copiii au primit câte un măr. De kinderen kregen elk een appel. Câte un drukt verdeling per persoon uit.

Veelgemaakte fouten

Nu weglaten bij nimeni

  • Fout: Nimeni vine astăzi.
  • Goed: Nimeni nu vine astăzi.
  • Waarom: Het Nederlands zegt ‘niemand komt’, maar het Roemeense ontkennende woord vereist ook nu bij het werkwoord.

Een persoon als gewoon lijdend voorwerp behandelen

  • Fout: Nu am văzut nimeni.
  • Goed: Nu am văzut pe nimeni.
  • Waarom: Nimeni is ontkennend en een menselijk lijdend voorwerp krijgt hier pe. Het werkwoord blijft eveneens ontkend met nu/n-.

Meervoud gebruiken na fiecare

  • Fout: Fiecare studenți au răspuns.
  • Goed: Fiecare student a răspuns.
  • Waarom: Fiecare betekent dat je de leden één voor één bekijkt. Het zelfstandig naamwoord en het werkwoord staan daarom in het enkelvoud.

De basisvorm gebruiken waar een datief nodig is

  • Fout: Am trimis cineva un mesaj.
  • Goed: I-am trimis cuiva un mesaj.
  • Waarom: De ontvanger staat in de datief: cuiva, niet cineva. Het korte voornaamwoord i- maakt de zin hier natuurlijk en duidelijk.

Iets letterlijk als een Nederlands het-woord behandelen

  • Fout: ceva interesantă
  • Goed: ceva interesant
  • Waarom: Na ceva gebruikt het Roemeens de onzijdige enkelvoudsvorm van het bijvoeglijk naamwoord, ongeacht hoe het Nederlandse woord ‘iets’ aanvoelt.

Oricine en cineva door elkaar halen

  • Onbedoeld: Cineva poate intra. als je bedoelt dat toegang voor iedereen openstaat.
  • Beter: Oricine poate intra.
  • Waarom: Cineva is ‘een bepaalde maar onbekende persoon’; oricine is ‘wie dan ook’. De eerste zin zegt dus eerder dat er iemand naar binnen kan, niet dat iedereen toestemming heeft.

Gebruiksnotities

In gewone gesprekken komen cineva, ceva, nimeni, nimic en fiecare zeer vaak voor. De verkorting van nu voor vormen van a avea is normaal: nu am wordt n-am, nu a spus wordt n-a spus. Dat verandert niets aan de regel van ontkennende overeenstemming: N-am văzut nimic.

Vreun/vreo is vaak natuurlijker dan een letterlijke vertaling met het onbepaalde lidwoord. Nederlands ‘Heb je een idee?’ wordt bijvoorbeeld vaak Ai vreo idee? wanneer de spreker openlaat of er überhaupt een idee is. In bevestigende mededelingen kan vreun/vreo ook een vage of geringschattende bijklank hebben, afhankelijk van de context: ‘een of andere’.

Let op de spelling van niciun en nicio. Als ze ‘geen enkele’ betekenen, zijn ze één woord: Nicio problemă nu este imposibilă. Losse spelling hoort bij zeldzamere constructies waarin nici echt ‘noch/zelfs niet’ is en un apart contrasteert, bijvoorbeeld nici un coleg, nici altul ‘noch de ene collega, noch de andere’. Voor normaal gebruik is aaneenschrijven de veilige regel.

Fiecare kan in het Nederlands zowel ‘elk’ als ‘iedereen’ worden. Kies de vertaling op basis van de bouw: fiecare carte is ‘elk boek’; zelfstandig fiecare știe is ‘iedereen weet’. Het Roemeense enkelvoud blijft in beide gevallen zichtbaar.

Verder dan de basis: gevorderd gebruik

Verdeling met câte

De combinatie câte un/o betekent dat ieder lid van een groep één exemplaar krijgt of dat iets één voor één gebeurt: Au intrat câte doi ‘Ze kwamen met twee tegelijk binnen’ en Fiecare a primit câte o copie ‘Iedereen kreeg één exemplaar’. Het Nederlandse woord ‘elk’ staat daarbij soms in de vertaling, maar in het Roemeens drukt câte de verdeling uit.

Combinaties met alt-

De vormen altcineva, altceva en altcuiva zijn vaste, zeer bruikbare eenheden:

  • Mai vine altcineva? — Komt er nog iemand anders?
  • Aș prefera altceva. — Ik zou liever iets anders hebben.
  • Cred că geanta este a altcuiva. — Ik denk dat de tas van iemand anders is.

Bij nadruk kun je ook cineva anume zeggen: ‘iemand in het bijzonder’. Cauți pe cineva anume? vraagt dus niet alleen óf je iemand zoekt, maar of je een specifieke persoon op het oog hebt.

Selectie en verwijzing

Met een voorzetsel past de vorm zich aan de syntactische rol aan. Vergelijk pentru oricine ‘voor wie dan ook’, waar de basisvorm na pentru staat, met opinia oricui ‘de mening van wie dan ook’, waar oricui bezit of verbondenheid uitdrukt. Na dintre volgt vaak een meervoudige groep: fiecare dintre noi, oricare dintre variante, niciunul dintre ei.

Voor ‘sommigen … anderen’ gebruikt het Roemeens vaak unii … alții: Unii au rămas, alții au plecat ‘Sommigen bleven, anderen vertrokken’. Dit behoort tot dezelfde brede familie van onbepaalde verwijzingen, maar het contrasteert groepen in plaats van één onbekende persoon of een vrije keuze aan te duiden.

Minder gangbare vormen

In oudere, literaire of regionale teksten kun je vormen als oarecine, oarece of careva aantreffen. Ze betekenen ongeveer ‘iemand’, ‘iets’ of ‘een of andere’, maar zijn voor neutraal hedendaags taalgebruik meestal geen betere keuze dan cineva, ceva of vreun/vreo. Herkennen is nuttig; actief gebruiken is zelden nodig.

Oefentips

  1. Leer woorden in tegenstellende drietallen. Maak korte reeksen als Cineva vine — Nimeni nu vine — Oricine poate veni. Zo oefen je tegelijk ‘iemand’, ‘niemand’ en ‘wie dan ook’, zonder alleen Nederlandse woorden uit het hoofd te leren.
  2. Markeer drie signalen in voorbeeldzinnen. Onderstreep nu, omcirkel pe en zet een pijl naar het enkelvoudige werkwoord na fiecare. Deze visuele controle richt zich precies op de gewoonten die Nederlandstaligen vaak missen.
  3. Oefen de naamvalsvormen met één vast werkwoordspaar. Gebruik a vedea voor de basisvorm (văd pe cineva / nu văd pe nimeni) en a spune voor de datief (spun cuiva / nu spun nimănui / spun oricui). Wissel daarna pas van werkwoord.

Verwante onderwerpen

Meer B2-concepten

Dit concept in andere talen

Vergelijk in alle talen

Oefen Pronumele Nehotărâte in Roemeens met een gratis Settemila Lingue-account. We stellen Roemeens · B2 voor je in en genereren kaarten voor precies dit grammaticaconcept.

Dit concept oefenen